Kerntaak 2: Milieu en energie
Dit is hoe wij denken
Terug naar navigatie - Kerntaak 2: Milieu en energie - Dit is hoe wij denkenEen schoon milieu
Onze inwoners hebben recht op een gezonde leefomgeving in de volle breedte: lucht, water, ondergrond, licht, geluid, welzijn en veiligheid. We werken continu aan een leefomgeving waarin de milieucondities op orde zijn en blijven. Daarnaast richten we ons ook op andere factoren die van belang zijn voor de gezondheid van onze inwoners, zoals de aanwezigheid van voldoende groen (kerntaak 3).
We borgen de basiskwaliteit van het milieu. Niet alleen voor de huidige generatie, maar ook om toekomstige generaties een gezonde en veilige leefomgeving te bieden. Daarom hebben we bij onze projecten oog voor (gezondheid)risico’s voor mens, dier en milieu. We benutten de in de samenleving aanwezige kennis bij het bereiken van onze doelen.
Een toekomstgericht energiesysteem
We werken toe naar een klimaatbestendig en CO2-neutraal Overijssel in 2050. Daarvoor zijn besparing van energie, ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen en aanpassing van de energie-infrastructuur nodig. Onbeperkte toegang tot elektriciteit is door de huidige netcongestie niet langer vanzelfsprekend. Dit vraagt om visie op het toekomstige energiesysteem. We houden ons aan de afgesproken doelen voor duurzame energie voor 2030. De energietransitie biedt ook economische kansen op het gebied van innovatie en werkgelegenheid.
Terwijl we gericht werken aan het behalen van onze energiedoelen, vinden we participatie van betrokkenen belangrijk. We zien de zorgen die deze grote transitie met zich meebrengt. Daarom vinden we het belangrijk om bij onze projecten de meest actuele wetenschappelijke inzichten te betrekken ten aanzien van de gevolgen voor mens, dier en milieu. Ook betrekken we daar onze inwoners bij.
Overijssel in cijfers
Terug naar navigatie - Kerntaak 2: Milieu en energie - Overijssel in cijfersAlle voor deze kerntaak relevante kengetallen zijn hier te vinden.
Dit is wat wij doen
Terug naar navigatie - Kerntaak 2: Milieu en energie - Dit is wat wij doen2.1 De kwaliteit van bodem, lucht, geluid en milieu(veiligheid) voldoet aan wettelijke eisen
Terug naar navigatie - Kerntaak 2: Milieu en energie - Dit is wat wij doen - 2.1 De kwaliteit van bodem, lucht, geluid en milieu(veiligheid) voldoet aan wettelijke eisen2.1 Wij borgen en verbeteren de milieukwaliteit van de leefomgeving.
Wij werken cyclisch aan de kwaliteit van bodem, lucht, geluid en milieu(veiligheid) door beleid te maken en kaders te stellen. Met monitoring en evaluatie kijken we of de basiskwaliteit van lucht, geluid en bodem blijft voldoen aan de wettelijke normen (2.1.1). De gezondheid van onze inwoners staat centraal in ons milieu- en omgevingsbeleid. Iedere vier jaar herzien we ons beleid ten aanzien van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Wij maken jaarlijks een uitvoeringsplan, waarin we de prioriteiten vastleggen. Wij stemmen vergunningverlening, toezicht en handhaving door verschillende bestuursorganen op elkaar af. Door vergunningverlening en toezicht zorgen de Omgevingsdiensten er namens ons en gemeenten voor dat de basiskwaliteit van de leefomgeving voldoet aan de wettelijke eisen (2.1.2). Indien geconstateerd wordt dat er niet aan de wettelijke eisen wordt voldaan, dan zullen wij handhavend optreden. We voeren milieueffectrapportages uit voor onze plannen, programma’s en projecten (2.1.3).
