Kerntaak 3: Vitaal platteland

Voortgang prestaties

Dit is hoe wij denken

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is hoe wij denken

We zijn trots op ons landelijk gebied met zijn prachtige (cultuur) landschappen, vitale agrarische bedrijven en afwisselende natuur. Deze kwaliteiten willen we behouden en versterken. Tegelijkertijd zijn er ontwikkelingen die impact hebben op de landbouw en natuur. Zoals klimaatverandering (met langere periodes van droogte) voor bijvoorbeeld de beschikbaarheid van water. Wettelijke opgaven op het gebied van natuur en water maken het steeds dwingender om maatregelen te treffen in het landelijk gebied. Deze kerntaak richt zich op het toekomstbestendig maken en houden van het landelijk gebied.    

De opgaven die op het landelijk gebied van Overijssel afkomen zijn talrijk en hangen onderling samen. Met een gebiedsgerichte aanpak, met betrokkenheid van inwoners, organisaties en bedrijven,  kunnen we het beste vorm geven aan de verschillende opgaven. We hanteren daarbij onze 3x3-aanpak, waarbij we ons steeds op drie doelen richten: een toekomstbestendige landbouwsector, een goed sociaaleconomisch perspectief en herstel van natuur, landschap, watersysteem en klimaat. In het programma Toekomst voor ons platteland geven we hieraan invulling. In onze koploperprojecten leren we hoe we de gebiedsgerichte aanpak het beste kunnen vormgeven. Ondertussen blijven we bij het Rijk aandringen op landelijke maatregelen en voldoende financiële middelen om de gebiedsgerichte aanpak voortvarend uit te kunnen voeren.

Wij zijn ook trots op onze boeren. Onze innovatieve agrarische sector is en blijft belangrijk voor Overijssel. In het programma Agro en Food ondersteunen we de hele keten om essentiële bouwstenen hiervoor te blijven ontwikkelen. We hebben de boeren nodig voor ons voedsel, de leefbaarheid, de regionale economie, de natuur en andere maatschappelijke opgaven. We willen dat boeren een gezonde en duurzame bedrijfsvoering kunnen voeren. Vakmanschap en ondernemerschap geven wij de ruimte. We zoeken daarnaast effectieve oplossingen voor situaties waarin ondernemers worden getroffen door de effecten van overheidsbeleid, zoals bij de zogenaamde PAS-melders.

Sinds de decentralisatie (2013) zijn Provincies verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het natuurbeleid. De natuur levert bouwstenen voor onze economie, welzijn en welvaart: voedselproductie door bestuiving van onze gewassen door insecten, verkoeling en zuivere lucht dankzij bomen, schoon water uit de kraan en grondstoffen zoals hout. 

We hebben in Overijssel 24 Natura 2000-gebieden. Elk van deze gebieden is uniek. Ieder gebied vraagt specifieke maatregelen voor herstel van de natuur richting “een gunstige staat van instandhouding”. In de Beheerplannen Natura 2000 bepalen we wat daarvoor nodig is. Met de Ontwikkelopgave Natura 2000 voeren we noodzakelijke maatregelen uit. Dat doen we samen met onze  partners zoals met Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Landschap Overijssel, particuliere natuurbeheerders, LTO, Overijssels Particulier Grondbezit (OPG), waterschappen en gemeenten. We intensiveren de samenwerking in de gebieden, onder andere door te werken aan een gedeeld kennisbeeld over bijvoorbeeld de staat van de natuur (gezamenlijk feitenonderzoek).  
De Natura-2000 gebieden zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) dat we uitbreiden en beheren conform de afspraken in het Natuurpact. 
Voor het herstel van de Natura 2000-gebieden moeten we soms stukken bos kappen. We compenseren dit gekapte bos en we hebben met het Rijk afgesproken extra bos aan te leggen als onderdeel van het Klimaatakkoord. 

We werken ook aan natuur buiten natuurgebieden, zoals de recent aangenomen Europese Natuurherstelwet van ons vraagt. We versterken de condities van Overijsselse aandachtsoorten en streven naar een basiskwaliteit van natuur om ervoor te zorgen dat algemene soorten ook algemeen blijven of weer kunnen worden. Dat gebeurt in het agrarisch gebied bijvoorbeeld door agrarisch natuurbeheer en aanleg en herstel van landschapselementen (groene en blauwe dooradering). En langs provinciale wegen leggen we bloemrijke bermen aan. We bevorderen dat bij andere functies, zoals wonen of bedrijventerreinen, ook natuur wordt meegenomen in de plannen. Dat doen we – geïnspireerd door de landelijke Agenda Natuurinclusief – door te werken aan een Natuurpositief Overijssel. 

Met ons programma Natuur voor Elkaar brengen we de natuur dichterbij mensen. We bevorderen de liefde voor natuur, betrekken mensen bij natuur in hun directe omgeving en gaan samen met inwoners aan de slag om hun leefomgeving groener en biodiverser te maken. Dat doen we door te helpen bij waardevolle initiatieven, zoals groene schoolpleinen, bomen planten, natuurinclusief bouwen, vergroening van tuinen en straten van sociale huurwoningen en groene sportlocaties.
  
In ons faunabeleid richten we ons op de balans tussen het beschermen van soorten en het voorkomen van schade door soorten. We zetten in op preventie van schade en maken gebruik van onze bevoegdheid om diersoorten in aantallen te beperken wanneer dat noodzakelijk is om faunaschade te voorkomen.  

We streven naar zo min mogelijk doorsnijding van leefgebieden van dieren door infrastructuur. Waar dat onvermijdelijk is, kijken we of we met maatregelen het faunaknelpunt kunnen oplossen.  

We zijn verantwoordelijk voor het bestrijden van invasieve exoten; niet inheemse planten en dieren die onze inheemse soorten bedreigen. We geven prioriteit aan het bestrijden van soorten die de gezondheid van mens of dier bedreigen en aan soorten die zich zeer snel kunnen verspreiden. 

Overijssel in cijfers

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Overijssel in cijfers

Alle voor deze kerntaak relevante kengetallen zijn hier te vinden.

Dit is wat wij doen

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen

3.1 Beschermen: behouden en vergroten van biodiversiteit

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen - 3.1 Beschermen: behouden en vergroten van biodiversiteit

Met beleidsontwikkeling op het gebied van natuur en landschap spelen we in op en/of geven we invulling aan nieuwe ontwikkelingen of nieuwe regelgeving (3.1.1). Met de andere provincies en het Rijk beïnvloeden we waar mogelijk het Europese natuurbeleid. Ook behartigen wij provinciale belangen bij het Rijk en andere partijen, en proberen we waar mogelijk (Europese) cofinanciering vrij te spelen voor onze opgaven. Door  onderzoek te doen, verwerven we kennis om beleidsvragen adequaat te beantwoorden. Wij voeren de wettelijke regels voor natuurbescherming uit door vergunningen te verlenen onder de Omgevingswet en te controleren of regels worden nageleefd (3.1.2). Voor de Europees beschermde Natura2000-gebieden stellen we plannen op voor het noodzakelijk beheer en we houden deze plannen actueel (3.1.3). We werken aan behoud en herstel van de biodiversiteit door het subsidiëren van natuurbeheer (3.1.4), agrarisch natuurbeheer (3.1.5) en projecten om de leefomgeving van bedreigde soorten - waarvoor Overijssel een belangrijk leefgebied is (“aandachtsoorten”) - te verbeteren (3.1.6). Door te monitoren en te evalueren zien we hoe de natuur zich ontwikkelt en kunnen we bijsturen (3.1.7). 

3.2 Beleven: een versterkte verbondenheid van mensen met natuur

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen - 3.2 Beleven: een versterkte verbondenheid van mensen met natuur

De natuur toont zich in het landschap. Om ons mooie Overijsselse landschap te kunnen blijven beleven, moeten we dit beheren. Wij stimuleren dat lokale gemeenschappen zich eigenaar voelen van hun landschap en ondersteunen initiatieven voor herstel en het beheer (3.2.1). Het beleven van de natuur bevorderen we door projecten uit te voeren waarin natuur en mensen elkaar ontmoeten (3.2.2). Wij brengen kinderen in aanraking met de natuur door het vergroenen van schoolpleinen, en door speelnatuur en natuureducatie te stimuleren. We stimuleren het vergroenen van steden en dorpen, waarmee we ook negatieve effecten van klimaatverandering als hittestress en wateroverlast verminderen. We stimuleren dat mensen die weinig toegang hebben tot de natuur, bijvoorbeeld vanwege ziekte of gezondheidsproblemen, toch van de natuur kunnen genieten en zo hun herstel of welzijn kunnen bevorderen. 

3.3 Benutten: een duurzaam samengaan van mensen met natuur

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen - 3.3 Benutten: een duurzaam samengaan van mensen met natuur

Voor de Natura 2000-gebieden in Overijssel zijn natuurdoelanalyses (NDA's) opgesteld. Die laten zien waar natuur achterblijft en welke knelpunten er zijn (3.3.1). De Nationale Parken zijn een aanjager voor integrale ontwikkelingen in de regio. Ze vormen een platform en bestuurlijk klankbord voor het gesprek over de transitieopgaven in het landelijk gebied met bewoners, ondernemers en overheden. De nationale parken zetten in op ontwikkeling van duurzame recreatie, toerisme en duurzaam ondernemerschap. Versterking van de natuur en landschap én verbinding van de mens en de omgeving is daarbij steeds het uitgangspunt. (3.3.2). Soms staan natuur en economische belangen op gespannen voet. Door preventieve maatregelen kan faunaschade zoveel mogelijk worden voorkomen. Zo nodig zetten wij in op het beheren van in het wild levende dieren, om faunaschade te voorkomen (3.3.4). Ook bieden wij, onder voorwaarden, een tegemoetkoming in de schade. Wij bestrijden niet-inheemse planten en dieren (invasieve exoten) die onze Overijsselse natuur bedreigen (3.3.5).

3.4 Ontwikkelen: een toekomstbestendig landbouw- en voedselsysteem

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen - 3.4 Ontwikkelen: een toekomstbestendig landbouw- en voedselsysteem

We streven als provincie naar een goede balans tussen voedselproductie en een gezonde leefomgeving. Daarbij gaan we uit van het vakmanschap en ondernemerschap van agrarische ondernemers. Zij krijgen de ruimte en het vertrouwen om hun bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken. Een gezonde bodem zien we als de basis voor een duurzame landbouw en een vitaal platteland.

De overgang naar een toekomstbestendige landbouwsector vraagt om investeringen in kennis en beleidsontwikkeling (3.4.1). Met het Agro & Food programma (3.4.2) ondersteunen we verduurzaming in de sector door het stimuleren van innovaties en concrete initiatieven gericht op een toekomstbestendige landbouw. Met de door het Rijk bekostigde maatregelpakketten werken we samen met de agrarische sector aan het concreet toepassen van erfgerichte maatregelen die bijdragen aan het realiseren van natuur-, water- en klimaatdoelen.

Door het ondersteunen van herverkavelingsprojecten (3.4.3) helpen wij de landbouwsector de bedrijfsvoering te optimaliseren en bevorderen we de verwezenlijking van andere opgaven in het landelijk gebied. 

3.5 Ontwikkelen: Transitie naar een toekomstbestendig landelijk gebied

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen - 3.5 Ontwikkelen: Transitie naar een toekomstbestendig landelijk gebied

In het programma Ontwikkelopgave Natura 2000 werken we aan het herstel van de biodiversiteit door de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (3.5.1). We nemen in 24 Natura 2000-gebieden maatregelen om de natuur te herstellen en te versterken. Dit doen we samen met onze partners: natuurorganisaties, landbouworganisaties, waterschappen en gemeenten. Met Rijksmiddelen uit het Programma Natuur nemen we extra maatregelen om het natuurherstel te versnellen en zo eerder weer (economische) ontwikkelingen mogelijk te maken.

Om de bodemdaling tegen te gaan, moet de uitstoot van broeikasgassen in het Veenweidegebied worden teruggedrongen. Dat heeft gevolgen voor de hier gevestigde agrarische bedrijven. Voor het Veenweidegebied maken we met de huidige gebruikers een gebiedsprogramma waarin de opgaven voor dit gebied in onderlinge samenhang worden uitgewerkt (3.5.2).

Wij zorgen voor de financiële afhandeling van voormalige subsidieregelingen voor natuurrealisatie (3.5.3).

PAS-melders zijn buiten hun schuld om in grote onzekerheid gebracht. In Overijssel zijn we geconfronteerd met handhavings- en intrekkingsverzoeken tegen PAS-melders en andere ondernemers. Wij blijven ons in 2026 onverminderd inzetten voor oplossingen voor de PAS-melders (3.5.4).

Eind 2020 is door het ministerie LNV en de provincies een landelijke bossenstrategie opgesteld. Deze hebben wij uitgewerkt in een provinciale bossenstrategie. Daarin richten we ons op klimaatdoelen (vastlegging CO2) en op biodiversiteitsdoelen. We geven prioriteit aan “boscompensatie”, het realiseren van nieuwe bossen om de bomenkap die nodig is in het kader van het herstel van onze Natura 2000 gebieden te compenseren. Daarnaast zetten we in op het revitaliseren van ons bestaande bos (3.5.5).

Door de complexiteit van de opgaven in het landelijk gebied is samenwerking tussen partijen in het landelijk gebied cruciaal. We leveren onze bijdrage aan het samenspel dat nodig is aan zes gebiedstafels (Noordwest Overijssel, Vechtdal, Salland, Noordoost Twente, West Twente en Zuidoost Twente) en een provinciebrede “Toekomst voor ons platteland-tafel" om tot concrete uitvoering in projecten te komen. (3.5.6).

Financiën

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Financiën

In onderstaande tabel staan de baten en lasten van deze kerntaak voor zover er een bedrag in de begroting is opgenomen. De tabel is uit te klappen voor meer details. Een meerjarig overzicht is te vinden in het onderdeel financiën - meerjarig overzicht baten en lasten.

