Ons water- en energiesysteem
Inleiding
Terug naar navigatie - Ons water- en energiesysteem - InleidingDe gevolgen van klimaatverandering versnellen de wateropgaven in Overijssel. De druk op zoetwaterbeschikbaarheid, waterveiligheid en waterkwaliteit neemt toe en vraagt, samen met de doelen uit de Kaderrichtlijn Water, om aanvullende maatregelen en scherpe keuzes in het gebruik en de verdeling van water. Tegelijk vormt netcongestie een belangrijk knelpunt voor woningbouw, economische ontwikkeling en verduurzaming. Uitbreiding én slimmer gebruik van het stroomnet zijn noodzakelijk, terwijl ook nieuwe ontwikkelingen zoals de warmtetransitie extra financiële en organisatorische uitdagingen met zich meebrengen.
In Overijssel komen deze opgaven samen met andere grote transities, zoals woningbouw, natuurherstel en de ontwikkeling van een toekomstbestendige landbouw. De sterke samenhang tussen deze thema’s vraagt om integrale keuzes en een gebiedsgerichte aanpak. Met onder meer de recent vastgestelde energievisie zetten we stappen richting een klimaatneutraal Overijssel in 2050. Door opgaven te verbinden, bijvoorbeeld door water en bodem sturend te maken in ruimtelijke keuzes, benutten we kansen om efficiënter en effectiever te werken aan een gezonde, veilige en leefbare omgeving.
Kaderrichtlijn Water-doelen
Terug naar navigatie - Ons water- en energiesysteem - Kaderrichtlijn Water-doelenAanleiding
De waterkwaliteit in Overijssel moet beter. In Europees verband is afgesproken dat alle lidstaten in 2027 moeten voldoen aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze doelen gaan over schoon en gezond water, zowel oppervlaktewater als grondwater. Hoewel er de afgelopen jaren stappen zijn gezet, haalt Nederland de doelen nog niet. Ook in Overijssel merken we dat de huidige inzet niet genoeg is.
In de Statenbrief “Grip op waterkwaliteit” is beschreven dat een aantal maatregelen nog in de opstartfase zit. We spannen ons maximaal in om de doelen te halen en daarvoor is geld nodig. Wanneer we te laat zijn, kan dit leiden tot maatregelen van het Rijk of zelfs boetes uit Europa. Het belangrijkste risico ligt echter dichtbij huis: vervuiling van grond- en oppervlaktewater kan gevolgen hebben voor de drinkwatervoorziening, natuur, landbouw en leefbaarheid.
De waterkwaliteit staat onder druk door verschillende oorzaken, zoals nutriënten uit de landbouw, indirecte lozingen via riolen en het vrijkomen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Zonder extra inzet verbetert de situatie niet genoeg. Daarom is het nodig om te versnellen en gerichte maatregelen te nemen. De KRW-impulsmaatregelen zijn ontwikkeld om deze versnelling mogelijk te maken. Om deze maatregelen volledig uit te voeren, is aanvullend budget nodig. Uit eerder onderzoek blijkt dat dit niet binnen de bestaande begroting kan.
Omschrijving
Met de KRW-impulsmaatregelen richten we ons op drie onderdelen:
1. Verbeteren van de grondwaterkwaliteit
We onderzoeken de herkomst van vervuiling in het grondwater, vooral bij drinkwaterwinningen. Als duidelijk is waar vervuiling vandaan komt, kunnen gerichte maatregelen worden genomen. Daarnaast wordt een early-warningsysteem opgezet. Daarmee kunnen we problemen sneller opsporen en voorkomen dat verontreinigingen de drinkwatervoorziening bereiken. Ook versterken we de samenwerking tussen provincie en waterschappen via een watercoalitie.
2. Verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit
We pakken indirecte lozingen aan: lozingen via het riool of het terrein die uiteindelijk in het oppervlaktewater komen. Dit doen we door bedrijven strenger te volgen en door omgevingsdiensten en gemeenten te ondersteunen.