-
Inhoudelijke kleurscore GroenFinanciële kleurscore GroenVerantwoordelijk portefeuillehouderTijs de Bree
-
Inhoudelijke kleurscore GroenFinanciële kleurscore GroenVerantwoordelijk portefeuillehouder
-
Inhoudelijke kleurscore GroenFinanciële kleurscore GroenVerantwoordelijk portefeuillehouderTijs de Bree
2.2 Milieuproblemen zijn gesaneerd of beheerst
Terug naar navigatie - Kerntaak 2: Milieu en energie - Dit is wat wij doen - 2.2 Milieuproblemen zijn gesaneerd of beheerstVoor de sanering van vervuilde bodems voeren we programma’s uit voor met asbest verontreinigde bodems en voor het beheersen van andere bodemvervuilingen (2.2.1). Verwerende asbestdaken blijft een vraagstuk als het gaat om het creëren van een gezonde leefomgeving. Wij blijven stimuleren dat eigenaren hun asbestdak saneren (2.2.2). Goed beheer van stortplaatsen voorkomt dat de basiskwaliteit van bodem, lucht en leefmilieu wordt aangetast. Vanuit onze wettelijk taak verzorgen wij het financieel beheer voor de nazorg van stortplaatsen (2.2.3).
-
Inhoudelijke kleurscore GroenFinanciële kleurscore GroenVerantwoordelijk portefeuillehouder
-
Inhoudelijke kleurscore GroenFinanciële kleurscore GroenVerantwoordelijk portefeuillehouderTijs de Bree
-
Inhoudelijke kleurscore GroenFinanciële kleurscore GroenVerantwoordelijk portefeuillehouderTijs de Bree
2.3 Een robuust en duurzaam energiesysteem
Terug naar navigatie - Kerntaak 2: Milieu en energie - Dit is wat wij doen - 2.3 Een robuust en duurzaam energiesysteemWij voeren het Statenvoorstel Nieuwe Energie Overijssel 2024-2027 en het energiebeleid uit die in 2024 zijn vastgesteld. Wij stimuleren duurzame energiebronnen, helpen energienetwerken aan te passen en te ontwikkelen en ondersteunen bij energiebesparing en het overstappen op andere vormen van energie door inwoners en bedrijven. Daarnaast ondernemen we acties die de energietransitie in de volle breedte helpen. Zoals ondersteuning van energie coöperaties, organisatie van werkplaatsen en stimuleren van innovaties.
-
Inhoudelijke kleurscore GroenFinanciële kleurscore GroenVerantwoordelijk portefeuillehouderTijs de Bree
-
Inhoudelijke kleurscore GroenFinanciële kleurscore GroenVerantwoordelijk portefeuillehouderTijs de Bree
-
Inhoudelijke kleurscore GroenFinanciële kleurscore GroenVerantwoordelijk portefeuillehouderTijs de Bree
-
Inhoudelijke kleurscore OranjeFinanciële kleurscore RoodVerantwoordelijk portefeuillehouderTijs de Bree
Financiën
Terug naar navigatie - Kerntaak 2: Milieu en energie - FinanciënIn onderstaande tabel staan de baten en lasten van deze kerntaak voor zover er een bedrag in de begroting is opgenomen. De tabel is uit te klappen voor meer details. Een meerjarig overzicht is te vinden in het onderdeel financiën - meerjarig overzicht baten en lasten.