Bedragen x €1.000

Voorgestelde begrotingswijzigingen

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Voorgestelde begrotingswijzigingen
Prestatie
PS/GS Begrotingswijziging of Resultaatbestemming
Voorgestelde Begrotingswijziging/Resultaatbestemming
Baten
Lasten
Saldo
Financiële toelichting prestatie
3.1.1 Beleidsontwikkeling en kaderstelling natuur en landschap
Vooraankondiging resultaatbestemming
-120
0
120
-120
Vooraankondiging resultaatbestemming Natuur en landschapsvisie: Op 2 juli 2025 is de motie ‘Financiering Natuur- en Landschapsvisie Overijssel’ aangenomen. De indieners gaven met de motie aan dat zij een visie op natuur en landschap in Overijssel willen. In de motie is GS gevraagd inzichtelijk te maken welke kosten daarmee gemoeid zijn. Via het PS voorstel (PS26-000177) "Motie breed gedragen ambities 2026" is € 175.000 beschikbaar gesteld voor het opstellen van een natuur- en landschapsvisie (Het Kompas) voor Overijssel. In 2026 is gestart met de ontwikkeling van Het Kompas. De digitale versie van Het Kompas zal vanwege complexiteit onder andere rondom digitale toegankelijkheid vertraagd zijn. Daardoor zal het grootste deel van het budget pas in 2027 worden gerealiseerd. Bij het jaarverslag zullen wij een voorstel voor resultaatbestemming voorleggen van, naar verwachting, € 120.000.
3.1.3 Opstellen en actualisatie beheerplannen Natura2000
GS Begrotingswijziging
216
0
-216
216
Verlagen incidenteel budget Kwaliteit van Overijssel (KvO): Zoals inhoudelijk toegelicht is een aantal acties vertraagd in de uitvoering, dit heeft ook financiële gevolgen. Naar verwachting zal het incidentele budget dat gedekt wordt uit de Reserve Uitvoering Kwaliteit van Overijssel niet worden besteed in 2026. Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om het budget voor prestatie 3.1.3 in 2026 te verlagen met € 216.000, en gelijktijdig de begrote onttrekking aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel met hetzelfde bedrag te verlagen.   Voorstellen looptijdeinde KvO budget te verlengen naar 2029: Er wordt nu aan de herziening voor circa 10 gebieden gewerkt. De herziening van beheerplannen kost meer tijd dan voorzien. Door vertragingen verschuift een groot deel van deze herzieningen naar de huidige (verlengde ) looptijd waarvoor de beheerplannen definitief moeten zijn vastgesteld. Extra inzet verschuift hierdoor ook naar de jaren 2027 t/m 2029. Om dit ook financieel mogelijk te maken is de incidentele financiering nodig voor de uitvoering. Wij stellen u voor om de looptijd van het KvO budget te verlengen van eind 2026 naar eind 2029. Vooraankondiging Resultaatbestemming MER budget: Bij de Perspectiefnota 2025 is incidenteel € 160.000  beschikbaar gesteld voor het opstellen van (eventueel benodigde) MilieuEffectRapport (MER) voor beheerplannen. Deze incidentele middelen zijn momenteel gekoppeld aan de jaren 2026 en 2027. Of er een milieueffectrapportage-procedure nodig is voor de gebieden waar nu aan wordt gewerkt, hangt af van het maatregelpakket dat in deze beheerplannen wordt opgenomen. Voor het opstellen van het ontwerp beheerplan voor Wierdense Veld wordt nu de MER procedure opgestart. Het is echter nog niet duidelijk of de realisatie in 2026 zal plaatsvinden.  Mocht het budget niet tot besteding komen dan zullen wij bij het jaarverslag een voorstel voorleggen om de € 160.000 door te schuiven naar 2028 (in 2027 is reeds budget aanwezig voor het opstellen MER).
3.1.3 Opstellen en actualisatie beheerplannen Natura2000
Vooraankondiging resultaatbestemming
-160
0
160
-160
Verlagen incidenteel budget Kwaliteit van Overijssel (KvO): Zoals inhoudelijk toegelicht is een aantal acties vertraagd in de uitvoering, dit heeft ook financiële gevolgen. Naar verwachting zal het incidentele budget dat gedekt wordt uit de Reserve Uitvoering Kwaliteit van Overijssel niet worden besteed in 2026. Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om het budget voor prestatie 3.1.3 in 2026 te verlagen met € 216.000, en gelijktijdig de begrote onttrekking aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel met hetzelfde bedrag te verlagen.   Voorstellen looptijdeinde KvO budget te verlengen naar 2029: Er wordt nu aan de herziening voor circa 10 gebieden gewerkt. De herziening van beheerplannen kost meer tijd dan voorzien. Door vertragingen verschuift een groot deel van deze herzieningen naar de huidige (verlengde ) looptijd waarvoor de beheerplannen definitief moeten zijn vastgesteld. Extra inzet verschuift hierdoor ook naar de jaren 2027 t/m 2029. Om dit ook financieel mogelijk te maken is de incidentele financiering nodig voor de uitvoering. Wij stellen u voor om de looptijd van het KvO budget te verlengen van eind 2026 naar eind 2029. Vooraankondiging Resultaatbestemming MER budget: Bij de Perspectiefnota 2025 is incidenteel € 160.000  beschikbaar gesteld voor het opstellen van (eventueel benodigde) MilieuEffectRapport (MER) voor beheerplannen. Deze incidentele middelen zijn momenteel gekoppeld aan de jaren 2026 en 2027. Of er een milieueffectrapportage-procedure nodig is voor de gebieden waar nu aan wordt gewerkt, hangt af van het maatregelpakket dat in deze beheerplannen wordt opgenomen. Voor het opstellen van het ontwerp beheerplan voor Wierdense Veld wordt nu de MER procedure opgestart. Het is echter nog niet duidelijk of de realisatie in 2026 zal plaatsvinden.  Mocht het budget niet tot besteding komen dan zullen wij bij het jaarverslag een voorstel voorleggen om de € 160.000 door te schuiven naar 2028 (in 2027 is reeds budget aanwezig voor het opstellen MER).
3.1.4 Beheer natuurterreinen
GS Begrotingswijziging
150
0
-150
150
Rijksmiddelen (mei circulaire) voor Natuurbrandpreventie en mitigatie 2025-2029: Nederland ziet steeds meer brandgevoelige dagen met mogelijke omstandigheden waarbij er sprake kan zijn van een risico op onbeheersbare natuurbranden. Het ministerie van LVVN stelt daarom in de periode 2026 tot en met 2029 in totaal € 10,8 miljoen beschikbaar aan provincies waar een verhoogd risico op natuurbranden aan de orde is (zie ook paragraaf 3.2.6 van de decembercirculaire 2025). De desbetreffende provincies worden hiermee in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om natuurbrandbeheersing te versterken, bijvoorbeeld door natuurbrandbeheersingsplannen op te stellen of betrokken partijen te begeleiden.  Het budget dat via de mei circulaire voor Overijssel is beschikbaar gesteld is € 160.000 voor 2026, € 275.000 voor 2027, € 275.000 voor 2028 en € 275.000 voor 2029. De verdeling van het budget in de meicirculaire is gebaseerd op ingediende aanvragen van provincies bij het ministerie van LVVN. De bedragen voor 2027, 2028 en 2029 zijn via de Begroting 2027 toegevoegd aan de Reserve Uitvoering Kwaliteit van Overijssel.  Rijksmiddelen (september circulaire) voor Natuurbrandpreventie en mitigatie 2025-2029: Aanvullend heeft het ministerie van LVVN in de periode 2026 tot en met 2029 een bedrag van € 28,7 miljoen beschikbaar aan de provincies gesteld. De provincies worden hiermee in staat gesteld om samen met natuurbeheerders risicobeperkende maatregelen te nemen. Het budget is € 5,2 miljoen in 2026, € 7,6 miljoen in 2027 en € 8 miljoen in 2028 en 2029. De verdeling van het budget is gebaseerd op de verdeelsleutel natuur die provincies hanteren. Voor Overijssel betekent dit een aanvullende bijdrage van € 555.936 voor 2026, € 812.521 voor 2027 en € 849.940 voor 2028 en 2029. PS begrotingswijziging - toevoeging ontvangen middelen 2026 aan Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel (U-KvO)  Onder kerntaak Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen stellen wij voor om de ontvangen decentralisatie-uitkeringen, ad € 160.000 en € 555.936 voor jaarschijf 2026, € 812.521 voor 2027 en € 849.940 voor 2028 en 2029 toe te voegen aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel en te koppelen aan prestatie 3.1.4 voor natuurbrandbeheersing met een looptijdeinde van eind 2029. GS begrotingswijziging budget natuurbrandpreventie 2026 (KvO budget t/m 2029): In de begroting 2026 is voor natuurbrandbeheersing een bedrag opgenomen van € 0,3 miljoen, naast de kosten van de projectleider verwachten wij nog één subsidie (€ 50.000) te gaan verlenen in 2026. Het restant budget, ad. € 150.000, ramen wij af en blijft vanwege het meerjarig karakter beschikbaar binnen de Reserve Uitvoering Kwaliteit van Overijssel (U-KvO) voor de periode 2027 t/m 2029. Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om het budget voor prestatie 3.1.4 in 2026 te verlagen met € 150.000, en gelijktijdig de begrote onttrekking aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel met hetzelfde bedrag te verlagen.  Rijksmiddelen (september circulaire provinciefonds) voor SNL - stijging standaardkostprijzen 2026: Het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) is de basis voor provincies om subsidie te  verlenen voor behoud en ontwikkeling van natuur en landschap (zie ook paragraaf 3.2.11 van de septembercirculaire 2025). De kosten voor SNL zijn fors hoger geworden doordat de standaardkostprijzen (SKP’s) voor het kunnen uitvoeren van goed en passend natuurbeheer eind 2025 aangepast zijn. Provincies ontvangen hiervoor een bijdrage van in (landelijk) totaal € 16 miljoen in en voor 2026. Voor Overijssel betreft dit een bijdrage van € 1.594.784, dit bedrag zal in 2027 in de herzieningen van beschikkingen worden verleend aan de beheerders. Wij stellen u voor om een bedrag van € 1.594.784 middels begrotingswijziging toe te voegen aan de jaarschijf 2027 van prestatie 3.1.4 van de begroting 2027. Deze wijziging hebben wij verwerkt onder de kerntaak Overhead, financiering en Algemene dekkingsmiddelen.
3.1.5 Beheer natuurwaarden in agrarisch gebied
Vooraankondiging resultaatbestemming
-1.650
0
1.650
-1.650
Verwachte lagere besteding / vooraankondiging resultaatbestemming:  Als gevolg van hogere Europese Cofinanciering en ontvangen  aanvullende rijksmiddelen vanuit de septembercirculaire verwachten wij in 2026 € 1,65 miljoen minder aan eigen provinciaal budget in te zetten voor agrarisch natuurbeheer (ANLB). Voor de (verwachte) lagere realisatie zullen wij bij het jaarverslag een voorstel voor resultaatbestemming voorleggen om dit bedrag te reserveren in de Reserve Agrarisch Natuurbeheer. Belangrijkste reden is dat er een verschil zit in de looptijd van de afgegeven beschikkingen agrarisch natuurbeheer (2028) en de Europese cofinanciering binnen het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) periode (2027). Hierdoor ontstaat een onzekerheid voor de EU cofinanciering in 2028 en mogelijk ook 2029. Daarnaast is in IPO verband met het Rijk afgesproken om niet bestede middelen in te zetten voor openstelling bij de uitbreiding van het ANLb voor komende beheerjaren. Rijksbijdrage (mei circulaire provinciefonds) voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer: Provincies ontvangen van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) een bijdrage in de (uitvoerings-) kosten van het Agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) en Agrarisch Natuurbeheer (ANB) investeringsmiddelen. 1a. Agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb): In de Contourenbrief Agrarisch Natuurbeheer[1] heeft het Kabinet de ambitie uitgesproken  om voortvarend te beginnen met een stapsgewijze uitbreiding van ANLb (zie ook paragraaf 3.2.10 van de decembercirculaire 2025). Provincies ontvangen middelen waarmee ze in staat worden gesteld om in de jaren 2026 tot en met 2028 de tarieven te actualiseren en het aantal hectares Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer uit te breiden ten behoeve van de natuur-, water- en klimaatdoelen in het landelijk gebied. Er is hiervoor een totaalbedrag van € 249 miljoen beschikbaar in de periode 2026 tot en met 2028. Het betreft een jaarlijkse bijdrage van € 83 miljoen, hiervan ontvangt Overijssel € 4,1 miljoen in 2026. De bijdrage voor 2027 en 2028 zijn verwerkt in de begroting 2027 en toegevoegd aan de Reserve Agrarisch Natuurbeheer. 1b. ANB investeringsmiddelen: De provincies Fryslân, Noord-Holland en Overijssel ontvangen ieder een bijdrage van € 4 miljoen ten behoeve van investeringen in de uitbreiding van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. 1c. ANLb-uitvoeringskosten RVO: De provincies ontvangen een bijdrage van in totaal € 4,5 miljoen ten behoeve van ANLbuitvoeringskosten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De verdeling is gebaseerd op de verdeelsleutel uit de prestatie-overeenkomst 2023-2027 provincies-RVO. De bijdrage voor Overijssel is € 346.500, dit bedrag kan vrijvallen naar Algemene Reserve omdat wij voor de gestegen uitvoeringskosten RvO via de P-nota 2027 extra budget beschikbaar hebben gesteld. Rijksbijdrage (september circulaire provinciefonds) voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer: Provincies ontvangen van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) een bijdrage van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) en Agrarisch Natuurbeheer (ANB) investeringsmiddelen (zie ook paragraaf 3.2.1 van de meicirculaire 2026). 1a. ANLb compensatie Eco-regeling: In 2025 is er binnen het Nationaal Strategisch Plan (NSP) van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) € 50 miljoen verschoven van het ANLb naar de Eco-regeling. Het ANLb is een provinciale regeling binnen het GLB. De Eco-regeling is een regeling van het ministerie van LVVN binnen het GLB.  