3. Aanpak van diffuse bronnen in het landelijk gebied
In de Proeftuin Drinkwater kijken we breder dan alleen naar landbouw. Ook andere bronnen dragen bij aan vervuiling. Daarom voeren we herkomstanalyses uit en koppelen hier maatregelen aan, zoals gebiedsgerichte subsidies of pilots. Zo kunnen we nutriënten en ZZS terugdringen in de omgeving van drinkwaterwinningen
Wat is ervoor nodig
Om invulling te geven aan deze impulsmaatregelen stellen wij voor om in totaal € 1,9 miljoen beschikbaar te stellen voor de jaren 2026 en 2027. Hiermee voorkomen we dat de KRW-doelen verder uit het zicht raken en kunnen wij de benodigde maatregelen met daarbij behorende specialistische capaciteit en kennis borgen.
Energieplanologie
Terug naar navigatie - Ons water- en energiesysteem - EnergieplanologieAanleiding
De Energievisie 2025 van Overijssel schetst het gewenste toekomstbeeld van een duurzame en betrouwbare energievoorziening. De energietransitie vraagt de komende decennia aanzienlijk meer ruimte voor energieopwekking, -opslag en -infrastructuur. Dit is noodzakelijk om de gewenste ontwikkelingen op het gebied van wonen, regionale economie en bereikbaarheid te kunnen realiseren. De toekomstige ruimtevraag voor energie is echter nog onvoldoende in beeld. Hierdoor bestaat het risico op ruimtelijke knelpunten, vertraging en keuzes die later moeilijk te herstellen zijn. De provincie wil dit voorkomen door energieplanologie verder te ontwikkelen: een integrale aanpak waarin energie en ruimtelijke ordening samenkomen. Zo kunnen we onze regisserende rol versterken, knelpunten voorkomen, samenhang aanbrengen tussen opgaven en de ruimtevraag voor energie tijdig en zorgvuldig inpassen. Ook vergroot dit onze invloed op Rijksbeleid.
Omschrijving
De aanpak kent twee hoofdlijnen: inzicht in de ruimtevraag en sturen in samenhang.
1. Inzicht in de ruimtevraag
We brengen de toekomstige ruimtebehoefte voor onder meer windenergie, zon, mestvergisting, infrastructuur, SMR’s en batterijen in beeld. Op basis hiervan bepalen we hoe deze opgaven zich verhouden tot andere ruimteclaims, hoe ze landen in ons ruimtelijk beleid en welke rol de provincie daarin heeft.
2. Sturen in samenhang
Naast ruimtelijke borging is samenhangende sturing nodig. Energie wordt een structurerend principe in ruimtelijke ontwikkelingen. Daarom nemen we energie vroegtijdig mee in processen en zetten we een energieplanoloog in om dit structureel te borgen.
Energieplanologie vormt zo de verbindende schakel tussen opgaven als woningbouw, mobiliteit, economie, landbouw en natuur, en helpt om knelpunten in ruimte en energiebeschikbaarheid te voorkomen.
Wat is ervoor nodig
Om dit goed te regelen, is het nodig om kennis uit verschillende sectoren te bundelen en één duidelijke aanpak te maken voor wonen, werken, bereikbaarheid en energie. Energie moet daarbij een belangrijk uitgangspunt zijn. Dat vraagt om goede samenwerking tussen verschillende gebieden én de verschillende beleidsdomeinen (Energie en Ruimtelijke Ontwikkeling). Daarnaast zetten we al aan het begin van plannen een energieplanoloog in. Deze wordt gefinancierd met rijksmiddelen voor uitvoering van het klimaat- en energiebeleid (CDOKE-middelen). Aan het eind van dit jaar verwachten we meer duidelijkheid over hoe we dit in ons beleid gaan verwerken.