Bedrijfsvoering
Dit is hoe wij denken
Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Dit is hoe wij denkenOnze opgaven stellen eisen aan de ambtelijke organisatie. Wij zijn betrokken bij wat er om ons heen gebeurt, wij zijn aanspreekbaar voor onze burgers en betrouwbaar in wat wij voor hen doen. Bedrijfsvoering maakt dat mogelijk. Hoe doen wij dat?
Wij zijn professionals. Die oplossingen bedenken, de kunst van het weglaten verstaan en de uitvoering versnellen. Met hart voor de publieke zaak.
Wij luisteren en vragen door. Wij kijken vanuit het perspectief van betrokken burgers en de samenleving. Het contact met de provincie is open en oprecht. Wij kiezen voor een prettige omgang, laten merken dat vragen en klachten van burgers doordringen en geven duidelijke uitleg.
Wij laten zien wat wij doen. Een gelijkwaardige informatiepositie is belangrijk. Dan kan je rekenen op meer begrip voor elkaar. Iedereen moet daarom kunnen zien hoe provinciale besluiten tot stand zijn gekomen, welke overwegingen daarbij zijn betrokken.
Wij communiceren in begrijpelijke taal in onze mailberichten, brieven en webteksten. Onze taal mag niet te moeilijk zijn, bijvoorbeeld door het gebruik van jargon en abstracte woorden, want dan haken lezers af.
Wij hebben grip op financiën. Door Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de ambtelijke organisatie betrouwbare financiële informatie te geven. Door risico’s in te schatten en daarvoor maatregelen te treffen.
Wij dagen uit. Jaarlijks kopen wij voor plusminus € 150 miljoen in. Dat is veel geld. Niet voor niets zien wij daarom ‘de kracht van inkoop’: slim inkopen levert een bijdrage aan onze maatschappelijke opgaven.
Dit is wat wij doen
Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Dit is wat wij doenAlgemeen
Visie op Bedrijfsvoering & Control
In 2025 is een nieuwe Visie op Bedrijfsvoering & Control opgesteld. Deze visie vraagt om een organisatiebrede beweging richting integraal management, waarbij bedrijfsvoering niet langer ondersteunend op afstand opereert, maar als volwaardige partner en mede-eigenaar van de opgave optreedt. Door bedrijfsvoering vanaf het begin te betrekken bij beleid en uitvoering, ontstaat een gedeelde verantwoordelijkheid. Beleid, uitvoering en bedrijfsvoering brengen ieder hun vakmanschap in, denken mee vanuit de bedoeling én de randvoorwaarden. Zo wordt het werken aan onze maatschappelijke opgaven gefaciliteerd en versterken we elkaar.
Provinciale Staten (PS) hebben in 2025, met het vaststellen van de Perspectiefnota 2026, ingestemd met het incidenteel beschikbaar stellen van € 11 miljoen voor de informatiehuishoudingsopgave. We hebben hiervoor eind 2025 een Investeringsvoorstel programma Borging Informatievoorziening 2026-2028 opgesteld, welke begin 2026 ter besluitvorming aan Provinciale Staten wordt voorgelegd.
Samenwerking met SSC-ONS partners
Het Shared Service Centrum Ons (SSC-Ons) verzorgt voor provincie Overijssel de ICT-middelen. SSC-Ons is daarin onze opdrachtnemer. Met de partners van SSC-Ons hebben we een gezamenlijke aspiratie op bedrijfsvoering vastgesteld, waarin de gezamenlijke strategie en samenwerkingskansen zijn opgenomen. We zijn daarnaast op ons initiatief gestart met het ‘verzakelijken’ van de samenwerking met SSC-Ons. Dit doen we om beter inzicht te krijgen in de onderlinge rollen en verantwoordelijkheden, zodat er een striktere scheiding komt tussen taken, wat het uiteindelijke resultaat ten goede komt.
Facilitaire zaken
Project huisvesting
In 2025 zijn de verschillende werkgebieden volgens planning heringericht en voorzien van nieuw, en waar mogelijk, refurbished meubilair. Aanvullend op de geplande werkzaamheden is de vloerbedekking in de vergaderruimtes in het bestuurscentrum vervangen en zijn de dichte wanden op verdieping 6 in het hoofdgebouw vervangen voor glas. Een maatregel om meer licht binnen te krijgen en inrichtingselementen die passen bij een meer open uitstraling. Gelijktijdig met het project huisvesting is in de werkgebieden de verlichting vervangen door LED verlichting en zijn smartbuilding sensoren aangebracht voor het slim aansturen van verlichting en klimaat.