De provincies worden in 2026 met een totaalbedrag van € 50 miljoen gecompenseerd voor deze budgetschuif. De verdeelsleutel is gebaseerd op de toegewezen overhevelingsgelden per provincie per beheerjaar van het ANLb in het NSP GLB. Het Overijssels aandeel hierin in € 4,3 miljoen voor 2026. 1c. ANB uitvoeringscapaciteit: Conform Contourenbrief Agrarisch Natuurbeheer[1] van kabinet-Schoof wordt met agrarisch natuurbeheer ook ingezet op het versterken van de provincies en BIJ12. Hiertoe stelt het ministerie van LVVN vanuit het ANB-programma in totaal € 5,6 miljoen beschikbaar voor ondersteuning van de uitvoerende organisaties, waaronder de provincies en BIJ12. Het betreft een bijdrage van € 2,8 miljoen in zowel 2026 als 2027. Met deze middelen worden provincies in staat gesteld hun organisatiestructuur te versterken zodat zij de stapsgewijze uitbreiding van het ANB kunnen voorbereiden en het versterken van het stelsel kunnen ondersteunen. De verdeelsleutel is vastgesteld in de Ambtelijke Adviescommissie (AAC) van 12 mei 2026 van het Interprovinciaal Overleg (IPO). Het Overijssel is € 188.511 voor de jaren 2026 en 2027 (totaal € 0,377 miljoen). 1d. ANB grondfaciliteit: In 2025 heeft het kabinet in het startpakket Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel (MCEN) € 200 miljoen per jaar aan structurele middelen toegekend voor de uitbreiding van het ANB[1]. Het ANB bevat een instrumentenmix die agrarische ondernemers in staat stelt een vrijwillige bijdrage te leveren aan de doelen voor natuur, water en klimaat, op een manier die past bij hun bedrijfsvoering en een bijdrage levert aan hun verdienvermogen. De middelen voor de grondfaciliteit maken deel uit van het startpakket. Hiervoor is in 2026 een bijdrage van € 1,9 miljoen beschikbaar. De middelen kunnen worden ingezet voor proceskosten in verband met verkaveling en afwaardering van provinciale gronden voor de provincies Noord-Holland en Overijssel. Beide provincies ontvangen een bijdrage van € 940.000 (€ 0,94 miljoen). 1e. Agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb): In de Contourenbrief Agrarisch Natuurbeheer heeft het Kabinet de ambitie uitgesproken  om voortvarend te beginnen met een stapsgewijze uitbreiding van ANLb (zie ook paragraaf 3.2.1a van de meicirculaire 2026). In de Uitwerking Contouren Agrarisch Natuurbeheer[1] van Kabinet-Schoof wordt in 2027 het aantal hectares ANLb uitgebreid met 15.000 ha. Het kabinet-Jetten verhoogt deze uitbreiding met 5.000 ha naar 20.000 ha in 2027. Er is in totaal € 60,2 miljoen beschikbaar. In zowel 2027 als 2028 is de bijdrage € 30,1 miljoen. De verdeling is gebaseerd op de relatieve omvang van de grutto kerngebieden (45%), de overgangsgebieden rondom stikstofgevoelige Natura2000 gebieden (45%) en de verbetering van de habitat voor akkervogels voor de akkervogelprovincies (10%). Het Overijssel aandeel voor 2027 en 2028 is jaarlijks € 1,57 miljoen (totaal € 3,14 miljoen). PS begrotingswijziging - toevoeging ontvangen middelen 2026 aan Reserve Agrarisch Natuurbeheer:  Meicirculaire: Onder kerntaak Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen stellen wij voor om de ontvangen decentralisatie-uitkeringen, ad € 4,1 miljoen en € 4 miljoen, toe te voegen aan de Reserve Agrarisch natuurbeheer en te koppelen aan prestatie 3.1.5. Septembercirculaire: Onder kerntaak Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen stellen wij voor om de ontvangen decentralisatie-uitkeringen, ad € 4,3 miljoen, € 0,377 miljoen, € 0,94 miljoen en € 3,14 miljoen, toe te voegen aan de Reserve Agrarisch natuurbeheer en te koppelen aan prestatie 3.1.5.
3.1.6 Projecten voor verbeteren biodiversiteit
GS Begrotingswijziging
0
1.061
1.061
0
LIFE project PolliNature - doorstorten ontvangen voorschot: In 2026 is de LIFE aanvraag PolliNature toegekend, de Grant Agreement is in de zomer van 2026 ondertekend. Het belangrijkste doel van het LIFE project is de achteruitgang van bestuivers een halt toe te roepen door het creëren van bestuiverslandschappen (uitgebreidere toelichting - zie Doeluitkering LIFE PolliNature). Het eerste voorschot, ad. € 1,355 miljoen is ontvangen. De provincie Overijssel is penvoerder van dit project waarbij ook een aantal andere provincies en andere natuurorganisaties participeren. Van het ontvangen voorschot moet € 1,061 miljoen worden doorgestort naar de partners die participeren in dit project. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 3.1.6 met betrekking tot de LIFE doeluitkering PolliNature in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 1,061 miljoen.  Als cofinanciering voor dit project hebben wij onder prestatie 1.4.1 vanuit de NCK (KvO) middelen beschikbaar gesteld voor dit project.
3.1.7 Monitoring en evaluatie natuur en landschap
Vooraankondiging resultaatbestemming
-275
0
275
-275
Vooraankondiging resultaatbestemming voor ontvangen Rijksmiddelen (december circulaire 2025) voor Monitoring van natuurherstelverordening: Via de decembercirculaire van het provinciefonds 2025 heeft het Rijk een decentralisatie-uitkering verstrekt voor monitoring van natuurherstelverordening. De voorbereidingen voor de inzet van deze middelen (monitoring van overige habitattypen buiten het Natura2000-netwerk) vragen meer tijd. Bij het jaarverslag 2026 zullen wij een resultaatbestemming voorleggen om deze middelen (ad. € 275.000) door te schuiven naar 2027. Rijksmiddelen (septembercirculaire provinciefonds) voor verbeterprogramma Vogelhabitatrichtlijn (VHR): Via de september circulaire zijn voor natuurmonitoring extra middelen toegevoegd aan het provinciefonds. In 2026 is een landelijk totaalbedrag van € 1,9 miljoen beschikbaar. De middelen worden door het ministerie van LVVN verstrekt in het kader van het Verbeterprogramma VHR-monitoring, waar Rijk en provincies gezamenlijk aan werken (zie ook paragraaf 3.2.5 van de meicirculaire 2025). Het Verbeterprogramma draagt bij aan de ontwikkeling van een uniform en landelijk natuurmonitoringssysteem. Met deze bijdrage kan een start worden gemaakt met de monitoring van omgevingscondities. De verdeelsleutel is gebaseerd op de oppervlakte natuurareaal waarvoor stikstofreductie moet plaatsvinden in Natura 2000gebieden en het areaal Natura 2000-gebieden per provincie.   Wij stellen u voor om een bedrag van € 203.219 middels begrotingswijziging toe te voegen aan de jaarschijf 2027 van prestatie 3.1.7 van de begroting 2027. Deze wijziging hebben wij verwerkt onder de kerntaak Overhead, financiering en Algemene dekkingsmiddelen.
3.2.1 Beheer landschap
GS Begrotingswijziging
1.000
0
-1.000
1.000
GS begrotingswijziging Kwaliteit van Overijssel budget Groen-Blauwe diensten: Naar aanleiding van de motie “Breed gedragen ambities 2026” heeft u in 2026 € 1 miljoen beschikbaar gesteld voor het verlengen van contracten Groen-Blauwe Diensten. Dit bedrag is toegevoegd aan de Reserve Uitvoering Kwaliteit van Overijssel met een looptijdeinde van eind 2027. Als toelichting is in het voorstel cq besluit opgenomen: “De landschapsfondsen zijn een effectief instrument om het landschap in Overijssel te behouden en te versterken. Structurele financiering is noodzakelijk om de opgebouwde resultaten voort te zetten en nieuwe initiatieven mogelijk te maken. De afweging gebeurt bij de P-nota 2027. Ter overbrugging van de periode tot vaststelling van de P-nota 2027 wordt een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar gesteld, bedoeld voor het kunnen verlengen van aflopende contracten. Daarmee wordt tevens voorkomen dat het nu brede draagvlak voor groenblauwe diensten (deels) verdwijnt”. Het is nog onduidelijk of deze overbruggingsbijdrage van € 1 miljoen dit jaar beschikt kan worden. Op dit moment loopt een juridisch onderzoek over de mogelijkheden om de middelen rechtmatig te kunnen verlenen, daarnaast is de doorlooptijd voor het toetsen op rechtmatigheid uitgebreid. Verlening zal naar verwachting met de te doorlopen stappen niet lukken voor het eind van het jaar, daarom hebben wij besloten om de middelen door te schuiven naar 2027. We hebben nauw contact met de betreffende stichtingen, zodat met het openstellen van de regeling aanvragen snel worden gedaan en snel worden behandeld. Daarnaast ter info (naar aanleiding over de wens over structurele financiering): via de begroting 2027 heeft u een structureel bedrag van € 2 miljoen beschikbaar gesteld. Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om het budget voor prestatie 3.2.1, samen met de bijbehorende onttrekking aan deze reserve, in 2026 te verlagen met € 1 miljoen, en tegelijkertijd het budget en de onttrekking aan de reserve in 2027 met hetzelfde bedrag te verhogen. Vooraankondiging resultaatbestemming incidenteel budget casco beleid landschap:Bij de Perspectiefnota 2025 is € 150.000 budget beschikbaar gesteld voor het opstellen van een voorstel voor cascobeleid landschap. Van dit bedrag is € 75.000 opgenomen in jaarschijf 2026. Voor een zorgvuldige en duurzame beleidsontwikkeling is meer voorbereidingstijd nodig dan eerder voorzien. De verdere uitwerking vraagt om afstemming met betrokken partners en een goede aansluiting op bestaande beleidskaders (zie ook inhoudelijk toelichting). Wij verwachten niet het budget voor 2026 te kunnen inzetten en zullen bij het jaarverslag een voorstel voor resultaatbestemming voorleggen om de € 75.000 door te schuiven naar 2027.
3.2.1 Beheer landschap
Vooraankondiging resultaatbestemming
-75
0
75
-75
GS begrotingswijziging Kwaliteit van Overijssel budget Groen-Blauwe diensten: Naar aanleiding van de motie “Breed gedragen ambities 2026” heeft u in 2026 € 1 miljoen beschikbaar gesteld voor het verlengen van contracten Groen-Blauwe Diensten. Dit bedrag is toegevoegd aan de Reserve Uitvoering Kwaliteit van Overijssel met een looptijdeinde van eind 2027. Als toelichting is in het voorstel cq besluit opgenomen: “De landschapsfondsen zijn een effectief instrument om het landschap in Overijssel te behouden en te versterken. Structurele financiering is noodzakelijk om de opgebouwde resultaten voort te zetten en nieuwe initiatieven mogelijk te maken. De afweging gebeurt bij de P-nota 2027. Ter overbrugging van de periode tot vaststelling van de P-nota 2027 wordt een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar gesteld, bedoeld voor het kunnen verlengen van aflopende contracten. Daarmee wordt tevens voorkomen dat het nu brede draagvlak voor groenblauwe diensten (deels) verdwijnt”. Het is nog onduidelijk of deze overbruggingsbijdrage van € 1 miljoen dit jaar beschikt kan worden. Op dit moment loopt een juridisch onderzoek over de mogelijkheden om de middelen rechtmatig te kunnen verlenen, daarnaast is de doorlooptijd voor het toetsen op rechtmatigheid uitgebreid. Verlening zal naar verwachting met de te doorlopen stappen niet lukken voor het eind van het jaar, daarom hebben wij besloten om de middelen door te schuiven naar 2027. We hebben nauw contact met de betreffende stichtingen, zodat met het openstellen van de regeling aanvragen snel worden gedaan en snel worden behandeld. Daarnaast ter info (naar aanleiding over de wens over structurele financiering): via de begroting 2027 heeft u een structureel bedrag van € 2 miljoen beschikbaar gesteld. Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om het budget voor prestatie 3.2.1, samen met de bijbehorende onttrekking aan deze reserve, in 2026 te verlagen met € 1 miljoen, en tegelijkertijd het budget en de onttrekking aan de reserve in 2027 met hetzelfde bedrag te verhogen. Vooraankondiging resultaatbestemming incidenteel budget casco beleid landschap:Bij de Perspectiefnota 2025 is € 150.000 budget beschikbaar gesteld voor het opstellen van een voorstel voor cascobeleid landschap. Van dit bedrag is € 75.000 opgenomen in jaarschijf 2026. Voor een zorgvuldige en duurzame beleidsontwikkeling is meer voorbereidingstijd nodig dan eerder voorzien. De verdere uitwerking vraagt om afstemming met betrokken partners en een goede aansluiting op bestaande beleidskaders (zie ook inhoudelijk toelichting). Wij verwachten niet het budget voor 2026 te kunnen inzetten en zullen bij het jaarverslag een voorstel voor resultaatbestemming voorleggen om de € 75.000 door te schuiven naar 2027.
3.2.2 Projecten die een natuurinclusieve samenleving bevorderen
GS Begrotingswijziging
-2.500
0
2.500
-2.500
Extra budget Natuur voor Elkaar: Via het investeringsvoorstel Natuur voor Elkaar (PS 23-001402) is eind maart 2024 totaal € 9 miljoen beschikbaar gesteld voor de jaren 2024-2027. Van dit budget is € 2,25 miljoen toewezen aan de begroting 2026. Wij verwachten dat in er 2026 circa € 4,75 miljoen van het budget tot besteding zal komen. Belangrijkste reden is dat er grote animo is voor de lopende subsidieregeling Natuur voor Elkaar Creatie en Innovatie. We zien veel energie in het veld, met name van nieuwe partijen die met sterke en passende projecten komen. Voorbeelden hiervan zijn een pilot voor natuurrijke kinderopvang en diverse gevelgroenprojecten, onder andere in Wierden, Steenwijkerland en Enschede. Om deze ontwikkeling te blijven faciliteren hebben wij in de loop van 2026 het subsidieplafond een aantal keren verhoogd. Daarnaast wordt de regeling uitgebreid met een nieuw onderdeel gericht op het natuurinclusief inrichten van bedrijventerreinen. Binnen het totale meerjarige investeringsbudget is er voldoende ruimte om de € 2,5 miljoen naar voren te halen. In het laatste jaar 2027 is (na voorgestelde wijziging ) nog een totaalbudget beschikbaar van € 2,4 miljoen voor Natuur voor Elkaar. Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om het budget voor prestatie 3.2.2, samen met de bijbehorende onttrekking aan deze reserve, in 2026 te verhogen met € 2,5 miljoen, en tegelijkertijd het budget en de onttrekking aan de reserve in 2027 met hetzelfde bedrag te verlagen.
