206.622 Uitgaven (x1000)
Kerntaak 3: Vitaal platteland

Kerntaak 3: Vitaal platteland

206.622 Uitgaven (x1000)

Dit is hoe wij denken

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is hoe wij denken

We zijn trots op ons landelijk gebied met zijn prachtige (cultuur) landschappen, vitale agrarische bedrijven en afwisselende natuur. Deze kwaliteiten willen we behouden en versterken. Tegelijkertijd zijn er ontwikkelingen die impact hebben op de landbouw en natuur. Zoals klimaatverandering (met langere periodes van droogte) voor bijvoorbeeld de beschikbaarheid van water. Wettelijke opgaven op het gebied van natuur en water maken het steeds dwingender om maatregelen te treffen in het landelijk gebied. Deze kerntaak richt zich op het toekomstbestendig maken en houden van het landelijk gebied.    

De opgaven die op het landelijk gebied van Overijssel afkomen zijn talrijk en hangen onderling samen. Met een gebiedsgerichte aanpak, met betrokkenheid van inwoners, organisaties en bedrijven,  kunnen we het beste vorm geven aan de verschillende opgaven. We hanteren daarbij onze 3x3-aanpak, waarbij we ons steeds op drie doelen richten: een toekomstbestendige landbouwsector, een goed sociaaleconomisch perspectief en herstel van natuur, landschap, watersysteem en klimaat. In het programma Toekomst voor ons platteland geven we hieraan invulling. In onze koploperprojecten leren we hoe we de gebiedsgerichte aanpak het beste kunnen vormgeven. Ondertussen blijven we bij het Rijk aandringen op landelijke maatregelen en voldoende financiële middelen om de gebiedsgerichte aanpak voortvarend uit te kunnen voeren.

Wij zijn ook trots op onze boeren. Onze innovatieve agrarische sector is en blijft belangrijk voor Overijssel. In het programma Agro en Food ondersteunen we de hele keten om essentiële bouwstenen hiervoor te blijven ontwikkelen. We hebben de boeren nodig voor ons voedsel, de leefbaarheid, de regionale economie, de natuur en andere maatschappelijke opgaven. We willen dat boeren een gezonde en duurzame bedrijfsvoering kunnen voeren. Vakmanschap en ondernemerschap geven wij de ruimte. We zoeken daarnaast effectieve oplossingen voor situaties waarin ondernemers worden getroffen door de effecten van overheidsbeleid, zoals bij de zogenaamde PAS-melders.

Sinds de decentralisatie (2013) zijn Provincies verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het natuurbeleid. De natuur levert bouwstenen voor onze economie, welzijn en welvaart: voedselproductie door bestuiving van onze gewassen door insecten, verkoeling en zuivere lucht dankzij bomen, schoon water uit de kraan en grondstoffen zoals hout. 

We hebben in Overijssel 24 Natura 2000-gebieden. Elk van deze gebieden is uniek. Ieder gebied vraagt specifieke maatregelen voor herstel van de natuur richting “een gunstige staat van instandhouding”. In de Beheerplannen Natura 2000 bepalen we wat daarvoor nodig is. Met de Ontwikkelopgave Natura 2000 voeren we noodzakelijke maatregelen uit. Dat doen we samen met onze  partners zoals met Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Landschap Overijssel, particuliere natuurbeheerders, LTO, Overijssels Particulier Grondbezit (OPG), waterschappen en gemeenten. We intensiveren de samenwerking in de gebieden, onder andere door te werken aan een gedeeld kennisbeeld over bijvoorbeeld de staat van de natuur (gezamenlijk feitenonderzoek).  
De Natura-2000 gebieden zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) dat we uitbreiden en beheren conform de afspraken in het Natuurpact. 
Voor het herstel van de Natura 2000-gebieden moeten we soms stukken bos kappen. We compenseren dit gekapte bos en we hebben met het Rijk afgesproken extra bos aan te leggen als onderdeel van het Klimaatakkoord. 

