Onze woningen, bereikbaarheid en ruimte

Inleiding

Terug naar navigatie - Onze woningen, bereikbaarheid en ruimte - Inleiding

In Overijssel zien we dat de woningvraag onverminderd groot blijft. De komende jaren blijft de bevolking groeien, wat leidt tot een schaalsprong in verstedelijking. Voor de opgaven rondom wonen, ruimte en bereikbaarheid betekent dit dat de verstedelijking druk legt op de Overijsselse infrastructuur en voorzieningen. Dit zijn randvoorwaarden om de woningbouw te kunnen realiseren; daar hebben we het Rijk bij nodig. De provincie voert regie en fungeert als verbinder tussen het Rijk (financiën en kaders) en de gemeenten (uitvoering). De provincie waakt over de ruimtelijke kwaliteit en de balans tussen stedelijke groei en een vitaal platteland. Daar zetten we al op in met regie op de Woondeals, ondersteuning van gemeenten met de Bouwbrigade en subsidieregelingen en door onze betrokkenheid bij de verstedelijkingsstrategieën. Hieronder lichten wij deze speerpunten nader toe.

Woningbouw en verstedelijking

Terug naar navigatie - Onze woningen, bereikbaarheid en ruimte - Woningbouw en verstedelijking

Aanleiding
Onze stedelijke regio’s staan voor een grote opgave door de tekorten op de woningmarkt op korte termijn en de verwachte schaalsprong op middellange termijn. Bij meer woningen hoort ook meer werkgelegenheid, economie, mobiliteit, ontspanning, energie, groen en cultureel erfgoed. 

Omschrijving
We werken aan een brede visie op verstedelijking in onze 3 stedelijke regio’s in 2040/2050, samen met Rijk en regiopartners. In de regio’s Stedendriehoek en Twente werken we in 2026 samen met Rijk en regiopartners aan een definitief ontwikkelperspectief voor de brede verstedelijkingsopgave. In de regio Zwolle werken we in 2026 samen met Rijk en regiopartners het ontwikkelperspectief uit in een eerste versie van een Regionale Investeringsagenda. Onze 3 stedelijke regio’s zijn onderling verbonden in de ‘gouden driehoek’ zowel fysiek (via wegen/spoorwegen en waterverbinden) als via economische samenwerking, bestuurlijke verbanden, (kennis)netwerken en sociaal culturele banden.

Samen met onze partners in de Woonkeuken werken we op korte termijn (voor eind 2030) aan het realiseren van minimaal 47000 woningen voor de juiste doelgroepen. Ook is in de woondeals een doorkijk opgenomen voor de periode 2031-2035 om tijdig tot uitvoerbare plannen te kunnen komen. Specifiek sturen we op voldoende betaalbare woningen (30-40-30) en voldoende woningen voor ouderen. Tot nu toe lukt het ons, dankzij de sterke samenwerking tussen overheid, markt en woningcorporaties, om de afgesproken aantallen in de woondeal te halen. Maar dat gaat niet vanzelf. Op basis van interprovinciaal onderzoek weten we dat de belangrijkste knelpunten/randvoorwaarden zitten in:

  1. Dekking van onrendabele toppen;
  2. Investeringscapaciteit corporaties;
  3. Stikstofruimte voor woningen;
  4. Oplossingen voor netcongestie;
  5. Financiering ambtelijke capaciteit.

Verstedelijking kan niet los gezien worden van het op orde houden van de provinciale infrastructuur. We zetten binnen de verstedelijkingsopgave in op de mobiliteitstransitie door middel van de versnelling van de aanleg het netwerk van doorfietsroutes tussen kernen en steden. Daarnaast werken we - mede vanuit de INO – aan het robuust houden en maken van de corridor Zwolle – Twente – Munster, ten behoeve van een sterke verbinding tussen de regio's. De N35 maakt hier een belangrijk deel van uit.

Wat is ervoor nodig
We willen inzetten op het realiseren van projecten op korte termijn die zowel bijdragen aan het oplossen van de korte termijn knelpunten op de woningmarkt en de integrale verstedelijkingsambities van onze partners in de Overijsselse regio’s. De bijdrage is nodig voor het dekken van publieke kosten voor fysieke maatregelen die ondersteunend zijn aan provinciale doelen voor betaalbare woningbouw, klimaatadaptatie, economie en versterking van het mobiliteitssysteem. Zoals investeringen in infrastructuur en openbare ruimte. We zien diverse vragen vanuit gemeenten die we nu niet via een van de sectorale regelingen kunnen bedienen, zoals het gebied Spoorzone Hengelo Enschede. Wij stellen voor hiervoor € 7,5 miljoen incidenteel te reserveren binnen de Algemene Reserve KvO. Voor de inzet van deze middelen volgt een separaat Statenvoorstel. De verwachting is dat € 2,5 miljoen nodig is voor de ondersteuning van fysieke projecten rond Spoorzone Hengelo/Enschede. Daarnaast zal een deel van de middelen benodigd zijn voor een bijdrage aan de opwaardering van de insteekhavens in Almelo.  

Met het instrumentarium dat u beschikbaar heeft gesteld in het investeringsprogramma Wonen ondersteunen wij de realisatie van voldoende, betaalbare woningen voor de juiste doelgroepen. Er is veel vraag naar onze subsidiemogelijkheden, zoals de verbrede regeling Langer Zelfstandig Wonen. Het aantal aanvragen ligt inmiddels hoger dan het beschikbare budget voor de regeling, Dit najaar evalueren we de regeling en informeren we u over de uitkomsten daarvan.

