Ontwikkelingen en voorstellen

Recente besluitvorming en toevoegen jaarschijf

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen en voorstellen - Recente besluitvorming en toevoegen jaarschijf

Recente besluitvorming
Het budgettair perspectief actualiseren we met de begroting 2026 als beginstand. De besluitvorming die sindsdien is genomen (Monitor Overijssel 2025-II en Jaarrekening 2025) hebben we verwerkt. 

Toevoegen jaarschijf 2030
Elk jaar kijken we vier jaar vooruit en dus komt er elk jaar een nieuw jaar bij. Bij het toevoegen van de nieuwe jaarschijf maken we een 'kopie' van de laatste jaarschijf en verwerken we in het budgettair perspectief de wijzigingen van 2029 naar 2030. We lichten hier de wijzigingen toe:

  • In het budgettair perspectief houden we rekening met toekomstige kapitaallasten. Het gaat bijvoorbeeld om kapitaallasten die voortvloeien uit investeringen in de Zwartewaterbrug en de Vloedbeltverbinding. Deze kapitaallasten komen in de begroting als de investering is afgerond. Dat is bij de genoemde voorbeelden pas in 2032. Omdat we in het budgettair perspectief 4 jaar vooruit kijken valt dit jaar buiten beeld. Om wel rekening te houden met deze toekomstige kapitaallasten nemen we een reservering op in het laatste jaar van het budgettair perspectief (nu 2030). Zolang de kapitaallasten er niet zijn, valt deze structurele reservering incidenteel vrij. Bij het voorgaande budgettaire perspectief waren reserveringen aanwezig voor de toekomstige structurele kapitaallasten voor de Zwartewaterbrug en Vloedbeltverbinding. Nu er een laatste jaarschijf bijkomt, verplaatsen deze reserveringen van 2029 naar 2030. De reservering (en incidentele vrijval) vervallen in 2029.
  • In 2030 loopt een aantal incidenteel beschikbaar gestelde middelen t/m 2029 af. Het gaat om € 0,6 miljoen m.b.t. werkregio's DPRA, € 0,2 miljoen m.b.t. Kaderrichtlijn water en € 0,2 miljoen m.b.t. Toekomstgerichte erven niet agrariërs.

Algemene financiële ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen en voorstellen - Algemene financiële ontwikkelingen

Accres Provinciefonds
Het accres van het provinciefonds ontwikkelt op basis van de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product. Daarin zit een compensatie voor indexering en volumegroei. Zoals gebruikelijk verwerken we de accresontwikkeling alleen voor het eerstvolgende jaar. Op basis van de septembercirculaire 2025 verwerken we bij deze Perspectiefnota het accres vanaf 2027. Het effect bedraagt structureel € 10,8 miljoen. Dit omvat zowel volumegroei als inflatiegroei.

Vrijval reservering herverdeling provinciefonds
In de begroting was vanaf het boekjaar 2026 geanticipeerd op een negatief herverdelingseffect van het provinciefonds. Met de tussenstap die voor de zomer in IPO-verband en met het Rijk is afgesproken, is er duidelijkheid over het financiële effect in 2026 en 2027. Een deel van de reservering kan in deze jaren daardoor vrijvallen. Het gaat om een vrijval van € 10 miljoen in 2026 en € 5 miljoen in 2027.

Indexeringen
Tegenover de hogere baten uit het provinciefonds staan extra lasten door inflatie. Voor de algemene inflatiecorrectie baseren wij ons op de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP), zoals geraamd door het CPB. Deze is voor het lopende jaar geraamd op 2,1%.

In het licht van het realiseren van efficiëntie binnen de bestaande begroting kiezen wij voor een sobere indexeringslijn. Op de budgetten waar geen contractuele indexatieverplichtingen aan ten grondslag liggen, passen wij geen inflatiecorrectie toe. De indexering wordt wel volledig doorgevoerd op budgetten met contractuele verplichtingen, waaronder de OV-concessies en langlopende samenwerkingsovereenkomsten. Per saldo bedraagt de inflatiecorrectie structureel € 4,8 miljoen.

CAO 2026/2027
Op basis van de verwachte loonontwikkeling voor 2026/2027 houden wij rekening met een structurele kostenstijging op de personeelslasten van € 1,1 miljoen in 2027 en € 2,9 miljoen vanaf 2028. Daarnaast is voor de jaren 2027-2030 incidenteel € 1,2 miljoen benodigd voor de verwerking van eenmalige effecten.

Rente leningen gemeenten (structureel)
De treasurycommissie heeft besloten een structureel renderende leningenportefeuille op te bouwen, met uitzettingen aan gemeenten met een looptijd van 10 tot 15 jaar. Op basis van de inmiddels vastgelegde leningen ramen wij de structurele rentebaten van € 3,7 miljoen in 2026 aflopend naar € 2,7 miljoen in 2030. Wij ramen uitsluitend de baten van daadwerkelijk vastgelegde leningen structureel.

Rentebaten (incidenteel)
Voor het saldo op de schatkistrekening bij het Rijk ramen wij de rentebaten maximaal één jaar vooruit. De rentebaten voor 2027 worden ingeschat op € 20 miljoen. Deze nemen wij incidenteel op in het budgettair perspectief. De hoogte van de rentebaten is afhankelijk van de ontwikkeling van de rente op de schatkist en de omvang van ons saldo bij het Rijk.

Algemene financiële voorstellen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen en voorstellen - Algemene financiële voorstellen

Opcenten MRB
We stellen voor de toenemende kosten voor de infrastructurele begroting te dekken met een geleidelijke stijging van de opcenten. In totaal gaat het om een stijging van 2,2 opcenten per jaar van 2027 tot en met 2030. Het huidige opcententarief is 82,2. Daarmee komen de opcenten in 2030 uit op 91 opcenten.

Structurele begroting
Bij de Perspectiefnota vorig jaar heeft u structureel € 15 miljoen gereserveerd om de taken die we al meerdere coalities met incidentele middelen uitvoeren, structureel te kunnen bestendigen. Wij verwachten de oorspronkelijk gereserveerde middelen voldoende zijn voor een impactvolle stap om onze wettelijke taken én systeemrol meer structureel te kunnen bestendigen. Daarmee valt € 3,3 miljoen vrij die bij de Begroting 2026 aanvullend was gereserveerd voor deze opgave. 