Voorgestelde begrotingswijzigingen
Terug naar navigatie - Kerntaak 2: Milieu en energie - Voorgestelde begrotingswijzigingenPrestatie |
PS/GS Begrotingswijziging of Resultaatbestemming |
Voorgestelde Begrotingswijziging/Resultaatbestemming |
Baten |
Lasten |
Saldo |
Financiële toelichting prestatie |
|---|---|---|---|---|---|---|
2.1.1 Beleidsontwikkeling en kaderstelling milieu en gezondheid |
GS Begrotingswijziging |
0 |
48 |
48 |
0 |
GS begrotingswijziging specifieke uitkering Schone Lucht AkkoordMedio 2025 hebben wij van het Rijk een specifieke uitkering (SPUK) van € 60.000 ontvangen voor het vergroten van de gemeentelijke deelname aan het Schone Lucht Akkoord. In 2025 hebben wij € 12.500 ten laste gebracht van de specifieke uitkering gebracht. De verdere uitvoering en de benodigde middelen vanuit de specifieke uitkering zullen wij inzetten en plaatsvinden in 2026.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.1.1 m.b.t. de Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 47.500. |
2.2.1 Sanering en beheersing (asbest) verontreinigde bodemlocaties |
GS Begrotingswijziging |
0 |
9.677 |
9.677 |
0 |
AlgemeenDe uitvoering van ons bodem(sanerings)beleid wordt voor een groot deel gefinancierd vanuit specifieke uitkeringen (SPUKS) van het Rijk. Jaarlijks stellen wij aan het begin van het jaar een agenda vast waarin we projecten en middelen met elkaar verbinden. Een aantal budgetten zijn reeds structureel begroot, maar hebben (budgettair neutrale) bijstelling nodig over de jaarschijven. Andere budgetten worden in deze Monitor (budgettair neutraal) aan de begroting toegevoegd. Wij hebben een SPUK ontvangen die toeziet op meerdere bodemsaneringsonderdelen. Dit is de SPUK-regeling E113 die bestaat uit: 1. Asbestsanering, 2. Historische spoedlocaties, 3. Onderzoek naar (potentieel) verontreinigde bodemlocaties en 4. Toekomstbestendige nazorg. U leest in onderstaande toelichting hoe wij deze SPUK-middelen inzetten:
Asbestprogramma TwenteEind 2022 hebben wij van het Rijk een specifieke uitkering (E94) ontvangen ter hoogte van € 20 miljoen voor de uitvoering van het asbestprogramma Twente voor de periode 2022-2026. In 2025 hebben wij een aanvullende toezegging vanuit het Rijk gekregen van € 7 miljoen. De uitvoering van het programma vindt plaats door het Bureau Asbest Twente (BAS) en de Twentse gemeenten die het betreft. Wij beschikken de SPUK-middelen aan hen door en zij verantwoorden de uitgaven aan de provincie. Deze middelen zijn nog niet in de begroting 2026 geraamd. Omdat de middelen uit E94 niet voldoende zijn om de volledige opgave in 2026 te dekken, ramen wij het overige deel bij vanuit SPUK E113.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E94) in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 4,9 miljoen.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel asbest in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 1,8 miljoen.
PFAS-aandachtslocaties Voor PFAS betreft de inzet in 2026 het communiceren over de ‘Tussenbalans PFAS in bodem en watersysteem Overijssel', ofwel afronding van fase 1 van onderzoek naar mogelijke PFAS aandachtslocaties in Overijssel. Maar de inzet betreft vooral het opstarten van fase 2 van de inventarisatie. Met de opgedane ervaringen uit fase 1 worden nieuwe onderzoeken opgestart. Enkele zijn reeds gestart, maar voor het merendeel zijn de aanvragen ingediend en in afwachting van de beslissing dienen er aanbestedingen gestart te worden. Onderzoek zal zich richten op enkele zorgpunten uit fase 1 en enkele nieuwe branches, waaronder de brandweeroefenlocaties.
De inzet in 2026 voor de PFAS aandachtslocaties zal zich ook richten op de regierol die het ministerie van ons vraagt. Samen met de 5 grote gemeenten en in afstemming met de overige gemeenten en omgevingsdiensten, gaan we verkennen hoe we die regierol vorm gaan geven. Vanuit de SPUKS hebben wij reeds € 0,4 miljoen geraamd voor het onderdeel PFAS.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E58) in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 0,2 miljoen.
