Kerntaak 3. Vitaal platteland

Kerntaak 3. Vitaal platteland

3.1 BBV: Ontwikkelde nieuwe natuur en beheerde natuur (hectares)

bron: Provincie Overijssel/Voortgangsrapportage Natuur   

2015 2016 2017 2018 2019 2020
Nieuw ingericht natuurgebied binnen Natuurnetwerk Nederland 316 390 61 376 124
Nieuw verworven natuurgebied binnen Natuurnetwerk Nederland 336 96 83 261 309
Oppervlakte natuur in gesubsidieerd beheer (SNL) 40950 42598 43276 47682 48248 48376

 

 

 

 

3.2 Duurzaam agrarisch landgebruik

bron: Provincie Overijssel/CBS

2015 2016 2017 2018 2019 2020
Agrarisch natuurbeheer (weidevogels, botanisch beheer en landschap) 4096 4530 4428 5063 6209 6944
Kruidenrijk productiegrasland (met subsidie) 2992 2835 2743 2711 2923 3034
Blijvend grasland (km2) 1092 1068 1052 1054 1074 1084

 

 

 

In de biodiversiteitsmonitor melkveehouderij wordt een set van 4 KPI’s (Kritieke Prestatie Indicatoren) gebruikt. Blijvend grasland en kruidenrijk grasland zijn onderdeel van ‘functionele agro-biodiversiteit’ en Agrarisch natuurbeheer is onderdeel van ‘landschappelijke diversiteit’.

3.3 Natuurkwaliteit: binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland

bron: Provincie Overijssel/CBS

1999-2002 2003-2006 2007-2010 2011-2014 2015-2018
Binnen Natuurnetwerk Nederland 101,4 101,5 99,5 101,6 103,2
Buiten Natuurnetwerk Nederland 56,3 55,4 53,9 54,4 54,7

 

 

Op basis van het landelijk vegetatiemeetnet flora (LMF), met bijna 800 proefvakken in Overijssel, wordt voor elk proefvak de ‘natuurwaarde’ berekend op grond van zeldzaamheid van vegetaties,
soortenrijkdom en trend. Beperkingen meetnet: de figuur laat geen constante lijn zien. Op grond van weersomstandigheden kunnen vegetaties het ene jaar er anders uitzien dan een ander jaar. Dit geldt vooral voor vegetaties op droge groeiplaatsen. Vooral de langjarige trend is daarom interessant.

3.4 Weidevogelstand (index 1994=100)

bron: Provincie Overijssel

1994 1996 1998 2000 2002 2004 2007 2009 2011 2013 2015 2017 2019
100 99 85 82 85 80 69 65 60 42 64 50 38

 

 

Tweejaarlijkse meting (met uitzondering 2007; tussenpoos van 3 jaar)

3.5 Natuurbeleving: tevredenheid van inwoners (rapportcijfer)

bron: Inwonersonderzoek Provincie Overijssel

2016 2017 2018 2019 2020 2021
Leefomgeving in het landelijk gebied 7,7 7,7 7,8 7,7 7,8 7,8
Landschap 7,6 7,8 7,8 7,8 7,7 7,8

 

 

3.6 Percentage dierplaatsen in gecertificeerde duurzame stallen (%)

bron: Stichting Milieukeur

3.6 Percentage dierplaatsen in gecertificeerde duurzame stallen (%)
2015 2016 2017 2018 2019 2020
Melkvee (% gecertificeerde dierplaatsen) 10% 11% 14% 17% 18% 19%
Varkens (% gecertificeerde dierplaatsen) 14% 16% 17% 38%
Pluimvee (% gecertificeerde dierplaatsen) 30% 33% 40% 46%
Vleesvee (% gecertificeerde dierplaatsen) 4% 4% 5% 24%

 

 

 

De door SMK (Stichting Milieukeur) gecertificeerde stallen zijn gedefinieerd als stal- en houderijsystemen waarin verschillende duurzaamheidkenmerken in onderlinge samenhang zijn verbeterd ten opzichte van de regulier toegepaste stallen of systemen. Het gaat om stallen en houderijsystemen die het dierenwelzijn extra verbeteren door het toepassen van maatregelen die verder gaan dan de wettelijke welzijnsnormen en die daarnaast tenminste voldoen aan andere maatschappelijke randvoorwaarden en wettelijke eisen voor milieu, diergezondheid en arbeidsomstandigheden én economisch haalbaar zijn.

De landelijke monitoring duurzame stallen is deels gestopt in 2019. Daardoor kan voor varkens, pluimvee en vleesvee geen data op dezelfde wijze in beeld gebracht worden.

3.7 Trend veehouderij (aantallen) (index 2012=100)

bron: CBS/meitelling

2015 2016 2017 2018 2019 2020
Runderen 107 110 107 103 99 101
Melkvee 108 116 113 108 106 107
Geiten 110 119 133 149 157 162
Varkens 102 100 97 96 97 94
Kippen 121 120 118 120 115 123

 

3.8 Bedrijven zonder overproductie mineralen (stikstof en fosfaat) (%)

bron: CBS

2015 2016 2017 2018 2019 2020
Bedrijven zonder overproductie mineralen 48% 45% 43% 45% 47% 47%

 

 

3.9 Ammoniakconcentratie in natuurgebieden (ug m3)

bron: Meetnet Ammoniak in Natuurgebied (RIVM)

2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Nederland (rekenkundig gemiddelde) 4,8 4,5 4,4 4,3 4,6 4,2 5,0 4,6 4,3 4,7 4,0 5,2 5,3 6,9 6,1
Overijssel (rekenkundig gemiddelde) 4,8 5,0 4,8 4,8 4,9 4,6 5,5 5,4 5,2 5,6 4,6 5,8 5,8 7,9 7,0

 

 

In Overijssel wordt in 9 natuurgebieden de ammoniakconcentratie gemeten (totaal 35 locaties)

3.10 Percentage controles waarbij geen sprake is van overtredingen van natuur wet- en regelgeving en aantal keer dat een last onder dwangsom is opgelegd (aantal)

bron: CBS

2015 2016 2017 2018 2019 2020
Controles zonder overtredingen 71% 72% 79% 70% 64% 72%
Oplegging last onder dwangsom 1 4 1 1 3 4

 

 

Een last onder dwangsom is een herstelsanctie om de overtreding te beëindigen en daarbij een verplichting tot betaling van een geldsom op te leggen, indien niet tijdig de overtreding is beëindigd. 

Contact

Publieke Dienstverlening, Team Onderzoek & Advies

Telefoon: 038 499 88 99 (kies 4)

E-mail: kennishub@overijssel.nl