Autonome ontwikkelingen (Structureel)

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen en voorstellen - Autonome ontwikkelingen (Structureel)

Aanbesteding auto's – € 250.000 structureel
De leasecontracten van onze bedrijfsauto's worden in 2026 opnieuw aanbesteed. Ten opzichte van de aanbesteding vier jaar geleden zijn de leaseprijzen significant gestegen als gevolg van marktbrede prijsontwikkelingen. Wij verwachten daardoor een structurele kostenstijging van circa € 250.000. Het voorstel is om vanaf 2027 structureel € 250.000 beschikbaar te stellen.

Drones in het luchtruim van Overijssel – € 136.000 structureel
De inzet van drones neemt snel toe, onder meer voor medisch transport, hulpverlening en inspecties. Dit leidt tot een groeiend aantal aanvragen voor TUG-ontheffingen (Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik), die provincies verlenen voor vluchten buiten officiële luchthavens. De wet- en regelgeving loopt achter op de technische ontwikkelingen. Alle provincies starten daarom gezamenlijk een pilot voor TUG-ontheffingen voor drones, die de kennis en ervaring oplevert voor nieuw beleid. Ondertussen blijven aanvragen gewoon doorlopen, groeit de sector door en zal het nieuwe beleid dat uit de pilot voortkomt vragen om structurele beleidscapaciteit om te worden uitgewerkt en bijgehouden. Wij stellen hiervoor vanaf 2026 structureel € 68.000 beschikbaar, oplopend naar € 136.000 vanaf 2027.

Kostenstijging softwarelicenties Geo/beleidsinfo – € 250.000 structureel
De kosten voor het gebruik van onze Geografische Informatie Systemen (GIS) en gerelateerde data en software voor het ontwikkelen van beleidsinformatie zijn de afgelopen jaren gestegen. Hieraan liggen meerdere oorzaken ten grondslag: er zijn hoge inflatiecorrecties door leveranciers doorberekend, licentiemodellen zijn veranderd en het gebruik van software en data is toegenomen. Het voorstel is om vanaf 2026 structureel € 250.000 beschikbaar te stellen.

Prijsstijging SSC ONS – € 174.000 structureel
De provincie Overijssel neemt diensten af van SSC ONS op het gebied van IT, HR en Europese aanbestedingen. SSC ONS wordt geconfronteerd met prijsstijgingen als gevolg van prijsindexaties en loonstijgingen die het indexeringspercentage van Overijssel overschrijden. Daarnaast zijn investeringen benodigd om de toegankelijkheid, betrouwbaarheid en veiligheid van informatie te waarborgen. Het voorstel is om vanaf 2027 structureel € 174.000 beschikbaar te stellen.

Restauratie dak Kasteel Nijenhuis – € 20.000 structureel en investeringskrediet € 500.000
Uit inspecties is gebleken dat het dak van kasteel Nijenhuis toe is aan een grondige restauratie. Zowel grote delen van de dakconstructie als de dakpannen dienen vervangen te worden. De benodigde werkzaamheden zijn groter dan eerder voorzien en kunnen niet uit de bestaande investerings- en exploitatiebudgetten worden gedekt. Het voorstel is om een investeringsbudget van € 500.000 beschikbaar te stellen en vanaf 2027 structureel € 20.000 te reserveren voor de bijbehorende afschrijvingslasten.

Toename kosten begroting IPO – € 500.000 structureel
Het IPO heeft aangegeven dat er investeringen nodig zijn in de organisatie van de vereniging. De huidige stand van de organisatie leidt volgens het IPO tot risico's en kwetsbaarheden. Op het moment van schrijven is het voorstel voor de IPO begroting nog in de maak. Het voorstel is om vanaf 2027 structureel € 500.000 te reserveren om de toenemende kosten te dekken.

Verhoging service- en huurkosten steunpunten RWS/RVB – € 350.000 structureel
De provincie huurt van het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat een viertal steunpuntlocaties voor de opslag en het uitrijden van strooizout. RVB en RWS hebben een nieuwe kostenverdeelsystematiek ingevoerd, omdat de eerder gehanteerde prijzen niet kostendekkend waren. Na uitgebreide gesprekken en onderhandelingen is een onderhandelingsresultaat bereikt. Voor Overijssel betekent dit een kostenstijging van circa € 350.000 per jaar. Het voorstel is om vanaf 2026 structureel € 350.000 beschikbaar te stellen.

Verzekeringen Statenleden – € 130.000 structureel
Per 1 januari 2025 is in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers een vergoeding opgenomen voor voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Daarnaast zijn de vergoedingen voor Statenleden per 1 januari 2026 verhoogd. De structurele budgettaire gevolgen kunnen niet binnen het bestaande budget worden opgevangen. Het voorstel is om vanaf 2026 structureel € 130.000 beschikbaar te stellen.

Reservering instandhouding infrastructuur  – structureel oplopend tot € 10 miljoen
Periodiek is infrastructuur aan groot onderhoud en/of vernieuwing toe. Op basis van nieuwe meerjarenramingen die zijn gemaakt, in aanloop naar het nieuwe Beheerplan Infrastructurele Kapitaalgoederen, blijkt dat structureel € 10 miljoen aanvullende middelen nodig zijn. Zoals in het Statenvoorstel verwoord is het voorstel om hiervoor stapsgewijs middelen voor te reserveren in de begroting en beschikbaar te stellen op het moment dat de opgave uitvoerbaar wordt geacht. Het voorstel is om een structurele reservering te doen van € 2,5 miljoen (2027) oplopend naar € 10 miljoen (2030).

Dagelijks onderhoud infrastructuur – structureel € 4,17 miljoen en incidenteel € 3,4 miljoen
De laatste jaren blijven de kostenstijgingen op het dagelijks onderhoud voor infrastructuur aanhouden. Dit komt door fors gestegen eenheidsprijzen bij nieuwe aanbestedingen, krapte op de arbeidsmarkt en strengere normen. Het gaat om een scala aan activiteiten zoals dagelijks onderhoud, calamiteiten en incidentmanagement, vaarwegbeheer, inspecties en onderzoek, veiligheid en ecologie. Het voorstel is om structureel € 4,17 miljoen beschikbaar te stellen en incidenteel € 1,43 miljoen (2026) aflopend naar € 400.000 (2029) beschikbaar te stellen.

