Energietransitie

Energietransitie

Terugblik

In Overijssel onderschrijven we het Klimaatakkoord. Dat betekent dat we ons inzetten om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. Dat is een stevige opgave. Zoals beschreven in ons coalitieakkoord doen we dat door het zo optimaal mogelijk benutten van de kansen die met de energietransitie gepaard gaan, rekening houdend met de draagkracht van de samenleving en de ruimtelijke kwaliteit in Overijssel.

Als provincie hebben we een rol in alle vijf sectoren uit het Klimaatakkoord. Deze sectoren zijn: gebouwde omgeving, landbouw en landgebruik, elektriciteit, industrie en mobiliteit. Wij werken in Overijssel met een breed netwerk van partners aan de energietransitie. Onze inzet op energietransitie krijgt onder andere vorm in de Regionale Energiestrategieën (RES’sen) en het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO). Maar ook op tal van andere terreinen, zoals de Gebiedsgerichte aanpak stikstof, het agro&food beleid, het natuurbeleid (inclusief bomen en bossen), het mobiliteitsbeleid voor onder meer stadsdistributie en laadpalen en het economische beleid gericht op mkb, arbeidsmarkt en innovatie.

Enkele hoogtepunten van de afgelopen periode:

  • Investeringsimpuls Energietransitie 1e tranche, waarmee we onder meer een financieringsarrangement voor warmtenetten hebben ontwikkeld en energiebesparing door bedrijven hebben gerealiseerd.
  • Belangrijke mijlpalen in de RES processen: vaststelling Startnota’s en de oplevering van de concept RES’sen.
  • Oprichting van een ontwikkelfaciliteit voor lokale energie-initiatieven binnen Energiefonds Overijssel.
  • Start van het versnellingsteam zon op dak om bedrijven te helpen bij het volleggen van hun daken met zonnepanelen.


Nieuwe perspectieven en leerpunten:

  • Binnen de RES vervullen we drie rollen, samenwerkingspartner, hoeder van de regionale samenwerking en inzetten van sturingskracht. Het is belangrijk om vanaf het begin helder over de rollen te communiceren om ze zo goed mogelijk in te kunnen vullen. De ervaringen die we hierin opdoen nemen we onder andere mee in de samenwerkings- en sturingsfilosofie van de nieuwe Omgevingsvisie.
  • De tussenevaluatie van NEO wijst uit dat we de doelstelling van 20% nieuwe energie in 2023 niet gaan halen (in 2019 was het aandeel hernieuwbare energie 11%, zie kengetal 2.3 in Overijssel Ontcijferd Milieu en energie 2021). De investeringsimpuls draagt weliswaar bij aan versnelling, maar de effecten van bijvoorbeeld warmtenetten zien we grotendeels na 2023. We voeren de aanbevelingen van de tussenevaluatie uit. Onder meer de samenvoeging van RES en NEO in de uitvoering en een meer projectmatige opzet van het programma.
  • Energiefonds Overijssel is in haar 9e levensjaar. In die jaren is veel veranderd. Veel ondernemers hebben inmiddels een track record en een aantal technologieën is inmiddels ‘bewezen’ en minder risicovol. Ook reguliere banken financieren inmiddels energieprojecten en dat is een positieve ontwikkeling. De inzet van publieke middelen blijft echter nodig om de energietransitie aan te jagen.

Vooruitblik

We staan met elkaar voor een grote opgave om de ambities uit het Klimaatakkoord te realiseren. Bovendien is het mogelijk dat de EU met een hogere ambitie komt. We maken ons hard om de uitstoot van CO2 en andere schadelijke stoffen te verminderen. Wij vinden het daarbij belangrijk om, mede in het licht van de coronacrisis, te werken aan een krachtig groen herstel waarin iedereen mee kan doen en waarbij de economische kansen van de energietransitie zoveel mogelijk breed in de samenleving worden benut.

Het Klimaatakkoord bepaalt tot 2030 de inzet van Overijssel op de energietransitie. In de Regionale Energiestrategieën (RES’sen) wordt deze uitgewerkt voor de onderdelen elektriciteitsopwekking en warmtebronnen. De ruimtelijke vertaling van de RES’sen wordt opgenomen in de nieuwe Omgevingsvisie. Een belangrijk deel van de uitvoering van het Klimaatakkoord ligt bij gemeenten. Wij zijn trekker van een aantal bovenlokale opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van energie-infrastructuur. We zien voor de komende jaren drie provinciale speerpunten: smart energy hubs, de grote verbouwing en werkplaatsen waarin we op de volle breedte van de energietransitie samen werken.

