Balans

Voortgang prestaties

Inleiding

Terug naar navigatie - Balans - Inleiding

De balans is het overzicht van onze bezittingen, vreemd vermogen en eigen vermogen op een bepaald moment. De balans bestaat uit activa en passiva, welke met elkaar in evenwicht zijn. Activa zijn de bezittingen en passiva zijn de middelen waarmee de activa gefinancierd worden (eigen vermogen en vreemd vermogen).

De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft en de verordening ex artikel 217 Provinciewet, waarin door Provinciale Staten de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.

De activa worden gewaardeerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De passiva worden gewaardeerd op de nominale waarde, tenzij bij het betreffende onderdeel anders is vermeld.

De in de jaarrekening gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de provincie Overijssel.  De continuïteit is gewaarborgd gegeven haar publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid. 

Balans

Terug naar navigatie - Balans - Balans

Het kader voor de reserves, voorzieningen en doeluitkeringen van de provincie Overijssel wordt gevormd door de Nota reserves, voorzieningen & doeluitkeringen provincie Overijssel 2021 (PS/2021/0127125, zie statenvoorstel). Dit kader bewerkstelligt een doelmatige en doeltreffende omgang met de betreffende onderdelen en zorgt ervoor dat de uitvoering van het provinciaal beleid adequaat wordt ondersteund. Ook zorgt een eenduidig kader voor inzicht in de vermogensopbouw en het weerstandsvermogen.

Balans per 31 december 2025
Activa
31.12.2024
31.12.2025
Passiva
31.12.2024
31.12.2025
Vaste activa
1.068.668
1.163.049
Vaste passiva
1.896.236
1.948.802
Immateriële vaste activa
-
-
Eigen vermogen
1.823.071
1.869.326
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio
-
-
Reserves
1.756.592
1.837.611
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
-
-
- waarvan algemene reserves
705.773
786.207
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
-
-
- waarvan bestemmingsreserves
1.050.819
1.051.404
Resultaat
66.479
31.715
Materiële vaste activa
404.393
418.720
Voorzieningen
71.305
77.618
Investeringen met een economisch nut
71.728
78.035
- waarvan in erfpacht
-
-
Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
-
-
- waarvan in erfpacht
-
-
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
332.665
340.685
- waarvan in erfpacht
-
-
Financiële vaste activa
664.275
744.329
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer
1.860
1.858
Kapitaalverstrekkingen
175.374
176.108
Obligatieleningen
-
-
- waarvan aan deelnemingen
175.374
176.108
Onderhandse leningen
1.853
1.853
- waarvan aan gemeenschappelijke regelingen
-
-
- waarvan van binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen
-
-
- waarvan aan overige verbonden partijen
-
-
- waarvan van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
-
-
Leningen
426.063
522.558
- waarvan van binnenlandse bedrijven
-
-
- waarvan aan openb. lichamen (art. 1a Wet FIDO)
1.000
98.859
- waarvan van openb. lichamen (art. 1a Wet FIDO)
1.853
1.853
- waarvan aan woningbouwcorporaties
-
-
- waarvan van overige binnenlandse sectoren
-
-
- waarvan aan deelnemingen
425.063
423.699
- waarvan van buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren
-
-
- waarvan aan overige verbonden partijen
-
-
Door derden belegde gelden
-
-
Overige langlopende leningen
21.830
19.274
Waarborgsommen
7
5
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
-
-
Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
-
-
Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
41.008
26.389
Vlottende Activa
1.323.211
1.346.524
Vlottende passiva
495.643
560.771
Voorraden
126.256
112.349
Grond- en hulpstoffen
-
-
Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie
24.258
18.358
Gereed product en handelsgoederen
101.998
93.991
Vooruitbetalingen
-
-
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
1.136.130
1.174.784
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
22.185
28.783
Vorderingen op openbare lichamen
39.713
46.897
Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen (conform art. 1, onderdeel a Wet FIDO)
-
-
Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen (conform art. 1, onderdeel a Wet FIDO)
-
-
Overige verstrekte kasgeldleningen
-
-
Overige kasgeldleningen
-
-
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
-
-
Rekening-courantverhouding met het Rijk
1.085.161
1.118.546
Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen
-
-
Banksaldi
-
-
Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
-
-
Overige vorderingen
9.821
8.198
Overige schulden
22.185
28.783
Overige uitzettingen
1.435
1.143
Liquide middelen (kas- en banksaldi)
3
1
Overlopende activa
60.822
59.390
Overlopende passiva
473.458
531.988
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen
128.873
142.447
Van de Europese Unie nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel
-
1.116
Van de Europese Unie ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
1.169
2.399
Van de Nederlandse Rijksoverheid nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel
2.420
1.650
Van de Nederlandse Rijksoverheid ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
343.304
384.470
Van overige Nederlandse overheidslichamen nog te ontvan-gen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel
-
-
Van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
70
238
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
58.402
56.624
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
42
2.434
Totaal
2.391.879
2.509.573
Totaal
2.391.879
2.509.573
Recht op verliescompensatie conform Wet VpB
599
599
Verstrekte borg- of garantstellingen
196.692
219.736

Immateriële vaste activa

Terug naar navigatie - Balans - Immateriële vaste activa

Grondslagen
De kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen (inclusief de betaalde boeterente) en het saldo van agio en disagio worden geactiveerd en over maximaal de looptijd van de rentevaste periode volledig afgeschreven, te starten vanaf het moment van het in gebruik nemen van het gerelateerde financieel vast actief of de gerelateerde vaste schuld. 
Voor (dis)agio op financiële vaste activa betreft deze post het positieve saldo van agio (aankoopwaarde > nominale waarde) verminderd met disagio (nominale waarde > aankoopwaarde) en de afschrijvingen op zowel agio als disagio.
Voor (dis)agio op vaste schulden betreft deze post het positieve saldo van disagio (nominale waarde > verkoopwaarde) verminderd met agio (verkoopwaarde > nominale waarde) en de afschrijvingen op zowel agio als disagio.
Het (dis)agio wordt gedurende de looptijd van het actief of schuld lineair afgeschreven; bij tussentijdse verkoop wordt het op dat moment resterende (dis)agio als last genomen.

Excel-tabel

Materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Balans - Materiële vaste activa

Grondslagen
De materiële vaste activa worden verdeeld in drie categorieën.

  • Investeringen met een economisch nut.
  • Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing geheven kan worden (deze categorie is voor Overijssel niet van toepassing).
  • Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

Alle investeringen worden geactiveerd. De materiële vaste activa zijn opgenomen tegen de verkrijgingsprijs verminderd met ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
De afschrijvingen vinden lineair plaats. De afschrijvingstermijnen, die zijn gebaseerd op de financiële verordening, variëren conform de financiële verordening van vier jaar tot honderd jaar. Het afschrijven op investeringen start in het jaar ná ingebruikname van het actief.

Vanaf deze jaarrekening (2025) verantwoorden wij ook de gronden in het Anticiperend grondfonds (AGF) onder de materieel vaste activa. Voorheen werden deze gronden verantwoord onder de voorraden. De bestemming van deze gronden is nog niet bekend. Dat maakt verantwoording op de materieel vaste activa passender dan verantwoording onder de voorraden. De waarde van deze gronden bedroeg per 31 december 2024 € 41,0 miljoen. Per 31 december 2025 hebben de gronden in het AGF een waarde van € 44,1 miljoen. 

x €1.000
Boekwaarde 31-12-2024
Investeringen
Desinves-teringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaar-deringen
Boekwaarde 31-12-2025
Investeringen met een economisch nut:
71.728
14.160
5.298
2.531
24
78.035
Gronden en terreinen
40.964
8.394
5.298
44.060
Woonruimten
78
15
63
Bedrijfsgebouwen
25.864
5.165
2.328
28.701
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
Vervoermiddelen
926
27
953
Machines, apparaten en installaties
3.836
575
175
24
4.213
Overige materiële vaste activa
60
14
46
x €1.000
Boekwaarde 31-12-2024
Investeringen
Desinves-teringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaar-deringen
Boekwaarde 31-12-2025
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut:
332.665
20.114
11.474
622
340.685
Gronden en terreinen
Woonruimten
Bedrijfsgebouwen
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
332.665
20.114
11.474
622
340.685
Vervoermiddelen
Machines, apparaten en installaties
Overige materiële vaste activa

In 2025 hebben nieuwe investeringen plaatsgevonden voor een bedrag van € 34,3 miljoen en desinvesteringen voor een bedrag van € 5,3 miljoen. Daarnaast hebben wij voor deze investeringen bijdragen van andere overheden ontvangen voor een bedrag van € 0,6 miljoen. De afschrijvingen op de materiële vaste activa bedroegen in 2025 €  14,0 miljoen. 