Zwartewaterbrug – € 900.000 structureel
Voor de vervanging van de Zwartewaterbrug zijn de geraamde projectkosten op basis van actuele inzichten hoger dan eerder voorzien. Om de structurele kapitaallasten op termijn te kunnen dekken is een aanvullende reservering nodig. Het voorstel is om aanvullend structureel € 900.000 te reserveren voor de toekomstige afschrijvingslasten. De afschrijving begint pas na afronding van de vervanging, nu voorzien in 2032. De (aanvullende) reservering zetten we in het laatste jaar (2030) van het budgettair perspectief. Zolang de vervanging nog niet is gerealiseerd valt de reservering incidenteel vrij.

Vloedbeltverbinding – € 1,4 miljoen structureel
Er hebben zich in het traject verschillende kostenverhogende ontwikkelingen aangediend (o.a. hogere grondprijzen en de niet eerder te voorziene aanwezigheid van glauconiet). Oorspronkelijk is voor de uiteindelijke afschrijvingslasten circa € 2,1 miljoen gereserveerd. Op basis van afschrijvingslasten over een periode van 30 jaar voor wegen en 80 jaar voor kunstwerken, conform de systematiek zoals die bij vaststelling van het PIP voor wegen eerder is toegepast, komen de afschrijvingslasten € 1,4 miljoen hoger uit. Het voorstel is dit bedrag aanvullend te reserveren en te onderzoeken of een deel van de dekking gevonden kan worden binnen het uitvoeringsprogramma mobiliteit. De afschrijving begint pas na afronding van de aanleg. De (aanvullende) reservering zetten we in het laatste jaar (2030) van het budgettair perspectief. Zolang de vervanging nog niet is gerealiseerd valt de reservering incidenteel vrij.

Autonome ontwikkelingen (incidenteel)

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen en voorstellen - Autonome ontwikkelingen (incidenteel)

Collectie Overijssel Historisch Centrum Overijssel – € 100.000 incidenteel
Op grond van de Archiefwet zijn Gedeputeerde Staten verplicht blijvend te bewaren archieven onder te brengen in een aangewezen archiefbewaarplaats. Collectie Overijssel vervult deze functie voor het provinciale archief en ontwikkelt zich tevens als regionale voorziening voor digitale archivering.

In aanloop naar een mogelijke toetreding tot de gemeenschappelijke regeling Collectie Overijssel is een incidentele investering van € 100.000 nodig voor de inrichting van het e-depot, verdeeld over 2027 en 2028 (ieder € 50.000). Deze middelen zijn bedoeld voor voorbereidende werkzaamheden aan de digitale archiefinfrastructuur, zodat wordt voldaan aan de eisen voor duurzame digitale bewaring.

Over definitieve toetreding en de structurele kostenverdeling wordt nog gesproken; naar verwachting ontstaat hierover in de tweede helft van 2026 duidelijkheid. Indien toetreding doorgang vindt, is aanvullend structureel budget nodig. Wij komen hierop terug.

Financiële zekerheidsstelling milieuschade – € 450.000 incidenteel
In het Omgevingsbesluit is vastgelegd dat de provincie als bevoegd gezag van bepaalde bedrijven een verplichte financiële garantie moet verlangen. Met zo'n garantie kunnen bedrijven die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aantonen dat zij over voldoende middelen beschikken om eventuele herstel- en opruimkosten te betalen. Dit is een nieuwe wettelijke taak. Het inrichten en uitvoeren hiervan vergt begeleiding. Het voorstel is om hiervoor incidenteel € 450.000 beschikbaar te stellen in 2027.

Hogere uitvoeringskosten RvO – ANLB 2026 en 2027 – € 900.000 incidenteel
Door de aankomende uitbreiding van het agrarisch natuurbeheer heeft RvO aangegeven dat de uitvoeringskosten voor de jaren 2026 en 2027 zullen stijgen. Op basis van de bijgestelde raming vanuit RvO moet het huidige budget worden opgehoogd. Het voorstel is om in 2026 en 2027 jaarlijks incidenteel € 450.000 beschikbaar te stellen.

IPO congres 2026 – € 200.000 incidenteel
Het IPO-congres is dit jaar in Overijssel en wordt door de provincie in samenwerking met het IPO georganiseerd en gefinancierd. De totale begroting bedraagt naar verwachting € 250.000 tot € 300.000. Het IPO draagt € 100.000 bij. Het voorstel is om incidenteel € 200.000 beschikbaar te stellen in 2026.

Financiële voorstellen vanuit speerpunten

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen en voorstellen - Financiële voorstellen vanuit speerpunten

Aanvullende gebiedsgerichte maatregelen – € 8 miljoen incidenteel
Voor de gebiedsgerichte aanpak willen we aanvullende maatregelen kunnen treffen, die de gebieden in meerdere opzichten perspectief kunnen bieden. Daarbij valt te denken aan integrale gebiedsmaatregelen waarbij natuur, leefbaarheid en economie samenkomen. Eventuele Rijksmiddelen die in de gebieden terecht komen en de koppelkansen die er te maken zijn willen we optimaal kunnen benutten. Daarom zetten we ook in op het actief vinden en creëren van dergelijke kansen. We stellen voor incidenteel € 8 miljoen te reserveren binnen de Algemene reserve KvO. Voor de inzet van deze middelen volgt een separaat Statenvoorstel. Daarbij zal ook gekeken worden naar de inzet vanuit het programma Leefbaar Platteland.

KRW-impulsmaatregelen – € 1,88 miljoen incidenteel
De Kaderrichtlijn Water (KRW)-impuls vloeit voort uit de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water. Aanvullende maatregelen zijn noodzakelijk. De voorgestelde maatregelen richten zich op verbetering van de grondwaterkwaliteit, verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit en aanpak van nutriënten en Zeer Zorgwekkende Stoffen in het landelijk gebied. Wij stellen voor om in totaal € 1,88 miljoen incidenteel beschikbaar te stellen en toe te voegen aan de bestaande middelen voor KRW in de Uitvoeringsreserve KvO.