3.3.1 Beleidsontwikkeling stikstof en ammoniak
Vooraankondiging resultaatbestemming
-130
0
130
-130
Vooraankondiging resultaatbestemming procesbudget MGB opkoopregeling: Bij de P-nota 2026 is voor de nieuwe (MGB) opkoopregeling van het Rijk € 140.000 procesbudget beschikbaar gesteld. Vooruitlopende op een nieuwe MGB subsidieregeling is vanuit het maatregelpakket (prestatie 3.5.6) rijksbudget ingezet gesteld voor de subsidieregeling "Stoppen veehouderijlocatie en starten landgoed". De proceskosten voor het afhandelen van deze aanvragen zullen financieel verantwoord worden onder het maatregelpakket (prestatie 3.5.6).  Naar verwachting zal de subsidieregeling voor de MGB regeling in 2027 worden opengesteld. Voor het restantbudget voor procesmiddelen, naar verwachting € 130.000, willen wij bij het jaarverslag een voorstel voor resultaatbestemming voorleggen om door te schuiven naar 2027.
3.3.4 Faunabeheer
GS Begrotingswijziging
200
0
-200
200
Verwachte overschrijding budget faunaschade Ook in 2026 verwachten wij een overschrijding op het budget faunaschade. Op basis van de laatste verwachting (o.a. prognose BIJ12) verwachten wij een overschrijding van circa € 0,65 miljoen op het budget. Belangrijkste redenen voor de stijging van de totale kosten: in lijn met voorgaande jaren verwachten wij een verdere stijging en aanvragen voor vergoeding; stijgende taxatiekosten voor het beoordelen van de schade; vergoedingsbedragen door schade (afhankelijk van het gewastype) zijn gestegen;  tegemoetkoming faunaschade (o.b.v. jurisprudentie) op percelen in NNN gebieden. Tot slot: wij zien een daling van het aantal ganzen maar nog niet het gewenste aantal ganzen om een daling ook terug te zien in de schade uitkeringen. Lagere bestedingen Investeringsbudget Kwaliteit van Overijssel faunabeheer: Provinciale Staten hebben begin 2025 besloten - in het kader van het provinciale coalitieakkoord ‘Schouder aan Schouder’ - € 2 miljoen beschikbaar te stellen voor extra investeringen in faunabeheer. Van dit investeringsbedrag is tot en met 2025 € 1,195 miljoen gerealiseerd voor maatregelen uit het investeringsvoorstel. In de begroting 2026 hebben wij een investeringsbedrag opgenomen van € 0,23 miljoen. De financiële realisatie van de maatregelen die in 2026 is voorzien zal naar verwachting in 2027 worden gerealiseerd. Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om voor prestatie 3.3.4 een budget van € 0,2 miljoen, samen met de bijbehorende onttrekking aan deze reserve, door te schuiven van 2026 naar 2027.  Rijksmiddelen provinciefonds (septembercirculaire) voor Landelijke Aanpak Wolven: Het ministerie van LVVN stelt in 2026 in totaal € 3,2 miljoen beschikbaar voor de Landelijke Aanpak Wolven (zie ook paragraaf 3.2.3 van de septembercirculaire 2025). De middelen zijn beschikbaar gesteld ten behoeve van het beheer en ontwikkeling van het Landelijke Informatiepunt Wolf (LIW), Landelijk Initiatief Veebescherming (LIV), de bekostiging van een provinciale projectleider en de ontwikkeling van het Landelijk Deskundigenteam Wolven (LDW). De provincie Drenthe ontvangt een bijdrage van € 1,3 miljoen ten behoeve van een drietal veebeschermingsinitiatieven. De resterende middelen worden verdeeld op basis van de verdeelsleutel natuur die provincies hanteren. Wij stellen u voor om een bedrag van € 186.053 middels begrotingswijziging toe te voegen aan de jaarschijf 2027 van prestatie 3.3.4 van de begroting 2027. Deze wijziging hebben wij verwerkt onder de kerntaak Overhead, financiering en Algemene dekkingsmiddelen.
3.3.5 Bestrijding invasieve exoten
GS Begrotingswijziging
0
175
175
0
LIFE project bestrijding exotische waterplanten: Vanuit Europa is een LIFE-subsidie beschikbaar gesteld van € 4,3 miljoen (60% van de totale kosten) met als voorwaarde dat Overijssel een cofinanciering (40%) beschikbaar. Bij de Perspectiefnota 2025 heeft u hiervoor meerjarig incidenteel middelen beschikbaar gesteld.  Daarvan is in 2026 € 0,78 miljoen begroot op deze prestatie.  Voor de LIFE subsidie is verhoging (ad. € 175.000) van het budget 2026 nodig. Wij verwachten echter een onderbesteding op het provinciale cofinancieringsbudget. Vooraankondiging resultaatbestemming provinciale cofinanciering LIFE project: Op basis van de verwachte bestedingen zal circa € 0,22 miljoen aan cofinanciering niet besteed gaan worden in 2026. Bij het jaarverslag zullen wij een voorstel opnemen voor resultaatbestemming om de benodigde cofinanciering beschikbaar te houden voor de uitvoering van het LIFE project in de jaren 2027 t/m 2028.  GS begrotingswijziging verhoging LIFE budget: Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 3.3.5 m.b.t. de LIFE Uitkering LIFE Protecting Peatlands of Invasieve Alien Aquatic Species / Weerribben en De Wieden in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 175.000. Rijksmiddelen (mei- en septembercirculaire provinciefonds) voor bestrijding invasieve exoten: Provincies zijn verantwoordelijk voor bestrijding van invasieve exoten van Unielijst  (uitvoering Europese Exotenverordening). Het ministerie van LVVN heeft (landelijk) totaal € 10,6 miljoen beschikbaar gesteld ten behoeve van de vroege bestrijding van invasieve exoten door de provincies met als doel de bescherming van de biodiversiteit. De verdeling van de middelen is gebaseerd op de verdeelsleutel natuur die de provincies hanteren. Dit is eind 2025 door de provincies besloten in de Bestuurlijke Adviescommissie Landelijk Gebied (BAC LG). Voor  Overijssel betreft dit een extra bijdrage van € 1,1 miljoen (mei circulaire € 298.251  en september circulaire € 839.486). Wij stellen u voor om een bedrag van € 1.137.737 middels begrotingswijziging toe te voegen aan de jaarschijf 2027 van prestatie 3.3.5 van de begroting 2027. Deze wijziging hebben wij verwerkt onder de kerntaak Overhead, financiering en Algemene dekkingsmiddelen.
3.3.5 Bestrijding invasieve exoten
Vooraankondiging resultaatbestemming
-220
0
220
-220
LIFE project bestrijding exotische waterplanten: Vanuit Europa is een LIFE-subsidie beschikbaar gesteld van € 4,3 miljoen (60% van de totale kosten) met als voorwaarde dat Overijssel een cofinanciering (40%) beschikbaar. Bij de Perspectiefnota 2025 heeft u hiervoor meerjarig incidenteel middelen beschikbaar gesteld.  Daarvan is in 2026 € 0,78 miljoen begroot op deze prestatie.  Voor de LIFE subsidie is verhoging (ad. € 175.000) van het budget 2026 nodig. Wij verwachten echter een onderbesteding op het provinciale cofinancieringsbudget. Vooraankondiging resultaatbestemming provinciale cofinanciering LIFE project: Op basis van de verwachte bestedingen zal circa € 0,22 miljoen aan cofinanciering niet besteed gaan worden in 2026. Bij het jaarverslag zullen wij een voorstel opnemen voor resultaatbestemming om de benodigde cofinanciering beschikbaar te houden voor de uitvoering van het LIFE project in de jaren 2027 t/m 2028.  GS begrotingswijziging verhoging LIFE budget: Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 3.3.5 m.b.t. de LIFE Uitkering LIFE Protecting Peatlands of Invasieve Alien Aquatic Species / Weerribben en De Wieden in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 175.000. Rijksmiddelen (mei- en septembercirculaire provinciefonds) voor bestrijding invasieve exoten: Provincies zijn verantwoordelijk voor bestrijding van invasieve exoten van Unielijst  (uitvoering Europese Exotenverordening). Het ministerie van LVVN heeft (landelijk) totaal € 10,6 miljoen beschikbaar gesteld ten behoeve van de vroege bestrijding van invasieve exoten door de provincies met als doel de bescherming van de biodiversiteit. De verdeling van de middelen is gebaseerd op de verdeelsleutel natuur die de provincies hanteren. Dit is eind 2025 door de provincies besloten in de Bestuurlijke Adviescommissie Landelijk Gebied (BAC LG). Voor  Overijssel betreft dit een extra bijdrage van € 1,1 miljoen (mei circulaire € 298.251  en september circulaire € 839.486). Wij stellen u voor om een bedrag van € 1.137.737 middels begrotingswijziging toe te voegen aan de jaarschijf 2027 van prestatie 3.3.5 van de begroting 2027. Deze wijziging hebben wij verwerkt onder de kerntaak Overhead, financiering en Algemene dekkingsmiddelen.
3.4.1 Beleidsontwikkeling verduurzaming landbouw
Vooraankondiging resultaatbestemming
-110
0
110
-110
In 2026 verwachten wij dat circa € 150.000 van het beschikbare budget niet tot besteding zal komen. Grootste deel van de onderbesteding heeft betrekking op het meerjarig project biologisch bodembeheer (zie vooraankondiging), het andere deel van de onderbesteding wordt veroorzaakt doordat beleidsondersteuning en onderzoek zijn vertraagd of op een andere wijze gefinancierd. Vooraankondiging bestedingen gezamenlijk project Biologisch Bodembeheer: Vanuit het budget onder prestatie 3.4.1 hebben wij het onderzoeksproject Biologisch Bodembeheer van graslanden opgestart. Samen met de provincies Gelderland en Drenthe is hiervoor langjarig onderzoek opgezet tot en met 2028. In 2025 hebben wij bijdrages ontvangen van de provincies Gelderland en Drenthe. Deze bijdragen willen wij bestemmen voor de verdere uitvoering in 2027 en 2028.  Naar verwachting is dit circa € 110.000. Voor dit bedrag zullen wij een voorstel voor resultaatbestemming voorleggen.
3.4.2 Innovatieprogramma Agro & Food
GS Begrotingswijziging
-100
0
100
-100
Extra budget Agro &Food: Via het investeringsvoorstel Agro & Food (PS24-000236) is begin 2024 totaal € 6 miljoen beschikbaar gesteld voor de jaren 2024-2027. Van dit budget is € 1,7 miljoen toewezen aan de begroting 2026. Wij verwachten dat er in 2026 circa € 1,8 miljoen van het budget tot besteding zal komen. Belangrijkste reden is dat er grote animo is voor de lopende subsidieregeling.  Binnen het totale meerjarige investeringsbudget is er voldoende ruimte om de € 0,1 miljoen naar voren te halen. In het laatste jaar 2027 is er nog een totaalbudget beschikbaar van € 1,7 miljoen (na deze wijziging nog € 1,6 miljoen). Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om het budget voor prestatie 3.4.2, samen met de bijbehorende onttrekking aan deze reserve, in 2026 te verhogen met € 0,1 miljoen, en tegelijkertijd het budget en de onttrekking aan de reserve in 2027 met hetzelfde bedrag te verlagen.
3.4.3 Landbouwstructuurversterking
GS Begrotingswijziging
100
0
-100
100
Actualisatie budget landinrichtingsproject / vrijwillige kavelruil: De administratieve afronding van de landinrichtingsprojecten zal naar verwachting eind 2026 gerealiseerd zijn. Op basis van de laatste verwachting zal een circa € 150.000 van het landinrichtingsbudget (wettelijke verkaveling) niet tot besteding komen in 2026. Daarnaast is begin 2026 de laatste aanvullende subsidie van € 50.000 verleend voor de vrijwillige kavelruil. Per saldo verwachten wij dat € 100.000 niet tot besteding zal komen. Op basis van de spelregels van de Uitvoeringsreserve Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om in 2026 onder prestatie 3.4.3 het budget te verlagen  met € 100.000. Verwacht resultaat Revolving Fund 2026: Financieel uitgangspunt van het Revolving Fund (RF) is dat dit een meerjarig budgettair neutraal resultaat oplevert voor de provincie. Het resultaat over de jaren kan echter wel fluctueren. Zo is in de afgelopen jaren (2014-2025) een positief resultaat gerealiseerd van € 1,06 miljoen. Op basis van aan- en verkopen en herwaardering van RF zal in 2026 een verwacht positief resultaat gerealiseerd worden van  €  0,75 miljoen.  Dit positieve resultaat zal onderdeel zijn van het jaarrekeningresultaat.
3.5.1 Realisatie Natuurnetwerk Nederland
GS Begrotingswijziging
11.626
-12.238
-23.864
11.626