Investeringskredieten voor activa

Terug naar navigatie - Balans - Investeringskredieten voor activa
Investeringskredieten voor activa
N t/m S = M
Kerntaak
Beschikbaar
GS-wijziging (wijziging kasritme)
PS
Beleidsdoel
Begroting
Rekening
Saldo
uit overloop
Vrijval/ Overheveling
Prestatie
2025
2025
2025
2025
2026
2027
2028
2029
2030
4.
Mobiliteit
36.484.092
20.172.129
16.311.963
16.311.962
-16.459.246
13.760.872
-11.361.586
-3.900.205
33.625.478
646.649
4.2
Toekomst bestendig en duurzaam openbaar vervoer
5.913.017
395.856
5.517.161
5.517.161
5.517.161
-
-
-
-
-
4.2.3
Concessie- en contractmanagement van bus en trein
5.913.017
395.856
5.517.161
5.517.161
5.517.161
-
-
-
-
-
Uitgaven
5.913.017
443.774
5.469.243
5.517.161
-
-
-
-
-
Ontvangsten
-
-47.919
47.919
4.6
Goede bereikbaarheid voor wegverkeer
5.852.854
3.775.528
2.077.326
2.077.326
-18.780.266
1.339.114
-11.252.540
-3.900.205
33.625.478
1.045.746
4.6.9
verkenning, planstudies en realisatie provinciale wegenprojecten
2.656.654
935.514
1.721.140
1.721.140
-336.733
1.475.967
-463.840
-
-
1.045.746
Uitgaven
2.656.654
1.470.396
1.186.257
-336.733
1.475.967
-463.840
-
-
1.045.746
Ontvangsten
-
-534.883
534.883
4.6.12
Vloedbeltverbinding
2.100.000
2.442.479
-342.479
-342.479
-4.160.000
500.000
-14.485.000
-6.006.205
23.808.726
-
Uitgaven
2.100.000
2.445.292
-345.292
-4.160.000
500.000
-14.485.000
-6.006.205
23.808.726
-
Ontvangsten
-
-2.813
2.813
4.6.13
N35 Knooppunt Raalte
1.096.200
397.535
698.665
698.665
-14.283.533
-636.854
3.696.300
2.106.000
9.816.752
-
Uitgaven
1.096.200
251.096
845.104
-14.283.533
-636.854
3.696.300
2.106.000
9.816.752
-
Ontvangsten
-
146.439
-146.439
4.7
Goed functionerende provinciale infrastructuur
24.718.222
16.000.746
8.717.476
8.717.475
-3.196.141
12.421.758
-109.046
-
-
-399.096
4.7.1
Beheer provinciale infrastructuur
381.475
282.941
98.534
98.534
-
-
-
-
-
98.534
Uitgaven
381.475
282.941
98.534
-
-
-
-
-
98.534
Ontvangsten
-
-
-
4.7.3
Vervangen provinciale infrastructuur
16.736.747
12.660.964
4.075.783
4.075.783
-6.053.034
10.735.493
-109.046
-
-
-497.631
Uitgaven
16.736.747
13.037.929
3.698.817
-6.053.034
10.735.493
-109.046
-
-
-497.631
Ontvangsten
-
-376.966
376.966
4.7.5
Zwartewaterbrug Hasselt
2.200.000
1.580.419
619.581
619.581
619.581
-
-
-
-
-
Uitgaven
2.200.000
1.580.419
619.581
619.581
-
-
-
-
-
Ontvangsten
-
-
-
4.7.6
Kanaal Almelo de Haandrik
5.400.000
1.476.423
3.923.577
3.923.577
2.237.312
1.686.265
-
-
-
-
Uitgaven
5.400.000
1.476.423
3.923.577
2.237.312
1.686.265
-
-
-
-
Ontvangsten
-
-
-
-
-
-
-
-
-
10.
Bedrijfsvoering
11.234.992
5.164.539
6.070.453
6.070.453
4.147.933
784.820
984.738
152.962
-
-
10.00
Bedrijfsvoering
11.234.992
5.164.539
6.070.453
6.070.453
4.147.933
784.820
984.738
152.962
-
-
Uitgaven
11.234.992
5.164.539
6.070.453
4.147.933
784.820
984.738
152.962
-
-
Ontvangsten
-
-
-
Totaal
47.719.084
25.336.668
22.382.416
22.382.415
-12.311.313
14.545.692
-10.376.848
-3.747.244
33.625.478
646.649

Toelichting investeringskredieten voor activa

Terug naar navigatie - Balans - Toelichting investeringskredieten voor activa

Aan een overzichtelijke weergave van de  investeringskredieten hebben wij een speciale paragraaf Investeringen gewijd. Daarin zijn de investeringskredieten en het verloop daarvan toegelicht. U vindt deze onder de sectie 'Paragrafen' bovenaan de hoofdpagina van het jaarverslag.

Snelkoppeling naar paragraaf Investeringen

Financiële vaste activa

Terug naar navigatie - Balans - Financiële vaste activa

Grondslagen
De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten), verminderd met de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Waar nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de activa in mindering gebracht. Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen (aandelen en agio) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen of het bedrag waarvoor agio beschikbaar is gesteld. Als de marktwaarde van de deelneming daalt tot onder de verkrijgingsprijs, dan vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats.
De uitzettingen zijn gewaardeerd op nominale waarde, daar waar van toepassing verminderd met een negatief saldo van agio, disagio en afschrijvingen op (dis-)agio. De wijze van waarderen van dit negatieve saldo wijkt niet af van hetgeen beschreven is onder immateriële vaste activa.

x €1.000
Boekwaarde 31-12-2024
Investeringen / aankopen
Desinvesteringen / verkopen
Afschrijvingen / Aflossingen
Afwaarderingen
Boekwaarde 31-12-2025
Financiële vaste activa:
664.275
99.782
47
18.539
1.142
744.329
Kapitaalverstrekkingen aan:
175.374
1.923
47
1.142
176.108
Deelnemingen
175.374
1.923
47
1.142
176.108
Leningen aan:
426.063
97.859
1.364
522.558
Openbare lichamen zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden
1.000
97.859
98.859
Deelnemingen
425.063
1.364
423.699
Overige langlopende leningen
21.830
2.556
19.274
Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
41.008
14.619
26.389

Toelichting
Een gedetailleerde onderverdeling staat in het bijlagenboek bij deze jaarrekening. Voor de financiële vaste activa geldt dat het overgrote deel is gefinancierd via de Algemene financieringsreserve. Voor sommige posten is een opbouwperiode afgesproken. Dit geldt met name voor Enexis (zowel aandelen als de verstrekte lening). Een aantal posten is aangemerkt als Treasury-instrument. Deze zijn niet gefinancierd via de Algemene Financieringsreserve. Dit zijn een deel van de leningen aan Energiefonds Overijssel (€ 80,0 miljoen), de lening aan de BNG Bank (€ 25,0 miljoen) en leningen aan decentrale overheden (€ 97,8 miljoen). Hierna treft u een toelichting aan op de mutaties in 2025.

Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen:
De vermeerdering van € 1,9 miljoen betreft een kapitaalstorting in IFO I.

In 2025 is CSV Amsterdam B.V. ontbonden en geliquideerd. De resterende middelen zijn uitgekeerd aan de aandeelhouders.  Provincie Overijssel heeft een bedrag ontvangen van 1,5 miljoen. Dit is toegelicht in de 1e Monitor 2025.   

Per saldo is er in 2025 in totaal € 0,1 miljoen vrijgevallen uit de fondsvoorzieningen en € 1,3 miljoen toegevoegd. De toevoeging heeft betrekking op de voorziening IFO I. De vrijval heeft voor € 0,1 miljoen betrekking op HMO en voor € 44.000 betrekking op EFO. 

De mutaties in de voorzieningen zijn gebaseerd op de (voorlopige) resultaten van de betreffende deelnemingen over 2025. Conform bestaande regelgeving stellen we voor de bedragen met betrekking tot HMO, EFO en IFO I te verrekenen met de Algemene financieringsreserve. 

Leningen aan:
Openbare lichamen
In 2025 is voor een bedrag van € 97,9 miljoen aan leningen verstrekt aan een 7-tal gemeenten.

