4.1.5 Mobiliteitshubs
- Martijn Dadema
- Wij evalueren de door gemeenten gerealiseerde pilothubs uit de eerste tranche.
- Wij begeleiden de doorontwikkeling van de eerste tranche en de ontwikkeling en realisatie van de tweede tranche pilothubs door gemeenten. Met een arrangementenregeling stimuleren we participatie door derden.
- Wij bieden gemeenten en regio's hulp bij de ontwikkeling van hublocaties en stimuleren de kennisverwerving en -deling rondom hubontwikkeling.
- Wij regisseren de analyse en verbetering van bestaande OV-knooppunten samen met gemeenten, vervoerders en de spoorsector.
- Wij nemen de uitkomsten van het onderzoek naar de streefnorm bereikbaarheid mee in de verdere ontwikkeling van het hubprogramma.
Actie 1
Nog niet alle maatregelen van de hubs uit de 1e tranche zijn uitgevoerd. De gemeenten hebben met de juiste onderbouwing en in goede afstemming uitstel gevraagd. We zien deze wijzigingen in planning ook als onderdeel van de totale leerervaring rondom hubs. De concrete realisatie van alle activiteiten in tranche 1 staan uiterlijk gepland in Q2 van 2026.
Actie 2
Voor de eerste tranche zijn aanvullende subsidies toegekend aan de gemeenten Steenwijkerland en Dalfsen. Met de gemeente Enschede zijn we nog in gesprek over een doorontwikkeling van de hub. Voor de hubs Kampen-Zuid en Zwolle-Hessenpoort (gemeenten Kampen en Zwolle) is afgestemd dat vooralsnog geen doorontwikkeling plaatsvindt vanuit de middelen voor het hub-programma in Overijssel. Voor de 2e tranche hebben drie gemeenten een subsidie aangevraagd en zijn vier subsidies gehonoreerd. In totaal gaat het om Hardenberg station, Mariënberg station (beiden gemeente Hardenberg), hub nabij het centrumgebied gemeente Losser en hub centraal busstation in Zwartsluis. De uitvoering van alle hubs wordt in 2026 opgestart. We zoeken samenhang met de programma's leefbaar platteland en wonen. Waar mogelijk pakken we projecten integraal op.
Actie 3
We geven halfjaarlijks, in de reguliere ambtelijke overleggen Mobiliteit met gemeenten, een update over de stand van zaken voor hubs. We delen daarbij ook kennis van (landelijke) ontwikkelingen en bieden aan om mee te denken met de gedachten en ideeën van gemeenten. We benaderen daarbij niet alleen de mobiliteitscollega's maar zoeken ook de samenwerking met andere domeinen van gemeenten. Dit doen we mede om de koppeling te houden met de provinciale programma's, zoals ook in actie 3 gesteld.
Actie 4
We hebben op structurele basis gesprekken met NS en ProRail gevoerd. Ook nemen wij deel aan de landelijke OV-knooppunt overleggen die ieder kwartaal worden gehouden. Daarin hebben we in 2025 expliciet alle beoogde regionale hubs vermeld als landelijk knooppunt, die ook in onze routekaart staan vermeld.
Actie 5
De Streefwaarde Bereikbaarheid wordt begin 2026 vastgesteld (zie ook prestatie 4.1.1). De uitkomsten daarvan nemen we mee in de verdere ontwikkelingen van het hub-programma. De Hubvisie wordt in 2027 aan Uw Staten voorgelegd (zoals aangekondigd in de Begroting 2026).
Op het KVO-budget van € 1,7 miljoen is € 2,1 miljoen besteed. Er is dus € 0,4 miljoen meer besteed dan begroot. Bij de 2e monitor is € 1,2 miljoen doorgeschoven naar 2026, omdat verwacht was dat een aantal subsidies dit jaar niet meer afgegeven konden worden. Er zijn in 2025 toch meer aanvragen geweest dan vooraf ingeschat.
Op basis van de spelregels van de Reserve uitvoering kwaliteit van Overijssel hebben wij voor prestatie 4.1.5 € 0,37 miljoen extra onttrokken aan de voor deze prestatie beschikbare middelen in deze reserve.
- Geen