2.2.1 Sanering en beheersing (asbest) verontreinigde bodemlocaties
- Tijs de Bree
- Wij voeren de tweede fase (grondwatersanering) van de Blekerijweg, IJsselmuiden uit.
- Wij beheersen bestaande spoedeisende bodemsaneringen.
- Wij monitoren conform het programma 2026 Bureau Asbestbodem Sanering.
- Wij stellen samen met de zeven gemeenten het programma 2027 Bureau Asbest bodemsanering vast.
- Wij voeren de maatregelen uit die voortvloeien uit de toegekende specifieke uitkering bodemsanering.
Algemeen
De uitvoering van ons bodem(sanerings)beleid wordt voor een groot deel gefinancierd vanuit specifieke uitkeringen (SPUKS) van het Rijk. Jaarlijks stellen wij aan het begin van het jaar een agenda vast waarin we projecten en middelen met elkaar verbinden. Een aantal budgetten zijn reeds structureel begroot, maar hebben (budgettair neutrale) bijstelling nodig over de jaarschijven. Andere budgetten worden in deze Monitor (budgettair neutraal) aan de begroting toegevoegd. Wij hebben een SPUK ontvangen die toeziet op meerdere bodemsaneringsonderdelen. Dit is de SPUK-regeling E113 die bestaat uit: 1. Asbestsanering, 2. Historische spoedlocaties, 3. Onderzoek naar (potentieel) verontreinigde bodemlocaties en 4. Toekomstbestendige nazorg. U leest in onderstaande toelichting hoe wij deze SPUK-middelen inzetten:
Asbestprogramma Twente
Eind 2022 hebben wij van het Rijk een specifieke uitkering (E94) ontvangen ter hoogte van € 20 miljoen voor de uitvoering van het asbestprogramma Twente voor de periode 2022-2026. In 2025 hebben wij een aanvullende toezegging vanuit het Rijk gekregen van € 7 miljoen. De uitvoering van het programma vindt plaats door het Bureau Asbest Twente (BAS) en de Twentse gemeenten die het betreft. Wij beschikken de SPUK-middelen aan hen door en zij verantwoorden de uitgaven aan de provincie. Deze middelen zijn nog niet in de begroting 2026 geraamd. Omdat de middelen uit E94 niet voldoende zijn om de volledige opgave in 2026 te dekken, ramen wij het overige deel bij vanuit SPUK E113.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E94) in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 4,9 miljoen.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel asbest in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 1,8 miljoen.
PFAS-aandachtslocaties
Voor PFAS betreft de inzet in 2026 het communiceren over de ‘Tussenbalans PFAS in bodem en watersysteem Overijssel', ofwel afronding van fase 1 van onderzoek naar mogelijke PFAS aandachtslocaties in Overijssel. Maar de inzet betreft vooral het opstarten van fase 2 van de inventarisatie. Met de opgedane ervaringen uit fase 1 worden nieuwe onderzoeken opgestart. Enkele zijn reeds gestart, maar voor het merendeel zijn de aanvragen ingediend en in afwachting van de beslissing dienen er aanbestedingen gestart te worden. Onderzoek zal zich richten op enkele zorgpunten uit fase 1 en enkele nieuwe branches, waaronder de brandweeroefenlocaties.
De inzet in 2026 voor de PFAS aandachtslocaties zal zich ook richten op de regierol die het ministerie van ons vraagt. Samen met de 5 grote gemeenten en in afstemming met de overige gemeenten en omgevingsdiensten, gaan we verkennen hoe we die regierol vorm gaan geven. Vanuit de SPUKS hebben wij reeds € 0,4 miljoen geraamd voor het onderdeel PFAS.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E58) in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 0,2 miljoen.
Toekomstbestendige nazorg
Uit de overdracht van bodeminformatie naar gemeenten zijn er nog verschillende locaties waarvoor provincie bevoegd gezag is. Om tot afronding te komen van de eventuele sanering en het toekomstbesteding maken van de nazorg zijn nog aanvullende acties nodig. In het project toekomstbestendige nazorg is in 2025 een pilot uitgevoerd om te komen tot een werkprogramma 2026-2030. Het doel is om waar mogelijk de locaties over te dragen aan gemeenten en onder te brengen onder het wettelijke regime van de Omgevingswet. Begin 2026 zijn de projectresultaten van de pilot opgeleverd. Daarop volgend is een nieuwe SPUK-aanvraag ingediend om te komen tot een werkprogramma 2026-2030. Het werkprogramma dat voortgekomen is uit de pilot van 2025 wordt in een opdracht aan de omgevingsdiensten uitgezet.
‘Voormalige stortplaatsen’ is een bijzondere categorie locaties daarbinnen die niet zomaar overgedragen kan worden naar de bevoegdheid van de gemeente. Die hebben extra aandacht nodig. In 2025 zijn we voor 50 van die locaties onderzoek gestart om de milieuhygiënische situatie in beeld te brengen, om te bepalen wat er in de toekomst nodig is aan nazorg en hoe dat optimaal geregeld kan worden. In 2026 wordt dat project afgerond en opgeleverd. Hiervoor hebben wij vanuit de SPUKS reeds € 0,1 miljoen voor geraamd.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel toekomstbestendige nazorg in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 0,2 miljoen.
Historische spoedlocaties
Wij voeren monitorings- en beheersingswerkzaamheden uit bij locaties die in het verleden zijn gesaneerd. Het Rijk heeft hiervoor SPUK middelen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn nog niet in de begroting 2026 geraamd.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel historische spoedlocaties in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 2,6 miljoen.
Budget vanuit Reserve Bodemsanering
Op deze prestatie is budget voor de beheersing en monitoring van historische spoedlocaties beschikbaar vanuit de Reserve Bodemsanering. In verband met bovenstaande bijraming vanuit de SPUK verwachten wij in 2026 geen beroep te doen op de Reserve Bodemsanering en kan dit budget ter hoogte van € 1,0 miljoen worden afgeraamd.
Wij stellen u voor om de lasten voor deze prestatie te verlagen met € 1,0 miljoen en de onttrekking aan de Reserve Bodemsanering met hetzelfde bedrag te verlagen.
- PS begrotingswijziging
- GS begrotingswijziging