Deelnemingen
De vermindering van € 1,4 miljoen heeft voor € 0,8 miljoen betrekking op reguliere aflossingen m.b.t. SPV Hengelo BV. € 0,6 miljoen heeft betrekking op een mutatie op de lening EFO. Conform de gemaakte afspraken heeft EFO in 2025 oninbare investeringen direct ten laste van onze lening van € 200 miljoen gebracht. Conform bestaande regelgeving stellen we voor dit bedrag te verrekenen met de Algemene financieringsreserve. 

Overige langlopende leningen
De vermindering van € 2,6 miljoen heeft betrekking op ontvangen aflossingen van SVn startersleningen (€ 0,6 miljoen), SVn duurzaamheidsleningen (€ 1,4 miljoen), SVn MKB duurzaamheidsleningen (€ 0,1 miljoen) en tenslotte  Collectieven Agrarisch Natuurbeheer (€ 0,4 miljoen).

Overige uitzettingen
In 2025 is er voor een bedrag van € 14,8 miljoen aan aflossingen op obligaties ontvangen. Daarnaast is conform de grondslagen op de nominale waarde van de obligaties eind 2025 (€ 28,4 miljoen) het saldo aan (dis)agio en afschrijvingen in mindering gebracht (2 miljoen). 

Voorraden

Terug naar navigatie - Balans - Voorraden

Grondslagen
Voor de gronden voor de infrastructuur geldt dat de gronden onder trace tegen nihil worden gewaardeerd. De overige gronden worden in overeenstemming met de geldende regelgeving gewaardeerd tegen aanschafprijs of lagere marktwaarde. De marktwaarde van de projectgronden (gronden binnen de begrenzing van het natuurnetwerk) en ruilgronden baseren wij op de waarden die worden genoemd in de derde kwartaalrapportage van de Grondprijsmonitor van het Kadaster. Rest- en ruilgronden worden gerubriceerd onder gereed product. Projectgronden nemen we met ingang van deze jaarrekening (2025) op onder onderhanden werk. Op deze gronden is een transformatie van toepassing is.  Voorheen namen we de projectgronden op onder gereed product. De waarde van de projectgronden was per 31 december 2024 € 24,3 miljoen. Per 31 december 2025 hebben we voor € 19,1 miljoen aan projectgronden in ons bezit.
Gronden waarvan de bestemming nog niet is bepaald worden opgenomen onder de materiële vaste activa. Dat betekent dat wij vanaf deze jaarrekening de gronden uit het Anticiperend grondfonds verantwoorden onder de materieel vaste activa. De waarde van deze gronden bedroeg per 31 december 2024 € 41,0 miljoen. Per 31 december 2025 hebben de gronden in het AGF een waarde van € 44,1 miljoen. 

Naast deze toelichting op de balanspost Voorraden bevatten ook de Paragraaf grondbeleid en de daarbij opgenomen Meerjaren Investeringsprognose Grondbeleid informatie over gronden.

x €1.000
Stand per 31-12-2024
Vermeerderingen
Verminderingen
Stand per 31-12-2025
Onderhanden werk:
Grond voor Grond
Kapitaaluitgaven
5.538
(109)
(4.286)
1.143
Afwaardering
(4.433)
3.812
-
(620)
Voorziening
-
-
-
-
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde)
1.105
3.704
(4.286)
523
Natuurnetwerk (inclusief programma natuur en veenweide)
Kapitaaluitgaven
68.891
2.200
(7.491)
63.600
Afwaardering
(47.493)
6.145
(4.962)
(46.311)
Voorziening
-
-
-
-
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde)
21.398
8.344
(12.453)
17.289
Infrastructuur
Kapitaaluitgaven
2.147
2.579
(1.723)
3.002
Afwaardering
(775)
-
(2.090)
(2.865)
Voorziening
-
-
-
-
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde)
1.372
2.579
(3.814)
137
Boscompensatie
Kapitaaluitgaven
383
2.343
-
2.725
Afwaardering
-
-
(2.317)
(2.317)
Voorziening
-
-
-
-
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde)
383
2.343
(2.317)
409
Totaal
Kapitaaluitgaven
76.959
7.012
(13.500)
70.471
Afwaardering
(52.701)
9.957
(9.369)
(52.113)
Voorziening
-
-
-
-
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde)
24.258
16.969
(22.870)
18.358
x €1.000
Stand per 31-12-2024
Vermeerderingen
Verminderingen
Stand per 31-12-2025
Voorraad gereed product en handelsgoederen:
Grond voor Grond
Kapitaaluitgaven
12.585
(195)
(908)
11.482
Afwaardering
-
-
-
-
Voorziening
(825)
-
-
(825)
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde)
11.760
(195)
(908)
10.657
Natuurnetwerk (inclusief programma natuur en veenweide)
Kapitaaluitgaven
84.621
8.492
(18.204)
74.909
Afwaardering
-
-
-
-
Voorziening
(7.032)
2.486
(2.485)
(7.031)
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde)
77.589
10.978
(20.689)
67.878
Infrastructuur
Kapitaaluitgaven
661
1.855
(460)
2.056
Afwaardering
-
-
-
-
Voorziening
-
-
-
-
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde)
661
1.855
(460)
2.056
Revolving Fund
Kapitaaluitgaven
6.414
846
(702)
6.557
Afwaardering
-
-
-
-
Voorziening
(1)
-
(8)
(9)
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde)
6.412
846
(710)
6.548
Overig
Kapitaaluitgaven
6.411
1.814
(452)
7.773
Afwaardering
-
-
-
-
Voorziening
(835)
250
(335)
(920)
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde)
5.576
2.064
(787)
6.853
Totaal
Kapitaaluitgaven
110.692
12.811
(20.726)
102.776
Afwaardering
-
-
-
-
Voorziening
(8.694)
2.736
(2.828)
(8.785)
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde)
101.998
15.547
(23.554)
93.991

Toelichting

De voorraden grond die zijn opgenomen in bovenstaand verloopoverzichten zijn aangekocht en verkregen voor een specifiek doel. Uitzondering daarop zijn de gronden die zijn aangeschaft in het kader van het anticiperend grondfonds. Deze worden met ingang van deze jaarrekening weergegeven onder “gronden en terreinen” in de materiële vaste activa.

De gronden uit de andere categorieën zijn projectgronden, ruilgronden en restgronden. In de Paragraaf grondbeleid is deze uitsplitsing gekwantificeerd weergegeven.

Projectgronden zijn nodig voor de realisatie van de provinciale doelen. Gronden die hierbij een transformatie ondergaan gelden als projectgronden. Deze gronden liggen onder andere binnen het tracé voor infrastructurele projecten of binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Projectgronden worden gerubriceerd als onderhanden werk.

Ruilgronden zijn nodig om de aankoop (dan wel het beschikbaar krijgen) van projectgronden te kunnen compenseren. Ruilgronden worden ook wel compensatiegronden genoemd. Ruilgronden worden gerubriceerd als gereed product.  

Restgronden zijn gronden die niet meer nodig zijn voor het realiseren van het doel, meestal na afronding van een project. Er kan gezocht worden naar een alternatieve aanwending of de gronden worden verkocht. Restgronden worden gerubriceerd als gereed product.

Voorraad grond ten behoeve infrastructuur
Deze gronden zijn aangekocht in het kader van het project N743-N744 Vloedbeltverbinding. Diverse infrastructurele projecten zijn in 2025 administratief afgesloten, zoals de N340 Zwolle – Ommen, de N34 Opwaardering en de N331 VOC’s Hasselt.

Voorraad grond voor grond
De opbrengst van de verkoop van deze gronden is bedoeld voor dekking van de kosten van de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland. De boekwaarde na aftrek van de voorziening is afgenomen met € 1,7 miljoen en bedraagt eind 2025 € 11,2 miljoen.

Natuurnetwerk
In 2025 is de omvang van deze grondvoorraad gedaald met € 13,8 miljoen. Oorzaak van de afname is dat projecten zoals “Landgoederen Oldenzaal” en “Uiterwaarden Zwarte water en Vecht” voor de grondverwerving in een afrondende fase zijn en de getransformeerde gronden dus kunnen worden verkocht. Voor de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland en de uitvoering van de ontwikkelopgave worden gronden verworven. Na transformatie van de projectgronden tot natuur worden de gronden geleidelijk vervreemd. Ruilgronden zijn ingezet voor het verwerven van projectgronden of ter compensatie. De boekwaarde na aftrek van de voorziening is afgenomen van € 99,0 miljoen naar € 85,2 miljoen.

