Inleidende samenvatting
Inleidende samenvatting Monitor 2026-II
Terug naar navigatie - Inleidende samenvatting - Inleidende samenvatting Monitor 2026-IIVoor u ligt de tweede monitor van 2026. In deze monitor zijn de afwijkingen en wijzigingen ten opzichte van de begroting 2026 te lezen.
We duiden de voortgang van de prestaties uit de begroting via kleurscores. De inhoudelijke kleurscore laat zien of de acties naar verwachting volledig (groen), deels (oranje) of niet (rood) gerealiseerd zullen worden in 2026. Daarnaast geeft de financiële kleurscore aan in welke mate het budget wordt besteed; binnen 75% - 100% van het budget (groen), minder dan 75% van het budget (oranje), of een verwachte overbesteding (rood).
Hieronder is een samenvatting van de belangrijkste aandachtspunten uit deze monitor te lezen.
Ons platteland, landbouw en natuur
Terug naar navigatie - Inleidende samenvatting - Ons platteland, landbouw en natuurVergunningverlening
Op dit moment ligt vergunningverlening vanwege de stikstofproblematiek nog stil en kunnen we PAS-melders niet legaliseren. Het kabinet heeft op 26 juni het maatregelpakket voor stikstof, natuur en landbouw gepresenteerd. Dat moet ervoor zorgen dat we op termijn weer vergunningen kunnen verlenen. Op dit moment houden we - met instemming van de aanvragers voor het afwijken van de formele behandeltermijn - vergunningaanvragen nog aan in afwachting van de verdere uitwerking van het pakket. Handhavingsverzoeken en intrekkingsverzoeken vragen extra aandacht en inzet. We doen er alles aan om als provincie de problemen rond vergunningverlening op te lossen. Zo zijn we in 3 Natura 2000-gebieden gestart met het onderzoeken van aanvullende gebiedsgerichte maatregelen (GGM) (Brief aan PS GGM) en zijn we vrijwillig gestart met een pilot ‘geborgde emissiereductie Overijssel’ om de emissiedruk van een bedrijf met een PAS-melding te verlagen.
Herziening Natura 2000-beheerplannen
We werken hard aan de herziening van de Natura 2000-beheerplannen. In circa 10 gebieden bereiden we de inhoud voor. Voor het Wierdense Veld en Boetelerveld hebben we inloopavonden georganiseerd. Toch verwachten we dat we niet alle beheerplannen voor het einde van de verlengde looptijd definitief kunnen vaststellen. Dit heeft verschillende oorzaken, zoals de samenloop met andere trajecten, bijvoorbeeld met de gebiedsgerichte maatregelen (GGM) in de Borkeld, of de relatie met de Ontwikkelopgave. We verwachten dat we in het voorjaar van 2028 het ontwerp-beheerplan voor het Wierdense Veld kunnen vaststellen. Ook zorgt onduidelijkheid over hoe we moeten omgaan met vrijstellingen als gevolg van de invulling van het landelijke beleid voor stikstof, natuur en landbouw voor vertraging.
Ontwikkelopgave
Ook werken we aan de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland via de Ontwikkelopgave. Ondanks de onzekerheid als gevolg van beleidsontwikkelingen blijven we voortgang boeken. Zo worden projectbesluiten vastgesteld en zetten we de uitvoering van herstelmaatregelen in de gebieden voort. Dit jaar verwachten we in 20 gebieden de externe maatregelen af te ronden. Tegelijkertijd lopen de uitvoering en planvorming in verschillende gebieden vertraging op. Dit komt onder meer door de lange duur van beroepsprocedures en veranderingen in het beleid. Vooral het maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof dat het kabinet heeft aangekondigd zorgt voor onzekerheid. Daarnaast stellen we de start van de interne maatregelen in twee deelgebieden uit tot 2027. Dit komt onder meer door een tekort aan capaciteit bij terreinbeherende organisaties.