Regionale gebiedsontwikkeling en verstedelijkingsstrategieën – € 7,5 miljoen incidenteel
Voor de woon- en bereikbaarheidsopgave wordt door het Rijk verschillende middelen beschikbaar gesteld aan gemeentelijke projecten. Om koppelkansen met het provinciale beleid te realiseren is de inzet van cofinanciering noodzakelijk. We willen inzetten op het realiseren van projecten die bijdragen aan de verstedelijkingsambities van de Overijsselse regio's. De bijdrage is nodig om publieke kosten te dekken voor fysieke maatregelen die provinciale doelen voor woningbouw, klimaatadaptatie, economie en mobiliteit ondersteunen. Wij stellen voor om € 7,5 miljoen incidenteel te reserveren binnen de Algemene Reserve KvO. Voor de inzet van deze middelen volgt een separaat Statenvoorstel. De verwachting is dat een aanzienlijk deel nodig is voor de Spoorzone Hengelo/Enschede.

Bouwbrigade Wonen – € 1 miljoen incidenteel
Via de bouwbrigade ondersteunen we gemeenten en andere partners met kennis en kunde bij het realiseren van de woningbouwopgave. Vanuit ons netwerk is er vraag om de inzet uit te breiden met advies en capaciteit op ecologische wetgeving, drinkwaterbesparing, stedenbouwkundige visievorming, gebiedsontwikkeling, subsidiebegeleiding en netcongestie. Wij stellen voor om incidenteel € 1 miljoen beschikbaar te stellen en toe te voegen aan de bestaande middelen voor de bouwbrigade in de Uitvoeringsreserve KvO.

Versnelling doorfietsroutes – € 2,5 miljoen incidenteel
Op 2 juli 2025 heeft Provinciale Staten de motie 'Een tandje erbij' aangenomen, gericht op versnelling van doorfietsroutes en verbindingen tussen hubs en doorfietsroutes. We zien kansen om projecten Zwolle-Deventer (deeltraject Zwolseweg), Hardenberg-Zwolle (deeltraject Hardenberg-Witte Paal) en Oldenzaal-Hengelo te versnellen. De landelijke subsidieregeling en de bestaande middelen voor Fiets zijn onvoldoende om de versnelling op te vangen. Wij stellen voor om aanvullend incidenteel € 2,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de versnelling van doorfietsroutes en toe te voegen aan de bestaande middelen voor Fiets.

Perspectieffonds Overijssel en Innovatiefonds Overijssel – € 20 miljoen incidenteel
Bij de Perspectiefnota vorig jaar is € 30 miljoen gereserveerd voor aanvullende inzet op de provinciale fondsen en met het oog op de ontwikkeling van het Perspectieffonds Overijssel. Het voorstel is om hiervoor aanvullend € 20 miljoen te reserveren binnen de Algemene reserve KvO.

De provinciale investeringsfondsen spelen een belangrijke rol bij het financieren van innovatieve bedrijven en projecten. Door de versnelling nadert het Innovatiefonds het einde van het beschikbare provinciale kapitaal, terwijl investeringen langer uitstaan dan oorspronkelijk voorzien. Voor de borging van de continuïteit is naar verwachting een tijdelijke aanvullende impuls van € 7,5 miljoen benodigd. Op de eventuele inzet van deze middelen komen we terug in de reguliere P&C cyclus.

Het Perspectieffonds Overijssel is bedoeld om investeringskapitaal te combineren met ontwikkelkracht voor complexe gebieds- en transitieopgaven op het gebied van economie, energie en leefomgeving. In deze Perspectiefnota reserveren we een bedrag van € 42,5 miljoen voor een eerste tranche, vooruitlopend op het definitieve oprichtingsbesluit door uw Staten. Met deze eerste tranche bouwen we een stevige investeringspijplijn op. Dit versterkt ook onze positie om private, nationale en Europese cofinanciering aan te trekken. Voor de inzet van deze middelen volgt een separaat Statenvoorstel.

Nationale Veiligheid en Defensie – € 400.000 structureel en € 4 miljoen incidenteel
Defensie zoekt meer ruimte voor nationale veiligheid. In Overijssel onderzoekt Defensie verschillende locaties. We willen de potentie van de Oost-Nederlandse defensie- en veiligheidsindustrie benutten, ons marktaandeel behouden en bijdragen aan een weerbare economie. Omdat wij voorzien dat deze opgave blijvend is, stellen wij voor een structurele basis te leggen voor de minimale personele inzet die op dit thema nodig is. Het structurele deel (€ 400.000) voorziet in de langjarige continuïteit die op deze opgave wordt verwacht.

De incidentele middelen (€ 4 miljoen) zijn bestemd voor de uitvoering van het programma in de periode tot en met 2027. Concreet gaat het om: de uitwerking van ruimteclaims van Defensie in gebiedsarrangementen, communicatie en participatie met omwonenden en betrokken partijen, de ontwikkeling van een Economische Agenda Defensie en Veiligheid en de versterking van het netwerk van bedrijven, onderwijs en overheden. Eventuele vervolginzet is een keuze voor de volgende coalitie.

Weerbaarheid – € 400.000 structureel en € 2 miljoen incidenteel
Door de toegenomen kans op ernstig ontregelende situaties — zoals langdurige stroomuitval, cyberaanvallen, extreem weer en (dreiging van) gewapend conflict — zien wij de noodzaak om kritisch te kijken naar de weerbaarheid van onze provincie. Eind 2025 is een weerbaarheidsscan uitgevoerd door TwynstraGudde, resulterend in concrete aanbevelingen. Het structurele deel (€ 400.000) is bestemd voor de personele basis die nodig is om weerbaarheid blijvend te borgen, waaronder een adviseur veiligheid.

De incidentele middelen (€ 2 miljoen) worden ingezet voor de uitvoering van de aanbevelingen uit de scan. Concreet gaat het om: noodstroomvoorzieningen voor kritieke locaties, fysieke beveiliging van bruggen en sluizen, het op orde brengen van de crisisorganisatie en opleidingen. Verdere inzet na 2027 is een keuze voor de volgende coalitie, mede afhankelijk van inventarisaties die de komende twee jaar worden uitgevoerd.