Revolving Fund
Dit fonds heeft als doel landbouwstructuurversterking en kent een lange historie. Het wordt ingezet om gewenste ontwikkelingen in het landelijk gebied te stimuleren, zoals kavelruil. Eind 2025 bedraagt de omvang van deze voorraad € 6,5 miljoen.

Overige gronden
Dit betreft met name gronden en opstallen die niet langer benodigd zijn voor de projecten waarvoor ze zijn aangekocht. Maar ook de aangekochte gronden en opstallen in het kader van Kanaal Almelo de Haandrik maken deel uit van deze voorraad.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Terug naar navigatie - Balans - Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Grondslagen
Kortlopende uitzettingen (waaronder vorderingen) worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Waar nodig zijn deze verminderd met hiervoor voorzichtigheidshalve gevormde voorzieningen.

x €1.000
Saldo 31-12-2024
Saldo 31-12-2025
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar:
1.136.130
1.174.784
Vorderingen op openbare lichamen
39.713
46.897
Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden
Overige verstrekte kasgeldleningen
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist
Rekening-courantverhouding met het Rijk
1.085.161
1.118.546
Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen
Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier
Overige vorderingen
9.821
8.198
Overige uitzettingen
1.435
1.143
x €1.000
Saldo 31-12-2024
Saldo 31-12-2025
Vorderingen op openbare lichamen:
39.713
46.897
Gemeenten
1.355
2.641
Gemeenschappelijke regelingen
290
6
Overige overheden
38.068
44.251

Toelichting
Vorderingen op openbare lichamen
De belangrijkste vorderingen ultimo 2025 betreffen het BTW-compensatiefonds (€ 32,0 miljoen) en de opcenten motorrijtuigenbelasting (€ 10,8 miljoen). 

Rekening-courantverhouding met het Rijk
Op grond van wet- en regelgeving dienen overtollige middelen aangehouden te worden in ’s Rijks schatkist en afzonderlijk te worden verantwoord. De verantwoording over het drempelbedrag, zoals bepaald in artikel 7 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden en artikel 52 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, en het gebruik daarvan is te vinden onder liquide middelen.

Overige vorderingen
Voor een groot deel bestaat dit uit debiteuren niet openbare lichamen. Daarnaast zijn in deze post vorderingen van in totaal € 2,1 miljoen begrepen, waarvan de inbaarheid onzeker is. Deze vorderingen zijn geheel voorzien, waardoor de gepresenteerde boekwaarde nihil bedraagt.

Overige uitzettingen 
Dit bedrag betreft de  eind het jaar opgebouwde rente binnen de obligatieportefeuille.

Liquide middelen (kas- en banksaldi)

Terug naar navigatie - Balans - Liquide middelen (kas- en banksaldi)

Grondslagen
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

x €1.000
Saldo 31-12-2024
Saldo 31-12-2025
Liquide middelen
Bank
3
1
Kas
0
0
Totaal
3
1
Begroting
Percentage
Drempel
Berekening drempelbedrag schatkistbankieren
Totale lasten Begroting 2025
555.878
Drempelbedrag bij begroting tot € 500 miljoen
2,00%
10.000
Extra drempel bij begroting vanaf € 500 miljoen
0,20%
112
Drempelbedrag 2025
10.112
Gemiddeld
Drempel
Verschil
Verantwoording drempelbedrag schatkistbankieren
Eerste kwartaal 2025
61
10.112
10.051
Tweede kwartaal 2025
114
10.112
9.998
Derde kwartaal 2025
593
10.112
9.519
Vierde kwartaal 2025
31
10.112
10.081
Geheel 2025
201
10.112
9.911

Toelichting drempelbedrag schatkistbankieren
Het drempelbedrag is het maximumbedrag aan liquide middelen dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden aangehouden, gebaseerd op de totale lasten uit de initiële Begroting. Het kwartaalgemiddelde wordt op dagbasis berekend, waarbij per saldo tekorten (roodstanden) als nihil worden meegeteld. In dit jaar is het drempelbedrag niet overschreden.

Overlopende activa

Terug naar navigatie - Balans - Overlopende activa

Grondslagen
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

x €1.000
Saldo 31-12-2024
Saldo 31-12-2025
Overlopende activa
60.822
59.390
Van de Europese Unie nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel
1.116
Van de Nederlandse Rijksoverheid nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel
2.420
1.650
Van overige Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste komen van volgende begrotingsjaren komen.
58.402
56.624

Toelichting overlopende activa

Terug naar navigatie - Balans - Toelichting overlopende activa

Toelichting
Voor de toelichting op de (nog te ontvangen voorschotbedragen op) doeluitkeringen verwijzen wij u naar het onderdeel Doeluitkeringen, waar deze gezamenlijk met de nog te besteden voorschotbedragen op doeluitkeringen toegelicht worden.

Nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen
Alle bedragen worden verrekenbaar of inbaar geacht. De grootste posten betreffen rente schatkistbankieren (€ 5,5 miljoen), vooruitbetaalde voorschotten SKNL PAS subsidiebeschikkingen (€ 6,8 miljoen), van SVn te ontvangen rente en aflossingen inzake o.a. startersleningen en duurzaamheidsleningen (€ 2,4 miljoen).

Recht op verliescompensatie conform wet VpB

Terug naar navigatie - Balans - Recht op verliescompensatie conform wet VpB

De activiteiten van de Provincie zijn – kortweg – belast voor de vennootschapsbelasting (VpB) indien en voor zover er sprake is van deelname aan het economisch verkeer met het doel om daaruit een structureel voordeel te behalen.

Jaarlijks monitoren wij onze activiteiten op onderworpenheid aan de VpB. Tot op heden is de conclusie dat de Provincie geen belastingplichtige activiteiten verricht. Hierdoor is er geen sprake van fiscaal belaste winst waarover belasting moet worden afgedragen. Mocht belastingheffing in de toekomst aan de orde komen, dan heeft de Provincie Overijssel nog verliescompensatierechten van afgerond € 599.000 uit haar voormalige deelname aan de Zuiderzeehaven C.V. Deze deelname werd in 2017 beëindigd.

Reserves

Terug naar navigatie - Balans - Reserves

Grondslagen
Reserves worden gevormd voor:

  • Het opvangen van algemene risico’s (bufferfunctie van de algemene reserves).
  • Toekomstige besteding aan een van te voren bepaald doel (bestemmingsreserves).

Het kader voor de reserves, voorzieningen en doeluitkeringen van de provincie Overijssel wordt gevormd door de Nota reserves, voorzieningen en doeluitkeringen provincie Overijssel 2021. Dit kader bewerkstelligt een doelmatige en doeltreffende omgang met de betreffende onderdelen en zorgt ervoor dat de uitvoering van het provinciaal beleid adequaat wordt ondersteund. Ook zorgt een eenduidig kader voor inzicht in de vermogensopbouw en het weerstandsvermogen.

Eventuele specifieke spelregels worden per reserve toegelicht.

Bedragen x €1.000

Voorzieningen

Terug naar navigatie - Balans - Voorzieningen

Grondslagen
Voorzieningen worden gevormd voor:

  • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten.
  • Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten.
  • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
  • Bijdragen (spaarcomponent) aan toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven.
  • Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

Voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde of het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De vorming van een voorziening of een toevoeging aan een reeds bestaande, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen van voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.

Aan voorzieningen ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht.

Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze personele lasten worden in beginsel verantwoord in het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan (wettelijk)overlopende verlof- en jubileumaanspraken.  In lijn met de richtlijn van de commissie BBV wordt een voorziening getroffen wanneer opbouw en opname van het verlof geen gelijkmatig verloop krijgt en van materiële betekenis is. Wij monitoren hiervoor de spaarsaldi. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” wordt een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd.

De categorie 'gesaldeerde voorziening', betreft voorzieningen waarvan de waarden in mindering wordt gebracht op de activa waarop ze betrekking hebben. Deze komen daardoor niet tot uitdrukking in de totaaltelling aan de passivazijde van de balans, maar worden gesaldeerd met de desbetreffende activa. Zie de toelichtingen op de activa.