Bossenstrategie
Inmiddels is voor het aanleggen van 250 hectare bos subsidie aangevraagd, in het kader van de bossenstrategie. Een deel van die subsidies kennen we dit jaar nog toe. De aanleg van bos op eigen grond loopt vertraging op. We hebben de nodige acties uitgezet om dit te versnellen. We verwachten dit jaar 7 hectare aan te planten. De rest volgt in 2027.
Faunabeheer
De overschrijding van het budget voor faunaschade in 2026 loopt verder op. Op basis van de meest recente prognoses, waaronder de verwachting van BIJ12, gaan we momenteel uit van een overschrijding van circa € 0,65 miljoen. De kosten stijgen door een toename van het aantal aanvragen, hogere taxatiekosten en hogere vergoedingen voor gewasschade. Daarnaast spelen tegemoetkomingen voor schade binnen NNN-gebieden een rol. Hoewel het aantal ganzen afneemt, is deze daling nog onvoldoende om ook de schade-uitkeringen te laten dalen.
Uitvoeringsprogramma Maatregelenpakket
Binnen het Uitvoeringsprogramma Maatregelpakketten zijn inmiddels voor alle onderdelen van het eerste maatregelpakket subsidieregelingen opengesteld. Regelingen die relatief eenvoudig in de bestaande bedrijfsvoering passen, worden goed benut. Bij maatregelen die een grotere of langdurige omslag vragen, blijft de belangstelling achter. Onzekerheid over beleid en vergunningverlening maakt ondernemers terughoudend om te investeren. Hierdoor besteden we de beschikbare middelen langzamer dan voorzien.
Ook de 36 koplopergebiedsprocessen komen verder. Sinds Monitor I zijn vijf voorverkenningen en vier verkenningen afgerond en bevinden de eerste koplopers zich inmiddels in de fase van planuitwerking. Tegelijkertijd blijkt het lastig om plannen daadwerkelijk uit te voeren. Vergunningverlening, regels rond staatssteun en grondafwaardering en onzekerheid over toekomstig Rijksbeleid beperken de mogelijkheden. Daarom verwachten we niet alle middelen binnen de huidige looptijd tot eind 2028 te kunnen besteden. Met het Rijk bespreken we een mogelijke verlenging van het programma, zodat meer tijd ontstaat om ook maatregelen met een langere doorlooptijd uit te voeren.
Milieu en natuur
Sinds Monitor I hebben we verdere stappen gezet in het participatieproces voor de ontwikkeling van het beleid voor gewasbeschermingsmiddelen. Mede op basis van de gesprekken uit het participatieproces hebben wij een concept pakket met basismaatregelen opgesteld. Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat de negatieve effecten van chemische gewasbeschermingsmiddelen afnemen en de bescherming van natuur, waterkwaliteit en de gezondheid van omwonenden verbeterd. Eind 2026 leggen we dit in een Statenvoorstel aan Provinciale Staten voor.
Daarnaast hebben wij in deze periode de GGD opdracht gegeven om een nieuwe milieuverkenning op te stellen. Deze milieuverkenning vormt straks de kennisbasis voor een nieuwe milieunota. De milieunota vormt vervolgens de basis om te werken aan de milieudoelen uit de omgevingsvisie.
Ons water- en energiesysteem
Terug naar navigatie - Inleidende samenvatting - Ons water- en energiesysteemRegionaal Waterprogramma (RWP)
In 2026 hebben wij het Regionaal Waterprogramma 2026-2030 vastgesteld. Daarmee hebben we het beleidskader voor water, bodem en ruimtelijke adaptatie voor de komende jaren vastgelegd. We werken inmiddels aan de uitvoering daarvan. Hiervoor stellen we een uitvoeringsagenda op waarin we concreet maken welke acties we de komende jaren uitvoeren en welke opgaven daarbij prioriteit krijgen.