Project AV-middelen Statenzaal en Commissiekamers 0.4 en 1.8
Om continuïteit van open en transparante besluitvorming te kunnen waarborgen, is de audio- en video-installatie van de Statenzaal en de Commissiekamers 0.4 en 1.8 vervangen door stabiele en hedendaagse hard- en software.
Aanpassing dienstverleningsconcept
In 2025 hebben we een nieuw plan voor het team BV Facilitair opgesteld, welke eind 2025 een definitieve status heeft gekregen. De komende jaren werken we vanuit een continue verbeterstrategie aan het realiseren van dit plan waarbij we met het toevoegen van het domein veiligheid gerichte aandacht hebben voor dit vakgebied.
Beveiligingsinstallaties
In 2025 is het gehele Securitymanagementsysteem in het provinciehuis en de steunpunten vervangen. Dit systeem bestaat uit de subsystemen inbraakdetectie, toegangscontrole en CCTV.
Financiën
Gezonde financiële positie
In de Begroting 2025 hadden we het plan van aanpak opgenomen om te komen tot een structurele begroting die nu en in de toekomst past bij onze structurele taken. Langs drie analyselijnen (financiën, taken en maatschappelijke ontwikkelingen) hebben we per kerntaak in beeld gebracht hoe de huidige financiën en taken eruitzien. Daarbij kijken we niet alleen naar de wettelijke taken, maar ook naar de systeemrol die de provincie vervult, die niet altijd wettelijk hoeft te zijn verankerd. In het afgelopen jaar zijn we gestart met de kerntaak Cultuur. Tijdens een PS informatiesessie in november is stilgestaan bij de algemene werkwijze en is de uitwerking van de kerntaak Cultuur toegelicht.
In 2024 hebben wij een analyse uitgevoerd op onze reserves. Hieruit is in het voorjaar van 2025 een aantal overwegingen voorgelegd aan provinciale staten waarover in de perspectiefnota 2025 een besluit is genomen. De financiële effecten zijn in begroting 2026 verwerkt.
Bij de controle van de jaarrekening 2024 vond de accountant de onderbouwing van de Voorziening beheer en onderhoud provinciale infrastructuur niet goed genoeg. Wij konden niet aantonen dat uitvoering van het geplande onderhoud haalbaar was. Ook waren er onvolkomenheden in de doorrekening van de voorziening. Dit heeft geleid tot een verklaring met beperking. In 2025 hebben wij belangrijke verbeteringen doorgevoerd. We hebben het proces voor planning van het groot onderhoud verbeterd. De onvolkomenheden in de doorrekening van de voorziening zijn voor een groot deel verholpen. De accountant onderschrijft deze verbeteringen. Er zijn nog diverse punten waar we aan moeten werken. De onderbouwing van de haalbaarheid van de planning vergt oa verdere versterking via de uitvoering van backtesting. Ook moeten we zorgen dat de manier waarop we de kosten voor onderhoud berekenen duidelijk en eenduidig is. De al gerealiseerde verbeteringen hebben geleid tot een goedkeurende verklaring. De stappen die wij in 2026 willen zetten helpen bij de verbetering van ons financieel beleid en dragen bij aan een gezonde financiële positie.
Stevige inbreng in landelijke dossiers
De financiën van de provincie Overijssel zijn onlosmakelijk verbonden met de landelijke ontwikkelingen. Een pro-actieve inbreng op en stevige betrokkenheid bij de landelijke financiële dossiers is daarom evident en belangrijk:
-
Al geruime tijd loopt het traject om te komen tot een nieuw verdeelmodel van het provinciefonds. Naar aanleiding van het advies van de Raad van het Openbaar Bestuur zijn de gesprekken hierover in 2025 gecontinueerd. Voor de zomer is onder aanvoering van de provincies Overijssel en Zuid-Holland door alle twaalf provincies en de fondsbeheerders in gezamenlijkheid besloten over een belangrijke tussenstap. Deze tussenstap betekent een financiële aanpassing in het huidige verdeelmodel per 2026, maar ook een vervolgproces om te komen tot een stabiel en uitlegbaar nieuw verdeelmodel. Naast onze grote betrokkenheid bij de totstandkoming van de tussenstap, werkten we na de zomer ook actief mee aan dit vervolgproces. Naar verwachting vindt vervolgbesluitvorming in 2026 plaats.