Het kader voor de reserves, voorzieningen en doeluitkeringen van de provincie Overijssel wordt gevormd door de nota reserves, voorzieningen en doeluitkeringen provincie Overijssel. Dit kader bewerkstelligt een doelmatige en doeltreffende omgang met de betreffende onderdelen en zorgt ervoor dat de uitvoering van het provinciaal beleid adequaat wordt ondersteund. Ook zorgt een eenduidig kader voor inzicht in de vermogensopbouw en het weerstandsvermogen.

Eventuele specifieke spelregels worden per voorziening toegelicht.

Bedragen x €1.000

Vaste schulden met rentetypische looptijd van 1 jaar of langer

Terug naar navigatie - Balans - Vaste schulden met rentetypische looptijd van 1 jaar of langer

Grondslagen
De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

x €1.000
Balanswaarde 31-12-2024
Vermeerderingen
Aflossingen
Balanswaarde 31-12-2025
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer:
1.860
2
1.858
Obligatieleningen
Onderhandse leningen van:
1.853
1.853
Binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen
Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
Binnenlandse bedrijven
Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden
1.853
1.853
Overige binnenlandse sectoren
Buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren
Door derden belegde gelden
Waarborgsommen
7
2
5
Overige leningen

Toelichting vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer

Terug naar navigatie - Balans - Toelichting vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer

Toelichting
Voor de financiering van de door ons aan Arriva verstrekte lening voor de herbouw van het 15e treinstel op de concessie Zwolle - Emmen heeft de provincie Drenthe ons een renteloze lening verstrekt naar rato van haar aandeel in deze concessie.  In 2025 zijn hier geen mutaties op geweest.

Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Terug naar navigatie - Balans - Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
x €1.000
Saldo 31-12-2024
Saldo 31-12-2025
Netto-vlottende schulden
22.185
28.783
Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;
Overige kasgeldleningen
Banksaldi
Overige schulden
22.185
28.783

Toelichting netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Terug naar navigatie - Balans - Toelichting netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Toelichting
De overige schulden ultimo 2025 bestaan geheel uit openstaande posten van crediteuren.

Overlopende passiva

Terug naar navigatie - Balans - Overlopende passiva

Lastneming subsidies 
Sinds 2021 wordt op grond van een notitie van de commissie BBV de lastneming van subsidies verantwoord in het jaar waarin de subsidieontvanger start met de uitvoering van de activiteiten op basis van de startdatum van de projectperiode in de subsidieverleningsbeschikking, tenzij:

  • De verstrekte subsidie een boekjaar/exploitatiesubsidie betreft: uit de subsidiebeschikking blijkt onomstotelijk dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend in één of meerdere volgende jaren zal plaatsvinden.
  • De verstrekte subsidie een projectsubsidie betreft, het individuele subsidiebedrag het grensbedrag overschrijdt en die boekjaar overschrijdend is. Het grensbedrag is vastgesteld in onze financiële verordening vastgesteld op € 1,5 miljoen.
    In de laatste twee gevallen wordt de lastneming toegerekend aan jaren waarop de subsidie betrekking heeft, respectievelijk de realisatie plaatsvindt.

Voor de volledigheid merken wij op dat de lastneming met betrekking tot subsidieaanvragen die vóór 31 december zijn ingediend, maar pas in het volgende boekjaar worden beschikt, in beginsel niet op het jaar van indiening wordt verwerkt, ook al ligt de startdatum in dat jaar. Het uitgangspunt hierachter is primair dat er feitelijk in het nieuwe jaar wordt beschikt. Secundair, dat de realisatie overwegend in of na het jaar van beschikken zal plaatsvinden.

x €1.000
Balanswaarde 31-12-2024
Balanswaarde 31-12-2025
Overlopende passiva:
473.458
531.988
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen
128.873
142.447
Van de Europese Unie ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
1.169
2.399
Van de Nederlandse Rijksoverheid ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
343.304
384.470
Van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
70
238
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
42
2.434
.
x €1.000
Balanswaarde 31-12-2024
Balanswaarde 31-12-2025
Totaal verplichtingen:
128.873
142.447
2012 en eerder
5.581
2.475
2013
2.906
2.906
2014
250
250
2015
720
476
2016
270
250
2017
182
148
2018
2.296
1.345
2019
3.821
1.882
2020
7.851
2.545
2021
8.799
4.857
2022
14.357
10.250
2023
21.621
15.449
2024
60.219
24.067
2025
75.547
-
-

Toelichting overlopende passiva

Terug naar navigatie - Balans - Toelichting overlopende passiva

Toelichting
Voor de toelichting op de (nog te besteden voorschotbedragen op) doeluitkeringen verwijzen wij u naar het onderdeel Doeluitkeringen, waar deze gezamenlijk met de nog te ontvangen voorschotbedragen op doeluitkeringen toegelicht zullen worden.
Het saldo op “Vooruitontvangen bedragen” bestaat, naast ontvangsten die betrekking hebben op het jaar 2026, uit nog te betalen bedragen. 

Doeluitkeringen

Terug naar navigatie - Balans - Doeluitkeringen

Grondslagen
Doeluitkeringen worden gevormd uit nog te besteden én nog te ontvangene middelen afkomstig van Europese en Nederlandse overheidslichamen. Het kader voor de reserves, voorzieningen en doeluitkeringen van de provincie Overijssel wordt gevormd door de nota reserves, voorzieningen en doeluitkeringen provincie Overijssel 2021. Dit kader bewerkstelligt een doelmatige en doeltreffende omgang met de betreffende onderdelen en zorgt ervoor dat de uitvoering van het provinciaal beleid adequaat wordt ondersteund. Ook zorgt een eenduidig kader voor inzicht in de vermogensopbouw en het weerstandsvermogen.

Eventuele specifieke spelregels worden per doeluitkering toegelicht.

Single information single audit (Sisa)
Op doeluitkeringen rust een specifieke verantwoordingsplicht. Aan iedere doeluitkering worden in meer of mindere mate voorwaarden verbonden die onderling kunnen verschillen. Deze doeluitkeringen / regelingen worden afzonderlijk door de accountant getoetst, maar wel allemaal in één keer bij de controle van de jaarrekening (Sisa). De verantwoording vindt plaats via een voorgeschreven format. Deze sisa-verantwoording treft u aan als bijlage bij dit jaarverslag, rechts bovenaan de website.

Bedragen x €1.000
Ontvangsten 2025
Aanwendingen 2025
Stand per 31-12-2024
Raming
Realisatie
Afwijking
Raming
Realisatie
Afwijking
Stand 31-12-2025
Totaal doeluitkeringen
342.123
159.515
152.387
7.128
136.471
110.169
26.303
384.341
Doeluitkeringen als passiva gepresenteerd
344.543
387.107
Doeluitkeringen als activa gepresenteerd
2.420
2.766

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Terug naar navigatie - Balans - Niet uit de balans blijkende verplichtingen

In de toelichting op de balans worden – op grond van artikel 53 BBV – de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen vermeld, waaraan wij voor toekomstige jaren zijn gebonden.

Deze niet in de balans opgenomen verplichtingen omvatten onder meer de in artikelen 50 en 57 BBV afzonderlijk benoemde borg- en garantstellingen.

Verstrekte borg- en garantstellingen

Terug naar navigatie - Balans - Verstrekte borg- en garantstellingen
X € 1.000
Oorspronkelijke grondslag
Grondslag eind 2024
Grondslag eind 2025
Percentage eind 2024
Percentage eind 2025
Bedrag eind 2024
Bedrag eind 2025
Tot en met 2025 betaald
Totaal borg- en garantstellingen
279.351
208.692
231.735
94%
95%
196.692
219.735
0
Totaal borgstellingen
6.264
762
519
100%
100%
762
519
0
Totaal garantstellingen
273.087
207.930
231.216
94%
95%
195.930
219.216
0

Toelichting I: verstrekte borg- en garantstellingen

Terug naar navigatie - Balans - Toelichting I: verstrekte borg- en garantstellingen

Toelichting
Ten opzichte van 2024 zijn de uitstaande borgstellingen in 2025 afgenomen met € 0,2  miljoen. De uitstaande garantstellingen zijn toegenomen met € 23,3 miljoen. 

Zie verder de toelichting bij de afzonderlijke onderdelen.