We ondersteunen via de Bouwbrigade onze partners, met name bij gemeenten, met kennis en capaciteit op allerhande onderwerpen. Dit werkt goed. In overleg met onze partners en aansluitend op de geconstateerde knelpunten stellen we voor om incidenteel € 1.000.000 beschikbaar te stellen in de periode 2026 tot en met 2027 de Bouwbrigade uit te breiden met extra kennis/capaciteit op het gebied van:

  1. Ecologische wetgeving
  2. Drinkwaterbesparing
  3. Stedenbouwkundige visievorming en planvorming
  4. Gebiedsontwikkeling
  5. Subsidiebegeleiding
  6. Netcongestie en netbewust bouwen

Voor aanvullende inzet op de bereikbaarheid stellen we voor extra bijdragen beschikbaar te stellen voor de corridor N35 Zwolle-Twente-Munster en de versnelling van de aanleg van doorfietsroutes. Voor de benodigde cofinanciering voor de realisatie van een ongelijkvloerse kruising op de N35 bij Enschede Oost stellen we voor € 5,4 miljoen beschikbaar te stellen vanuit de gereserveerde middelen voor spoor en weg. Daarnaast stellen we voor € 2,5 miljoen aanvullend beschikbaar te stellen voor het het programma fiets. Daarmee geven we invulling aan de motie ‘Een tandje erbij’.  

Provinciale infrastructuur op orde

Terug naar navigatie - Onze woningen, bereikbaarheid en ruimte - Provinciale infrastructuur op orde

Aanleiding
De Overijsselse infrastructuur veroudert, onze opgave voor infrastructuur is groot. Landelijk tekent zich een duidelijke trend af: de Nederlandse infrastructuur bereikt op grote schaal het einde van haar levensduur. Dat gebeurt terwijl de omstandigheden waarbinnen het beheer en onderhoud en de vervangingen plaatsvinden fundamenteel veranderden. Voor de provincie Overijssel is dat beeld niet anders. Als wettelijk verantwoordelijke voor de instandhouding van de provinciale infrastructuur is deze realiteit urgent. De omvang van het onderhoud groeit en de opgave voor vervangingen neemt de komende jaren, en zeker voor de lange termijn, fors toe.

De afgelopen jaren hebben we hard gewerkt om deze opgave scherp in beeld te brengen: niet alleen voor de nabije toekomst, maar ook voor de lange termijn. Dat heeft een helder en eerlijk beeld opgeleverd. Een beeld dat duidelijk maakt dat een groot deel van de groeiende opgave onontkoombaar is. 

Tegelijkertijd zien we – zoals in het voorgaande speerpunt beschreven – dat de woningbouwopgave en de toename van mobiliteit vraagt om investeringen in de bereikbaarheid. Dit vraagt dus naast instandhouding ook om gerichte uitbreiding van onze infrastructuur.

Omschrijving
Een betrouwbare en veilige infrastructuur is geen luxe. Het is de ruggengraat van een goed functionerende economie, weerbare en een prettige woon- en werkomgeving in Overijssel. We bouwen voort op onze bestaande sterke netwerken. Zo draagt infrastructuur bij aan het realiseren van onze provinciale ambities. Infrastructuur is daarbij geen doel op zich, maar een middel voor brede welvaart. 

Juist omdat we nu weten waar we voor staan, zijn eerlijke maar scherpe keuzes onvermijdelijk. Waar liggen de prioriteiten in het provinciale wegennetwerk? Gaat onderhoud van het bestaande voor uitbreiding van het nieuwe? Waar kan het doelmatiger? Deze vragen gaan we de komende tijd actief beantwoorden. Zodat we de opgave op lange termijn beheersbaar, uitvoerbaar en betaalbaar houden. We informeren u hierover uitgebreider via een separate brief.

Wat is ervoor nodig
We anticiperen nu, want we zien dat de uitvoeringspraktijk onder druk staat. Capaciteit is schaars, specialistische kennis beperkt beschikbaar en het vermogen van de markt heeft ook zijn limieten. Ook ons eigen realisatievermogen moet worden vergroot door meer efficiency, maar ook meer uitvoeringscapaciteit. Dit maakt fasering en een andere programmering essentieel.

Daarom zetten we gerichte stappen en bouwen de capaciteit op voor het realiseren van onze beheer en onderhoudsopgave. Daarbij voegen we de benodigde middelen niet in één keer toe aan de begroting, maar stapsgewijs — in lijn met de daadwerkelijke groei van de uitvoeringscapaciteit. Zo blijven ambities en uitvoering met elkaar in balans, maar kunnen we ook vandaag aan de slag.

Tot en met 2030 verwachten we dat de kosten voor het beheer, onderhoud en vernieuwing van onze bestaande infrastructuur structureel met € 15 miljoen toenemen. We stellen voor de begroting in stappen daar naartoe te laten groeien. Een deel van de middelen (€ 5 miljoen) is per direct benodigd (voor dagelijks beheer en onderhoud en de Zwartewaterbrug) en een deel van middelen kan worden gereserveerd om stapsgewijs (€ 2,5 miljoen oplopend naar € 10 miljoen) beschikbaar te stellen als de opgave ook realiseerbaar blijkt en afwegingen zijn gemaakt, onder andere ten aanzien van het onderhoudsniveau en/of prioritering.

De afgelopen en komende jaren sparen we € 15 miljoen per jaar voor investeringen in provinciale weg en (de elektrificatie van) spoor. De inzet daarvan is mede afhankelijk van cofinanciering door het Rijk, maar richten we ook zo goed mogelijk op concreet uitvoerbare projecten. Daarom stellen we voor een deel van deze middelen in te zetten voor projecten op de N35. Daarnaast hebben we middelen gereserveerd voor uitbreidingsinvesteringen, zoals de Vloedbeltverbinding. Door kostenontwikkeling op het project van de Vloedbeltverbinding stellen we voor aanvullende middelen te reserveren (structureel € 1,4 miljoen).