Toekomstbestendige nazorg Uit de overdracht van bodeminformatie naar gemeenten zijn er nog verschillende locaties waarvoor provincie bevoegd gezag is. Om tot afronding te komen van de eventuele sanering en het toekomstbesteding maken van de nazorg zijn nog aanvullende acties nodig. In het project toekomstbestendige nazorg is in 2025 een pilot uitgevoerd om te komen tot een werkprogramma 2026-2030. Het doel is om waar mogelijk de locaties over te dragen aan gemeenten en onder te brengen onder het wettelijke regime van de Omgevingswet. Begin 2026 zijn de projectresultaten van de pilot opgeleverd. Daarop volgend is een nieuwe SPUK-aanvraag ingediend om te komen tot een werkprogramma 2026-2030. Het werkprogramma dat voortgekomen is uit de pilot van 2025 wordt in een opdracht aan de omgevingsdiensten uitgezet.
‘Voormalige stortplaatsen’ is een bijzondere categorie locaties daarbinnen die niet zomaar overgedragen kan worden naar de bevoegdheid van de gemeente. Die hebben extra aandacht nodig. In 2025 zijn we voor 50 van die locaties onderzoek gestart om de milieuhygiënische situatie in beeld te brengen, om te bepalen wat er in de toekomst nodig is aan nazorg en hoe dat optimaal geregeld kan worden. In 2026 wordt dat project afgerond en opgeleverd. Hiervoor hebben wij vanuit de SPUKS reeds € 0,1 miljoen voor geraamd.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel toekomstbestendige nazorg in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 0,2 miljoen.
Historische spoedlocatiesWij voeren monitorings- en beheersingswerkzaamheden uit bij locaties die in het verleden zijn gesaneerd. Het Rijk heeft hiervoor SPUK middelen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn nog niet in de begroting 2026 geraamd.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel historische spoedlocaties in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 2,6 miljoen.
Budget vanuit Reserve BodemsaneringOp deze prestatie is budget voor de beheersing en monitoring van historische spoedlocaties beschikbaar vanuit de Reserve Bodemsanering. In verband met bovenstaande bijraming vanuit de SPUK verwachten wij in 2026 geen beroep te doen op de Reserve Bodemsanering en kan dit budget ter hoogte van € 1,0 miljoen worden afgeraamd.
Wij stellen u voor om de lasten voor deze prestatie te verlagen met € 1,0 miljoen en de onttrekking aan de Reserve Bodemsanering met hetzelfde bedrag te verlagen. |
2.2.1 Sanering en beheersing (asbest) verontreinigde bodemlocaties |
PS Begrotingswijziging |
1.000 |
0 |
-1.000 |
1.000 |
AlgemeenDe uitvoering van ons bodem(sanerings)beleid wordt voor een groot deel gefinancierd vanuit specifieke uitkeringen (SPUKS) van het Rijk. Jaarlijks stellen wij aan het begin van het jaar een agenda vast waarin we projecten en middelen met elkaar verbinden. Een aantal budgetten zijn reeds structureel begroot, maar hebben (budgettair neutrale) bijstelling nodig over de jaarschijven. Andere budgetten worden in deze Monitor (budgettair neutraal) aan de begroting toegevoegd. Wij hebben een SPUK ontvangen die toeziet op meerdere bodemsaneringsonderdelen. Dit is de SPUK-regeling E113 die bestaat uit: 1. Asbestsanering, 2. Historische spoedlocaties, 3. Onderzoek naar (potentieel) verontreinigde bodemlocaties en 4. Toekomstbestendige nazorg. U leest in onderstaande toelichting hoe wij deze SPUK-middelen inzetten:
Asbestprogramma TwenteEind 2022 hebben wij van het Rijk een specifieke uitkering (E94) ontvangen ter hoogte van € 20 miljoen voor de uitvoering van het asbestprogramma Twente voor de periode 2022-2026. In 2025 hebben wij een aanvullende toezegging vanuit het Rijk gekregen van € 7 miljoen. De uitvoering van het programma vindt plaats door het Bureau Asbest Twente (BAS) en de Twentse gemeenten die het betreft. Wij beschikken de SPUK-middelen aan hen door en zij verantwoorden de uitgaven aan de provincie. Deze middelen zijn nog niet in de begroting 2026 geraamd. Omdat de middelen uit E94 niet voldoende zijn om de volledige opgave in 2026 te dekken, ramen wij het overige deel bij vanuit SPUK E113.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E94) in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 4,9 miljoen.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel asbest in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 1,8 miljoen.