Participatie – € 800.000 incidenteel
De afgelopen jaren is aanvullende inzet gepleegd op participatie, onder meer voor de ondersteuning van externe initiatieven en de verdere positionering van participatie binnen het provinciale werk. Uit de evaluatie van het provinciale participatiebeleid blijkt dat deze aanvullende inzet ook de komende jaren nodig is om participatie verder te versterken, met name het versterken van de interne participatievaardigheden en de ondersteuning van maatschappelijke initiatieven. Het streven is om participatie uiteindelijk integraal onderdeel te laten zijn van de reguliere beleidsprogramma's. Naar verwachting is na 2030 daarom geen separate aanvullende inzet meer benodigd. Wij stellen voor om in totaal incidenteel € 800.000 beschikbaar te stellen, verdeeld over de jaren 2027 tot en met 2030.

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) – € 175.000 incidenteel
Provincies werken samen aan het terugdringen van milieu- en gezondheidsrisico's van Zeer Zorgwekkende Stoffen. Via het regionale ZZS-netwerk voeren we projecten uit voor kennisopbouw en beleidsontwikkeling. Met bedrijven zijn afspraken gemaakt via omgevingsvergunningen over het vermijden of reduceren van ZZS. Om de samenwerking voort te zetten is nieuw budget nodig. Wij stellen voor om incidenteel € 175.000 beschikbaar te stellen in 2026.

Verdieping en actualisatie milieuverkenning – € 150.000 incidenteel
De huidige milieunota is gebaseerd op een milieuverkenning uit 2023. Ten behoeve van een robuuste onderbouwing is een actualisatie nodig. Daarbij beogen wij ook een verdiepingsslag ten opzichte van de eerdere verkenning, met name op het in kaart brengen van de cumulatie van milieueffecten op gebiedsniveau en het structureel integreren van gezondheid als uitgangspunt bij de analyse van milieubelasting. Het voorstel is om in 2026 en 2027 jaarlijks incidenteel € 75.000 beschikbaar te stellen.

Ondersteunende en uitvoerende functies – € 1,725 miljoen structureel
De afgelopen jaren is op verschillende beleidsterreinen de inzet geïntensiveerd door verschillende ontwikkelingen zoals nieuwe wetgeving en aanvullend Rijksbeleid. Daarbij wordt ook een beroep gedaan op verschillende ondersteunende en uitvoerende diensten, zoals subsidieverlening, grondzaken en bedrijfsvoering. Voor de aanvullende inzet is in het verleden geen budget beschikbaar gesteld. Die extra inzet is echter een randvoorwaarde voor het realiseren van de maatschappelijke opgaven. Het voorstel is om vanaf 2026 structureel € 862.500 beschikbaar te stellen, oplopend naar € 1.725.000 vanaf 2027.

Toegankelijkheid provinciehuis – investeringskrediet € 250.000
Uit onderzoek van het Nederlands Instituut voor Toegankelijkheid blijkt dat verbeteringen in de Statenzaal en het provinciehuis nodig zijn op het gebied van toegankelijkheid. Een deel van de verbeteringen kan op korte termijn worden uitgevoerd; een ander deel wordt meegenomen in de meerjarenonderhoudsplanning en opgevangen binnen het beschikbare krediet voor de verbouwing. Voor de verbeteringen op korte termijn is een eenmalig investeringskrediet van € 250.000 benodigd. De bijbehorende structurele afschrijvingslasten worden binnen de bestaande begroting opgevangen en leiden niet tot een aanvullende budgettaire claim.

Financiële voorstellen m.b.t. moties

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen en voorstellen - Financiële voorstellen m.b.t. moties

Versterken groene BOA's – € 5,16 miljoen incidenteel
Provinciale Staten heeft eind 2024 via een motie € 1,2 miljoen beschikbaar gesteld voor de versterking van groene BOA's in 2025 en 2026, met als voorwaarde om te komen tot een structurele oplossing. De handhaving in het buitengebied staat al jaren onder druk. Door een herziening van het BOA-stelsel worden hogere eisen gesteld aan werkgevers en is een grotere coördinerende rol aan provincies toebedeeld, terwijl het voor kleinere werkgevers tegelijk steeds lastiger wordt om aan die eisen te voldoen. Uit een visie op samenwerking blijkt dat terreinbeherende organisaties ondersteuning nodig hebben op het gebied van BOA-aktes, opleidingen en juridische begeleiding. De provincie wil deze faciliterende rol oppakken via een BOA-loket. In afwachting van rijksmiddelen stellen wij voor deze uitgaven incidenteel te dekken. Hiervoor wordt in de periode 2026 tot en met 2029 incidenteel € 5,16 miljoen beschikbaar gesteld.

Verlenging programma Basisvaardigheden – € 2 miljoen incidenteel
De motie is tijdens het behandelen van het Statenvoorstel unaniem aangenomen en vraagt om het investeringsprogramma basisvaardigheden voor de komende vier jaar vast te stellen. Wij stellen voor om in 2028 en 2029 jaarlijks incidenteel € 1 miljoen beschikbaar te stellen voor de voortzetting van het programma basisvaardigheden.

Uitvoering motie klare taal – € 108.000 incidenteel
Provinciale Staten heeft de motie Klare Taal aangenomen. De uitvoering bestaat uit het oprichten van een lezerspanel van inwoners, een meldpunt voor alle schriftelijke communicatie, extra trainingen voor ambtenaren en een pilot met AI. Het voorstel is om incidenteel € 108.000 beschikbaar te stellen in 2026 voor de inzet van een projectleider.

Provinciaal programma vrijwilligerswerk – € 1,8 miljoen incidenteel
Het provinciaal programma vrijwilligerswerk 2026-2029 ondersteunt vrijwilligersorganisaties en biedt een beleidsoverstijgende aanpak. Het programma is ontwikkeld op basis van de motie 'Vrijwilligers, cruciaal voor Overijssel' en het Statenvoorstel Vrijwilligers in Overijssel. Het voorstel is om in totaal € 1,8 miljoen incidenteel toe te voegen aan de Uitvoeringsreserve KvO voor de uitvoering in de jaren 2027 – 2029. Als onderdeel van het traject ‘Structurele Begroting’ brengen we in beeld welke thema’s we binnen het programma Sociale Kwaliteit van structurele financiering zouden kunnen voorzien en in hoeverre de stimulerende activiteiten structureel dan wel incidenteel gefinancierd zouden moeten worden.