-
Gedurende de jaarrekeningcontrole 2024 is door onze accountant de discussie aangewakkerd omtrent lastneming in relatie tot de prestatielevering van provinciale subsidies die zijn verstrekt vanuit de SPUK-gelden. Dit heeft ertoe geleid dat het ministerie van BZK in juli 2025 op dit punt haar standpunt rond de prestatielevering bij SPUKS verder heeft geëxpliciteerd. Als gevolg hiervan zou de vingerende werkwijze van de lastneming bij de SPUKS van de meeste provincies niet langer rechtmatig zijn. Mede door de stevige druk vanuit Overijssel is hier door het IPO een stevige lobby op ingezet. Dit heeft ertoe geleid dat voor het boekjaar 2025 ook de bestaande systematiek kan worden gehandhaafd. Daarnaast lopen constructieve gesprekken over een structurele oplossing. Wij verwachten dat we in 2026 daarmee tot een goed compromis en een werkbaar vervolg zullen komen.
-
Met het Rijk is afgesproken om samen onderzoek te doen naar de balans tussen taken en middelen op de drie grootste taken van de provincies: natuur, infrastructuur en OV. Wij hebben hier volop aan bijgedragen door deelname aan verschillende werkgroepen en actieve deelname aan enquêtes en interviews. De onderzoeksrapporten komen naar verwachting in de loop van 2026 beschikbaar.
Faciliteren van PS bij vervullen sturende en controlerende taak
Onze jaarrekeningen laten elk jaar grote verschillen zien tussen de begroting en de realisatie. We geven een deel van het geld dat in de begroting staat vaak niet uit. In PS is dit onderwerp de afgelopen jaren regelmatig besproken. Als geld niet wordt uitgegeven roept dat vragen op. Is het geld wel op de juiste manier beschikbaar gesteld? Waren er geen andere keuzes mogelijk? Zijn de doelen wel bereikt?
In november 2025 hebben wij een informatiesessie voor PS georganiseerd over dit thema. Daarin hebben wij uitgelegd wat de oorzaken en gevolgen zijn. We hebben laten zien bij welk deel van de onderbesteding het geld later wordt uitgegeven en bij welk deel er sprake is van minder uitgaven: latere besteding versus lagere besteding. Ook hebben we in beeld gebracht wat dit betekent voor het behalen van de maatschappelijke doelen. Daarnaast hebben we gekeken in hoeverre er onnodig beslag was gelegd op de beschikbare middelen. Met behulp van inzicht in de bestedingspatronen in voorgaande jaren willen we de begroting realistischer maken. Dit inzicht gebruiken we ook bij het tijdig signaleren van onderbesteding en de informatievoorziening daarover aan PS.
Aan het begin van deze Statenperiode zijn we samen met de Audit Commissie gestart met de doorontwikkeling van de P&C cyclus onder de noemer ‘Pilot P&C’. Gedurende één jaar diepen we één onderwerp uit bij verschillende P&C publicaties. Zo brengen we verdieping, maar staan we ook stil bij de informatiewaarde van de verschillende P&C stukken. In het afgelopen jaar hebben we bij de Begroting 2026 concreet invulling gegeven aan de eerste verbeterpunten die uit dit traject naar voren zijn gekomen. Zo is er in de kerntaken nadrukkelijker aandacht gekomen voor de vergelijking van de begroting met het voorgaande jaar en zijn de financiële tabellen verbeterd.
Human Resource
Strategisch HR-beleid
In 2025 is het strategisch HR-meerjarenplan 2026-2030 uitgewerkt. Dit HR-plan is ontwikkeld in lijn met de strategische koers, de Visie op Bedrijfsvoering & Control, de organisatieontwikkeling omtrent de herijking van het Besturings- en Managementconcept (BMC), het Medewerkersonderzoek, de nieuwe Interprovinciale Werkgeversvisie en externe ontwikkelingen en trends.