PFAS-aandachtslocaties Voor PFAS betreft de inzet in 2026 het communiceren over de ‘Tussenbalans PFAS in bodem en watersysteem Overijssel', ofwel afronding van fase 1 van onderzoek naar mogelijke PFAS aandachtslocaties in Overijssel. Maar de inzet betreft vooral het opstarten van fase 2 van de inventarisatie. Met de opgedane ervaringen uit fase 1 worden nieuwe onderzoeken opgestart. Enkele zijn reeds gestart, maar voor het merendeel zijn de aanvragen ingediend en in afwachting van de beslissing dienen er aanbestedingen gestart te worden. Onderzoek zal zich richten op enkele zorgpunten uit fase 1 en enkele nieuwe branches, waaronder de brandweeroefenlocaties.
De inzet in 2026 voor de PFAS aandachtslocaties zal zich ook richten op de regierol die het ministerie van ons vraagt. Samen met de 5 grote gemeenten en in afstemming met de overige gemeenten en omgevingsdiensten, gaan we verkennen hoe we die regierol vorm gaan geven. Vanuit de SPUKS hebben wij reeds € 0,4 miljoen geraamd voor het onderdeel PFAS.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E58) in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 0,2 miljoen.
Toekomstbestendige nazorg Uit de overdracht van bodeminformatie naar gemeenten zijn er nog verschillende locaties waarvoor provincie bevoegd gezag is. Om tot afronding te komen van de eventuele sanering en het toekomstbesteding maken van de nazorg zijn nog aanvullende acties nodig. In het project toekomstbestendige nazorg is in 2025 een pilot uitgevoerd om te komen tot een werkprogramma 2026-2030. Het doel is om waar mogelijk de locaties over te dragen aan gemeenten en onder te brengen onder het wettelijke regime van de Omgevingswet. Begin 2026 zijn de projectresultaten van de pilot opgeleverd. Daarop volgend is een nieuwe SPUK-aanvraag ingediend om te komen tot een werkprogramma 2026-2030. Het werkprogramma dat voortgekomen is uit de pilot van 2025 wordt in een opdracht aan de omgevingsdiensten uitgezet.
‘Voormalige stortplaatsen’ is een bijzondere categorie locaties daarbinnen die niet zomaar overgedragen kan worden naar de bevoegdheid van de gemeente. Die hebben extra aandacht nodig. In 2025 zijn we voor 50 van die locaties onderzoek gestart om de milieuhygiënische situatie in beeld te brengen, om te bepalen wat er in de toekomst nodig is aan nazorg en hoe dat optimaal geregeld kan worden. In 2026 wordt dat project afgerond en opgeleverd. Hiervoor hebben wij vanuit de SPUKS reeds € 0,1 miljoen voor geraamd.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel toekomstbestendige nazorg in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 0,2 miljoen.
Historische spoedlocatiesWij voeren monitorings- en beheersingswerkzaamheden uit bij locaties die in het verleden zijn gesaneerd. Het Rijk heeft hiervoor SPUK middelen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn nog niet in de begroting 2026 geraamd.
Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel historische spoedlocaties in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 2,6 miljoen.
