Dit is hoe wij denken
Terug naar navigatie - Dit is hoe wij denkenBeleid verbonden partijen
Ons beleid voor verbonden partijen en de uitgangspunten voor het beheer van verbonden partijen zijn vastgelegd in de Kadernota verbonden partijen Overijssel (2022).
Er is sprake van een ‘verbonden partij’ als wij een bestuurlijk én financieel belang hebben in een organisatie. Dit kan een privaatrechtelijke organisatie zijn (vennootschap, stichting of vereniging) of een publiekrechtelijke organisatie (bedrijfsvoeringsorganisatie of openbaar lichaam).
Er is een ‘bestuurlijk belang’ als wij een zetel hebben in het bestuur van de verbonden partij of stemrecht kunnen uitoefenen.
Er is een ‘financieel belang’ als wij middelen ter beschikking stellen die we kwijt zijn in geval van faillissement van de organisatie, of wanneer financiële problemen bij de organisatie op de provincie kunnen worden verhaald.
We maken gebruik van een verbonden partij als dat bijdraagt aan ons publieke belang. Bij de keuze voor een verbonden partij gaan wij ervan uit dat deze partij dezelfde activiteiten uit kan voeren met een grotere doelmatigheid en/of doeltreffendheid en met meer kwaliteit en continuïteit dan wij zelf zouden kunnen. Ook kan een externe partij beschikken over specifieke expertise, die wij niet in huis hebben en ook niet in huis kunnen of willen halen. Door met externe partijen samen te werken, kunnen we ons volledig richten op onze eigen taken en doelen, terwijl deze externe partijen zich specialiseren in hun specifieke taken.
Periodieke evaluatie
Iedere Statenperiode evalueren wij de portefeuille verbonden partijen aan de hand van de volgende instrumentele vragen:
• is het instrument verbonden partij (nog steeds) het meest geschikte instrument om het onderliggende provinciale belang te behartigen?
• is een ander instrument (subsidie, opdracht) intussen wellicht passender?
• (of) kunnen we het inmiddels geheel aan de markt over laten?
De meeste recente evaluatie van de Overijsselse portefeuille heeft u in 2022 ontvangen. De eerstvolgende instrumentele evaluatie is voorzien in 2026.