In dit HR-plan is de volgende ambitie geformuleerd: “Medewerkerschap, medewerkerservaring en goed werkgeverschap staan centraal. We zien de mens niet langer als ‘resource’, maar als een cruciale factor voor het realiseren van onze opgaven. Dit betekent dat we niet langer werken volgens het principe “u vraagt, wij draaien”. HR positioneert zich als strategisch partner, met mede-eigenaarschap op de maatschappelijke en bestuurlijke opgaven. Vanuit die rol bewaken we de kwaliteit, geven we richting met heldere kaders voor het collectief en bieden we ruimte voor maatwerk waar dat passend is. Onze organisatie kernwaarde: Nieuwsgierigheid, Zelfbewust, De ander zien en Toekomstbestendig, zijn daarbij leidend geworden. Hierdoor komen elementen als opgavegericht werken, ambtelijk vakmanschap, eigenaarschap, sturen en werken in samenhang op een herkenbare manier samen in ons dagelijkse handelen en leiderschap.
Sociale weerbaarheid
In 2025 zijn we gestart met het integriteitsprotocol en hebben we de nieuwe meldregeling uitgerold en geïmplementeerd. Hierin wordt de rol van de vertrouwenspersonen prominenter omschreven en benadrukt. Tevens is de integriteitstraining als vast onderdeel van het onboardingsprogramma voor nieuwe medewerkers geïntroduceerd. Dit wordt goed ontvangen en beoordeeld.
In opvolging van de uitkomsten van het medewerkersonderzoek zijn er accenten gelegd in het leeraanbod van HR/Overijssel Academie:
Sociale veiligheid: In totaal hebben 15 teams onder begeleiding het thema "sociale veiligheid" besproken en/of hebben hier teambegeleiding op gezet.
Diversiteit, Gelijkwaardigheid en Inclusie (DGI)
Banenafspraak
In 2025 hebben meerdere nieuwe plaatsingen en interne verplaatsingen plaatsgevonden. Tijdens deze trajecten is bewust extra aandacht besteed aan talenten, aandachtspunten, ondersteunings-behoeften en het uitvoeren van regelmatige evaluaties. Door tijdens proefplaatsingen structureel te evalueren, ontstaat meer openheid en leren betrokkenen elkaar beter kennen. Hierdoor worden knelpunten sneller besproken en kan tijdig worden bijgestuurd wanneer iets niet werkt. Ook geeft dit een beter en realistischer beeld van de match tussen mens en werk.
Naast deze intensievere begeleiding tijdens het plaatsingsproces is ingezet op het versterken van kennis en vaardigheden bij werkbegeleiders en teamleiders. Hiervoor zijn onder andere neurodiversiteittrainingen, autismebelevingscircuits, intervisiesessies en individuele coaching sessies aangeboden aan leidinggevenden en werkbegeleiders.
Inclusiever werven
Binnen recruitment zijn diverse stappen gezet om het wervingsproces inclusiever te maken. Kandidaten hoeven geen geboortedatum of gender meer te vermelden en recruiters nemen contact op om breder te selecteren dan alleen op basis van het cv. Zij zijn actief betrokken bij de briefselectie om objectiviteit en gelijke behandeling te waarborgen. Daarnaast is geïnvesteerd in een diverser scala aan wervingskanalen, waaronder specialistische websites, social media en intensiever contact met hogescholen, om een bredere doelgroep te bereiken. Vacatureteksten en -eisen worden kritischer beoordeeld op inclusief taalgebruik en het voorkomen van onnodige drempels, met een focus op competenties en potentieel. Recruiters adviseren bovendien vacaturehouders actief over inclusievere werving en selectie.
Informatievoorziening & digitalisering
Participatie en datademocratie
De provincie heeft in toenemende mate te maken met de invloed van digitalisering. In complexe maatschappelijke opgaven speelt data een centrale rol. Door de opkomst en toepassing van Artificial Intelligence (AI) en big data ontstaat meer ruimte voor datagedreven besluitvorming. Dit brengt naast technische vraagstukken ook maatschappelijke, juridische en ethische vraagstukken met zich mee.
In 2025 zijn beleidskaders en richtlijnen vastgesteld voor het verantwoord gebruik van generatieve AI. Daarbij is aandacht besteed aan transparantie, uitlegbaarheid, gegevensbescherming, archivering en menselijke controle. Hiermee is een structurele basis gelegd voor een beheerste en verantwoorde inzet van AI binnen de provinciale organisatie.
Informatieveiligheid
In de Perspectiefnota 2026 (2 juli 2025) zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld voor het versterken van de informatiehuishouding. In 2025 is gewerkt aan het op orde brengen van de basis, tegen de achtergrond van wijzigende wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeheer, privacy en informatieveiligheid. Het jaar 2025 stond nadrukkelijk in het teken van het uitvoeren van risicoanalyses op primaire en ondersteunende processen binnen de provincie. Deze analyses zijn uitgevoerd in samenhang met geldende privacywetgeving (AVG), de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en relevante archief- en openbaarmakingsverplichtingen.