Overige voorstellen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen en voorstellen - Overige voorstellen

Tekorten lopende vervangingsprojecten infrastructuur – € 5,9 miljoen incidenteel
Er zijn tekorten op een aantal lopen vervangingsprojecten. Het gaat onder andere om de projecten N760 IJsselmuiden-Genemuiden, N377 Hasselt-De Lichtmis, kade(muur)herstel Ossenzijl-Zwartsluis, N737 Enschede Weerseloseweg, N337 Rotonde Olst-De Meente en de overdracht van de N766 aan Deventer. Het totale incidentele tekort is circa € 26,5 miljoen.

Voor circa € 9,8 miljoen zijn deze tekorten op te vangen binnen de bestaande middelen in het Beheerplan Infrastructurele Kapitaalgoederen (BIK) 2024-2027. Dit betekent echter wel dat er geprioriteerd wordt op een aantal opgaven, die na 2027 wel blijven bestaan. Dit betrekken we bij het opstellen van het nieuwe BIK vanaf 2028.

Aan het begin van deze coalitieperiode is een incidentele buffer ingesteld voor tekorten op lopende projecten. In totaal bevat deze buffer nog € 22,5 miljoen. Daarvan is een groot deel eerder door uw Staten bestemd voor het opvangen van tekorten op het project knooppunt Raalte. Voor € 10,8 miljoen is dekking te vinden binnen deze buffer om de hiervoor genoemde tekorten te kunnen opvangen.

Het resterende tekort op lopende vervangingsprojecten voor wegen en kanalen bedraagt na heroverweging (€ 26,5 -/- € 9,8 -/- € 10,8)  € 5,9 miljoen. Het voorstel is om incidenteel € 5,9 miljoen beschikbaar te stellen.

500 jaar Overijssel – € 4 miljoen incidenteel
In 2028 bestaat Overijssel 500 jaar als zelfstandige bestuurlijke eenheid. Een bijzonder jubileum dat vraagt om hier provinciebreed bij stil te staan en een uitgelezen kans om als provincie meer dan alleen een feestje te vieren. Met het samenbrengen van de inzet, kennis, creativiteit en verbeeldingskracht van onze inwoners en organisaties kan 2028 een jaar worden van, voor en door Overijsselaars en degenen die zich met onze provincie verbonden voelen. We staan stil bij de provincie als democratisch instituut en anderzijds de provincie als gebied met mensen, plekken en verhalen. De inhoudelijke uitwerking is opgenomen in het Statenvoorstel 500 jaar Overijssel, dat gelijktijdig met deze Perspectiefnota aan u wordt voorgelegd. Wij stellen voor om, bovenop de € 500.000 die reeds op basis van het coalitieakkoord is gereserveerd, incidenteel € 4 miljoen beschikbaar te stellen, verdeeld over 2026 (€ 400.000), 2027 (€ 750.000) en 2028 (€ 2.850.000) en te reserveren binnen de Algemene reserve KvO.

Voor de invulling van het programma voor het jubileumjaar wordt onderzocht hoe kan wordt aangehaakt bij initiatieven van het bedrijfsleven, de sport, recreatiesector, het lokale verenigingsleven en het onderwijs. Dat geldt ook voor de Overijsselse evenementen(-sector). Omdat het huidige provinciale evenementenbeleid loopt tot en met het jaar 2027 overwegen we het beleid met één jaar te verlengen. Daar komen we bij de Begroting 2027 – in het verlengde van het voorstel omtrent de invulling van de Structurele Begroting op terug.

Aanvulling brede programma reisgedragsverandering – € 300.000 incidenteel
De provincie stimuleert duurzaam en slim reisgedrag om spitsdruk te verlagen en leefbaarheid te versterken. Landelijke middelen uit Spits Spreiden en Mijden en NOVEX B zijn beperkt in doelen, doelgroepen, inzet en geografische focus. Extra provinciale middelen zijn nodig voor uitvoering, flexibiliteit, inspelen op nieuwe vragen, opschaling en doorontwikkeling. Wij stellen voor om in 2026 en 2027 jaarlijks incidenteel € 150.000 beschikbaar te stellen.

Basiskwaliteit Natuur (BKN) – € 500.000 incidenteel
De Natuurherstelverordening (NHV) vraagt om herstel van natuur buiten bestaande natuurgebieden. Basiskwaliteit Natuur (BKN) kan hiervoor als instrument worden ingezet, omdat het de ecologische condities in het bredere landschap verbetert. BKN komt voort uit de Agenda Natuurinclusief en Programma Natuur en is opgenomen in de Nota Ruimte. Het ministerie van LVVN levert deze zomer het nationale Natuurplan aan de Europese Commissie op, waarin ook een rol voor BKN is voorzien. BKN is momenteel voorgenomen provinciaal beleid; in verband met de afhankelijkheid van de nadere invulling van de Natuurherstelverordening en het Rijksbeleid dat hieruit volgt, kiezen wij er nu voor de middelen incidenteel te dekken. De keuze voor eventuele structurele inzet is aan de volgende coalitie. Het voorstel is om in totaal incidenteel € 500.000 beschikbaar te stellen, verdeeld over 2026 (€ 100.000), 2027 (€ 200.000) en 2028 (€ 200.000).

Beheervergoeding bosaanplant – € 420.000 incidenteel
In het kader van de Ontwikkelopgave N2000-gebieden is bos gekapt dat elders moet worden gecompenseerd. Deze boscompensatie loopt achter op de kapopgave. Via de subsidieregeling 'Meer Bos in Overijssel' kunnen grondeigenaren subsidie aanvragen voor de aanplant van nieuw bos, maar het ontbreken van een beheervergoeding — vergelijkbaar met de SNL-systematiek voor langjarig terreinbeheer — is een belangrijke reden voor aanvragers om geen gebruik te maken van de regeling. Door alsnog een beheervergoeding op te nemen verwachten wij meer aanvragers te bereiken. Het geld wordt daarmee ingezet om de achterstand in boscompensatie sneller weg te werken: hoe meer bos er wordt aangeplant, hoe sneller het gat tussen boskap en boscompensatie wordt verkleind. Het voorstel is om hiervoor incidenteel € 420.000 beschikbaar te stellen en toe te voegen aan de bestaande KvO-middelen voor bosrevitalisatie.

