3.5.2 Veenweidestrategie Noordwest Overijssel
- Maurits von Martels
- Wij werken, samen met de andere overheden en maatschappelijke partners, aan een integraal toekomstperspectief voor het gebied. De doelen uit het Programma Landelijk Gebied (PPLG Overijsel) en de Regionale Veenweidestrategie (Klimaatakkoord) zijn hier onderdeel van.
- Wij herijken de opgaven en het gebiedsproces op basis van de doelen en kaders van het Nationaal Programma voor het Landelijke Gebied en de doorvertaling daarvan in het Provinciaal Programma voor het landelijk gebied en het bijbehorende Gebiedsprogramma Noordwest Overijssel. We houden tevens rekening met afspraken uit het Regeerakkoord 2024.
- Wij investeren in kennis, onderzoek en pilots voor de reductie van CO2 uitstoot en het remmen van de bodemdaling. Wij maken samen de andere overheden en maatschappelijke partners een Regionale Veenweidestrategie 2.0.
- Wij besteden de rijksmiddelen van de specifieke uitkering Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP-VP) aan de met het Rijk afgesproken projecten van onszelf en de andere gebiedspartners. Het gaat om projecten voor het tegengaan van bodemdaling, het vasthouden van CO2 en het versterken van landbouw, natuur en toerisme.
- Wij besteden de rijksmiddelen uit de specifieke uitkering Impuls Veenweiden conform de afspraak met het Rijk voor de aankoop en vernatting van landbouwgronden binnen de bestaande plannen voor de uitwerkingsgebieden N2000. Aanvullend kunnen we (op vrijwillige basis) grond of bedrijven in het veenweidegebied aankopen als stimulans voor de start van een gebiedsproces.
- In de Regiegroep NW Overijssel is besloten geen apart toekomstperspectief op te stellen voor NW Overijssel. Dit besluit is genomen in de verwachting dat het toekomstperspectief voldoende aandacht krijgt binnen de Nieuwe Omgevingsvisie, de Landbouwvisie en het TvOP.
- Mede door de landelijke politieke ontwikkelingen is het Regionale Veenweidestrategie 2.0 plan nog niet voldoende uitgewerkt en vastgesteld. In dit plan willen we, samen met het Rijk, de gebied specifieke maatregelen vormgeven. Dit betreft generieke maatregelen maar vooral ook maatwerk met onderscheid in korte en lange termijn maatregelen.
- In de gebiedsprocessen TvOP zien we nu diverse proeven ontstaan. Er loopt een proef “overlagen” en “grondkeren” evenals een proef “greppelinfiltratie”. De tussenresultaten van de proef grondkeren in Rouveen zijn positief met een voorlopige conclusie dat profielkeren leidt tot CO2 reductie. En met de proef overlagen met klei zien we zelfs meer gewasopbrengst. Eind 2026 wordt de eindrapportage profielkeren en overlagen opgeleverd.
We hebben al de nodige ervaring met “waterinfiltratiesystemen” en “boeren op hoogwater en veen”. Met verschillende meerjarige proeven gaan we door en blijven we monitoren op effecten. - Het proces loopt, maar niet alle verwachte aanvragen zijn ingediend en beschikt. Met het Rijk zijn aanvullende afspraken gemaakt, waaronder een verlenging van de looptijd met twee jaar tot eind 2027. Dit biedt ons gelegenheid om de middelen te besteden zoals onder andere een project om bevloeiing in de Wieden Weerribben te verduurzamen. Zonder de verlenging zouden we middelen moeten teruggeven aan het Rijk.
- Een deel van de middelen hebben we ingezet voor de realisatie van de bestaande plannen voor de uitwerkingsgebieden N-2000.
GS-Begrotingswijziging/ onttrekking Regeling Specifieke uitkering (SPUK) Impuls Veenweiden (L10)
In 2022 heeft het Rijk € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor een gebiedsplan impuls veenweiden dat wij hebben ingediend bij het Rijk. Hiervan hebben wij tot en met 2025 € 11,3 miljoen besteed. In 2025 hebben wij hiervan € 0,9 miljoen besteed. De begrote lasten in 2025 bedroegen € 1,25 miljoen. De niet bestede middelen van € 0,35 miljoen voegen wij toe aan de begroting 2026.
Wij hebben besloten om, budgettair neutraal, de onttrekking uit de SPUK-Impuls Veenweiden (baten) en de exploitatie uitgaven (lasten) voor prestatie 3.5.2 in 2026 te verhogen met € 0,35 miljoen.
SPUK Interbestuurlijke Programma Vitaal Platteland (IBP-VP):
De bestedingen voor de specifieke uitkering IBP-VP zijn in 2025 met € 0,12 miljoen achtergebleven ten opzichte van de begroting 2025. Op basis van de totale bestedingen t/m 2025 is er nog een beschikbare ruimte van € 1,1 miljoen. Dit bedrag kan nog t/m eind 2027 worden ingezet.
Wij hebben besloten om, budgettair neutraal, de onttrekking uit de SPUK IBP-VP (baten) en de exploitatie uitgaven (lasten) voor prestatie 3.5.2 in 2026 te verhogen met € 120.000.
Statenvoorstel investeringsvoorstel Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel PS 2022/0015017 en besluit
- GS Begrotingswijziging