Op basis van de uitkomsten zijn gerichte risico mitigerende maatregelen vastgesteld en in gang gezet. Het betreft onder meer het aanscherpen van toegangsbeheer, het verbeteren van monitoring, het actualiseren van verwerkersafspraken, het versterken van continuïteitsmaatregelen en het vergroten van bewustwording bij medewerkers. Hiermee is de beheersing van informatie- en privacy risico's verder versterkt.
Governance en centrale aansturing
De actualisatie van het BMC heeft in 2025 geleid tot een eerste stap richting centrale aansturing en besluitvorming op het gebied van informatievoorziening. Hiermee is meer samenhang aangebracht tussen strategie, uitvoering en toezicht. Besluitvorming over prioriteiten, investeringen, architectuur en risicobeheersing vindt hierdoor gestructureerd en integraal plaats. Rollen, verantwoordelijkheden en escalatielijnen zijn verduidelijkt, waardoor beter gestuurd kan worden op kwaliteit, rechtmatigheid en continuïteit van de informatievoorziening. Daarnaast is gewerkt aan de verdere opbouw en positionering van de I&D-organisatie, met als doel structurele borging van expertise op het gebied van informatiebeheer, informatieveiligheid, data en digitalisering.
Informatiebeheer en classificatie
Ten aanzien van informatiebeheer zijn in 2025 diverse beleidsstukken vastgesteld en geactualiseerd. Deze beleidskaders voorzien in eenduidige afspraken over ordening, classificatie, bewaartermijnen en verantwoordelijkheden. Door het hanteren van een uniforme informatieclassificatie wordt beter invulling gegeven aan wettelijke verplichtingen (onder meer Archiefwet, AVG en Woo). Tegelijkertijd wordt de vindbaarheid, toegankelijkheid en herbruikbaarheid van informatie verbeterd. Dit ondersteunt zorgvuldige besluitvorming, transparantie richting Provinciale Staten en duurzame digitale archivering.
Actief met ons Archief
In 2026 treedt de nieuwe Archiefwet in werking. Deze wet verplicht overheden om blijvend te bewaren archieven tijdig over te brengen naar een archiefbewaarplaats. In 2025 is gestart met de implementatie van het e-depot. Met het inrichten van een e-depot wordt geborgd dat digitale informatie duurzaam, authentiek en toegankelijk kan worden overgebracht naar een bewaaromgeving die voldoet aan de eisen van de Archiefwet. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet in het toekomstbestendig maken van het digitale archief.
Samen met SSC Ons
De technische infrastructuur wordt beheerd door SSC-Ons. Voor diverse bedrijfsvoeringsprocessen is de provincie afhankelijk van een stabiele en veilige dienstverlening binnen deze samenwerking. Een heldere governance-structuur en duidelijke onderlinge afspraken zijn daarbij randvoorwaardelijk. In 2025 is gezamenlijk gewerkt aan verdere professionalisering van de samenwerking en het versterken van risicobeheersing. Specifieke aandacht is besteed aan de uitvoering van de motie ‘ICT-Risicobeheersing SSC-Ons’ (2 juli 2025). Doel is het maken van nadere afspraken over IT-(veiligheid), het versterken van interne beheersmaatregelen en het realiseren van een assurance-verklaring conform de eisen van ISAE 3402.