Wij verwachten dat de totale lasten voor deze prestatie in 2026 € 23,8 miljoen lager en de baten € 12,2 miljoen lager dan de begroting zullen uitvallen. De lagere lasten worden vooral veroorzaakt door langere ruimtelijke processen, waardoor werkzaamheden niet of later in uitvoering gaan komen. Verder willen agrariërs minder snel een overeenkomst met de provincie afsluiten door de onzekerheid in het landelijk gebied en het ontbreken van passende ruilgrond. Tot slot is er een aantal subsidies voor uitvoeringsmaatregelen vastgesteld, waarbij de lasten van de werkzaamheden lager uitvielen dan eerder verwacht. De lagere baten worden veroorzaakt door een lagere bijdrage uit de subsidie NSP (€ 1,05 miljoen), een lagere bijdrage uit de subsidie LIFE (€ 0,2 miljoen) en een lagere bijdrage uit het programma Natuur I en II (€ 11 miljoen). De lagere baten worden allen veroorzaakt doordat de lasten, die ten laste van de subsidies, achter blijven. GS-Begrotingswijziging/onttrekking SPUK Natuur Fase I (L16)In 2021 zijn er via het Rijk middelen beschikbaar gekomen via het Programma Natuur. Deze middelen zijn via een specifiek uitkering aan de provincie beschikbaar gesteld. In deze Monitor is verwerkt dat een hoger deel van de bestedingen ten laste van de SPUK Natuur (€ 12.000) wordt gebracht dan eerder verwacht. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 3.5.1 m.b.t. de Specifieke Uitkering Natuur Fase I (L16) in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 12.000. GS-Begrotingswijziging/onttrekking SPUK Natuur Fase II (L33)In 2024 zijn er via het Rijk middelen beschikbaar gekomen via het Programma Natuur fase 2. Deze middelen zijn, na het opstellen van de begroting 2025, via een specifiek uitkering aan de provincie beschikbaar gesteld (eind 2024). In deze Monitor is verwerkt dat een lager deel van de bestedingen ten laste van de SPUK Natuur Fase II (€ 11 miljoen) wordt gebracht dan eerder verwacht. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 3.5.1 m.b.t. de Specifieke Uitkering Natuur Fase II (L33) in 2026 budgettair neutraal te verlagen met € 11 miljoen. GS-Begrotingswijziging/onttrekking doeluitkering LIFEIn 2019 heeft de Europese Commissie een LIFE subsidieaanvraag toegekend. LIFE is een subsidiecompetitie waarbij met andere Europese natuurprojecten wordt geconcurreerd om een subsidie binnen te krijgen. De toegekende aanvraag heeft betrekking op het natuurherstel in het gebied Engbertsdijkvenen. In 2026 verwachten wij voor dit gebied € 0,1 miljoen van de begrote € 0,3 miljoen te besteden. In 2023 is subsidieaanvraag LIFE Crossborder toegekend. De toegekende aanvraag heeft betrekking op het natuurherstel in het gebied Aamsveen. In 2026 verwachten wij voor dit gebied € 0,3 miljoen van de begrote € 0,5 miljoen te besteden.  In 2026 is een nieuwe subsidieaanvraag LIFE project RewetPeat4 toegekend. De toegekende aanvraag heeft betrekking op natuurherstel in het gebied De Weerribben. Een deel van de middelen is bedoeld voor Staatsbosbeheer. In 2026 verwachten we voor dit gebied € 0,2 miljoen te besteden.  Gezamenlijk is de besteding van de LIFE subsidie € 0,2 miljoen lager dan verwacht. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 3.5.1 m.b.t. de doeluitkering LIFE in 2026 budgettair neutraal te verlagen met € 0,2 miljoen. GS-Begrotingswijziging/onttrekking doeluitkering NSPIn 2025 heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvON) aan de provincie Overijssel een aantal subsidies verleend voor niet productieve investeringen (NPI). Deze subsidies vallen onder het Nationaal Strategisch Plan (NSP) en betreffen "niet landbouw Overijssel natuurdoelen". Het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) financiert dit programma voor een deel. De middelen zijn verkregen om maatregelen uit te kunnen voeren die een bijdrage leveren aan het realiseren van natuurdoelen in een aantal N-2000 gebieden.  In 2026 verwachten wij € 2,55 miljoen te besteden. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 3.5.1 m.b.t. de doeluitkering NSP in 2026 budgettair neutraal te verlagen met € 1,05 miljoen. GS-Begrotingswijziging bestedingsritme ten laste van de Uitvoeringsreserve Natuurnetwerk NederlandDoor de lagere besteding en de ontvangen subsidies zal de onttrekking aan de Uitvoeringsreserve NNN met € 11,6 miljoen worden teruggebracht van € 17 miljoen naar € 5,4 miljoen. Op basis van de spelregels van de Uitvoeringsreserve Natuurnetwerk Nederland hebben wij besloten om het budget voor prestatie 3.5.1 in 2026 te verlagen met € 11,6 miljoen en gelijktijdig de begrote onttrekking aan de Uitvoeringsreserve Natuurnetwerk Nederland met hetzelfde bedrag te verlagen.
3.5.2 Veenweidestrategie Noordwest Overijssel
GS Begrotingswijziging
70
199
129
70
GS-Begrotingswijziging/onttrekking Regeling Specifieke Uitkering (SPUK) Interbestuurlijke Programma Vitaal Platteland (IBP-VP) (L7):In 2020 heeft het Rijk € 4,3 miljoen beschikbaar gesteld voor het interbestuurlijk programma vitaal platteland. In 2026 verwachten we € 669.000 in te zetten en hebben we voor € 318.000 aan subsidies uit voorgaande jaren lager vastgesteld. Per saldo besteden we € 351.000. Ten opzichte van een begroting van € 120.000 voor deze regeling zijn de lasten € 231.000 hoger. Wij hebben besloten om, budgettair neutraal, de onttrekking uit de SPUK IBP-VP (baten) en de exploitatie uitgaven (lasten) voor prestatie 3.5.2 in 2026 te verhogen met € 231.000. GS-Begrotingswijziging/onttrekking Regeling Specifieke uitkering (SPUK) Impuls Veenweiden (L10)In 2020 heeft het Rijk € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor een gebiedsplan impuls veenweiden dat wij hebben ingediend bij het Rijk. Hiervan hebben wij € in 2026 € 350.000 in de begroting opgenomen. In 2026 verwachten wij hiervan € 32.117 minder in te zetten.  Deze middelen kunnen nog in 2027 ingezet worden.  Wij hebben besloten om, budgettair neutraal, de onttrekking uit de SPUK-Impuls Veenweiden (baten) en de exploitatie uitgaven (lasten) voor prestatie 3.5.2 in 2026 te verlagen met € 32.117. GS-Begrotingswijziging verlaging Kwaliteit van Overijssel budget: Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om het budget voor prestatie 3.5.2 in 2026 te verlagen met € 70.000, en gelijktijdig de begrote onttrekking aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel met hetzelfde bedrag te verlagen.
3.5.4 Zoeken naar oplossingen voor PAS-melders
GS Begrotingswijziging
0
-700
-700
0
GS-Begrotingswijziging/ onttrekking SPUK Regeling Provinciale Maatregelen PAS-melders 2024 (RPMP, L37)In 2024 zijn er van het Rijk middelen beschikbaar gekomen via de regeling provinciale maatregelen PAS-melders. In 2026 is 1 subsidie verstrekt om een PAS melding op te lossen. Door de beperkingen op het verlenen van vergunningen en de strikte voorwaarden van de SPUK regeling verwachten we geen nieuwe aanvragen. Hierdoor gaan we de verwachting met € 0,7 miljoen omlaag bijstellen. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 3.5.4 met betrekking tot de SPUK RPMP (L37) in 2026 budgettair neutraal te verlagen met € 0,7 miljoen. PS-Begrotingswijziging: De lasten van het bemestingsverbod op pachtgrond bedragen in dit jaar € 1,6 miljoen. Binnen de Algemene Risico Reserve (ARR) heeft u in 2022 een bedrag van € 25 miljoen gereserveerd voor de aanpak van de PAS melders. De lasten van het bemestingsverbod zijn in eerdere jaren ook ten laste van dit budget gebracht. In de begroting van 2026 hebben we € 0,5 miljoen opgenomen. Wij willen u voorstellen om de hogere lasten, ad € 1,1 miljoen, ten laste te brengen op de ARR. Wij stellen u voor om een bedrag van € 1,1 miljoen te onttrekken aan Algemene Risico Reserve en toe te voegen aan de jaarschijf 2026 van prestatie 3.5.4 van de begroting 2026.   Rijksmiddelen provinciefonds (septembercirculaire) voor pachtmaatregelen stikstof:In de septembercirculaire van het provinciefonds hebben wij van het rijk een compensatie ontvangen. Als toelichting is opgenomen: “De provincie Overijssel is tijdelijk gestopt met het door pachters laten bemesten van grond die ze in eigendom heeft ten behoeve van het creëren van feitelijke stikstofruimte (zie ook paragraaf 3.2.10 van de decembercirculaire 2024). Hierdoor ontvangt de provincie minder pachtinkomsten. De provincie Overijssel ontvangt hiervoor in 2026 een financiële compensatie van € 0,8 miljoen.” Onder kerntaak Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen stellen wij u voor om de Rijksbijdrage van € 0,8 miljoen toe te voegen aan de Algemene Risico Reservering ten behoeve van de aanpak van PAS melders.
3.5.4 Zoeken naar oplossingen voor PAS-melders
PS Begrotingswijziging
-1.118
0
1.118
-1.118
GS-Begrotingswijziging/ onttrekking SPUK Regeling Provinciale Maatregelen PAS-melders 2024 (RPMP, L37)In 2024 zijn er van het Rijk middelen beschikbaar gekomen via de regeling provinciale maatregelen PAS-melders. In 2026 is 1 subsidie verstrekt om een PAS melding op te lossen. Door de beperkingen op het verlenen van vergunningen en de strikte voorwaarden van de SPUK regeling verwachten we geen nieuwe aanvragen. Hierdoor gaan we de verwachting met € 0,7 miljoen omlaag bijstellen. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 3.5.4 met betrekking tot de SPUK RPMP (L37) in 2026 budgettair neutraal te verlagen met € 0,7 miljoen. PS-Begrotingswijziging: De lasten van het bemestingsverbod op pachtgrond bedragen in dit jaar € 1,6 miljoen. Binnen de Algemene Risico Reserve (ARR) heeft u in 2022 een bedrag van € 25 miljoen gereserveerd voor de aanpak van de PAS melders. De lasten van het bemestingsverbod zijn in eerdere jaren ook ten laste van dit budget gebracht. In de begroting van 2026 hebben we € 0,5 miljoen opgenomen. Wij willen u voorstellen om de hogere lasten, ad € 1,1 miljoen, ten laste te brengen op de ARR. Wij stellen u voor om een bedrag van € 1,1 miljoen te onttrekken aan Algemene Risico Reserve en toe te voegen aan de jaarschijf 2026 van prestatie 3.5.4 van de begroting 2026.   Rijksmiddelen provinciefonds (septembercirculaire) voor pachtmaatregelen stikstof:In de septembercirculaire van het provinciefonds hebben wij van het rijk een compensatie ontvangen. Als toelichting is opgenomen: “De provincie Overijssel is tijdelijk gestopt met het door pachters laten bemesten van grond die ze in eigendom heeft ten behoeve van het creëren van feitelijke stikstofruimte (zie ook paragraaf 3.2.10 van de decembercirculaire 2024). Hierdoor ontvangt de provincie minder pachtinkomsten. De provincie Overijssel ontvangt hiervoor in 2026 een financiële compensatie van € 0,8 miljoen.” Onder kerntaak Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen stellen wij u voor om de Rijksbijdrage van € 0,8 miljoen toe te voegen aan de Algemene Risico Reservering ten behoeve van de aanpak van PAS melders.
3.5.5 Bossenstrategie en boscompensatie
GS Begrotingswijziging
1.000
-11.500
-12.500
1.000
GS-Begrotingswijziging/ onttrekking SPUK Natuur fase II (L33)In 2024 zijn er van het Rijk middelen beschikbaar gekomen via het Programma Natuur fase 2. Wij verwachten dat op basis van aanvragen die zijn ingediend in 2026 en aanvragen die nog ingediend moeten gaan worden, maar in 2027 tot een verlening zullen gaan leiden, een fors deel van het budget moeten aframen. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 3.5.5 in 2026 budgettair neutraal te verlagen met € 11,5 miljoen. GS-Begrotingswijziging bosrevitalisatie (KvO-budget): Via het investeringsvoorstel bosrevitalisatie en circulaires van het rijk zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor bosrevitalisatie. De nieuwe subsidieregeling voor bosrevitalisatie zal naar verwachting begin 2027 worden ingesteld en opengesteld. Van het beschikbare budget zal € 1 miljoen niet tot besteding komen en valt terug naar de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel en blijft beschikbaar voor latere jaren. Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om het budget voor prestatie 3.5.5 in 2026 te verlagen met € 1 miljoen, en gelijktijdig de begrote onttrekking aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel met hetzelfde bedrag te verlagen.   PS Begrotingswijziging van de ontvangen Rijksmiddelen (september circulaire) voor bosrevitalisatie: Via de septembercirculaire van het provinciefonds 2026 heeft het Rijk een decentralisatie-uitkering verstrekt voor bosrevitalisatie. Als toelichting is in de circulaire het volgende opgenomen: “De vitaliteit van de Nederlandse bossen gaat achteruit door droogte en verzuring. In het kader van de bossenstrategie werken Rijk en provincies samen aan het revitaliseren van de bossen (zie ook paragraaf 3.2.13 van de decembercirculaire 2025). Het ministerie van LVVN stelt in 2026 (landelijk) een totaalbedrag van € 8 miljoen beschikbaar voor bosrevitaliseringsmaatregelen. De verdeling van dit budget is gebaseerd op de provinciale natuurpact-verdeelsleutel Jansen II.” Op basis van deze verdeelsleutel Janssen II hebben wij een bedrag ontvangen van € 0,9 miljoen voor bosrevitalisatie. Het voorstel is om deze middelen toe te voegen aan de Reserve Uitvoering Kwaliteit van Overijssel en te koppelen aan prestatie 3.5.5.  PS besluit - toevoeging middelen aan Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel (U-KvO)  Onder kerntaak Overhead, financiering en dekkingsmiddelen stellen wij voor om de ontvangen decentralisatie uitkering, ad € 0,9 miljoen toe te voegen aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel en te koppelen aan prestatie 3.5.5 voor de bosrevitalisatie met een looptijdeinde van eind 2028.
3.5.6 Toekomst voor ons platteland (TvoP)
GS Begrotingswijziging
530
-16.270
-16.800
530
Wij verwachten dat de totale lasten voor deze prestatie in 2026 € 16,8 miljoen lager en de baten € 16,27 miljoen lager dan de begroting zullen uitvallen. De lagere lasten worden veroorzaakt door een aantal oorzaken. In de bijlage worden de oorzaken nader geduid. De lagere baten worden veroorzaakt door een lagere bijdrage uit de specifieke uitkering (SPUK) als gevolg van een lagere besteding. De middelen blijven wel beschikbaar voor realisatie in latere jaren, binnen de looptijd van de SPUK.  GS-Begrotingswijziging/ onttrekking Specifieke uitkering (SPUK) Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied (RPML) (L35)In 2024 heeft het Rijk € 233,7 miljoen aan middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van drie maatregelpakketten die de provincie heeft ingediend bij het Rijk. De verwachte besteding is € 16,27 miljoen lager dan voorzien. De onttrekking wordt teruggebracht van € 29,9 miljoen naar € 13,6 miljoen. De overige middelen blijven beschikbaar voor latere jaren binnen de looptijd van de SPUK.  Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 3.5.6 m.b.t. de Specifieke Uitkering Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied (RPML) (L35) in 2026 budgettair neutraal te verlagen met € 16,27 miljoen. GS-Begrotingswijziging/ Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel budget indirecte uitvoeringslastenDe indirecte uitvoeringskosten vallen € 0,53 miljoen lager uit dan voorzien.  Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om het budget voor prestatie 3.5.6 in 2026 te verlagen met € 0,53 miljoen, en gelijktijdig de begrote onttrekking aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel met hetzelfde bedrag te verlagen.
Totaal
8.434
-39.273
-47.707
8.434

