Ons platteland, landbouw en natuur
Inleiding
Terug naar navigatie - Ons platteland, landbouw en natuur - InleidingEuropese en nationale ontwikkelingen, zoals de natuurherstelwet, het nationaal natuurherstelplan en de aanhoudende stikstofopgave, vergroten de druk op ruimte en vergunningverlening. Dat vraagt om samenhangende keuzes: natuur herstellen én richting geven aan de opgaven rond landbouw, water, natuur, bereikbaarheid en toekomstbestendig (boeren) ondernemerschap. Daarom zetten we in op een samenhangende en gebiedsgerichte aanpak, waarin we verschillende maatregelen combineren en afstemmen op lokale omstandigheden. De uitvoering van de zogenaamde 3x3-aanpak en aanvullende gebiedsgerichte maatregelen helpt ons om natuurherstel, duurzame landbouw, waterbeheer en bereikbaarheid tegelijk vooruit te brengen. Op deze manier willen we een robuust en vitaal buitengebied creëren, waarin landbouw en natuur elkaar versterken en het landschap behouden blijft voor toekomstige generaties. In de speerpunten hieronder is te lezen welke inzet dit van ons als provincie vraagt.
Aanvullende gebiedsgerichte maatregelen en koploper gebiedsprocessen
Terug naar navigatie - Ons platteland, landbouw en natuur - Aanvullende gebiedsgerichte maatregelen en koploper gebiedsprocessenAanleiding
De provincie Overijssel werkt in de Ontwikkelopgave Natura 2000 al jaren samen met partners aan het herstel en versterken van Natura 2000-gebieden. Toch staat de natuur in veel gebieden nog onder druk en daardoor is vergunningverlening juridisch onzeker of niet mogelijk. Dat raakt ondernemers, woningbouw en andere ontwikkelingen in Overijssel. Zo wachten PAS-melders nog altijd op legalisatie, worden ondernemers geconfronteerd met intrekkingsverzoeken en is uitvoering van diverse koplopergebiedsprocessen niet mogelijk.
Omschrijving
Met de provinciale aanpak voor aanvullende gebiedsgerichte maatregelen willen wij in en rondom Natura 2000-gebieden zorgen voor het halen van natuurdoelen. Met de combinatie van gebiedsgerichte maatregelen en de generieke maatregelen van het Rijk creëren we weer perspectief op vergunningverlening en bieden we ondernemers in de knel meer duidelijkheid.
Met deze aanpak kijken we per gebied naar factoren die invloed hebben op de natuur, zoals verdroging, versnippering, verstoring, stikstof en bodemkwaliteit. Door deze factoren in samenhang te bekijken ontstaat ruimte voor maatwerk per gebied, waarbij we koploper gebiedsprocessen betrekken. Deze inzichten benutten we bij de toekomstige actualisatie van de beheerplannen voor Natura 2000. Waarschijnlijk wordt er de komende paar maanden meer duidelijk over de spelregels die het Rijk zal stellen aan gebiedsgerichte aanpakken. Dit zal verder richting geven aan de invulling van onze aanpak.
Wat is ervoor nodig
Bij al deze maatregelen horen passende financiële instrumenten en voldoende juridische borging, zodat handelingsperspectief ontstaat en we de ondernemer ondersteunen om aan de gebiedsopgave te kunnen voldoen. We houden vast aan de Overijsselse 3x3 aanpak waarbij we investeren in een toekomstbestendig landelijk gebied met een sterk sociaaleconomisch perspectief.
De aanpak werken we uit in samenwerking met onze partners en in samenhang met lopende trajecten, zoals de landbouwvisie, de ontwikkelopgave Natura 2000 en koplopergebiedsprocessen. Samen met grondeigenaren en partners kijken we per gebied naar de staat van de natuur (gedeelde kennisbasis). Vanuit deze basis ontwikkelen we samen met ondernemers en omwonenden gebiedsgerichte en/of bedrijfsspecifieke maatregelen die passen bij de brede opgave van een gebied. Eventuele Rijksmiddelen die in de gebieden terecht komen en de koppelkansen die er te maken zijn willen we optimaal kunnen benutten. Daarom zetten we ook in op het actief vinden en creëren van dergelijke kansen. Wij stellen voor om in totaal € 8 miljoen te reserveren. Voor de inzet van deze middelen volgt een separaat Statenvoorstel. Daarbij zal ook gekeken worden naar de inzet vanuit het programma Leefbaar Platteland.
Op basis van de verkenningen van de koploper gebiedsprocessen en de invulling van het Coalitieakkoord door de Rijksoverheid (zomer 2026) gaan we per koploper gebiedsproces na of en hoe we tot realisatie van de doelen kunnen komen.
Landbouwvisie en uitwerking van de uitvoering
Terug naar navigatie - Ons platteland, landbouw en natuur - Landbouwvisie en uitwerking van de uitvoeringAanleiding
De landbouw is een belangrijke sector in de provincie Overijssel, vanwege voedselproductie, grondgebruik, economie, cultuurhistorie en sociale cohesie. De afgelopen tijd hebben we gewerkt aan een visie voor de landbouw. In deze visie stellen we kaders zodat boeren en andere agrarische ondernemers keuzes kunnen maken.
Omschrijving
In onze visie verbinden we de belangrijkste zeven belangrijke ontwikkelingen die op het platteland afkomen. Dit zijn landbouweconomische ontwikkelingen, ruimte en grond, geopolitiek, klimaatverandering, water en bodem, natuur en biodiversiteit, vakmanschap en ondernemerschap en plagen, ziekten, dierenwelzijn en gezondheid. Op basis daarvan benoemen we de kansen en uitdagingen waar de landbouw voor staat en hoe wij als provincie daar een rol in spelen. Kern van onze visie voor 2040: een toonaangevende landbouw in balans met de omgeving. Hiermee willen we Overijsselse landbouwbedrijven een langetermijnperspectief bieden op basis waarvan ondernemers verantwoorde investeringsbeslissingen kunnen nemen. De visie stellen we in het voorjaar van 2026 vast.