Juridische Zaken
Ook in 2025 bleef de druk op de juristen van Juridische Zaken groot. Er werd wederom veel aandacht gevraagd voor onder meer thema’s rondom stikstof, landelijk gebied, schadekwesties rondom het kanaal, en (nieuwe) verbonden partijen. Zowel voor wat betreft het aantal bezwaarzaken (zo zijn ruim 100 bezwaarschriften ontvangen met betrekking tot het windproject, boven op de reguliere stroom bezwaarzaken), het grote aantal Woo-verzoeken en Woo-bezwaarzaken als het grote aantal adviesverzoeken. Het aantal zaken en aantal adviesaanvragen is nog niet in balans met het aantal juristen. Het blijkt een pittige opgave om gekwalificeerde juristen te werven en te behouden; dat verdient blijvend aandacht. Daarbij is een begin gemaakt om de tweedelijns rol van JZ beter af te bakenen van de eerstelijns rol van juristen bij de eenheden. Verder is er een begin gemaakt om processen te optimaliseren wat tot efficiënte moet gaan leiden
Ontwikkelingen subsidies
Verleende subsidies 2025
Subsidie is een veel gebruikt instrument om vastgesteld beleid te realiseren; we hebben in 2025 € 210 miljoen aan nieuwe subsidies uitgegeven (2024: € 118,2 en meerjarig gemiddeld is dat € 170 miljoen). Ook hebben we in 2025 bijna 4.000 (2024: 3.500) subsidiebesluiten genomen. Qua doorlooptijden liep 2025 door het grote aantal aanvragen helaas behoorlijk uit de pas met voorgaande jaren. Waar we in 2024 gemiddeld op een dag zo’n 450 aanvragen in behandeling hadden, was dat aantal opgelopen tot meer dan 1.700 aanvragen per medio 2025. Per einde 2025 was dat teruggebracht tot net iets meer dan 1.100 nog te behandelen aanvragen. Die extra werkvoorraad heeft ertoe geleid dat op 62% van de aanvragen binnen de wettelijke termijn is besloten (meerjarig rond de 80%). Ook de gemiddelde behandeltijd is gestegen naar 11 weken (was in 2024 8 weken). De wettelijke beslistermijn bedraagt 13 weken. In 2026 werken we met de inzet van tijdelijke personele capaciteit om de achterstand in te lopen en de behandeltermijnen weer op het gebruikelijke niveau te krijgen. In aantallen zijn ondernemers de grootste groep subsidieontvangers (50%), gevolgd door maatschappelijke organisaties (27%), medeoverheden (14%) en particulieren (8%). In aandeel budget is die volgorde anders: maatschappelijke organisaties (37%), medeoverheden (32%), ondernemers (27%) en particulieren (4%).
Eerder verleende maar nog te verantwoorden subsidies
Naast nieuwe subsidies hebben we per eind 2025 ook nog zo’n 2.000 lopende subsidiezaken tot een bedrag van ruim € 846 miljoen openstaan; de verantwoording daarover moet de komende jaren nog binnenkomen. Er zijn 20 nieuwe subsidieregelingen voor aanvragers beschikbaar gekomen (2024: 29); een kwart daarvan heeft betrekking op de kerntaak Vitaal platteland.
Rechterlijke uitspraken
In het algemeen is regelgeving van het Rijk en Europa en jurisprudentie vrij stabiel als het gaat om subsidies. In de zomer van 2025 heeft de Raad van State echter een belangrijke uitspraak gedaan die ook invloed heeft gehad op de provinciale begrotingsvaststelling. De Raad van State heeft bepaald dat ook voor begrotingssubsidies in voldoende mate ruimte moet worden geboden voor mededinging door andere potentiële gegadigden. Van begrotingssubsidies is sprake als de subsidieontvanger en het bedrag wordt genoemd in de begroting, bijvoorbeeld via het door Provinciale Staten in november 2025 aangenomen amendement Breed gedragen ambities 2026. De werkwijze rond deze en vergelijkbare incidentele subsidies op basis van de Algemene Subsidieverordening Overijssel 2005 (ASV-subsidies) is in 2026 aangepast.
Onderzoek toegankelijkheid subsidies
Tot slot is eind 2025 de Rekenkamer Oost-Nederland gestart met een onderzoek naar de toegankelijkheid van provinciale subsidies. Onderzocht wordt of beoogde subsidieontvangers weten dat de subsidie bestaat, de subsidie kunnen vinden en vervolgens in staat zijn om de subsidie aan te vragen. De resultaten worden naar verwachting medio 2026 aan Provinciale Staten aangeboden.
Integriteit en fraude
Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Integriteit en fraudeDe aandacht voor de thema's integriteit en fraude neemt de laatste jaren steeds verder toe. Het zorgt ervoor dat organisaties steeds vaker gevraagd worden transparant te zijn in de visie, het beleid en het toezicht op het integer handelen in alle geledingen van de organisatie. Dat gaat dus niet alleen over fraude, maar ook over misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O), het hanteren van gedragscodes en de naleving van andere regelgeving.
