Duurzaamheidsparagraaf
Dit is hoe wij denken
Terug naar navigatie - Duurzaamheidsparagraaf - Dit is hoe wij denkenDit jaar is er voor de tweede keer een paragraaf duurzaamheid opgenomen in het jaarverslag van de provincie Overijssel. Deze paragraaf heeft als doel inzicht te bieden in onze ambities op het gebied van duurzaamheid in bedrijfsvoering. We richten ons specifiek op onze bedrijfsvoeringstaken en laten zo zien waar de provincie Overijssel als organisatie bijdraagt aan verduurzaming. Naast duurzaamheid binnen de organisatie beïnvloedt de provincie Overijssel via beleidsvoering ook de duurzaamheid van de gehele provincie, bijvoorbeeld via het proces van inkopen en aanbesteden.
Vooralsnog is de paragraaf duurzaamheid geen verplicht onderdeel in het jaarverslag. Er zijn op dit gebied al wel ontwikkelingen in Europees verband, zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Hoewel decentrale overheden zich daar momenteel nog niet aan moeten houden, is een stap richting transparantie en verantwoording op het gebied van duurzaamheid logisch. Deze paragraaf zal de komende jaren worden doorontwikkeld om meer inzicht te geven in de duurzaamheidsdoelen en –activiteiten van de provincie Overijssel als organisatie. Zo hebben we dit jaar Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) een prominentere plek gegeven in deze paragraaf.
Deze paragraaf geeft een korte uiteenzetting van onze beleidsinstrumenten op het gebied van duurzaamheid, gevolgd door een inkijk in de duurzaamheid van de provincie Overijssel als organisatie aan de hand van woon-werkverkeer en gas- en elektriciteitsverbruik.
Dit is wat wij doen
Terug naar navigatie - Duurzaamheidsparagraaf - Dit is wat wij doenDuurzaamheid in beleid
De provincie Overijssel heeft verschillende doelstellingen op het gebied van duurzaamheid. Deze nemen we mee in ons beleid.
Brede welvaart
Jaarlijks voeren we een brede welvaartsmonitoring uit (Wonen en brede welvaart | KennisHub Overijssel). Hiervoor nemen we als uitgangspunt de indicatoren van de Regionale Monitor Brede Welvaart (RMBW) van het CBS. Onderdeel van deze monitoring ziet ook op duurzaamheid in brede zin, zoals kwaliteit van de leefomgeving en levensgenot.
Rad van de Leefomgeving
Voor beleidsvisies en programma’s gebruiken we binnen de provincie het Rad van de Leefomgeving. Hierin staan de kernthema’s van de provincie centraal: sociale kwaliteit, gezondheid, duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en economische kwaliteit. Hiermee hebben we altijd een ‘nulmeting’ waarmee we op een eenduidige manier de effecten van nieuw beleid in beeld kunnen brengen.
Nieuwe Energie Overijssel (NEO)
Samen met partners werken we met het programma Nieuwe Energie Overijssel (2.3.1) toe naar een klimaatbestendig en CO2-neutraal Overijssel in 2050. Wij stimuleren duurzame energiebronnen, helpen energienetwerken aan te passen en te ontwikkelen en ondersteunen bij energiebesparing en het overstappen op andere vormen van energie door inwoners en bedrijven. In februari 2025 hebben Provinciale Staten de Energievisie vastgesteld. Deze schetst een beeld van het Overijsselse energiesysteem in 2050 en vormt het strategisch kader voor de energietransitie. Momenteel werken we samen met gemeenten en netbeheerders aan een uitvoeringsagenda bij de energievisie en de energieambities van de beide energieregio's in Overijssel.
Openbaar vervoer
In onze visie op mobiliteit staan een veilige, duurzame en snelle verplaatsing in en door Overijssel centraal. We leggen de nadruk op het STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV, Mobiliteitsservices en deelmobiliteit, Privéauto) en op zero emissie vervoer, zowel voor personen- als goederenvervoer, bijvoorbeeld door in te zetten op de elektrificatie van spoorlijnen.