Doorgevoerde begrotingswijzigingen

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Doorgevoerde begrotingswijzigingen
Prestatie
Doorgevoerde begrotingswijziging
Baten
Lasten
Saldo
GS/PS Begrotingswijziging
Financiële toelichting
3.1.1 Beleid en kader natuur en landbouw
-175
0
175
-175
PS 002 Motie Breed gedragen ambities 26
Deze wijziging heeft betrekking op PS 002 Motie Breed gedragen ambities 26
3.1.2 Vergun,toez.&handh natuur & landb
-230
0
230
-230
PS 004 Jaarstukken 2025 RB
Deze wijziging heeft betrekking op PS 004 Jaarstukken 2025 RB
3.1.2 Vergun,toez.&handh natuur & landb
75
0
-75
75
PS wijz. 008 Monitor Overijssel 2026 I
AlgemeenDe uitvoering van ons bodem(sanerings)beleid wordt voor een groot deel gefinancierd vanuit specifieke uitkeringen (SPUKS) van het Rijk. Jaarlijks stellen wij aan het begin van het jaar een agenda vast waarin we projecten en middelen met elkaar verbinden. Een aantal budgetten zijn reeds structureel begroot, maar hebben (budgettair neutrale) bijstelling nodig over de jaarschijven. Andere budgetten worden in deze Monitor (budgettair neutraal) aan de begroting toegevoegd. Wij hebben een SPUK ontvangen die toeziet op meerdere bodemsaneringsonderdelen. Dit is de SPUK-regeling E113 die bestaat uit: 1. Asbestsanering, 2. Historische spoedlocaties, 3. Onderzoek naar (potentieel) verontreinigde bodemlocaties en 4. Toekomstbestendige nazorg.  U leest in onderstaande toelichting hoe wij deze SPUK-middelen inzetten:   Asbestprogramma TwenteEind 2022 hebben wij van het Rijk een specifieke uitkering (E94) ontvangen ter hoogte van € 20 miljoen voor de uitvoering van het asbestprogramma Twente voor de periode 2022-2026. In 2025 hebben wij een aanvullende toezegging vanuit het Rijk gekregen van € 7 miljoen.  De uitvoering van het programma vindt plaats door het Bureau Asbest Twente (BAS) en de Twentse gemeenten die het betreft. Wij beschikken de SPUK-middelen aan hen door en zij verantwoorden de uitgaven aan de provincie. Deze middelen zijn nog niet in de begroting 2026 geraamd. Omdat de middelen uit E94 niet voldoende zijn om de volledige opgave in 2026 te dekken, ramen wij het overige deel bij vanuit SPUK E113. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1  met betrekking tot deze specifieke uitkering (E94) in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 4,9 miljoen. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel asbest in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 1,8 miljoen.   PFAS-aandachtslocaties Voor PFAS betreft de inzet in 2026 het communiceren over de ‘Tussenbalans PFAS in bodem en watersysteem Overijssel', ofwel afronding van fase 1 van onderzoek naar mogelijke PFAS aandachtslocaties in Overijssel. Maar de inzet betreft vooral het opstarten van fase 2 van de inventarisatie. Met de opgedane ervaringen uit fase 1 worden nieuwe onderzoeken opgestart. Enkele zijn reeds gestart, maar voor het merendeel zijn de aanvragen ingediend en in afwachting van de beslissing dienen er aanbestedingen gestart te worden. Onderzoek zal zich richten op enkele zorgpunten uit fase 1 en enkele nieuwe branches, waaronder de brandweeroefenlocaties.   De inzet in 2026 voor de PFAS aandachtslocaties zal zich ook richten op de regierol die het ministerie van ons vraagt. Samen met de 5 grote gemeenten en in afstemming met de overige gemeenten en omgevingsdiensten, gaan we verkennen hoe we die regierol vorm gaan geven. Vanuit de SPUKS hebben wij reeds € 0,4 miljoen geraamd voor het onderdeel PFAS. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E58) in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 0,2 miljoen.   Toekomstbestendige nazorg Uit de overdracht van bodeminformatie naar gemeenten zijn er nog verschillende locaties waarvoor provincie bevoegd gezag is. Om tot afronding te komen van de eventuele sanering en het toekomstbesteding maken van de nazorg zijn nog aanvullende acties nodig. In het project toekomstbestendige nazorg is in 2025 een pilot uitgevoerd om te komen tot een werkprogramma 2026-2030. Het doel is om waar mogelijk de locaties over te dragen aan gemeenten en onder te brengen onder het wettelijke regime van de Omgevingswet. Begin 2026 zijn de projectresultaten van de pilot opgeleverd. Daarop volgend is een nieuwe SPUK-aanvraag ingediend om te komen tot een werkprogramma 2026-2030. Het werkprogramma dat voortgekomen is uit de pilot van 2025 wordt in een opdracht aan de omgevingsdiensten uitgezet.   ‘Voormalige stortplaatsen’ is een bijzondere categorie locaties daarbinnen die niet zomaar overgedragen kan worden naar de bevoegdheid van de gemeente. Die hebben extra aandacht nodig. In 2025 zijn we voor 50 van die locaties onderzoek gestart om de milieuhygiënische situatie in beeld te brengen, om te bepalen wat er in de toekomst nodig is aan nazorg en hoe dat optimaal geregeld kan worden. In 2026 wordt dat project afgerond en opgeleverd. Hiervoor hebben wij vanuit de SPUKS reeds € 0,1 miljoen voor geraamd. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel toekomstbestendige nazorg in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 0,2 miljoen.   Historische spoedlocatiesWij voeren monitorings- en beheersingswerkzaamheden uit bij locaties die in het verleden zijn gesaneerd. Het Rijk heeft hiervoor SPUK middelen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn nog niet in de begroting 2026 geraamd.  Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel historische spoedlocaties in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 2,6 miljoen.    Budget vanuit Reserve BodemsaneringOp deze prestatie is budget voor de beheersing en monitoring van historische spoedlocaties beschikbaar vanuit de Reserve Bodemsanering. In verband met bovenstaande bijraming vanuit de SPUK verwachten wij in 2026 geen beroep te doen op de Reserve Bodemsanering en kan dit budget ter hoogte van € 1,0 miljoen worden afgeraamd. Wij stellen u voor om de lasten voor deze prestatie te verlagen met € 1,0 miljoen en de onttrekking aan de Reserve Bodemsanering met hetzelfde bedrag te verlagen.
3.1.2 Vergun,toez.&handh natuur & landb
-738
0
738
-738
PS wijz. 009 Perspectiefnota 2027
AlgemeenDe uitvoering van ons bodem(sanerings)beleid wordt voor een groot deel gefinancierd vanuit specifieke uitkeringen (SPUKS) van het Rijk. Jaarlijks stellen wij aan het begin van het jaar een agenda vast waarin we projecten en middelen met elkaar verbinden. Een aantal budgetten zijn reeds structureel begroot, maar hebben (budgettair neutrale) bijstelling nodig over de jaarschijven. Andere budgetten worden in deze Monitor (budgettair neutraal) aan de begroting toegevoegd. Wij hebben een SPUK ontvangen die toeziet op meerdere bodemsaneringsonderdelen. Dit is de SPUK-regeling E113 die bestaat uit: 1. Asbestsanering, 2. Historische spoedlocaties, 3. Onderzoek naar (potentieel) verontreinigde bodemlocaties en 4. Toekomstbestendige nazorg.  U leest in onderstaande toelichting hoe wij deze SPUK-middelen inzetten:   Asbestprogramma TwenteEind 2022 hebben wij van het Rijk een specifieke uitkering (E94) ontvangen ter hoogte van € 20 miljoen voor de uitvoering van het asbestprogramma Twente voor de periode 2022-2026. In 2025 hebben wij een aanvullende toezegging vanuit het Rijk gekregen van € 7 miljoen.  De uitvoering van het programma vindt plaats door het Bureau Asbest Twente (BAS) en de Twentse gemeenten die het betreft. Wij beschikken de SPUK-middelen aan hen door en zij verantwoorden de uitgaven aan de provincie. Deze middelen zijn nog niet in de begroting 2026 geraamd. Omdat de middelen uit E94 niet voldoende zijn om de volledige opgave in 2026 te dekken, ramen wij het overige deel bij vanuit SPUK E113. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1  met betrekking tot deze specifieke uitkering (E94) in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 4,9 miljoen. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel asbest in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 1,8 miljoen.   PFAS-aandachtslocaties Voor PFAS betreft de inzet in 2026 het communiceren over de ‘Tussenbalans PFAS in bodem en watersysteem Overijssel', ofwel afronding van fase 1 van onderzoek naar mogelijke PFAS aandachtslocaties in Overijssel. Maar de inzet betreft vooral het opstarten van fase 2 van de inventarisatie. Met de opgedane ervaringen uit fase 1 worden nieuwe onderzoeken opgestart. Enkele zijn reeds gestart, maar voor het merendeel zijn de aanvragen ingediend en in afwachting van de beslissing dienen er aanbestedingen gestart te worden. Onderzoek zal zich richten op enkele zorgpunten uit fase 1 en enkele nieuwe branches, waaronder de brandweeroefenlocaties.   De inzet in 2026 voor de PFAS aandachtslocaties zal zich ook richten op de regierol die het ministerie van ons vraagt. Samen met de 5 grote gemeenten en in afstemming met de overige gemeenten en omgevingsdiensten, gaan we verkennen hoe we die regierol vorm gaan geven. Vanuit de SPUKS hebben wij reeds € 0,4 miljoen geraamd voor het onderdeel PFAS. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E58) in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 0,2 miljoen.   Toekomstbestendige nazorg Uit de overdracht van bodeminformatie naar gemeenten zijn er nog verschillende locaties waarvoor provincie bevoegd gezag is. Om tot afronding te komen van de eventuele sanering en het toekomstbesteding maken van de nazorg zijn nog aanvullende acties nodig. In het project toekomstbestendige nazorg is in 2025 een pilot uitgevoerd om te komen tot een werkprogramma 2026-2030. Het doel is om waar mogelijk de locaties over te dragen aan gemeenten en onder te brengen onder het wettelijke regime van de Omgevingswet. Begin 2026 zijn de projectresultaten van de pilot opgeleverd. Daarop volgend is een nieuwe SPUK-aanvraag ingediend om te komen tot een werkprogramma 2026-2030. Het werkprogramma dat voortgekomen is uit de pilot van 2025 wordt in een opdracht aan de omgevingsdiensten uitgezet.   ‘Voormalige stortplaatsen’ is een bijzondere categorie locaties daarbinnen die niet zomaar overgedragen kan worden naar de bevoegdheid van de gemeente. Die hebben extra aandacht nodig. In 2025 zijn we voor 50 van die locaties onderzoek gestart om de milieuhygiënische situatie in beeld te brengen, om te bepalen wat er in de toekomst nodig is aan nazorg en hoe dat optimaal geregeld kan worden. In 2026 wordt dat project afgerond en opgeleverd. Hiervoor hebben wij vanuit de SPUKS reeds € 0,1 miljoen voor geraamd. Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel toekomstbestendige nazorg in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 0,2 miljoen.   Historische spoedlocatiesWij voeren monitorings- en beheersingswerkzaamheden uit bij locaties die in het verleden zijn gesaneerd. Het Rijk heeft hiervoor SPUK middelen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn nog niet in de begroting 2026 geraamd.  Wij hebben besloten om de baten en lasten voor prestatie 2.2.1 met betrekking tot deze specifieke uitkering (E113) voor het deel historische spoedlocaties in 2026 budgettair neutraal te verhogen met € 2,6 miljoen.    Budget vanuit Reserve BodemsaneringOp deze prestatie is budget voor de beheersing en monitoring van historische spoedlocaties beschikbaar vanuit de Reserve Bodemsanering. In verband met bovenstaande bijraming vanuit de SPUK verwachten wij in 2026 geen beroep te doen op de Reserve Bodemsanering en kan dit budget ter hoogte van € 1,0 miljoen worden afgeraamd. Wij stellen u voor om de lasten voor deze prestatie te verlagen met € 1,0 miljoen en de onttrekking aan de Reserve Bodemsanering met hetzelfde bedrag te verlagen.
3.1.3 Opstellen/act. beheerplannen N2000
9
0
-9
9
GS wijz. 106 Monitor Overijssel 2026 I
Deze wijziging heeft betrekking op GS wijz. 106 Monitor Overijssel 2026 I
3.1.3 Opstellen/act. beheerplannen N2000
-225
0
225
-225
Wijz. 202 Doorwerking GS 2025
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 202 Doorwerking GS 2025
3.1.4 Beheer natuurterreinen
-300
0
300
-300
GS 102 Jaarstukken 2025
Deze wijziging heeft betrekking op GS 102 Jaarstukken 2025
3.1.4 Beheer natuurterreinen
-172
0
172
-172
Wijz. 201 Doorwerking PS 2025
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 201 Doorwerking PS 2025
3.1.5 Natuurwaarden agrarisch gebied
-450
0
450
-450
PS wijz. 009 Perspectiefnota 2027
Deze wijziging heeft betrekking op PS wijz. 009 Perspectiefnota 2027
3.1.6 Proj. verbeteren biodiversiteit
-141
0
141
-141
PS 004 Jaarstukken 2025 RB