Bij het opstellen van het jaarlijkse auditplan wordt een inschatting van de frauderisico’s voor onze organisatie. Inmiddels hebben we de grootste fraude en M&O risico's in kaart gebracht. Hierbij is een objectief beeld gevormd van de maatregelen van interne beheersing die onze organisatie heeft getroffen om mogelijke fraude en misbruik te voorkomen. Voor fraude is deze gangbare definitie gebruikt: Een opzettelijke handeling door één of meer personen waarbij gebruik wordt gemaakt van misleiding teneinde een onrechtmatig of onwettig voordeel te verkrijgen. Op basis van gesprekken met het verantwoordelijke management en de proceseigenaren en (verbijzonderde) interne controles zijn geen fraude incidenten geconstateerd.
Het jaarverslag integriteit 2025 is toegevoegd als bijlage bij dit jaarverslag en gaat dieper in op alles wat op het vlak van integriteit heeft gespeeld, waaronder het aantal gesprekken met de vertrouwenspersonen, het aantal meldingen van een (vermoeden van een) integriteitsschending en andere ontwikkelingen, onder meer de (verdere) integratie met de thema's fraude, informatiebeveiliging en ondermijning.
Rechtmatigheidsverantwoording
Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - RechtmatigheidsverantwoordingSinds verslagjaar 2023 nemen wij een rechtmatigheidsverantwoording (Rechtmatigheidsverklaring GS) op als onderdeel van de jaarrekening, waarin expliciete verantwoording wordt afgelegd aan Provinciale Staten over het rechtmatig handelen van de provincie.
Grondslagen rechtmatigheidsverantwoording
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld volgens de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en de financiële- en controleverordeningen van provincie Overijssel. Daarnaast geldt het door Provinciale Staten vastgestelde normenkader 2025 als toetsingskader voor de rechtmatigheidsverantwoording. De scope van onze controlewerkzaamheden staat beschreven in het auditplan 2025.
Door Provinciale Staten is in het normenkader een verantwoordingsgrens vastgesteld voor het rapporteren over afwijkingen. Bij overschrijding van de verantwoordingsgrens van € 6,3 miljoen (1% van de lasten exclusief toevoegingen aan de reserves) worden alle rechtmatigheidsafwijkingen in de Rechtmatigheidsverklaring kort en bondig benoemd.
Daarnaast wordt in deze paragraaf een nadere toelichting gegeven op alle onrechtmatigheden die de rapportagetolerantie overschrijden. De rapportagetolerantie is € 316.000 (5% van de verantwoordingsgrens).
Conclusie rechtmatigheid
Wij concluderen dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit binnen de daarvoor gestelde verantwoordingsgrens. De omvang van de fouten over verslagjaar 2025 is € 1.121.975. De provincie blijft ruim binnen verantwoordingsgrens van € 6,3 miljoen.
Toelichting bij de drie rechtmatigheidscriteria
De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: het voorwaardencriterium, het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium en het begrotingscriterium. Afwijkingen op deze criteria lichten we toe en we nemen verbeterpunten op om afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Met onze interne controles sluiten we aan bij de goedkeurings- en rapporteringstoleranties die de accountant hanteert.
De geconstateerde afwijkingen, met een totaal van € 1.121.975, hebben betrekking op Europese aanbestedingen. Het voldoen aan de Europese aanbestedingswet is verplicht voor de Provincie Overijssel. De geconstateerde rechtmatigheidsfouten hebben hoofdzakelijk een incidenteel karakter, waarbij het merendeel betrekking heeft op lopende incorrecte contracten.
Ondanks de daling van het aantal rechtmatigheidsfouten bij Europese aanbestedingen wordt er blijvend aandacht gevraagd voor het belang voor het professionaliseren van de inkoopfunctie. Door het opzetten van het Expertise Centrum Inkoop is er coördinatie op de strategie en het contractmanagement en -register. Belangrijk is wel dat de gehele organisatie hierbij aanhaakt.
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium
Het is aan de Provincie om effectieve maatregelen te nemen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen en te bestrijden. Om dit te bewerkstellingen hebben we een beleidsnota Fraude en M&O opgesteld en zijn de betrokken processen, de daarbij horende risico’s, beheersmaatregelen en controles geïnventariseerd. Vervolgens is er een risicoanalyseframework opgesteld waarin de M&O- en frauderisico’s worden beheerst. Uit de uitgevoerde controles zijn voor 2025 geen gevallen van M&O naar voren gekomen.
Begrotingscriterium
De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Vanaf 2023 kwalificeert de commissie BBV niet alleen de overschrijdingen van lasten en investeringskredieten als een begrotingsonrechtmatigheid, maar ook de onderschrijdingen hiervan.