Daarnaast werken we aan de Overijsselse Wateraanpak (OWA). Hiermee versterken we de samenwerking met gemeenten, waterschappen en andere partners rond de wateropgaven in Overijssel en ondersteunen we de uitvoering in de praktijk. Voor de verdere uitwerking hiervan bereiden we een investeringsvoorstel voor. Daarnaast organiseren we Waterateliers om de wateropgaven samen met onze partners verder te brengen.
Voor de bovenregionale stresstest voor het grensoverschrijdende stroomgebied van de Vecht brengen we verder in beeld wat de gevolgen zijn van extreme neerslag, onder meer voor vitale en kwetsbare functies. Op basis daarvan voeren we risicodialogen en werken we toe naar mogelijke maatregelen.
Programma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland
Wij voeren met partners het maatregelenprogramma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland 2022-2027 uit, als onderdeel van het landelijke Deltaprogramma Zoetwater. Tegelijkertijd bereiden we de derde planperiode 2028-2033 voor. Conform de motie ‘De Zon schijnt door’ houden we rekening met provinciale cofinanciering voor deze volgende periode. Op basis van het concept-werkprogramma werken we het maatregelenpakket en de bijbehorende kosten en benodigde cofinanciering verder uit.
Drinkwater
We werken verder aan de uitvoering van de Uitvoeringsagenda Bescherming Drinkwaterbronnen 2026-2030. Daarnaast zetten we in op het verminderen van het drinkwatergebruik bij onder andere bedrijven en bedrijventerreinen, huishoudens en nieuwbouw. Hiervoor breiden we de samenwerking uit met gemeenten, bedrijfsleven, woningcorporaties, projectontwikkelaars en andere partners.
Tegelijkertijd werken we aan het vergroten van de drinkwaterproductiecapaciteit. Om ook in de toekomst aan de drinkwatervraag in Twente te kunnen voldoen, is aanvullende productiecapaciteit in West-Overijssel en voldoende transportcapaciteit van west naar oost nodig. Voor de Drinkwaterverbinding Overijssel zijn inmiddels een noordelijk en een zuidelijk referentietracé bepaald. In 2026 is de verkenningsfase gestart en zijn de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en het participatieplan ter inzage gelegd. Binnen de referentietracés onderzoeken en vergelijken we mogelijke varianten. Op basis daarvan bepalen we in een volgende fase per tracé een voorkeursalternatief.
Kaderrichtlijn Water (KRW)
Voor de Kaderrichtlijn Water werken we aan het verbeteren van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Naast de uitvoering van de lopende KRW-maatregelen werken we via de KRW-impuls Overijssel aan aanvullende maatregelen en meer inzicht in bronnen en effectieve maatregelen. Tegelijkertijd bereiden we onze provinciale bijdrage aan het vierde Stroomgebiedbeheerplan (SGBP4) voor, dat betrekking heeft op de periode 2028-2033. Daarbij ligt voor de provincie een belangrijk accent op de grondwaterkwaliteit en werken we met waterschappen en andere partners aan de samenhang met de oppervlaktewaterkwaliteit. De provinciale KRW-maatregelen krijgen vervolgens een plek in de uitvoeringsagenda van het RWP, zodat beleid, maatregelen en uitvoering goed op elkaar aansluiten.
Warmtebedrijf
We hebben vertraging opgelopen bij de oprichting van het Warmtebedrijf Drenthe Overijssel (WDO). Nieuwe landelijke ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat Enexis haar deelname aan het WDO opnieuw overweegt. Daarom heeft de stuurgroep WDO besloten om voorlopig pas op de plaats te maken in het oprichtingsproces.