Natuurinclusie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie (NCK)
Met middelen uit de investeringsimpuls NCK (€ 10 miljoen; PS25-000304) realiseren we extra impact via projecten die bijdragen aan natuurinclusiviteit, circulaire economie en klimaatadaptatie. Deze middelen zetten we zowel in binnen onze eigen bedrijfsvoering als bij het realiseren van provinciale doelen. Zo dragen we onder meer bij aan duurzame infrastructuur en verantwoord inkopen. Eind 2025 is gestart met de uitvoering, sindsdien is er voor € 3,1 miljoen toegekend. Daarmee wordt via zes projecten extra duurzame impact gerealiseerd.
Duurzaamheid in de provinciale organisatie
Waar het gaat om rapporteren op de provinciale organisatie licht deze paragraaf een aantal indicatoren toe. Indicatoren beperken zich tot de onderwerpen banenafspraak, duurzame inkoop, woon-werkverkeer en het gas- en elektriciteitsverbruik van het Provinciehuis en de steunpunten.
De komende jaren wordt de paragraaf uitgebreid met meer onderwerpen en indicatoren.
Banenafspraak
Terug naar navigatie - Duurzaamheidsparagraaf - BanenafspraakWe zijn als provincie onderdeel van de banenafspraak. Dat betekent dat we met de Rijksoverheid afspraken hebben gemaakt over het creëren van extra banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het aantal plekken is bepaald op basis van een percentage van de verloonde uren binnen de organisatie. Voor 2025 hadden wij 41,76 FTE moeten realiseren, waarbij 1 FTE gelijk staat aan 25,5 contracturen. Uiteindelijk is 35,33 FTE gerealiseerd. We zien mogelijkheden om de doelstelling voor 2026 wel te halen. We hebben daar de beschikbare plekken en begeleiding voor en zijn actief aan het werven.
Duurzaam Inkopen
Terug naar navigatie - Duurzaamheidsparagraaf - Duurzaam InkopenBinnen de organisatie hebben we het thema Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) belegd binnen de eenheid Bedrijfsvoering. De coördinatie daarvan ligt bij het Expertisecentrum Inkoop. Tevens is er een Kernteam MVOI samengesteld, bestaande uit leden van het Expertisecentrum én medewerkers bij verschillende andere eenheden. Het kernteam heeft als opdracht actief bij te dragen aan een duurzaam, sociaal en toekomstbestendig Overijssel met onze inkoopkracht. Via centrale coördinatie vanuit het Expertisecentrum Inkoop versterken we onze rol als opdrachtgever en realiseren we maatschappelijk verantwoord inkoopbeleid. Het afgelopen jaar heeft het Kernteam gewerkt aan de visie en strategie, die in 2026 worden vastgesteld.
Social Return on Investment
Social Return on Investment (SROI) is een meetinstrument dat de maatschappelijke waarde en impact van een organisatie zichtbaar maakt. SROI is verankerd in het inkoopbeleid en onze inkoopvoorwaarden. Het is onderdeel van MVOI; het Kernteam MVOI neemt dit dan ook mee in de haar visie en strategie.
In 2017 is het gezamenlijke Inkoopbeleid ZKO vastgesteld, met SROI als standaard uitgangspunt. Bij de daarvoor in aanmerking komende aanbestedingen moet de opdrachtnemer minimaal 5% van de opdrachtwaarde besteden aan social return. Op dit moment geldt er voor de partners een drempel van € 200.000. Hierboven is het opnemen van social return in principe een verplichting. Bij inkopen boven de € 50.000 wordt binnen de reguliere inkoopprocedures aandacht gevraagd voor de mogelijkheden van social return. Kijkend naar aanbestedingen boven de € 1.000.000 zien we het volgende beeld in de toepassing van SROI:
| Jaar | Totaal | Wel SROI | Geen SROI |
| 2023 | 20 | 16 | 4 |
| 2024 | 7 | 6 | 1 |
| 2025 | 18 | 12 | 6 |
| Totaal | 43 | 32 | 11 |
Het niet kunnen toepassen van SROI wordt met name gemotiveerd door een disproportionaliteit tussen doorlooptijd opdracht, arbeidsaandeel en de mogelijkheden om tot een goede invulling te komen.