Borgstellingen

Terug naar navigatie - Balans - Borgstellingen
X € 1.000
Jaar van afloop
Oorspronkelijk bedrag geborgde lening
Bedrag geborgde lening eind 2024
Bedrag geborgde lening eind 2025
Percentage borgstelling eind 2024
Percentage borgstelling eind 2025
Geborgd bedrag eind 2024
Geborgd bedrag eind 2025
Tot en met 2025 betaald
Borgstellingen op grond van en aan
6.264
762
519
100%
100%
762
519
Ouderenbeleid 1996 en eerder
4.709
288
140
100%
100%
288
140
Stichting Carinova Woonzorg
2028
1.876
187
140
100%
100%
187
140
Stichting Dimence Groep
2025
2.833
101
100%
101
Een leven lang lezen én leren (6.4.1)
1.555
474
379
100%
100%
474
379
Rijnbrink Groep
2029
1.555
474
379
100%
100%
474
379

Toelichting borgstellingen

Terug naar navigatie - Balans - Toelichting borgstellingen

Toelichting
In 2025 is het geborgde bedrag aan leningen gedaald met € 0,2 miljoen. De geborgde leningen van Carinova Woonzorg, Dimence en Rijnbrink zijn verlaagd met respectievelijk € 47.000, € 101.000 en € 95.000. Dit betreft reguliere aflossingen op hun leningen. 

Garantstellingen

Terug naar navigatie - Balans - Garantstellingen
X € 1.000
Jaar van afloop
Oorspronkelijke grondslag garantie
Grondslag garantie eind 2024
Grondslag garantie eind 2025
Percentage garantstelling eind 2024
Percentage garantstelling eind 2025
Gegarandeerd bedrag eind 2024
Gegarandeerd bedrag eind 2025
Tot en met 2025 betaald
Garantstellingen op grond van en aan
273.087
207.930
231.216
94,2%
94,8%
195.930
219.216
Landbouwstructuurversterking (3.4.3)
207
207
100%
207
RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel M04j
2025
207
207
100%
207
Realisatie Natuurnetwerk Nederland (3.5.1)
747
4.596
4.596
100%
100%
4.596
4.596
RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4n
2026
747
4.596
4.596
100%
100%
4.596
4.596
Concessie- en contractmanagement van bus en trein (4.2.3)
184.880
153.047
151.261
100%
100%
153.047
151.262
Crédit Agricole | Treinmaterieel Zwolle - Kampen en Zwolle - Enschede
2032
98.325
75.188
71.913
100%
100%
75.188
71.913
EBS-OV | Zero - Emissiebussysteem IJssel-Vecht
2035
45.172
38.030
42.627
100%
100%
38.030
42.627
Arriva | Zero - Emissiebussen Twente-ZHO
2029
41.383
39.829
36.722
100%
100%
39.829
36.722
Robuust goederenvervoernetwerk (4.4.4)
13.500
13.500
13.500
15%
15%
2.000
2.000
Fryslân | Project vergroten sluis Kornwerderzand
2026
13.500
13.500
13.500
15%
15%
2.000
2.000
N35 - lopende projecten (4.6.3)
1.000
1.000
1.000
50%
50%
500
500
Ministerie van I&W | Nijverdal - Wierden
n.n.b.
1.000
1.000
1.000
50%
50%
500
500
Garantstelling aan EIB inzake EFO (2.3.2)
43.855
16.214
32.314
100%
100%
16.214
32.314
European Investment Bank inzake EFO
2037
43.855
16.214
32.314
100%
100%
16.214
32.314
Europese programma's (5.5.3)
28.898
19.366
28.544
100%
100%
19.366
28.544
RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel M01d
2026
160
30
100%
30
RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4o
2026
6.000
6.000
6.000
100%
100%
6.000
6.000
RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4p
2026
383
383
383
100%
100%
383
383
Overprogrammering POP3+ maatregel stikstof
2028
51
51
100%
51
RVO.nl | Garantstelling overprogrammering GLB-NSP op I.73.3 NPI op niet-landbouwbedrijven-Natuurdoelen
2028
6.223
6.223
6.223
100%
100%
6.223
6.223
Gelderland | REACT-EU
2026
2.000
2.000
2.000
100%
100%
2.000
2.000
Gelderland | B55 OP Oost/EFRO
2026
4.730
4.730
4.730
100%
100%
4.730
4.730
Overcommitering EFRO 2021-2027 in 2025
2030
3.777
3.777
100%
3.777
Openstelling niet prod invest op niet-Landbouwbedr.-WATER
2030
5.023
5.023
100%
5.023
M19 POP3 maatregel LEADER-Uitvoering projecten (19)
2026
551
357
100%
357

Toelichting garantstellingen

Terug naar navigatie - Balans - Toelichting garantstellingen

Ten opzichte van de Jaarrekening 2025 is het door ons gegarandeerd bedrag met € 23,3 miljoen verhoogd. Hierna volgt per garantstelling een toelichting op de aanpassing van de grondslag en het door ons gegarandeerde bedrag eind 2025. 

RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel M04j
Ter voorkoming van onderbesteding op Europese middelen worden meer subsidies beschikbaar gesteld dan dat er aan middelen beschikbaar zijn gesteld (overcommitering). Dit vindt plaats omdat er rekening gehouden wordt met reguliere mogelijke vrijval als gevolg van lagere subsidievaststellingen (door onder meer het niet tot uitvoering komen van projecten, lagere kosten of niet subsidiabele kosten). Voor de mogelijke overbesteding van Europees geld stellen wij ons richting RVO.nl garant, zodat toegezegde subsidies te allen tijde uitbetaald kunnen worden. Voor garantstellingen binnen de POP3-maatregelen is met RVO.nl een generieke einddatum van 31 december 2023 afgesproken.
 In 2018 hebben wij ons voor een mogelijke overbesteding op maatregel M04j (investeringen in infrastructuur voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven) garant gesteld voor een bedrag van € 0,2 miljoen. Inmiddels is de vaststelling verleend waardoor de garantstelling kan komen te vervallen.

RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4n
Ter voorkoming van onderbesteding op Europese middelen worden meer subsidies beschikbaar gesteld dan dat er aan middelen beschikbaar zijn gesteld (overcommitering). Dit vindt plaats omdat er rekening gehouden wordt met reguliere mogelijke vrijval als gevolg van lagere subsidievaststellingen (door onder meer het niet tot uitvoering komen van projecten, lagere kosten of niet subsidiabele kosten). Voor de mogelijke overbesteding van Europees geld stellen wij ons richting RVO.nl garant, zodat toegezegde subsidies te allen tijde uitbetaald kunnen worden. Voor garantstellingen binnen de POP3-maatregelen is met RVO.nl een generieke einddatum van 31 december 2023 afgesproken.
 In 2019 hebben wij ons voor een mogelijke overbesteding op maatregel 4n (Regeling niet-productieve investeringen voor biodiversiteit, natuur, landschap en hydrologische maatregelen PAS) garant gesteld voor een bedrag van € 0,7 miljoen. Daarnaast hebben wij ons in 2020 aanvullend voor € 4,8 miljoen garant gesteld. In 2022 is de totale garantstelling, ad. € 5,55 miljoen, afgenomen met € 0,95 miljoen tot € 4,6 miljoen. Voor een eventueel gebruik van de garantstelling is budget ruimte beschikbaar binnen de Uitvoeringsreserve Natuurnetwerk Nederland. In de tweede helft van 2025 zijn alle POP3 vaststelling met betrekking tot natuur herstelmaatregelen verleend en verwerkt. De garantstelling kan hierdoor in 2026 komen te vervallen.

Concessie- en contractmanagement van bus en trein (4.2.3)
Crédit Agricole | Treinmaterieel Zwolle – Kampen en Zwolle – Enschede
Na een Europese aanbesteding is op 16 juni 2015 aan Keolis twee concessies gegund voor het rijden van de treindiensten Zwolle-Enschede en Zwolle-Kampen. Voor de uitvoering van deze concessie zijn 16 nieuwe treinstellen van het type FLIRT aangeschaft van de Zwitserse treinproducent Stadler Rail. Onderdeel van de Concessiebeschikkingen is een overnameregeling met betrekking tot het treinmaterieel (“de Overnameregeling”). Deze overnameregeling is van toepassing op de financier Crédit Agricole Corparate and Investment Bank S.A. (Pandhouder), de leasemaatschappij Bakermaat SNC en de Concessiehouder (Keolis). Provincie Overijssel stelt zich garant voor een verplichte overname van het treinmaterieel aan een opvolgende concessiehouder. Indien er (theoretisch) op de einddatum van de concessie geen nieuwe concessiehouder is kan dit ertoe leiden dat de provincie Overijssel het materieel zal overnemen en dat het de overdrachtswaarde aan de leasemaatschappij zal betalen. De weergegeven garantstelling betreft de overnamewaarde van het treinmaterieel aan het einde van het betreffende verslagleggingsjaar.