Smart Energy Hubs
Smart Energy Hubs zijn knooppunten waar energie-opwek, -opslag en -gebruik slim gekoppeld worden. Ze zijn een oplossing voor het probleem van netcongestie, ze helpen bij verduurzaming van onze verspreide industrie en bieden kansen voor ons innovatieve mkb. Waterstof speelt hierin een belangrijke rol als energiedrager. Samen met Gelderland willen we van Oost Nederland de proeftuin voor deze zogenaamde decentrale energiesystemen maken, met de opzet van living labs. De zogenaamde energiegebieden of energielandschappen vallen hier ook onder.

Grote verbouwing
In de “grote” verbouwing zetten we al onze instrumenten gebundeld in om op een aantal plekken meters te maken met energiebesparing in woningen. We hebben succesvolle aanpakken ontwikkeld en er komen steeds nieuwe concepten bij, zoals Transform en het Expertiseteam Gebouwde Omgeving. Samen met enkele gemeenten en woningcorporaties gaan we op zoek naar de ideale cocktail van deze concepten en gaan deze daadwerkelijk inzetten. Op deze manier hopen we in korte tijd circa 2000 woningen vergaand te verduurzamen en voor een deel zelfs van het aardgas af te halen.

Werkplaatsen (samenwerking RES en NEO)
Met het programma Nieuwe Energie Overijssel 2017-2023 hebben we een fantastische samenwerking met maatschappelijke partners neergezet. De lijntjes zijn kort, we weten elkaar goed te vinden. In de komende jaren gaan we daar de vruchten van plukken door meer concrete ondersteuning te bieden aan projecten. Initiatiefnemers van allerlei energieprojecten kunnen gebruik maken van deze ondersteuning en ontmoeten elkaar in werkplaatsen. Resultaat van deze veranderde werkwijze is dat we gerichter en met de juiste partijen aan oplossingen werken en de uitvoering van NEO verbinden aan de beleidsontwikkeling in de RES. We maken beter gebruik van organisaties buiten Overijssel en meer initiatiefnemers profiteren van de geboden ondersteuning. Kortom: we gaan versnellen!

Verder
Naast deze drie speerpunten blijven we inzetten op de brede energietransitie. Hiervoor doen we onder meer medio 2021 een voorstel voor de investeringsimpuls 2e tranche. Een greep uit de verwachte opbrengsten:

  • Besluitvorming RES 1.0 medio 2021 en RES 2.0 in 2023.
  • Realisatie warmtenet Zandweerd Deventer.
  • Intentieovereenkomst regionaal warmtenet Twente.
  • Proefboring geothermie Zwolle.
  • Locatiekeuze windbos, co-productie van bossenstrategie en NEO,
  • Stimuleringsprogramma mono mestvergisting voor toename biogasproductie en vermindering stikstofuitstoot.
  • Realisatie solar carports bij het provinciehuis en in Twente.
  • Verdere verduurzaming van het provinciehuis, gecombineerd met de herinrichting.

Uitvoeringslasten klimaatakkoord en extra inzet RES 2.0

De uitvoering van het Klimaatakkoord leidt tot extra uitvoeringslasten bij de decentrale overheden. De Raad Openbaar Bestuur (ROB) heeft deze becijferd op € 1,8 miljard voor de periode 2022-2025. Het nieuwe kabinet moet een besluit nemen over de financiering van deze lasten. Voordat de besluitvorming rond is, zullen wij een deel van de taken al in gang moeten zetten. Deels zijn dat ook nieuwe taken.

Bij het proces van de RES dient bijvoorbeeld na vaststelling van de RES 1.0 in de zomer van 2021 direct te worden doorgepakt om tot de RES 2.0 te komen in 2023. We gaan dat vooral doen via subregionale samenwerking. Dit vraagt om een plus van 2 fte bovenop de huidige provinciale inzet, opdat we onze drie rollen in het RES-traject (samenwerkingspartner, hoeder van de regionale samenwerking en inzetten van sturingskracht) goed kunnen vervullen.

We houden er rekening mee dat de financiering vanuit het Rijk niet direct bij aanvang geregeld is. Daarom stellen we voor om de benodigde extra inzet tijdelijk te voorfinancieren tot een bedrag van € 250.000. Dat doen we vanuit het programma Nieuwe Energie. Het budget van Nieuwe Energie vullen we weer aan. Als blijkt dat dit toch niet kan vanuit een Rijksbijdrage dan zullen we u voorstellen de extra inzet te dekken vanuit de algemene middelen.