Van de begrote lasten van € 13,8 miljoen is € 4,4 miljoen niet besteed. De gerealiseerde baten zijn € 0,2 miljoen hoger dan begroot, waardoor deze prestatie een voordelig saldo van € 4,6 miljoen kent. Dit kan worden onderverdeeld in Algemene Middelen (€3,2 miljoen waarvan €1,3 miljoen niet besteed), incidentele programmamiddelen (zoals UKVO-middelen van €5,1 miljoen waarvan €3,4 miljoen niet is besteed) en specifieke uitkeringen ( €5,4 miljoen begroot, € 5,5 miljoen besteed). Het voordelige saldo heeft de volgende oorzaken: 1) Subsidieregelingen met een doorlopend plafond in 2025; 2) De afronding van de Smart Energyhubs; 3) de verstrekte subsidies voor de warmtenetten en 4) De Regionale Energiestrategieën. Hieronder worden de posten toegelicht. ad 1)  Subsidies met een doorlopend plafond Van de volgende regelingen is de omvang van de aanvragen onder het subsidieplafond gebleven in 2025, voor een bedrag van in totaal €1,6 miljoen aan UKVO-middelen; €75.000 aan SPUK-middelen en €215.000 aan motiegeld . Bij de 2e monitor 2025 hebben wij al een verwachte onderbesteding aangekondigd. UBS 3.3 Energiebesparende maatregelen: € 266.000 (UKVO) UBS 3.6 Lokale Energie-initiatieven: € 24.000 (UKVO) UBS 3.11 Kleine Mestvergisters: €431.000 (UKVO) UBS 3.13 Zonne-energielevering parkeerterreinen: € 400.000 (UKVO) UBS 3.14 Duurzaam bedrijventerreinen: € 396.000 (UKVO) UBS 3.16 Stimuleren Energie-innovatie: € 36.000 (UKVO) UBS 3.21 Train de trainer: € 75.000 SPUK J118 bedrijfsmatig vastgoed (SPUK) UBS 3.20 Motie lusten en lasten met een saldo van €215.000 (algemene middelen) De  KVO-budgetten en de SPUK-middelen worden volgend jaar opnieuw ingezet voor het gelijkwaardige doel.  Voor de Motie lusten en lasten  was € 0,9 miljoen beschikbaar. Niet alle gemeenten hebben meegedaan. De motie is uitgevoerd.  De niet bestede middelen van € 215.000 vallen vrij. GS-begrotingswijziging:Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om van het resterende UKVO-bedrag van deze prestatie €2,6 miljoen (inclusief bovengenoemde subsidies van € 1,6 miljoen)  te onttrekken aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel en toe te voegen aan prestatie 2.3.1 van de begroting 2026.  Wij hebben besloten om de jaarschijf 2026 van de begroting 2026, prestatie 2.3.1 zowel de baten als de lasten te verhogen met een bedrag van €75.000  ten laste van de SPUK J118 bedrijfsmatig vastgoed ten behoeve van de regeling train de trainer. Ad 2 Afronding Smart Energy Hubs en vrijval middelen Voor het programma Smart Energy Hubs was een bedrag van 2 keer €500.000  aan UKVO-middelen uit de vorige coalitie-periode toegevoegd aan de jaarschijf 2024 en 2025.  Er is alternatieve dekking gevonden in een Specifieke Uitkering, waardoor deze budgetten niet geheel besteed zijn. De looptijd van de besteding van deze uKVO-middelen eindigt in 2025 en de niet bestede middelen kunnen vrijvallen. PS-begrotingswijziging (onder Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen):Onder "Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen stellen wij u voor om de vrijval ter omvang van een bedrag van € 767.000 te verwerken door deze te onttrekken aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel en toe te voegen aan de Algemene reserve.  Ad 3 Bijstelling ramingen reserve verstrekte subsidies Voor de verstrekte subsidies  is in de jaarschijf 2026 een bedrag van €1,3 miljoen te hoog geraamd  voor de lastneming van in het verleden verstrekte subsidies. De afwikkeling van de subsidieverlening kan deels niet plaatsvinden in verband met de ontvangen verzoeken tot wijzigingen tot en met 2028. Het saldo van blijft noodzakelijk voor de afwikkeling van de subsidies. PS-begrotingswijziging:Wij stellen u voor om de begrote lasten voor prestatie 2.3.1 en de bijbehorende mutatie van de Reserve verstrekte subsidies als volgt aan te passen: verlagen  met € 1,3 miljoen in 2026 en met  €0,5 miljoen in 2027. En verhogen in 2028 met €1,8 miljoen. Ad 4 Resultaatbestemming Regionale Energiestrategie Binnen de RES-Overijssel 2025 resteren er middelen.  We hebben deze financiële middelen echter hard nodig voor uitvoerig van de opgaven in 2026 omdat en bestuurlijke afspraken zijn gemaakt over de besteding van deze middelen in 2026. Besteding van deze middelen vindt onder andere plaats middels regionale samenwerking binnen de  Stichting Groene en Blauwe Diensten Overijssel. Wij stellen u voor om een bedrag van € 925.000 (West Overijssel €462.333 en Twente €462.333) middels resultaatbestemming toe te voegen aan de jaarschijf 2026 van prestatie 2.3.1 van de begroting 2026.  Resultaatbestemming Decembercirculaire Small Modular Reactor De provincies werken samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) aan het SMR-programma. Het SMR-programma is er op gericht om stakeholders, specifiek provincies, in een geïnformeerde positie te brengen over SMR’s en ze voor te bereiden op de komst van SMR’s. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om onderzoeken naar de regionale (technische) potentie van SMR’s, de inpassing in het regionale energiesysteem, maatschappelijk draagvlak en informatievoorziening en verkennend onderzoek voor locatiekeuzes. Ten behoeve van het adresseren van regionale vraagstukken wordt vanuit het SMR-programma voor elke provincie €68.625 beschikbaar gesteld.   Wij stellen u voor middels resultaatbestemming een bedrag van €68.625 toe te voegen aan de jaarschijf 2026 van prestatie 2.3.1. Deze wijziging wordt verwerkt bij het onderdeel Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen. PS-begrotingswijziging Stimuleringslening verduurzaming maatschappelijk vastgoed SVN Halverwege 2023 is de regeling ‘3.9 Stimuleringslening verduurzaming maatschappelijk vastgoed’ ingesteld. De regeling kende een plafond van € 2,0 miljoen.  Ter dekking van het risico op de leningen in € 1,0 miljoen opgenomen in de Algemene Financieringsreserve. Per 1 december 2025 is de verstrekte rekeningcourant-faciliteit met de SVN (Beëindiging verduurzaming Maatschappelijk vastgoed) contractueel beëindigd.  Er zijn leningen verstrekt voor een bedrag van € 255.000. Uit de Algemene financieringsreserve  kan nu € 0,9 miljoen vrijvallen.Conform uw besluit bij de Perspectiefnota 2023 wordt voorzien in afdekking van de deelneming Enexis door vrijvallende middelen binnen de AFR als gevolg van een daling van het uitstaande saldo aan SVn-leningen. Wij stellen u voor om vanuit de Algemene financieringsreserve € 872.500 toe te voegen aan de Algemene financieringsreserve Enexis. Deze wijziging wordt verwerkt bij het onderdeel Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen. Prestatie Wind zelfstandige prestatie vanaf 2026 U heeft bij de Perspectiefnota 2026 €3 miljoen beschikbaar gesteld binnen de UKVO ter voorfinanciering van kosten van windparken. Omdat u vanaf 2026 een zelfstandige prestatie Wind in de begroting heeft toegevoegd stellen wij u voor bij de Overhead, Financiering en Algemene dekkingsmiddelen om de bijbehorende middelen ook te koppelen aan deze prestatie. Dit is een beleidsvrije, neutrale beslissing.
3.1.6 Proj. verbeteren biodiversiteit
-100
0
100
-100
PS wijz. 009 Perspectiefnota 2027
Van de begrote lasten van € 13,8 miljoen is € 4,4 miljoen niet besteed. De gerealiseerde baten zijn € 0,2 miljoen hoger dan begroot, waardoor deze prestatie een voordelig saldo van € 4,6 miljoen kent. Dit kan worden onderverdeeld in Algemene Middelen (€3,2 miljoen waarvan €1,3 miljoen niet besteed), incidentele programmamiddelen (zoals UKVO-middelen van €5,1 miljoen waarvan €3,4 miljoen niet is besteed) en specifieke uitkeringen ( €5,4 miljoen begroot, € 5,5 miljoen besteed). Het voordelige saldo heeft de volgende oorzaken: 1) Subsidieregelingen met een doorlopend plafond in 2025; 2) De afronding van de Smart Energyhubs; 3) de verstrekte subsidies voor de warmtenetten en 4) De Regionale Energiestrategieën. Hieronder worden de posten toegelicht. ad 1)  Subsidies met een doorlopend plafond Van de volgende regelingen is de omvang van de aanvragen onder het subsidieplafond gebleven in 2025, voor een bedrag van in totaal €1,6 miljoen aan UKVO-middelen; €75.000 aan SPUK-middelen en €215.000 aan motiegeld . Bij de 2e monitor 2025 hebben wij al een verwachte onderbesteding aangekondigd. UBS 3.3 Energiebesparende maatregelen: € 266.000 (UKVO) UBS 3.6 Lokale Energie-initiatieven: € 24.000 (UKVO) UBS 3.11 Kleine Mestvergisters: €431.000 (UKVO) UBS 3.13 Zonne-energielevering parkeerterreinen: € 400.000 (UKVO) UBS 3.14 Duurzaam bedrijventerreinen: € 396.000 (UKVO) UBS 3.16 Stimuleren Energie-innovatie: € 36.000 (UKVO) UBS 3.21 Train de trainer: € 75.000 SPUK J118 bedrijfsmatig vastgoed (SPUK) UBS 3.20 Motie lusten en lasten met een saldo van €215.000 (algemene middelen) De  KVO-budgetten en de SPUK-middelen worden volgend jaar opnieuw ingezet voor het gelijkwaardige doel.  Voor de Motie lusten en lasten  was € 0,9 miljoen beschikbaar. Niet alle gemeenten hebben meegedaan. De motie is uitgevoerd.  De niet bestede middelen van € 215.000 vallen vrij. GS-begrotingswijziging:Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om van het resterende UKVO-bedrag van deze prestatie €2,6 miljoen (inclusief bovengenoemde subsidies van € 1,6 miljoen)  te onttrekken aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel en toe te voegen aan prestatie 2.3.1 van de begroting 2026.  Wij hebben besloten om de jaarschijf 2026 van de begroting 2026, prestatie 2.3.1 zowel de baten als de lasten te verhogen met een bedrag van €75.000  ten laste van de SPUK J118 bedrijfsmatig vastgoed ten behoeve van de regeling train de trainer. Ad 2 Afronding Smart Energy Hubs en vrijval middelen Voor het programma Smart Energy Hubs was een bedrag van 2 keer €500.000  aan UKVO-middelen uit de vorige coalitie-periode toegevoegd aan de jaarschijf 2024 en 2025.  Er is alternatieve dekking gevonden in een Specifieke Uitkering, waardoor deze budgetten niet geheel besteed zijn. De looptijd van de besteding van deze uKVO-middelen eindigt in 2025 en de niet bestede middelen kunnen vrijvallen. PS-begrotingswijziging (onder Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen):Onder "Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen stellen wij u voor om de vrijval ter omvang van een bedrag van € 767.000 te verwerken door deze te onttrekken aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel en toe te voegen aan de Algemene reserve.  Ad 3 Bijstelling ramingen reserve verstrekte subsidies Voor de verstrekte subsidies  is in de jaarschijf 2026 een bedrag van €1,3 miljoen te hoog geraamd  voor de lastneming van in het verleden verstrekte subsidies. De afwikkeling van de subsidieverlening kan deels niet plaatsvinden in verband met de ontvangen verzoeken tot wijzigingen tot en met 2028. Het saldo van blijft noodzakelijk voor de afwikkeling van de subsidies. PS-begrotingswijziging:Wij stellen u voor om de begrote lasten voor prestatie 2.3.1 en de bijbehorende mutatie van de Reserve verstrekte subsidies als volgt aan te passen: verlagen  met € 1,3 miljoen in 2026 en met  €0,5 miljoen in 2027. En verhogen in 2028 met €1,8 miljoen. Ad 4 Resultaatbestemming Regionale Energiestrategie Binnen de RES-Overijssel 2025 resteren er middelen.  We hebben deze financiële middelen echter hard nodig voor uitvoerig van de opgaven in 2026 omdat en bestuurlijke afspraken zijn gemaakt over de besteding van deze middelen in 2026. Besteding van deze middelen vindt onder andere plaats middels regionale samenwerking binnen de  Stichting Groene en Blauwe Diensten Overijssel. Wij stellen u voor om een bedrag van € 925.000 (West Overijssel €462.333 en Twente €462.333) middels resultaatbestemming toe te voegen aan de jaarschijf 2026 van prestatie 2.3.1 van de begroting 2026.  Resultaatbestemming Decembercirculaire Small Modular Reactor De provincies werken samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) aan het SMR-programma. Het SMR-programma is er op gericht om stakeholders, specifiek provincies, in een geïnformeerde positie te brengen over SMR’s en ze voor te bereiden op de komst van SMR’s. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om onderzoeken naar de regionale (technische) potentie van SMR’s, de inpassing in het regionale energiesysteem, maatschappelijk draagvlak en informatievoorziening en verkennend onderzoek voor locatiekeuzes. Ten behoeve van het adresseren van regionale vraagstukken wordt vanuit het SMR-programma voor elke provincie €68.625 beschikbaar gesteld.   Wij stellen u voor middels resultaatbestemming een bedrag van €68.625 toe te voegen aan de jaarschijf 2026 van prestatie 2.3.1. Deze wijziging wordt verwerkt bij het onderdeel Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen. PS-begrotingswijziging Stimuleringslening verduurzaming maatschappelijk vastgoed SVN Halverwege 2023 is de regeling ‘3.9 Stimuleringslening verduurzaming maatschappelijk vastgoed’ ingesteld. De regeling kende een plafond van € 2,0 miljoen.  Ter dekking van het risico op de leningen in € 1,0 miljoen opgenomen in de Algemene Financieringsreserve. Per 1 december 2025 is de verstrekte rekeningcourant-faciliteit met de SVN (Beëindiging verduurzaming Maatschappelijk vastgoed) contractueel beëindigd.  Er zijn leningen verstrekt voor een bedrag van € 255.000. Uit de Algemene financieringsreserve  kan nu € 0,9 miljoen vrijvallen.Conform uw besluit bij de Perspectiefnota 2023 wordt voorzien in afdekking van de deelneming Enexis door vrijvallende middelen binnen de AFR als gevolg van een daling van het uitstaande saldo aan SVn-leningen. Wij stellen u voor om vanuit de Algemene financieringsreserve € 872.500 toe te voegen aan de Algemene financieringsreserve Enexis. Deze wijziging wordt verwerkt bij het onderdeel Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen. Prestatie Wind zelfstandige prestatie vanaf 2026 U heeft bij de Perspectiefnota 2026 €3 miljoen beschikbaar gesteld binnen de UKVO ter voorfinanciering van kosten van windparken. Omdat u vanaf 2026 een zelfstandige prestatie Wind in de begroting heeft toegevoegd stellen wij u voor bij de Overhead, Financiering en Algemene dekkingsmiddelen om de bijbehorende middelen ook te koppelen aan deze prestatie. Dit is een beleidsvrije, neutrale beslissing.