EBS | Zero Emissiebussen en laadinfrastructuur concessie IJssel-Vecht (4.2.3)

Na een Europese aanbesteding is op 12 april 2022 door Provincie Overijssel (aandeel 41,85%) samen met Provincie Flevoland (aandeel 19,23%) en Gelderland (aandeel 38,92%) een concessie verleend aan EBS voor de exploitatie van de concessie IJssel-Vecht 2023-2035. Onderdeel van deze concessie was een verplichte overname van uiteindelijk in totaal 234 Zero-Emissievoertuigen, te weten: 163 BYD K9 UB, 18 BYD K9 UB Panto, 40 BYD KG UE en 13 BYD K7, 8 dieselvoertuigen Mercedes Benz Capacity’s en de bijbehorende laadinfrastructuur met een totale overnamewaarde van ruim € 108 miljoen. Na instroom van de concessie IJsselmond in december 2023 zullen extra voertuigen en laadinfrastructuur overeenkomstig de inschrijving van EBS te weten 31 Ebusco 3.0 LE (2023), 40 Tribus buurtbussen (2022) en 40 elektrische buurtbussen (2029) worden toegevoegd aan deze overeenkomst.

Concessieverleners garanderen een verplichte overname van het busmaterieel en laadinfrastructuur aan een opvolgende concessiehouder. Indien er (theoretisch) op de einddatum van de concessie geen nieuwe concessiehouder is kan dit ertoe leiden dat de provincie Overijssel het materieel zal overnemen en dat het de overdrachtswaarde aan de financier zal betalen. De weergegeven garantstelling betreft de overnamewaarde middels lineaire afschrijving van het busmaterieel en de bijbehorende laadinfrastructuur aan het einde van het betreffende verslagleggingsjaar.

ARRIVA | Zero Emissiebussen concessie Twente-ZHO (4.2.3)

Na een Europese aanbesteding is door Provincie Overijssel op 20 december 2022 een concessie verleend aan Arriva voor de exploitatie van de concessie Twente-ZHO voor de periode van 2024 tot en met 2027. Deze concessie is met één jaar te verlengen tot 2028.

Onderdeel van deze concessie was een mogelijkheid tot het aangaan van een meerpartijenovereenkomst voor de financiering van het materieel. Arriva wenste hiervan gebruik te maken voor de financiering van 95 Volvo 9700 bussen met een totale overnamewaarde van ruim € 41 miljoen. 

Concessieverlener garandeert een verplichte overname van het busmaterieel aan een opvolgende concessiehouder. Indien er (theoretisch) op de einddatum van de concessie geen nieuwe concessiehouder kan dit ertoe leiden dat de provincie Overijssel het materieel zal overnemen en dat het de overdrachtswaarde aan de financier zal betalen. De weergegeven garantstelling betreft de overnamewaarde middels lineaire afschrijving van het busmaterieel aan het einde van het betreffende verslagleggingsjaar.

Robuust goederenvervoernetwerk (4.4.4)
Fryslân | Project vergroten sluis Kornwerderzand
Het project Kornwerderzand omvat de uitbreiding van de Lorentzsluis in de Afsluitdijk, de vernieuwing van verkeersbruggen en het verdiepen van vaargeulen naar Urk, Lelystad en Kampen. Het project wordt geraamd op € 199,5 miljoen. In 2019 bereikten de provincie Fryslân (namens de regio) en het Rijk overeenstemming over de financiering, risico’s en uitvoering: het Rijk betaalt € 111 miljoen en de regio € 88,5 miljoen. Een deel van de regionale bijdrage komt mogelijk uit het Waddenfonds, maar dit is nog onzeker.

De provincie Overijssel heeft toegezegd maximaal € 2 miljoen bij te dragen als de bijdrage uit het Waddenfonds niet of niet geheel wordt toegekend. In 2021 bleek dat het Waddenfonds minder zou bijdragen dan verwacht, waardoor de garantie vanuit Overijssel nodig bleek. Het project liep vertraging op door financieringsproblemen en onderzoeken naar de impact op de waterkwaliteit van het IJsselmeer. Ook waren er zorgen over stijgende kosten en technische meningsverschillen. De vertraging leidden ertoe dat in 2024 nog steeds het besluit om te starten met de uitvoering niet is genomen. Daardoor is opnieuw verlenging van de garantstelling toegezegd tot en met 31-12-2026.

N35 - lopende projecten (4.6.3)
Ministerie van I&W | Nijverdal - Wierden
Bestuursovereenkomst Verbreding N35 Nijverdal – Wierden

Bovenop de bijdragen aan het taakstellend budget zijn er door provincie Overijssel en de gemeente Hellendoorn garantstellingen afgegeven onder de volgende voorwaarden:
a. Indien het totale budget van € 121,5 miljoen na indexering niet voldoende blijkt te zijn, stelt de gemeente Hellendoorn zich garant voor een aanvullende bijdrage van maximaal € 0,5 miljoen euro.
b. Indien ook dit budget niet voldoende blijkt te zijn, stellen de provincie Overijssel en de gemeente Hellendoorn zich beide aanvullend garant voor maximaal € 0,5 miljoen euro per partij.

Garantstelling EFO ten behoeve van de EIB lening:

Op 2 februari 2022 hebben Provinciale Staten besloten tot een scopeverbreding van Energiefonds Overijssel (EFO) [PS/2021/1104724]. Ook hebben Provinciale Staten kennis genomen van het voornemen van Gedeputeerde Staten om EFO toe te staan een lening bij de Europese Investeringsbank (EIB) te sluiten, waarbij de provincie richting de EIB garant staat voor deze lening. Gedeputeerde Staten hebben vervolgens halverwege 2022 het definitieve besluit genomen om garant te staan voor de EIB lening aan EFO met een maximum € 50 miljoen. Op basis van het jaarverslag 2025 van EFO bedraagt de actuale garantstelling momenteel € 32,314 miljoen.

Europese programma’s (5.5.3)
Ter voorkoming van onderbesteding op Europese middelen worden meer subsidies beschikbaar gesteld dan dat er aan middelen beschikbaar zijn gesteld (overcommitering). Dit vindt plaats omdat er rekening gehouden wordt met reguliere mogelijke vrijval als gevolg van lagere subsidievaststellingen (door onder meer het niet tot uitvoering komen van projecten, lagere kosten of niet subsidiabele kosten). Voor de mogelijke overbesteding van Europees geld stellen wij ons garant, zodat toegezegde subsidies te allen tijde uitbetaald kunnen worden. Voor een eventueel gebruik van de garantstelling is de risicobuffer binnen de Reserve Europese programma's beschikbaar. 
Er zijn voor het POP3 programma garantstellingen verstrekt aan RVO.nl. Bij het programma POP3 (en de bijbehorende garantstellingen) is sprake van een verlengde programmaperiode met een einddatum van 2026. 
Daarnaast zijn er garantstellingen verstrekt aan Managementautoriteit Oost Nederland. Managementautoriteit Oost Nederland maakt integraal onderdeel uit van de provincie Gelderland. Garantstellingen worden daarmee uiteindelijk aan hen verleend. 
Hieronder wordt kort ingegaan op de diverse garantstellingen binnen het Europese programma. Vanaf 2024 worden er ook garantstellingen verstrekt tbv GLB-NSP.

RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel M01d
In 2018 is in verband met overcommitering op Regeling Trainingen ter hoogte van € 0,16 miljoen een garantstelling afgegeven aan de Rijksdienst voor ondernemend Nederland. Deze is in maart 2022 verlaagd naar ruim € 30.000. Deze middelen zijn verleend aan een project en worden mogelijk daadwerkelijk aangesproken. Dit is uiterlijk medio 2026 duidelijk.

 RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4o
In 2019 is voor deze maatregel een garantstelling afgegeven voor € 6 miljoen vooruitlopend op het optreden van vrijval. Voor deze middelen hebben de waterschappen WDOD en WVS een garantstelling aan provincie Overijssel afgegeven. Deze garantstelling betreft een aanvulling op de jaarrekening 2019. We wachten op de afrekening.

RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4p
In 2021 is voor deze maatregel een garantstelling afgegeven voor € 0,38 miljoen vooruitlopend op het optreden van vrijval. Voor deze middelen hebben de waterschappen WDOD en WVS een garantstelling aan provincie Overijssel afgegeven. We wachten op de afrekening.