Wat is ervoor nodig?
We stellen de landbouwvisie in het voorjaar van 2026 vast, en leggen deze voor aan PS. De landbouwvisie geeft een stevige basis voor verdere uitwerking in provinciaal beleid en instrumenten. Daarnaast willen we zorgen voor een structurele borging van de versterking van de agro-food keten in Overijssel, door blijvend in te zetten op het stimuleren van kansrijke ontwikkelingen en innovaties, kennisdeling- en ontwikkeling en het organiseren van de verbinding met relevante programma’s en beleidsthema’s zoals circulaire economie, Leefbaar platteland, natuur voor elkaar, VAB’s en verdere uitwerking van de omgevingsvisie.
Plattelandsagenda
Terug naar navigatie - Ons platteland, landbouw en natuur - PlattelandsagendaAanleiding
De leefbaarheid en 'noaberschap' op het platteland staan onder druk. Er zijn grenzen aan de ruimte. Daarnaast spelen er verschillende ontwikkelingen zoals vergrijzing, jongeren die het platteland verlaten, het tekort aan passende woon-zorgcombinaties en de bereikbaarheid en voorzieningen die onder druk staan. Een opgave in het coalitieakkoord ‘Schouder aan schouder’ is dat we ons meer bewust zijn van de (sociaaleconomische) gevolgen en kansen van deze ontwikkelingen. In een participatietraject hebben inwoners, ondernemers, gemeenten en organisaties samen aangegeven welke kansen en knelpunten er zijn als het om de leefbaarheid op het platteland gaat en welke rol de provincie hierin zou kunnen spelen. Dit heeft geresulteerd in een document genaamd ‘De stemmen van het Overijsselse platteland.
Dit document, het geluid uit de samenleving, is vervolgens een belangrijke bouwsteen voor de Plattelandsagenda waaraan gewerkt wordt.
Omschrijving
Met de Plattelandsagenda zet de provincie in op het behoud en versterken van de leefbaarheid op het platteland. Het Platteland moet een fijne plek zijn en blijven om te wonen, te werken, te ondernemen en te ontspannen. In de Plattelandsagenda komt te staan waar de provincie op in wil zetten, wat de rol van de provincie daarbij is en hoe de provincie wil samenwerken met inwoners, ondernemers, gemeenten en organisaties. Daarbij is het van belang dat de gebiedsgerichte maatregelen van de provincie vanuit de 3x3 aanpak en de Plattelandsagenda elkaar aanvullen en versterken.
Uit de ‘Stemmen van het Overijsselse platteland’ komen verschillende thema’s naar voren die belangrijk zijn voor de leefbaarheid. Voorbeelden van thema's zijn wonen, bereikbaarheid, voorzieningen, bedrijvigheid en gezondheid. De uitdagingen binnen die thema's zijn complex en hangen onlosmakelijk met elkaar samen. Daarmee raakt Leefbaar Platteland niet alleen beleidsteams en programma’s binnen de provincie, maar ook gemeenten en organisaties. Er zal daarom een goede afstemming plaats moeten vinden en er zullen duidelijk keuzes gemaakt moeten over wat wel en niet onder Leefbaar Platteland valt.
Wat is ervoor nodig?
Leefbaar Platteland is op dit moment een programma dat loopt tot 2028. De opgave om het platteland van Overijssel leefbaar te houden is te complex om met een tijdelijk programma aan te kunnen pakken. In het Investeringsvoorstel Leefbaar Platteland 2024-2027 dat door Provinciale Staten is vastgesteld wordt aangegeven dat toegewerkt wordt naar structureel beleid. Met de Plattelandsagenda moet dit structurele beleid vorm krijgen.
Met de huidige subsidieregelingen en instrumenten wordt geïnvesteerd in het behoud en versterken van voorzieningen en het uitwisselen van informatie en ervaringen. 1 oktober 2026 loopt de pilot BoerenPerspectief af. De verwachting is dat het Rijk budget beschikbaar stelt voor de BoerenPerspectief aanpak. De kaders en voorwaarden voor de regeling moeten nog worden vastgesteld en daarom is het op dit moment niet zeker of BoerenPerspectief uiteindelijk ook in aanmerking komt voor de regeling en hiervoor middelen ontvangt vanuit het Rijk. Dit is van belang voor de continuering van de werkzaamheden van de erfcoaches, procesbegeleiders en psychosociale ondersteuning. We blijven ons inzetten voor de continuering van financiering.
Uit recent gehouden interviews en een enquête onder aanvragers van subsidies komt naar voren dat de verschillende regelingen goed aansluiten bij de behoeftes. Waar nog winst te behalen valt is de onderlinge samenwerking tussen dorpen stimuleren om gezamenlijk opgaven op te pakken. Waar ook steviger op ingezet moet worden is monitoring (van de impact), evaluatie en het verbinden van wetenschap en praktijk.
Daarnaast moeten we Leefbaar Platteland nog meer verbinden met andere opgaven, zoals bijvoorbeeld Sociale Kwaliteit, Erfgoed, Cultuur, Wonen, Bereikbaarheid en de 3x3-aanpak. Dat biedt mogelijkheden om leefbaarheid onderdeel te laten zijn van het beleid en de activiteiten van andere beleidsterreinen en voor gezamenlijke subsidieregelingen.