Op basis van de gerealiseerde SROI-verplichtingen, toegedeeld naar rato van de contractlooptijd, ontstaat het volgende beeld over de behaalde effecten in 2023-2025: circa € 850.000 in 2023, € 227.000 in 2024 en € 90.000 in 2025. De afname in de latere jaren is verklaarbaar, omdat recent gestarte contracten vaak nog een lange resterende looptijd hebben en de SROI-invulling zich geleidelijk over de contractperiode ontwikkelt. Daarnaast wordt bij de start van contracten regelmatig gewerkt met omzetprognoses, waardoor de daadwerkelijke opdrachtwaarde en bijbehorende SROI-realisatie pas later concreet worden.
Woon-werkverkeer
Terug naar navigatie - Duurzaamheidsparagraaf - Woon-werkverkeerNaast ons beleid leggen wij binnen onze bedrijfsvoering in het woon-werkverkeer ook de nadruk op het STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV, Mobiliteitsservices en deelmobiliteit, Privéauto). Daarnaast worden medewerkers - daar waar mogelijk - de mogelijkheid geboden om thuis te werken. Binnen de provincie werken medewerkers gemiddeld 25% van de werkdagen vanuit huis.
Onderstaande grafieken tonen het aantal medewerkers dat met het OV reist en de bezetting en reiskosten per jaar. Het percentage medewerkers dat met het openbaar vervoer naar kantoor reist is in de afgelopen jaren sterk gestegen. Opvallend zijn de twee dalingen in 2021 en begin 2022 (evenals de korte piek in 2021), die samenvielen met (harde) lockdowns dan wel versoepelingen van de coronapandemie. Gelet op de eerste ‘normale’ maanden na de pandemie lag het percentage medewerkers dat met het OV reisde op ongeveer 10%. Dat was eind 2025 gestegen naar ruim 30%. Het aantal gereisde kilometers per maand met het OV is meegestegen, van ongeveer 5.000 km vlak na de versoepelingen in 2022 naar ongeveer 14.000 km eind 2025. Het percentage medewerkers dat in 2025 met het OV reist is ook gestegen ten opzichte van 2024.

Omdat de reisbewegingen met de auto, fiets of lopend op een andere manier worden geregistreerd, hebben we vooralsnog geen volledig beeld van de duurzaamheid van ons woon-werkverkeer. Wel zien we dat een groot deel van de medewerkers lopend of met de fiets naar kantoor reist en er een lichte stijging te zien is over de jaren 2023-2025.

In 2026 verwachten we verdere stappen te kunnen zetten en meer inzicht te kunnen bieden in het woon-werkverkeer. De stijgingen in het aantal gereisde kilometers met het OV én het percentage medewerkers dat met het OV reist zijn echter positieve signalen dat ons woon-werkverkeer steeds duurzamer wordt.
Gas- en elektriciteitsverbruik Provinciehuis en Steunpunten
Terug naar navigatie - Duurzaamheidsparagraaf - Gas- en elektriciteitsverbruik Provinciehuis en SteunpuntenOnderstaande grafieken tonen het totale gas- en elektriciteitsverbruik van het provinciehuis en de steunpunten. Het gasverbruik wordt gemeten in M3 gas. Het elektriciteitsverbruik wordt gemeten in kWh. Het totale gasverbruik is de afgelopen 10 jaar sterk gedaald. De voornaamste reden hiervoor is de aanleg van een warmtepompinstallatie in het provinciehuis in 2022 en 2023. Dit is in lijn met het doel van de provincie Overijssel om het provinciehuis in 2023 volledig gasvrij te maken. In 2024 is het gasverbruik voor het provinciehuis voor het eerst teruggelopen naar nul. In 2025 is het elektriciteitsverbruik voor zowel het provinciehuis als de steunpunten vrijwel gelijk gebleven en het gasverbruik van de steunpunten licht gedaald. Het gasverbruik voor de steunpunten zal in 2026 nog verder dalen door de in eind 2025 geïnstalleerde hybride warmtepomp in steunpunt Tubbergen.