Budget vanuit Reserve BodemsaneringOp deze prestatie is budget voor de beheersing en monitoring van historische spoedlocaties beschikbaar vanuit de Reserve Bodemsanering. In verband met bovenstaande bijraming vanuit de SPUK verwachten wij in 2026 geen beroep te doen op de Reserve Bodemsanering en kan dit budget ter hoogte van € 1,0 miljoen worden afgeraamd.
Wij stellen u voor om de lasten voor deze prestatie te verlagen met € 1,0 miljoen en de onttrekking aan de Reserve Bodemsanering met hetzelfde bedrag te verlagen. |
2.3.1 Stimuleren van energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie |
GS Begrotingswijziging |
-28 |
0 |
28 |
-28 |
Toewijzen laatste restant van de investeringsmiddelen UKVO aan de jaarschijf
Uit het statenvoorstel 2024-2027 resteert nog een minimaal bedrag van € 28.000.
Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om een bedrag van € 28.000 te onttrekken aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel en toe te voegen aan de jaarschijf 2026 van prestatie 2.3.1 van de begroting 2026. |
2.3.4 Uitvoering windbeleid |
GS Begrotingswijziging |
-1.280 |
0 |
1.280 |
-1.280 |
Actualisatie prestatie Wind op basis van de Anterieure Overeenkomst
Wij voeren het vastgesteld windbeleid uit en nemen de regie op de realisatie van de windopgave - door uitvoering te geven aan de programmeringsafspraken. Voor de voorfinanciering van de uitvoering van het Windbeleid heeft u bij de Perspectiefnota 2026 incidenteel € 3 miljoen beschikbaar gesteld en toegevoegd aan de UKvO. De eerste projecten zijn gestart in 2026. Wij treffen de voorbereidingen om het programma meerjarig in te richten. Hierbij blijkt dat de voorfinanciering ontoereikend is om de periode tot de ontvangst van de betalingen te overbruggen. Om op basis van de verwachte baten en lasten de jaarschijven 2026 en verdere jaren in te kunnen richten is aanvullende financiering nodig. Hierin zijn de uitgangspunten verwerkt van de anterieure overeenkomsten. Zie ook de brief aan PS mbt de Anterieure overeenkomst projectprocedures wind. Bij de Perspectiefnota 2027 stellen wij u voor aanvullende voorfinanciering beschikbaar te stellen tot een bedrag van € 13,2 miljoen. Wij verwijzen daarom naar de Perspectiefnota, die tegelijkertijd met de monitor voorligt in Provinciale Staten.
Ter behandeling van de reeds ingediende vragen hebben wij op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel besloten om een bedrag van € 1,3 miljoen te onttrekken aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel van prestatie 2.3.4 en toe te voegen aan de jaarschijf 2026. |
Totaal |
-308 |
9.725 |
10.033 |
-308 |
Doorgevoerde begrotingswijzigingen
Terug naar navigatie - Kerntaak 2: Milieu en energie - Doorgevoerde begrotingswijzigingenPrestatie |
Doorgevoerde begrotingswijziging |
Baten |
Lasten |
Saldo |
GS/PS Begrotingswijziging |
Financiële toelichting |
|---|---|---|---|---|---|---|
2.1.1 Beleid en kaderstelling milieu |
-212 |
0 |
212 |
-212 |
PS 004 Jaarstukken 2025 BW per 1-1 |
SPUK Deltaprogramma Zoetwater
Voor de realisatie van uitvoering van de tweede fase Deltaprogramma hebben wij een bijdrage van het Rijk ontvangen. Voor de periode 2022-2027 gaat dit om een bijdrage van 25% in de kosten van maatregelen die bijdragen aan de vergroting van de waterbeschikbaarheid door zuinig gebruik of het vasthouden, verdelen of aanvoeren van zoetwater. In 2025 is € 0,9 miljoen minder gerealiseerd dan geraamd. Dit wordt veroorzaakt doordat er bij de uitvoering van projecten vertragingen zijn opgetreden en/of dat projecten later zijn of worden gestart dan eerder gepland. Dit heeft met name te maken met vertraging in grondverwerving, die nodig is om de maatregelen uit te voeren.