Bij een onderschrijding is er sprake van begrotingsonrechtmatigheid als Provinciale Staten hierover niet tijdig is geïnformeerd. In de financiële verordening van de Provincie Overijssel is er duiding gegeven aan het begrip tijdig.
Uit onze controles is gebleken dat er op kerntaakniveau geen overschrijdingen hebben plaatsgevonden.
De investeringsbudgetten voor de snelfietsroute Wijhe, de Vloetbeltverbinding en Rehabilitatie kom Den Nul zijn in 2025 licht overschreden. Dit komt door eerdere bestedingen en latere ontvangsten van bijdragen van derden. De overschrijdingen leiden niet tot een overschrijding van het meerjarige investeringsbudget voor deze projecten. Deze overschrijdingen worden in overeenstemming met artikel 17.3 van de financiële verordening als rechtmatig beschouwd.
Hieronder vindt u een tabel met onderbesteding op kerntaakniveau.
Kerntaak |
Absolute afwijking lasten |
% Onderbesteding |
Absolute afwijking baten |
% Onderrealisatie |
|---|---|---|---|---|
Kerntaak 1 - Ruimtelijke ordening en waterbeheer |
€ 18.344.544,00 |
32,79% |
-€ 1.161.026,00 |
-6,30% |
Kerntaak 2 - Milieu en energie |
€ 5.284.232,00 |
15,25% |
€ 293.699,00 |
-1,49% |
Kerntaak 3 - Vitaal platteland |
€ 5.085.331,00 |
3,41% |
-€ 5.534.414,00 |
10,00% |
Kerntaak 4 - Mobiliteit |
€ 16.197.216,00 |
6,52% |
-€ 6.934.394,00 |
13,62% |
Kerntaak 5 - Regionale economie |
€ 24.249.531,00 |
25,32% |
-€ 13.714.715,00 |
35,63% |
Kerntaak 6 - Cultuur en sociale kwaliteit |
€ 7.279.745,00 |
16,98% |
€ 139.311,00 |
100,00% |
Kerntaak 7 - Kwaliteit openbaar bestuur |
€ 319.478,00 |
1,65% |
€ 72.589,00 |
-15,28% |
Kerntaak 10 - Overhead en financiering |
€ 1.547.032,00 |
2,31% |
€ 1.295.816,00 |
-147,56% |
Kerntaak 20 - Algemene dekkingsmiddelen |
€ 3.377.400,00 |
747,29% |
€ 16.329.937,00 |
-3,24% |
Art. 217a onderzoeken
Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Art. 217a onderzoekenIn 2025 zijn twee onderzoeken uitgevoerd op grond van artikel 217a van de Provinciewet. Het betrof een onderzoek naar het beheer en onderhoud van de Overijsselse infrastructuur en een onderzoek naar het lobbybeleid van de provincie Overijssel. Hieronder geven we een beknopte toelichting op de belangrijkste inzichten. De aanbevelingen uit beide onderzoeken worden opgepakt en in 2026 gemonitord.
Onderzoek beheer en onderhoud infrastructuur
Het doel van dit onderzoek was om inzicht te krijgen in welke mate de provinciale infrastructuur effectief, efficiënt en verantwoord wordt onderhouden en beheerd. Uit het onderzoek komt naar voren dat Overijssel haar wettelijke taken op het gebied van beheer en onderhoud uitvoert in overeenstemming met landelijke richtlijnen, waarmee de provincie in de basis verantwoord en doelmatig handelt. Tegelijkertijd zijn er duidelijke beperkingen in de doeltreffendheid. Strategische ambities op het gebied van duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulariteit zijn nog onvoldoende vertaald naar concrete uitvoeringsplannen en meetbare prestaties.
Onderzoek lobbybeleid
De doelstelling van dit onderzoek was om inzicht te krijgen in hoeverre het provinciale lobbybeleid op een effectieve, efficiënte en transparante manier bijdraagt aan de doelen van de provincie Overijssel. Uit het onderzoek blijkt dat er veel goed gaat binnen de huidige lobbyaanpak. Er wordt gebruik gemaakt van een brede mix aan lobbymiddelen en er wordt rekening gehouden met culturele en bestuurlijke verschillen. De interne samenwerking verloopt over het algemeen goed, maar kan systematischer en consistenter. Daarnaast kan de lijst met public affairs prioriteiten scherper worden geformuleerd en kunnen leden van Provinciale Staten actiever worden betrokken bij de lobbyinzet van Overijssel.