Monitoring gebouwbewonende soorten – € 2,5 miljoen incidenteel
De staat van instandhouding van gebouwbewonende soorten staat onder druk, mede door na-isolatie en renovaties waardoor verblijfplaatsen verdwijnen of ongeschikt raken. Monitoring is noodzakelijk voor zowel de gemeentelijke uitvoering van soortmanagementplannen als onze provinciale verantwoordelijkheid voor instandhoudingsdoelen. Met dit voorstel leveren wij provinciale cofinanciering voor een monitoringsprogramma van tien jaar (2027–2036), in het gesprek dat dit jaar tussen gemeenten, provincies en het Rijk wordt gevoerd over de financiering en verdeling van deze kosten. Het voorstel is om incidenteel € 2,5 miljoen beschikbaar te stellen in 2026 als provinciale cofinanciering van € 250.000 per jaar gedurende tien jaar.

Regionale co-financiering Clean Energy Hubs – € 900.000 incidenteel
De provincie neemt deel aan het landelijke programma Clean Energy Hubs voor een landsdekkend netwerk van distributiepunten voor duurzame energiedragers. De provincie ontvangt uit de SPUK-regeling een bedrag van € 1,3 miljoen en dient een vergelijkbaar bedrag uit eigen middelen bij te leggen. Een deel kan worden gedekt vanuit de programma's logistiek en NEO. Het voorstel is om aanvullend incidenteel € 900.000 beschikbaar te stellen in 2026.

Warmtebedrijf Drenthe Overijssel – € 32 miljoen incidenteel
In lijn met het principebesluit over oprichting van het Warmtebedrijf stellen wij voor om incidenteel € 32 miljoen te reserveren binnen de Algemene reserve KvO. Voor de definitieve inzet van deze middelen volgt een separaat Statenvoorstel.

Uitvoering Wind 2026-2037 – € 10,2 miljoen incidenteel
Bij de Perspectiefnota 2026 is € 3 miljoen beschikbaar gesteld als voorfinanciering voor de uitvoering van het Windbeleid. Door verschuiving in de kasstroom is langere voorfinanciering noodzakelijk. Daarnaast zijn er kosten voor bovenwettelijke onderzoeken bij kleine windprojecten. Wij stellen voor om aanvullend in totaal incidenteel € 10,2 miljoen beschikbaar te stellen, verdeeld over de jaren 2026 tot en met 2029. Doordat de bovenwettelijke onderzoeken geen deel uit kunnen maken van de anterieure overeenkomsten verwachten we dat een deel van de kosten (naar de huidige verwachting € 1,2 miljoen) niet terug zal vloeien.

Voorstellen zonder budgettair gevolgen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen en voorstellen - Voorstellen zonder budgettair gevolgen

Cofinanciering Nationale Parken
Het Rijk wil de financiering voor de Nationale Parken voor 2027–2030 continueren en verhoogt de jaarlijkse rijksbijdrage, waardoor de provincie wordt gevraagd de provinciale bijdrage door te trekken. De provinciale cofinanciering tot en met 2027 is al door PS beschikbaar gesteld vanuit de reserve cofinanciering. Aanvullende vraag is om vanaf 2028 € 188.000 per park per jaar beschikbaar te stellen. In totaal betreft dit circa € 1,1 miljoen provinciale cofinanciering voor 2028–2030. Het voorstel is om dit te dekken uit de algemene reservering voor cofinanciering.

Investeringen N35: Knooppunt Raalte en Enschede Oost
We voegen sinds 2020 jaarlijks € 15 miljoen toe aan de reserve Spoor en Wegen, waarvan jaarlijks € 5 miljoen bestemd voor spoor en  € 10 miljoen voor wegen. In eerste aanleg was bepaald om 12 jaar lang te sparen en daarmee € 120 miljoen (met name voor cofinanciering N35) voor wegen en € 60 miljoen voor spoor (met name voor cofinanciering elektrificatie) beschikbaar te hebben. Aan het begin van deze coalitieperiode is aangegeven dat er € 120 miljoen provinciale cofinanciering nodig is om de ambities voor de elektrificatie van de spoorlijnen waar te maken. Daarom is afgesproken de spaartermijn te verlengen om zo aanvullend € 40 miljoen te sparen en vorig jaar is bij de Perspectiefnota € 20 miljoen vanuit de reserve OV toe te voegen aan de reserve Spoor en Wegen.

In totaal zit, na de toevoeging van het spaarbedrag dit jaar en inclusief de aanvullende storting vanuit de reserve OV, eind 2026 € 120 miljoen in de reserve spoor en wegen. In de afgelopen jaren is € 5 miljoen van de gespaarde middelen al ingezet, waarvan een deel voor de voorbereidingen ten behoeve van de elektrificatie(s). Om in totaal € 240 miljoen te sparen zal nog circa 8 jaar gespaard moeten worden. 

De te sparen middelen van € 120 miljoen voor wegen is primair bedoeld voor onze cofinanciering op rijksmiddelen ten behoeve van het opwaarderen van de N35. In 2021 is door uw Staten € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor deze opwaardering, daarmee is nog niet alle ruimte ingevulde. We stellen voor de nu beschikbare middelen te benutten en te prioriteren op projecten die op korte termijn tot uitvoering moeten komen en bijdragen aan een verbeterde doorstroming op de N35. Het gaat om de volgende punten:

  • Er komt steeds duidelijker zicht op de daadwerkelijk te verwachten kosten voor het realiseren van een ongelijkvloerse kruising bij het knooppunt Raalte. Daarbij is ook meer zicht op ruimtelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het uiteindelijke ontwerp. Voorbeelden hiervan zijn de woningbouwplannen van de gemeente Raalte, de ontwikkeling van het gebied Spoorzone tussen het spoor en de N35 en de wens om de N35 op te waarderen van 80 naar 100 kilometer per uur. Op basis van de huidige inzichten zijn de gereserveerde middelen voor het knooppunt Raalte onvoldoende. Voor een deel hebben we aan het begin van deze coalitieperiode al rekening gehouden met hogere kosten en middelen gereserveerd in de buffer voor incidentele infraprojecten. Deze reservering is naar de huidige verwachting onvoldoende. We stellen voor eventueel aanvullend benodigde middelen voor de knooppunt Raalte te dekken vanuit de reserve Spoor en Wegen
  • We stellen daarnaast voor een belangrijk knelpunt op te lossen in de verbinding N35 Zwolle -Twente-Munster. De verkeerslichten op de N35 ter hoogte van de aansluiting Enschede Oost veroorzaken al jarenlang files en ongevallen. Het voorstel is om de benodigde cofinanciering van € 5,4 te dekken uit de reserve Spoor en Wegen.