Reserve Zoetwater Oost NL
De realisatie van het programma ZON wordt mede gedekt vanuit de reserve ZON. In 2025 is er voor de realisatie van maatregelen minder uit de reserve onttrokken dan voorzien. Dit heeft te maken met het feit dat uitgaven vertraging hebben opgelopen en vanwege wegvallen cofinanciering, waardoor projecten niet uitgevoerd kunnen worden.
Haarvat op peil (RVS)
Wij investeren via het programma ZON (Zoetwatervoorziening Oost Nederland) in integrale projecten om water vast te houden en bij een piekafvoer tijdelijk te bergen in de haarvaten van het watersysteem “Programma Haarvaten Op Peil in Overijssel (HOP)”. Uit de jaarlijkse uitvraag bij onze subsidiepartners blijkt dat de realisatie vertraging heeft opgelopen. Daarom schuiven we deze middelen door en passen het bestedingsritme aan op basis van de uitgevraagde realisatie.
PS begrotingswijziging
Wij stellen voor om de volgende bedragen te onttrekken voor de jaren 2026-2027 aan de Reserve Verstrekte Subsidies en toe te voegen aan de begroting van prestatie 1.2.2. Het gaat om de volgende verdeling: 2026 € 68.000 en 2027 € 73.000. |
2.1.2 Vergunningverl,toez.&handh. milieu |
-475 |
0 |
475 |
-475 |
Wijz. 201 Doorwerking PS 2025 |
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 201 Doorwerking PS 2025 |
2.2.1 (Asbest)verontreinigde bodemlocati |
0 |
454 |
454 |
0 |
Wijz. 202 Doorwerking GS 2025 |
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 202 Doorwerking GS 2025 |
2.2.3 Beheer nazorgfonds |
0 |
965 |
965 |
0 |
Wijz. 202 Doorwerking GS 2025 |
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 202 Doorwerking GS 2025 |
2.3.1 Stim. energiebesparende maatregel. |
307 |
0 |
-307 |
307 |
PS 004 Jaarstukken 2025 BW per 1-1 |
Grondwaterheffing
Er is meer geld binnengekomen voor de grondwaterheffing. In 2024 is de registratie van de heffingen bij onze partners opgeschoond. Hierdoor is extra geld van vorige jaren alsnog binnengekomen. Dit heeft ook nog effect in 2025. Dit extra geld voegen we toe aan de Voorziening grondwaterbeheer door een extra storting.
Robuuste Drinkwatervoorziening (KVO)
Er zijn iets meer kosten gemaakt in 2025 voor robuuste drinkwatervoorziening dan bij monitor II ingeschat.
Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering kwaliteit van Overijssel hebben wij voor prestatie 1.2.3 € 8.944 extra onttrokken aan de voor deze prestatie beschikbare middelen in deze reserve. |
2.3.1 Stim. energiebesparende maatregel. |
-2.560 |
75 |
2.635 |
-2.560 |
GS 102 Jaarstukken 2025 |
Deze wijziging heeft betrekking op GS 102 Jaarstukken 2025 |
2.3.1 Stim. energiebesparende maatregel. |
-3.087 |
0 |
3.087 |
-3.087 |
Wijz. 201 Doorwerking PS 2025 |
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 201 Doorwerking PS 2025 |
2.3.1 Stim. energiebesparende maatregel. |
-2.459 |
0 |
2.459 |
-2.459 |
Wijz. 202 Doorwerking GS 2025 |
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 202 Doorwerking GS 2025 |
2.66.66 Toegerekende personeelsgeb kn |
100 |
0 |
-100 |
100 |
Wijz. 203 Doorwerking ADM 2025 |
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 203 Doorwerking ADM 2025 |
Totaal |
-8.387 |
1.494 |
9.881 |
-8.387 |