Waterstof
We willen waterstof beschikbaar maken voor bedrijven en transport in deze regio's. In Twente kan dit al voor 2030 en zijn we met een breed consortium aan de slag om dit via een regionale aftakking van het Duitse waterstofnetwerk mogelijk te maken. De aansluiting hiervoor is besteld en beschikbaar per eind 2027. Voor aansluiting op het Nederlandse waterstofnetwerk – dat naar verwachting gereed is in 2032 - hebben we samen met onze partners in Noordwest-Overijssel en Deventer een overeenkomst gesloten met Hynetwork Services. Dit heet een Valve Study Agreement (VSA) en geeft inzicht in de kosten en locatie voor een T-stuk. We verkennen samen met onze partners de benodigde vervolgstappen.
Wind
Alle tijdvakken voor het indienen van een aanvraag voor een windpark zijn inmiddels gesloten. We hebben 120 bezwaarschriften behandeld tegen de weigering om een aanvraag voor een projectbesluit voor een windpark in behandeling te nemen. Momenteel lopen nog de procedures voor 11 bezwaren tegen de weigering van de aanvragen voor een projectbesluit in het gebied Hardenberg. De volgende stap is het tekenen van een samenwerkings- en anterieure overeenkomst met de aanvragers met wie wij de projectprocedure gaan starten.
Onze woningen, bereikbaarheid en ruimte
Terug naar navigatie - Inleidende samenvatting - Onze woningen, bereikbaarheid en ruimteDe zomer van 2026 was uitzonderlijk droog. Lage grond- en rivierwaterstanden en een tekort aan beschikbaar zoetwater hadden gevolgen voor natuur, landbouw, scheepvaart, industrie en waterkwaliteit. Deze ontwikkelingen onderstrepen de urgentie om water beter vast te houden, het gebruik ervan zorgvuldig af te wegen en ons water- en bodemsysteem duurzaam in te richten.
Woningbouw en verstedelijking
Vanuit het Investeringsprogramma Wonen werken we met onze partners aan het realiseren van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen op de korte termijn. We ondersteunen de uitvoering van de woondeals met de instrumenten uit ons investeringsprogramma. In september is besloten om € 6 miljoen over te hevelen van de woonfaciliteit naar de subsidieregeling langer zelfstandig wonen. Met deze extra middelen kunnen we het merendeel van de binnengekomen aanvragen voor deze regeling verlenen.
Daarnaast is in juni de verstedelijkingsstrategie Twente (Ruimtelijke ontwikkelstrategie Twente) behandeld in de commissie ruimte en water. Met de inbreng van Provinciale Staten en die van de andere partners werken we momenteel aan de definitieve versie, die wordt vastgesteld in het rijk-regio overleg (MIRT-overleg). Voor de regio Stedendriehoek leggen we momenteel met de partners de laatste hand aan de verstedelijkingsstrategie. Provinciale Staten kunnen hier komende winter op reageren. Zowel voor de regio Stedendriehoek als voor Twente begint met het vaststellen van deze verstedelijkingsstrategieën een langjarige samenwerking tussen Rijk en regiopartners.
In de regio Zwolle werken we samen met de partners aan de realisatie van de verstedelijkingsstrategie (Warme harten in een klimaatadaptieve delta). Rijk en regio hebben begin september een eerste versie van de Regionale Investeringsagenda vastgesteld.
Landelijk gebied
De bestaande regeling Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) wordt na 15 jaar, mede als gevolg van de vastgestelde Nieuwe Omgevingsvisie, doorontwikkeld naar Kwaliteitsimpuls Leefomgeving voor het landelijk gebied. De kern is een beweging van een casus- naar een gebiedsgerichte benadering waarin initiatieven worden gewogen op hun bijdrage aan bredere omgevingskwaliteit (alle Rode Draden uit de Omgevingsvisie). De initiatieven dragen bij aan een sociaaleconomisch sterk platteland en de opgaven in een gebied. Hierbij is oog voor betrokkenheid van omwonenden. De nieuwe methodiek met daarin een heldere rolduiding voor provincie, gemeente en initiatiefnemer wordt in vierde kwartaal aan GS voorgelegd.