We werken ook aan natuur buiten natuurgebieden, zoals de recent aangenomen Europese Natuurherstelwet van ons vraagt. We versterken de condities van Overijsselse aandachtsoorten en streven naar een basiskwaliteit van natuur om ervoor te zorgen dat algemene soorten ook algemeen blijven of weer kunnen worden. Dat gebeurt in het agrarisch gebied bijvoorbeeld door agrarisch natuurbeheer en aanleg en herstel van landschapselementen (groene en blauwe dooradering). En langs provinciale wegen leggen we bloemrijke bermen aan. We bevorderen dat bij andere functies, zoals wonen of bedrijventerreinen, ook natuur wordt meegenomen in de plannen. Dat doen we – geïnspireerd door de landelijke Agenda Natuurinclusief – door te werken aan een Natuurpositief Overijssel. 

Met ons programma Natuur voor Elkaar brengen we de natuur dichterbij mensen. We bevorderen de liefde voor natuur, betrekken mensen bij natuur in hun directe omgeving en gaan samen met inwoners aan de slag om hun leefomgeving groener en biodiverser te maken. Dat doen we door te helpen bij waardevolle initiatieven, zoals groene schoolpleinen, bomen planten, natuurinclusief bouwen, vergroening van tuinen en straten van sociale huurwoningen en groene sportlocaties.
  
In ons faunabeleid richten we ons op de balans tussen het beschermen van soorten en het voorkomen van schade door soorten. We zetten in op preventie van schade en maken gebruik van onze bevoegdheid om diersoorten in aantallen te beperken wanneer dat noodzakelijk is om faunaschade te voorkomen.  

We streven naar zo min mogelijk doorsnijding van leefgebieden van dieren door infrastructuur. Waar dat onvermijdelijk is, kijken we of we met maatregelen het faunaknelpunt kunnen oplossen.  

We zijn verantwoordelijk voor het bestrijden van invasieve exoten; niet inheemse planten en dieren die onze inheemse soorten bedreigen. We geven prioriteit aan het bestrijden van soorten die de gezondheid van mens of dier bedreigen en aan soorten die zich zeer snel kunnen verspreiden. 

Dit is wat wij doen

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen

Dit is wat wij doen

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen

3.1 Beschermen: behouden en vergroten van biodiversiteit

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen - 3.1 Beschermen: behouden en vergroten van biodiversiteit

Met beleidsontwikkeling op het gebied van natuur en landschap spelen we in op en/of geven we invulling aan nieuwe ontwikkelingen of nieuwe regelgeving (3.1.1). Met de andere provincies en het Rijk beïnvloeden we waar mogelijk het Europese natuurbeleid. Ook behartigen wij provinciale belangen bij het Rijk en andere partijen, en proberen we waar mogelijk (Europese) cofinanciering vrij te spelen voor onze opgaven. Door  onderzoek te doen, verwerven we kennis om beleidsvragen adequaat te beantwoorden. Wij voeren de wettelijke regels voor natuurbescherming uit door vergunningen te verlenen onder de Omgevingswet en te controleren of regels worden nageleefd (3.1.2). Voor de Europees beschermde Natura2000-gebieden stellen we plannen op voor het noodzakelijk beheer en we houden deze plannen actueel (3.1.3). We werken aan behoud en herstel van de biodiversiteit door het subsidiëren van natuurbeheer (3.1.4), agrarisch natuurbeheer (3.1.5) en projecten om de leefomgeving van bedreigde soorten - waarvoor Overijssel een belangrijk leefgebied is (“aandachtsoorten”) - te verbeteren (3.1.6). Door te monitoren en te evalueren zien we hoe de natuur zich ontwikkelt en kunnen we bijsturen (3.1.7). 

3.2 Beleven: een versterkte verbondenheid van mensen met natuur

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen - 3.2 Beleven: een versterkte verbondenheid van mensen met natuur

De natuur toont zich in het landschap. Om ons mooie Overijsselse landschap te kunnen blijven beleven, moeten we dit beheren. Wij stimuleren dat lokale gemeenschappen zich eigenaar voelen van hun landschap en ondersteunen initiatieven voor herstel en het beheer (3.2.1). Het beleven van de natuur bevorderen we door projecten uit te voeren waarin natuur en mensen elkaar ontmoeten (3.2.2). Wij brengen kinderen in aanraking met de natuur door het vergroenen van schoolpleinen, en door speelnatuur en natuureducatie te stimuleren. We stimuleren het vergroenen van steden en dorpen, waarmee we ook negatieve effecten van klimaatverandering als hittestress en wateroverlast verminderen. We stimuleren dat mensen die weinig toegang hebben tot de natuur, bijvoorbeeld vanwege ziekte of gezondheidsproblemen, toch van de natuur kunnen genieten en zo hun herstel of welzijn kunnen bevorderen. 