Overprogrammering POP3+ maatregel stikstof

Als gevolg van overheveling van Europese budgetten tussen Pijler II naar Pijler I is er mogelijk sprake van risico op overprogrammering (€ 50.681) op het totaal van EU-middelen. Mocht dit risico zich voordoen, wat overigens niet aannemelijk is, dan staat de provincie hiervoor garant.

RVO.nl| Garantstelling overprogrammering GLB-NSP op I.73.3 NPI op niet-landbouwbedrijven - Natuurdoelen

Wij hebben in 2024 besloten tot overprogrammering op de voor Provincie Overijssel beschikbare Europese GLB-NSP middelen pijler 1 en pijler 2 voor de interventie I.73.3 Niet productieve investeringen op landbouwbedrijven - Natuurdoelen, ter hoogte van in totaal € 6.222.830,-. Met dit besluit tot overprogrammering wordt geanticipeerd op vrijval in deze en andere interventies in het GLB-NSP. Mocht achteraf blijken dat de Europese middelen niet toereikend zijn, dan draagt de provincie Overijssel zorg voor de dekking van de gedeclareerde kosten.

Gelderland |REACT-EU
In 2021 is besloten tot overcommitering van € 2 miljoen op het REACT-EU budget vooruitlopend op het optreden van vrijval. Voor deze maatregel is een garantstelling afgegeven aan Managementautoriteit Oost Nederland. 

Gelderland | Overcommitering OP Oost/EFRO
In 2019 hebben wij ons voor een mogelijke overbesteding op projecten binnen het kader van het OP Oost programma (EFRO) garant gesteld voor een bedrag van € 4,7 miljoen. Deze garantstelling is afgegeven aan Managementautoriteit Oost Nederland. Het programma wordt in 2026/27 afgerekend. 

Overcommitering EFRO 2021-2027 in 2025

In verband met voorziene vrijval bij projecten binnen EFRO 2021-2027 is er besloten tot een aanvullend borgstelling voor overcommitering ter omvang van een bedrag van €3,77 miljoen  om nieuwe projecten te subsidiëren. Deze garantstelling is afgegeven aan Managementautoriteit Oost Nederland.

Openstelling niet prod invest op niet-Landbouwbedrijven-WATER

In oktober 2025 is besloten tot overprogrammering op de voor Provincie Overijssel beschikbare Europese GLB-NSP middelen pijler 1 en pijler 2 voor de interventie I.73.3 Niet-productieve investeringen op niet landbouwbedrijven - Water ter hoogte van in totaal €5 miljoen.

RVO.nl | Overcommitering POP3 LEADER maatregel 19

In januari 2023 is in verband met overcommitering op POP3 maatregel LEADER-Uitvoering projecten (19 ter hoogte van € 0,551 miljoen een garantstelling afgegeven aan de Rijksdienst voor ondernemend Nederland. Deze is in januari 2024 verlaagd naar ruim €0,357 miljoen. Deze middelen zijn verleend aan een project en worden mogelijk daadwerkelijk aangesproken. Dit is uiterlijk medio 2026 duidelijk.


 

Meerjarige financiële verplichtingen voortvloeiend uit langlopende overeenkomsten

Terug naar navigatie - Balans - Meerjarige financiële verplichtingen voortvloeiend uit langlopende overeenkomsten
Specificatie huurverplichtingen (x 1.000)
Per jaar
Totaal
Huurovereenkomsten onroerend goed
173
519
Apparatuur, software en licenties
519
1.400
Specificatie leaseverplichtingen (x 1.000)
Per jaar
Totaal
Lease GS voertuigen
160
160
Lease bedrijfsauto's
1.220
1.220
Investeringsverplichtingen (x 1.000)
Totaal
Vloedbeltverbinding
4.469
Boordvoorziening kanaal KAdH
4.076
Rehabilitatie kunstwerken
3.616
Kadeherstel Ossenzijl-Zwartsluis
1.170
Meubilair en verlichting
1.017
Machineveiligheid KW VI
691

Subsidieverplichtingen

Terug naar navigatie - Balans - Subsidieverplichtingen
Subsidieverplichtingen (x 1.000)
Totaal
SKNL/PSN
42.071
SNL
36.162
Agrarisch Natuurbeheer
35.952
Regiodeals
23.415
Cultuur en erfgoed
22.710
Deltaprogramma Zoetwater
19.839
PAS Maatregelen
14.508
Verkeer en vervoer
10.848
Provinciaal programma landelijk gebied
9.085
Ontwikkelopgave Natuurnetwerk
6.519
Overige subsidieverplichtingen
20.808

Toelichting subsidieverplichtingen

Terug naar navigatie - Balans - Toelichting subsidieverplichtingen

Subsidieverplichtingen beheercontracten, inrichting en functieverandering Natuur 

Per einde 2025 bedroeg het totaal aan openstaande verplichtingen voor inrichting, beheer en functieverandering van nieuwe natuur € 56,6 miljoen, dit bedrag heeft grotendeels betrekking op het uit financieren van functieverandering PSN pakket 30, SKNL Pakket 50 en PSN tariefdossiers (€ 42,1 miljoen) en anderzijds op subsidies voor PAS maatregelen binnen Natura2000 gebieden (€ 14,5 miljoen). In verband met de Europese Cofinanciering ligt de uitvoering van de subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (ANLB) bij RvO. Op basis van RvO rapportage is voor de periode 2026 t/m 2028 ANLB een bedrag van € 36,0 miljoen als meerjarig verplichting opgenomen. Daarnaast is op basis onze eigen subsidieverlening voor SNL natuurbeheer € 36,2 miljoen aan verplichten opgenomen voor de jaren 2026 t/m 2030.

Overige niet in de balans opgenomen verplichtingen

Terug naar navigatie - Balans - Overige niet in de balans opgenomen verplichtingen
Overige verplichtingen (x 1.000)
Totaal
Concessies
60.155
Ontwikkelopgave Natuurnetwerk
12.485
Exploitatie ICT
7.676
Omgevingsdienst
2.574
Europese programma's
2.362
Nieuwe energie Overijssel
1.653
Concurrentiekr. en verdienverm. Ondern.
1.490
N35-N348 Knooppunt Raalte
1.445
Vervanging Zwartewaterbrug
1.158
Overige verplichtingen
2.705

Landinrichting

Terug naar navigatie - Balans - Landinrichting

Voor de landinrichtingsprojecten fungeren wij als kassier. Wij betalen de werkzaamheden die in de projecten plaatsvinden en verrekenen deze kosten met de deelnemers aan het project. Ook de financiële gevolgen van onder- en overbedeling lopen via ons. Deelnemers die minder grond terugkrijgen dan ze hebben ingebracht krijgen van ons de daarbij behorende financiële compensatie. Bij deelnemers die meer grond terugkrijgen dan zij hebben ingebracht innen wij de daarbij behorende vergoeding. 

In 2025 hebben wij per saldo € 3,3 miljoen meer in rekening gebracht dan betaald.  Het nadelige saldo van € 2,5 miljoen wijzigt daardoor naar € 0,8 miljoen positief. Van dit positieve saldo verwerken wij € 0,7 miljoen in het jaarrekeningresultaat 2025. Dit bedrag is afkomstig van de projecten Staphorst en Blokzijl-Vollenhove. Voor deze projecten is de correctiefactor vastgesteld. Dat is het moment dat we de saldi van de betreffende projecten verwerken in het jaarrekeningresultaat.  Daarmee resteert nog een positief saldo van € 0,1 miljoen.

Wij verwachten voor dit bedrag nog kosten te maken. Vervolgens zijn alle landinrichtingsprojecten afgerond en resteert de financiële afwikkeling. Als gevolg daarvan kunnen er nog wijzigingen komen op het resultaat van de landinrichtingsprojecten, omdat niet alle bedragen geïnd of uitbetaald kunnen worden.

Garanties ten behoeve van bestuurders en commissarissen

Terug naar navigatie - Balans - Garanties ten behoeve van bestuurders en commissarissen

Ultimo 2025 is sprake van wachtgeldverplichtingen voor oud gedeputeerden. Wij ramen de omvang van deze verplichtingen in 2026 op maximaal € 0,25 miljoen.  Voor deze verplichtingen is een structureel budget in de begroting beschikbaar onder prestatie 7.3.5 Gedeputeerde Staten.