Openbaar vervoer
We ontwikkelen het openbaar vervoer ook dit jaar verder. Daarom start in december zowel in Hardenberg als Haaksbergen een nieuwe vraagafhankelijke buurtbus, waarmee de bereikbaarheid in het landelijk gebied verbetert. Die verbetering zien we ook in Noordoost-Twente, waar een grote wijziging van het lijnennet ervoor zorgt dat veel mensen sneller en directer bij voorzieningen in de steden komen.
Op het gebied van spoor zijn in 2026 al grote stappen gezet. Zo hebben Provinciale Staten in januari 2026 ingestemd met het Statenbesluit voor de investering in twee extra treinstellen voor de regionale treinverbinding Zwolle-Enschede. Vanaf 2029 voegen we deze extra treinen aan de dienstregeling toe.
Ook gunnen we nog in 2026 de opdracht voor de uitvoering van de elektrificatie van de spoorlijn Almelo-Mariënberg. De werkzaamheden moeten bij de start van de nieuwe concessie in december 2028 zijn uitgevoerd. Voor de elektrificatie van de spoorlijn Zutphen-Hengelo-Oldenzaal hebben we ProRail opdracht gegeven voor de planuitwerking. In september 2026 heeft GS het Programma van Eisen vastgesteld voor de kortlopende (diesel)treinconcessie van december 2028 tot december 2032. Het gaat om een overbruggingsconcessie voor de periode waarin de spoorlijn nog niet is geëlektrificeerd.
Hoofdlijnafspraken concessie IJssel-Vecht
De continuïteit van het busvervoer in de concessie IJssel-Vecht is door de operationele verliezen van EBS in de concessie IJssel-Vecht onder druk komen te staan. Elke dag reizen duizenden reizigers met de bus in de regio IJssel-Vecht, voor vele van hen zou de impact zeer groot zijn als het busvervoer stil komt te liggen. Voor de drie provincies is het borgen van de continuïteit van het openbaar vervoer binnen de concessie daarom de belangrijkste opgave om op die manier de maatschappelijke en financiële impact zo minimaal mogelijk te houden. Om het busvervoer de komende jaren te garanderen zijn EBS en de drie provincies Flevoland, Gelderland en Overijssel (als concessieverleners) overeengekomen dat de concessie IJssel-Vecht 2023-2035 wordt gewijzigd. De concessie wordt per 7 juli 2029 beëindigd. Voornoemde provincies zijn daarbij voornemens een financiële bijdrage te leveren in het beperken van de operationele verliezen om zo de continuïteit van het busvervoer tot het einde van de concessie te waarborgen. Voor reizigers en personeel blijven daardoor de wijzigingen beperkt.
Inzet op verkeersveiligheid en gedragsbeïnvloeding
Naast de jaarlijkse € 500.000 structureel voor het uitvoeren van het Werkplan verkeersveiligheid en gedragsbeïnvloeding, is er voor deze coalitieperiode ook jaarlijks een extra budget van € 100.000 gereserveerd. Hiervoor voeren we onder meer verschillende gedragsprojecten uit.
Zoals een uitgebreide gedragsanalyse op een locatie waar ongevallen plaatsvonden, maar de oorzaak niet direct duidelijk was. We voerden de analyse uit met een drone, schouwen op locatie, enquêtes en interviews met verkeersdeelnemers. Op basis van de analyse hebben we verschillende gedragsinterventies ingezet, waaronder het plaatsen van een bord, communicatie via diverse kanalen, gesprekken met weggebruikers en aandacht binnen de rijlessen door een plaatselijke rijschoolhouder. Ook vroegen we mbo-studenten een campagne te ontwikkelen over drugs in het verkeer. Dit resulteerde in diverse plannen die we in 2027 verder laten uitwerken tot een complete regionale campagne.
