Fonds nazorg gesloten stortplaatsen Overijssel (Nazorgfonds) (Zwolle)

Hoort bij prestatie

2.2.3 Beheer nazorgfonds

Provinciaal publiek belang

De Leemtewet (aanvulling op Wet Milieubeheer) waarborgt dat gesloten stortplaatsen geen of zo weinig mogelijk gevolgen voor het milieu hebben. Op grond van deze wet zijn wij bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de nazorg van stortplaatsen waar na 1 september 1996 afvalstoffen zijn of worden gestort.

Juridische vorm

Het nazorgfonds is opgericht door Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel (art. 15.47, lid 1 Wet Milieubeheer) en is een rechtspersoon bij wet (art. 15.47, lid 3 Wet Milieubeheer). De rechtspersoon is in 2014 ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Partijen

Provincie Overijssel, N.V. ROVA en Twence B.V..

Bestuurlijke betrokkenheid

Algemeen bestuur: het voltallige college van Gedeputeerde Staten.
Dagelijks bestuur: T.A. de Bree en G.H. ten Bolscher.
Bestuurlijk Overleg Nazorgfonds: T.A. de Bree en G.H. ten Bolscher, een vertegenwoordiger van N.V. ROVA en een vertegenwoordiger van Twence B.V.. ROVA en Twence hebben in dit orgaan recht van inspraak, maar geen beslissingsbevoegdheid. 

Financieel belang

De Leemtewet bepaalt (art. 15.44 Wet Milieubeheer) dat de provincie een heffing instelt voor de bestrijding van de kosten van de nazorgmaatregelen bij stortplaatsen waar na 1 september 1996 nog afval gestort wordt. Deze heffing wordt bij belastingverordening opgelegd aan de exploitanten van de stortplaatsen in Overijssel. Deze belastingverordening op is 30 maart 1999 vastgesteld.

Wij zijn verplicht de opbrengsten van de heffing af te dragen aan het ‘Fonds nazorg gesloten stortplaatsen Overijssel’. Voor de locatie Elhorst Vloedbelt brachten we in 2025 de jaarlijkse heffing van € 40.000 in rekening aan de stortplaatsexploitant. 

Op basis van de concept jaarrekeningcijfers 2025 bedraagt het eigen vermogen van het Fonds nazorg gesloten stortplaatsen Overijssel ultimo 2025 € 15,3 miljoen. Dit vermogen is ondergebracht bij vermogensbeheerder Rabobank. Door de Rabobank is circa € 4,5 miljoen belegd in aandelen en € 9,0 miljoen in obligaties. Daarnaast wordt € 1,7 miljoen beheerd op een spaarrekening.

Bijzonderheden

Voor het berekenen van het benodigde doelvermogen bij sluiting van de stortplaatsen is het relevant welke rekenrente gehanteerd wordt (voor het contant maken van de toekomstige kosten en opbrengsten). Tot nu toe werd uitgegaan van een percentage van 5,06% zoals in IPO-verband afgesproken. Omdat dit percentage niet meer realistisch is (want te hoog), heeft het IPO geadviseerd om de rekenrentesystematiek te wijzigen en uit te gaan van de rente van de Autoriteit Europese pensioenverzekeraars (UFR-EIOPA).  

Provinciale Staten besloten in 2025 de rekenrente voor het nazorgfonds  Overijssel te baseren op de rekenrente van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en pensioenen (UFR-EIOPA-rente, momenteel 3,3%), en deze ongewijzigd te laten voor de komende vijf jaar. Op verzoek van de exploitanten wordt hierbij een onderscheid gemaakt: voor de stortlocaties Elhorst-Vloedbelt en Boeldershoek (Twence) wordt een overgangsperiode van vijf jaar gehanteerd met een rekenrente van 4,2%, terwijl ROVA ervoor gekozen heeft direct uit te gaan van de 3,3%. 

De opbouw van het doelvermogen in het nazorgfonds vindt plaats via jaarlijkse heffingen aan exploitanten en het rendement over het al opgebouwde vermogen. Provinciale Staten besloten in 2025 ook om de jaarlijkse heffingen (2026-2030) voor ROVA en Twence te wijzigen, namelijk: € 50.000 voor de locatie Elhorst Vloedbelt, € 200.000 voor de locatie Boeldershoek en € 755.000 voor locatie Bovenveld.

Meer informatie