3.1.7 Monitoring en evaluatie natuur
-276
0
276
-276
PS 004 Jaarstukken 2025 RB
Deze wijziging heeft betrekking op PS 004 Jaarstukken 2025 RB
3.2.1 Beheer landschap
-1.000
0
1.000
-1.000
PS 002 Motie Breed gedragen ambities 26
Toewijzen laatste restant van de investeringsmiddelen UKVO aan de jaarschijf Uit het statenvoorstel 2024-2027 resteert nog een minimaal bedrag van € 28.000. Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om een bedrag van € 28.000 te onttrekken aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel en toe te voegen aan de jaarschijf 2026 van prestatie 2.3.1 van de begroting 2026.
3.2.1 Beheer landschap
-75
0
75
-75
PS wijz. 008 Monitor Overijssel 2026 I
Deze wijziging heeft betrekking op PS wijz. 008 Monitor Overijssel 2026 I
3.3.1 Beleidsontwikkeling stikstof
-84
0
84
-84
PS 004 Jaarstukken 2025 RB
Deze wijziging heeft betrekking op PS 004 Jaarstukken 2025 RB
3.3.2 Nationale parken
-343
0
343
-343
Wijz. 206 Diversen maart 2026 2
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 206 Diversen maart 2026 2
3.3.4 Faunabeheer
-62
0
62
-62
PS 004 Jaarstukken 2025 RB
Deze wijziging heeft betrekking op PS 004 Jaarstukken 2025 RB
3.3.4 Faunabeheer
322
0
-322
322
GS wijz. 106 Monitor Overijssel 2026 I
Actualisatie prestatie Wind op basis van de Anterieure Overeenkomst Wij voeren het vastgesteld windbeleid uit en nemen de regie op de realisatie van de windopgave - door uitvoering te geven aan de programmeringsafspraken.  Voor de voorfinanciering van de uitvoering van het Windbeleid heeft u bij de Perspectiefnota 2026 incidenteel € 3 miljoen beschikbaar gesteld en toegevoegd aan de UKvO. De eerste projecten zijn gestart in 2026. Wij treffen de voorbereidingen om het programma meerjarig in te richten. Hierbij blijkt dat de voorfinanciering ontoereikend is om de periode tot de ontvangst van de betalingen te overbruggen. Om op basis van de verwachte baten en lasten de jaarschijven 2026 en verdere jaren in te kunnen richten is aanvullende financiering nodig.  Hierin zijn de uitgangspunten verwerkt van de anterieure overeenkomsten.  Zie ook de brief aan PS mbt de Anterieure overeenkomst projectprocedures wind.  Bij de Perspectiefnota 2027 stellen wij u voor aanvullende voorfinanciering beschikbaar te stellen tot een bedrag van € 13,2 miljoen. Wij verwijzen daarom naar de Perspectiefnota, die tegelijkertijd met de monitor voorligt in Provinciale Staten. Ter behandeling van de reeds ingediende vragen hebben wij op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel besloten om een bedrag van € 1,3 miljoen te onttrekken aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel van prestatie 2.3.4 en toe te voegen aan de jaarschijf 2026.
3.3.5 Bestrijding invasieve exoten
-715
0
715
-715
PS 004 Jaarstukken 2025 RB
Deze wijziging heeft betrekking op PS 004 Jaarstukken 2025 RB
3.3.5 Bestrijding invasieve exoten
-208
0
208
-208
Wijz. 201 Doorwerking PS 2025
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 201 Doorwerking PS 2025
3.4.1 Beleidsontw.verduurz. Agro&Food
-190
0
190
-190
PS 004 Jaarstukken 2025 RB
Deze wijziging heeft betrekking op PS 004 Jaarstukken 2025 RB
3.4.2 Innovatieprogramma Agro&Food
-200
0
200
-200
Wijz. 202 Doorwerking GS 2025
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 202 Doorwerking GS 2025
3.4.3 Landbouwstructuurversterking
-210
0
210
-210
GS 102 Jaarstukken 2025
Deze wijziging heeft betrekking op GS 102 Jaarstukken 2025
3.5.1 Realisatie Natuurnetwerk Nederland
15.600
4.000
-11.600
15.600
GS wijz. 106 Monitor Overijssel 2026 I
Deze wijziging heeft betrekking op GS wijz. 106 Monitor Overijssel 2026 I
3.5.2 Veenweidestrategie Noordwest Overi
0
470
470
0
GS 102 Jaarstukken 2025
Vergunningverlening/toezicht/handhaving stikstof:De inzet is gekoppeld aan het aantal vergunningen en handhavingsverzoeken. Het doel is om binnen de wettelijke termijnen vergunningen te verlenen, dit is niet haalbaar tot er generieke maatregelen gedefinieerd worden door het Rijk. De onderbesteding is aangekondigd in de tweede monitor.  Resultaatbestemming versterken groene BOA's, toezicht houtopstanden en handhaving buitengebied:Het budget voor het versterken van groene boa’s betreft budget voor 2025 en 2026. Dit restant budget 2025 (€ 180.000) wordt in 2026 uitgegeven aan terreinbeherende organisaties middels subsidies. Daarnaast is in 2025 € 50.000 niet besteed aan inzet voor toezicht houtopstanden en handhaving buitengebied, deze middelen willen wij eveneens doorschuiven naar 2026. Op dit moment staat de vacature voor toezichthouder houtopstanden uit, zodat de werkzaamheden in 2026 uitgevoerd kunnen worden. Wij stellen u voor om middels een resultaatbestemming een bedrag van € 230.000 toe te voegen aan de jaarschijf 2026 van prestatie 3.1.2 van de begroting 2026.  Vrijval Kwaliteit van Overijssel (KvO) uitvoering vergunning verlening, toezicht en handhaving stikstof: Bij de Perspectiefnota 2026 zijn middelen beschikbaar gesteld voor de jaren 2026-2028 (vanuit de algemene middelen) voor de extra inzet op vergunning verlening, toezicht en handhaving stikstof. De extra KvO middelen, met een einddatum van 31 december 2025, kunnen daarom bij dit jaarverslag vrijvallen naar de algemene middelen. Wij stellen u voor om het restantbudget van € 629.000 in de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel vrij te laten vallen naar de algemene middelen. Deze wijziging is opgenomen onder kerntaak Overhead, financiering en Algemene dekkingsmiddelen.
3.5.2 Veenweidestrategie Noordwest Overi
0
-2.000
-2.000
0
GS wijz. 106 Monitor Overijssel 2026 I
Overheveling incidenteel budget casco beleid landschapBij de Perspectiefnota 2025 is budget beschikbaar gesteld voor handhavingscapaciteit voor behoud van houtopstanden. Onderdeel van dit budget is een incidenteel bedrag voor het opstellen van een voorstel voor cascobeleid landschap. Dit bedrag, ad. € 150.000, is opgenomen onder prestatie 3.1.2. In de begroting 2026 is de actie "opstellen voorstel voor cascobeleid landschap" opgenomen onder prestatie 3.2.1 (landschapsbeheer). Wij stellen u voor om incidenteel en budgettair neutraal € 150.000 over te hevelen van prestatie 3.1.2 naar 3.2.1 en hiervan € 75.000 toe te wijzen aan 2026 en € 75.000 aan jaarschijf 2027.
3.5.5 Bosstrategie en Boscompensatie
-1.000
0
1.000
-1.000
Wijz. GS 101 Revitalisatie van bossen
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. GS 101 Revitalisatie van bossen
3.5.5 Bosstrategie en Boscompensatie
-447
1.020
1.467
-447
GS 102 Jaarstukken 2025
Deze wijziging heeft betrekking op GS 102 Jaarstukken 2025
3.5.6 Toekomst voor ons platteland
500
-20.611
-21.111
500
GS wijz. 106 Monitor Overijssel 2026 I
Bij de Perspectiefnota 2025 is voor twee jaar incidenteel € 160.000 beschikbaar gesteld voor het opstellen van (eventueel benodigde) MilieuEffectRapport (MER) voor beheerplannen.  Of er een milieueffectraportage-procedure nodig is voor de gebieden waar nu aan wordt gewerkt, hangt af van het maatregelpakket dat in deze beheerplannen wordt opgenomen. Dat is momenteel nog niet duidelijk, waardoor ook de besteding van deze middelen in 2026 onzeker is.  Zoals inhoudelijk is toegelicht zullen ook de overige beschikbare middelen niet geheel in 2026 worden ingezet. De herziening van de beheerplannen loopt nog een aantal jaren door, daarvoor blijven deze middelen nodig (o.a. voor onderzoeken en inhuur van externe deskundigheid).  Onder deze prestatie is (ook) een Kwaliteit van Overijssel budget opgenomen van  € 225.000. Vanwege bestedingen in voorgaande jaren is dit bedrag € 9.000 te hoog ten opzichte van wat nog beschikbaar is in deze Reserve. Op basis van spelregels van de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel hebben wij besloten om onder prestatie 3.1.3 een bedrag van € 9.000 af te ramen in 2026.
3.66.66 Toegerekende personeelsgeb kn
-161
0
161
-161
PS wijz. 009 Perspectiefnota 2027
Deze wijziging heeft betrekking op PS wijz. 009 Perspectiefnota 2027
3.66.66 Toegerekende personeelsgeb kn
-382
0
382
-382
Wijz. 203 Doorwerking ADM 2025
Deze wijziging heeft betrekking op Wijz. 203 Doorwerking ADM 2025
3.66.66 Toegerekende personeelsgeb kn
136
0
-136
136
Wijz. 208 Voorjaarsronde personeel
Resultaatbestemming van de ontvangen Rijksmiddelen (december circulaire) voor Natuurbrandpreventie en mitigatie 2025-2029: Via de decembercirculaire van het provinciefonds 2025 heeft het Rijk een decentralisatie-uitkering verstrekt voor Natuurbrandbeheersing. Als toelichting is in de circulaire het volgende opgenomen: "Nederland ziet steeds meer brandgevoelige dagen met mogelijke omstandigheden waarbij er sprake kan zijn van onbeheersbare natuurbranden. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) stelt daarom € 5,7 miljoen beschikbaar aan provincies waar een verhoogd risico op natuurbranden aan de orde is (zie ook paragraaf 3.2.11 van de meicirculaire 2025). De desbetreffende provincies worden hiermee in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om natuurbrandbeheersing te versterken, bijvoorbeeld door natuurbrandbeheersingsplannen op te stellen of betrokken partijen te begeleiden. De verdeling van dit budget is gebaseerd op ingediende aanvragen van provincies bij het decembercirculaire provinciefonds 2025 ministerie van LVVN." Het Overijssels aandeel hiervan is nu € 0,5 miljoen. De komende jaren (t/m 2029) gaan de provincies aanvullend via toekomstige circulaires € 1 miljoen ontvangen. Omdat het bestedingsritme van de provincie en de rijksbijdragen niet synchroon lopen stellen wij u voor om de ontvangen middelen te storten in de Reserve Uitvoering Kwaliteit van Overijssel. Deze wijziging wordt verwerkt bij het onderdeel Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen. Resultaatbestemming restantmiddelen natuurbrandbeheersing 2025: In de begroting 2025 is voor natuurbrandbeheersing een bedrag opgenomen van € 0,3 miljoen, van dit budget zijn twee subsidies verleend van totaal € 0,22 miljoen. Het restant budget, € 80.000,  willen we vanwege het meerjarig karakter doorschuiven naar de periode 2026 t/m 2029 en toevoegen aan de Reserve Uitvoering Kwaliteit van Overijssel. Resultaatbestemming - toevoeging middelen aan Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel (U-KvO)  Onder kerntaak Overhead, financiering en algemene dekkingsmiddelen stellen wij voor om de ontvangen decentralisatie-uitkering, ad € 0,5 miljoen, en het restant budget 2025, ad. € 80.000, toe te voegen aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel en te koppelen aan prestatie 3.1.4 voor natuurbrandbeheersing met een looptijdeinde van eind 2029. GS besluit jaarschijf 2026 - natuurbrandbeheersing: Onder voorbehoud van goedkeuring van bovenstaande wijziging (PS besluit toevoeging middelen aan U-KvO) hebben wij besloten om vanuit de Reserve Uitvoering Kwaliteit van Overijssel een bedrag van € 0,3 miljoen toe te voegen aan de begroting 2026 om de kosten van de natuurbrandbeheersing te dekken onder prestatie 3.1.4.
Totaal
8.758
-17.121
-25.878
8.758