Via sociale wijkteams in gemeenten hebben we het project Camp 21 uitgevoerd. Dit is een verkeerseducatieproject voor de aanpak van verkeersasociaal gedrag bij jongeren. In samenwerking met de provincies Friesland, Groningen en Drenthe dragen we financieel bij aan de ontwikkeling van een snelheidssimulator. We kunnen deze simulator op straat en bij evenementen inzetten om verkeersdeelnemers bewust te maken van de risico’s van snelheid in het verkeer.
Beheer en onderhoud provinciale infrastructuur
De opgave voor het beheer en onderhoud van de provinciale infrastructuur neemt toe. Door extreme weersomstandigheden waren aanvullende maatregelen nodig, waaronder extra inzet voor gladheidsbestrijding. Dit heeft geleid tot hogere onderhouds- en beheerkosten. Daarnaast zien we een stijging in de omvang van het benodigde groot onderhoud. Dit leidt tot een grotere opgave voor de komende jaren. De planning van deze projecten blijft echter afhankelijk van technische inzichten die tijdens de voorbereiding en uitvoering naar voren kunnen komen.
Positief is dat ontwikkelingen binnen de stikstofaanpak meer ruimte bieden om investeringsprojecten van bruggen en wegen weer op te pakken en sneller uit te voeren. Bij deze monitor worden enkele voorstellen gedaan om de huidige financiële tekorten te dekken binnen de begroting. Tegelijkertijd blijven externe factoren, zoals geopolitieke ontwikkelingen, marktomstandigheden en capaciteitstekorten, van invloed op de planning, scope en kosten van projecten. Daarom actualiseren wij de programmering periodiek, zodat beschikbare middelen doelmatig kunnen worden ingezet en de provinciale infrastructuur ook in de toekomst veilig, bereikbaar en betrouwbaar blijft.
Onze economie
Terug naar navigatie - Inleidende samenvatting - Onze economieOndernemerschap en arbeidsmarkt
Wij zijn gestart met een door de EU gefinancierd programma voor zowel familiebedrijven als start- en scale-ups. Met dit Interreg-project versterken we de samenwerking in de grensregio op deze thema's en stimuleren we de uitwisseling van kennis.
We kennen binnen het Retailprogramma twee actielijnen. We zien dat er veel belangstelling is voor actielijn 1: de arrangementen voor kleine steden en dorpen. De middelen voor kennis en netwerk, actielijn 2, worden op dit moment echter niet allemaal ingezet, omdat de vraag hiernaar lager is dan verwacht.
In het arbeidsmarktprogramma zijn we gestart met een regeling voor arbeidsproductiviteit. Hier wordt al veel gebruik van gemaakt. Daarnaast besteden we via awards, stages en regelingen veel aandacht aan het belang van vakmanschap. In lijn met de motie Breed gedragen ambities 2026 hebben we een regeling opengesteld om deelname aan internationale vakwedstrijden te ondersteunen. Voor ondersteuning van vakmanschap binnen mkb-bedrijven in de industrie hebben we een regeling geopend voor een vaardighedenscan en advies door een vakexpert.
We zijn samen met de gemeenten gestart met de herijking van de Programmeringsafspraken bedrijventerreinen 2027-2030. De belangstelling voor de ondernemersregeling om bedrijventerreinen gezamenlijk toekomstbestendig te maken blijft achter bij de verwachtingen. Ondernemers hebben wel belangstelling voor de ondersteuning van het ‘Versnellingsteam aanpak bedrijventerreinen’, om energievraagstukken in beeld te brengen en aan te pakken.
Innovatie
De versterking van de chiptechsector in Overijssel blijft een prioriteit. De ontwikkeling van de Twentse fotonicafabriek New Origin verloopt voorspoedig. De uitwerking van de plannen heeft enigszins vertraging opgelopen door het zoeken naar oplossingen voor de vraagstukken met betrekking tot het verkrijgen van energie en water. De eventuele middelen die wij als provincie aanvullend moeten investeren, zijn daardoor nog niet besteed.