Overgangsbeheer Natura 2000
Binnen de Ontwikkelopgave Natura 2000 richten we gronden in voor natuur, nemen we herstelmaatregelen en voeren we overgangsbeheer uit. Hierbij is rekening gehouden met geleidelijke afbouw van dit beheer, omdat is uitgegaan van een dalende stikstoflast en snelle vernatting van de habitats. Doordat dit vertraagt is overgangsbeheer langduriger nodig. De extra kosten zijn naar verwachting € 6,3 miljoen voor de periode tot en met 2032. We stellen voor deze kosten mee te nemen binnen de Ontwikkelopgave. Het tekort binnen de Ontwikkelopgave zal daardoor oplopen.

Uit de jaarlijkse actualisatie blijkt overigens geen noodzaak om extra middelen te reserveren voor de U-NNN. De verwachte middelen voor de 2e fase van het programma Natuur zijn verwerkt in de actualisatie. Het opvangen van het overgangsbeheer kan uiteindelijk leiden tot een tekort, maar dat is mede afhankelijk van mogelijke extra Rijksmiddelen.

Cofinanciering MIRT Zwolle
In het coalitieakkoord is een bijdrage gereserveerd voor cofinanciering MIRT Zwolle van € 7,2 miljoen. Inmiddels hebben we ingestemd met de Bestuursovereenkomst ‘Maatregelenpakket B mobiliteitstransitie regio Zwolle ‘. Provincie Overijssel is mede uitvoerder van het mobiliteitspakket. Wij dragen hieraan € 7,2 miljoen bij voor het regionale deel van de kosten. De Bestuursovereenkomst is op 22 januari 2026 ondertekend. U bent hierover per brief geïnformeerd. Wij stellen u voor om een bedrag van € 7,2 miljoen te onttrekken aan de Algemene Reserve Kwaliteit van Overijssel en toe te voegen aan de Reserve uitvoering Kwaliteit van Overijssel.

Investeringskrediet verkeersveiligheid Weerselo
We treffen verkeerskundige maatregelen op het middelste deel van de provinciale weg door Weerselo om de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kern van Weerselo te verbeteren. Hierover bent u per brief (D2025-06-015846) geïnformeerd. De voorbereidingen en participatie met de inwoners voor het treffen van deze maatregelen zijn gestart. We starten vervolgens met de vergunningenprocedures en benodigde grondaankopen ten behoeve van deze maatregelen. We stellen voor hiervoor een investeringskrediet van € 500.000  beschikbaar te stellen. Dekking vindt plaats vanuit de gereserveerde middelen voor Weerselo binnen de Algemene Reserve KvO.

Investeringskrediet Kanaal Almelo - De Haandrik
In de Perspectiefnota 2026 en op basis van het Statenvoorstel Toekomstscenario Kanaal Almelo - De Haandrik is besloten de benodigde vervangingsinvesteringen en de daaruit voortvloeiende kapitaallasten te dekken vanuit de structureel beschikbare middelen voor Kanaal Almelo - De Haandrik. We gaan dit jaar starten met de voorbereidingen van deel 3 van de vervangingen. We stellen voor hier een investeringskrediet van € 800.000 beschikbaar te stellen.

Reservering cofinanciering

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen en voorstellen - Reservering cofinanciering

Er zijn verschillende cofinancieringsvragen die de komende periode op ons af (kunnen) komen. In totaal is hier circa € 74 miljoen voor beschikbaar. Dit blijft voldoende voor de huidige gesignaleerde opgaven. 

Europese programma's 
Zoals in de vorige Perspectiefnota vermeld, voorzien we dat in deze coalitie periode (waarschijnlijk 2027) toezeggingen gedaan moeten worden over cofinanciering voor de Europese programma’s 2028 – 2034. Op basis van de inzet in de afgelopen jaren en de beschikbare structurele middelen, zou het gaat om een incidenteel bedrag van circa € 30 miljoen. 

Zoetwater OostNL en Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 
Het programma ZON is een van de regionale zoetwaterprogramma's binnen het Deltaplan Zoetwater. Momenteel vinden de voorbereidingen voor een 3e programmafase plaats, die begin 2028 start. Via het huidige programma (2022-2027) investeert Overijssel een bedrag van ruim € 19 miljoen. Ook voor de komende periode blijven forse investeringen nodig. De huidige schatting is dat voor maatregelen en gebiedsprocessen € 15 tot € 20 miljoen nodig is. Dit is mede afhankelijk van de keuzes die we met partners/medeoverheden maken en de eventuele verhoging van de grondwaterheffing. We verwachten nog voor de Perspectiefnota volgend jaar met een nader uitgewerkt voorstel te komen. Voor de financiering betrekken we dan ook de optie om een deel te bekostigen uit een verhoging van de grondwaterheffing. De cofinanciering voor het Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie is mede afhankelijk van de inzet van het Rijk en de continuering van provinciale programma's zoals Natuur voor Elkaar in de nieuwe coalitieperiode. 

Nationale Parken? 
Afgelopen jaar is vanuit de reserve cofinanciering geld beschikbaar gesteld voor de cofinanciering op de Nationale Parken. Het Rijk wil de financiering voor de Nationale Parken voor 2027–2030 continueren en verhoogt de jaarlijkse rijksbijdrage, waardoor de provincie wordt gevraagd de provinciale bijdrage door te trekken. De provinciale cofinanciering tot en met 2027 is al door PS beschikbaar gesteld vanuit de reserve cofinanciering. Aanvullende vraag is om vanaf 2028 € 188.000 per park per jaar beschikbaar te stellen. In totaal betreft dit circa € 1,1 miljoen provinciale cofinanciering voor 2028–2030. Het voorstel is om dit te dekken uit de algemene reservering voor cofinanciering. 

Defensie 
Vanuit de programmalijn 'Benutten van economische kansen' binnen ons meerjarenprogramma omtrent Nationale Veiligheid zijn verschillende (economische) koppelkansen mogelijk. Dan gaat het bijvoorbeeld om gebiedsprogramma's ten behoeve van het bedrijfsleven of een programma-aanpak via OostNL in het landsdeel Oost.?