Europa
We zijn bezig met de voorbereidingen van de nationale en regionale uitwerking van het nieuwe Europees Meerjarig Financieel Kader (MFK) vanaf 2028. Hierbij zorgen we voor een goede onderbouwing om onze provinciale opgaven een plek te geven in het Nationale en Regionale Partnerschapsplan (NRPP). De programma’s 2021-2027 zijn volop in uitvoering. Ook dit jaar steunen we nieuwe projecten vanuit de regionale programma’s op het gebied van (energie)innovatie, landbouw en grensoverschrijdende samenwerking.
Nationale Veiligheid en defensie
Op 30 september 2026 hebben Provinciale Staten de opdracht gegeven om het beleidsprogramma Nationale Veiligheid en Defensie uit te voeren. Met het beleidsprogramma Nationale Veiligheid en Defensie 2026-2027 zetten we in op het versterken van de Oost-Nederlandse Defensie- en Veiligheidsindustrie, het versterken van de economische veerkracht en (voedsel)productiezekerheid, een sterke transportas, de ‘North Sea Baltic Corridor’, en een zorgvuldige afweging van de ruimtebehoefte van Defensie en andere provinciale opgaven. Omdat uitvoeringsactiviteiten voorbereiding vragen, verwachten wij dat we niet alle beschikbare middelen binnen de oorspronkelijke begrotingsplanning besteden.
Recreatie en vrije tijd
In de afgelopen periode hebben we verder uitvoering gegeven aan de investeringsimpuls voor de vrijetijdseconomie. Daarbij bleek de belangstelling voor de subsidieregeling ‘Ons Toeristisch MKB groen, digitaal en toegankelijk’ lager dan verwacht. We hebben naar de oorzaak gekeken en de hebben de beschikbare middelen ingezet voor de ontwikkeling van de nieuwe subsidieregeling ‘Nieuw aanbod, nieuwe gasten’. Deze regeling is op 21 september 2026 opengesteld en richt zich op de ontwikkeling van onderscheidend en vernieuwend toeristisch aanbod in Overijssel.
Onze sociale samenleving
Terug naar navigatie - Inleidende samenvatting - Onze sociale samenlevingSociale ontwikkeling
Voor een sociaal, vitaal en gezond Overijssel voeren we het beleid Sociale Kwaliteit uit op basis van de uitvoeringsagenda 2025-2026. We stimuleren initiatieven vanuit de samenleving op het gebied van vrijwilligerswerk, sport- en beweegmogelijkheden, inclusie en sociale ontmoeting. Via de Sociale Kwaliteit Academie koppelen we academische kennis aan ons beleid. We hebben het ontwerp van het uitvoeringsprogramma Sociale Kwaliteit 2027-2032 en de Sociale Agenda 2027-2028 vastgesteld en ter inzage gelegd. Daarnaast is de Welzijnsmonitor LHBTIQA+ gepubliceerd.
Leefbaar Platteland
In 2026 hebben we de inspanningen op de drie programmalijnen, die we in 2024-2025 hebben ingezet, voortgezet. De subsidieregelingen Dorpsplannen, Planvorming en Fysieke investeringen zijn opgehoogd om leefbaarheidsinitiatieven verder te ondersteunen. Binnen de lijn Lerend Netwerk Dorpschool hebben we verder ingezet op verdieping van ons netwerk. Dit jaar zijn ook de Tussenbalans en het visiedocument Stemmen van het Overijsselse Platteland opgeleverd. Beide stukken vormen bouwstenen voor de Plattelandsagenda.
Cultuur en erfgoed
Nadat we in het eerste uitvoeringsjaar van het cultuur- en erfgoedbeleid 2025-2028 onder meer nieuwe afspraken met onze partners hebben gemaakt en regelingen opnieuw hebben opengesteld, werken we in 2026 verder aan de uitvoering van het beleid. Voor Erfgoed maken we met de subsidieregeling Verhaal van Overijssel meer dan het voorgenomen aantal projecten mogelijk. Hiervoor is naar verwachting minder budget nodig dan verwacht.
Afgelopen jaar hebben we verschillende subsidieregelingen opengesteld rondom cultuur en erfgoed. Hieruit bleek dat het beschikken van subsidies op basis van de huidige systematiek niet altijd aansluit bij de initiatieven. In 2027 onderzoeken wij hoe we onze subsidiesystematiek beter kunnen laten aansluiten bij het culturele veld.
In 2026 heeft het ministerie van OCW het proces om vanaf 2029 het cultuurstelsel te herzien voortvarend opgepakt. Onze voorbereiding van een nieuwe subsidieregeling voor de cultuurregio’s loopt vertraging op door gewijzigd inzicht bij het ministerie van OCW over de positie van de cultuurregio’s. Hierdoor kunnen wij het voor deze regeling beoogde budget dit jaar niet goed inzetten. Daar is meer tijd voor nodig.
Het uitvoeringsprogramma Basisvaardigheden is medio 2026 vastgesteld. Hierdoor lukt het niet om alle in 2026 beoogde activiteiten dit jaar uit te voeren.
Participatie
Samen met inwoners, organisaties en partners werken we aan de toekomst van Overijssel. Dit doen we volgens de Overijsselse participatiewerkwijze. Dit jaar hebben we geëvalueerd hoe de werkwijze in de praktijk werkt en wat beter kan. Uit de evaluatie blijkt dat er een goede basis ligt, maar dat extra inzet nodig blijft om onze participatievaardigheden te versterken. In de Perspectiefnota 2027 hebben Provinciale Staten hiervoor middelen gereserveerd. Alleen zo wordt én blijft participatie een vanzelfsprekend onderdeel van ons handelen.
Tussentijdse evaluatie programma Ondermijning
Samen met gemeenten en partners in het veiligheidsdomein werken wij binnen het programma Ondermijning aan een veilig en weerbaar Overijssel. Hoe we dat willen aanpakken, hebben we beschreven in de beleidsnota Ondermijning 2024-2027 (zie: statenvoorstel_PS24-000401). De tussentijdse evaluatie, waarover Provinciale Staten onlangs zijn geïnformeerd (D2026-08-009568), laat zien dat de aanpak na anderhalf jaar op koers ligt. Gemeenten waarderen de provinciale ondersteuning en het merendeel maakt gebruik van de beschikbare diensten. Vooral de specialistische kennis, het netwerk en de aanvullende capaciteit vinden zij waardevol. Gemeenten vinden het programma Ondermijning erg belangrijk en zien graag dat we dit de komende periode voortzetten.
500 jaar Overijssel
In de eerste helft van 2026 hebben we de verkenning naar de invulling van het jubileumjaar 2028 afgerond met besluitvorming over het budget op basis van het Plan van Aanpak. Veel van onze samenwerkingspartners hebben hier enthousiast aan bijgedragen. Aanvullend op gesprekken met een groot aantal partijen hebben we in het voorjaar met vertegenwoordigers van diverse maatschappelijke sectoren een brainstormsessie georganiseerd. De uitkomsten hiervan hebben we verwerkt in de planvorming. Daarnaast hebben we een visuele 500 jaar-stijl gemaakt en rechtenvrij beschikbaar gesteld voor iedereen die deze wil gebruiken. Deze is beschikbaar via https://huisstijl500jaaroverijssel.nl/.
Statenvoorstel
Terug naar navigatie - Inleidende samenvatting - StatenvoorstelHet Statenvoorstel is het besluitvormend stuk bij deze Monitor. Daarin staan de (financiële) voorstellen nader beschreven. Het Statenvoorstel vindt u onder de "paperclip' rechtsboven in het scherm.