3.3 Benutten: een duurzaam samengaan van mensen met natuur

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen - 3.3 Benutten: een duurzaam samengaan van mensen met natuur

Voor de Natura 2000-gebieden in Overijssel zijn natuurdoelanalyses (NDA's) opgesteld. Die laten zien waar natuur achterblijft en welke knelpunten er zijn (3.3.1). De Nationale Parken zijn een aanjager voor integrale ontwikkelingen in de regio. Ze vormen een platform en bestuurlijk klankbord voor het gesprek over de transitieopgaven in het landelijk gebied met bewoners, ondernemers en overheden. De nationale parken zetten in op ontwikkeling van duurzame recreatie, toerisme en duurzaam ondernemerschap. Versterking van de natuur en landschap én verbinding van de mens en de omgeving is daarbij steeds het uitgangspunt. (3.3.2). Soms staan natuur en economische belangen op gespannen voet. Door preventieve maatregelen kan faunaschade zoveel mogelijk worden voorkomen. Zo nodig zetten wij in op het beheren van in het wild levende dieren, om faunaschade te voorkomen (3.3.4). Ook bieden wij, onder voorwaarden, een tegemoetkoming in de schade. Wij bestrijden niet-inheemse planten en dieren (invasieve exoten) die onze Overijsselse natuur bedreigen (3.3.5). 

3.4 Ontwikkelen: een toekomstbestendig landbouw- en voedselsysteem

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen - 3.4 Ontwikkelen: een toekomstbestendig landbouw- en voedselsysteem

We streven als provincie naar een goede balans tussen voedselproductie en een gezonde leefomgeving. Daarbij gaan we uit van het vakmanschap en ondernemerschap van agrarische ondernemers. Zij krijgen de ruimte en het vertrouwen om hun bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken. Een gezonde bodem zien we als de basis voor een duurzame landbouw en een vitaal platteland. 
De overgang naar een toekomstbestendige landbouwsector vraagt om investeringen in kennis en beleidsontwikkeling (3.4.1). Met het Agro & Food programma (3.4.2) ondersteunen we verduurzaming in de sector door het stimuleren van innovaties en concrete initiatieven gericht op een toekomstbestendige landbouw. Met de door het Rijk bekostigde maatregelpakketten werken we samen met de agrarische sector aan het concreet toepassen van erfgerichte maatregelen die bijdragen aan het realiseren van natuur-, water- en klimaatdoelen.
Door het ondersteunen van herverkavelingsprojecten (3.4.3) helpen wij de landbouwsector de bedrijfsvoering te optimaliseren en bevorderen we de verwezenlijking van andere opgaven in het landelijk gebied. 

3.5 Ontwikkelen: Transitie naar een toekomstbestendig landelijk gebied

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Dit is wat wij doen - 3.5 Ontwikkelen: Transitie naar een toekomstbestendig landelijk gebied

In het programma Ontwikkelopgave Natura 2000 werken we aan het herstel van de biodiversiteit door de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (3.5.1). We nemen in 24 Natura 2000-gebieden maatregelen om de natuur te herstellen en te versterken. Dit doen we samen met onze partners: natuurorganisaties, landbouworganisaties, waterschappen en gemeenten. Met Rijksmiddelen uit het Programma Natuur nemen we extra maatregelen om het natuurherstel te versnellen en zo eerder weer (economische) ontwikkelingen mogelijk te maken. 
Om de bodemdaling tegen te gaan, moet de uitstoot van broeikasgassen in het Veenweidegebied worden teruggedrongen. Dat heeft gevolgen voor de hier gevestigde agrarische bedrijven. Voor het Veenweidegebied maken we met de huidige gebruikers een gebiedsprogramma waarin de opgaven voor dit gebied in onderlinge samenhang worden uitgewerkt (3.5.2).
Wij zorgen voor de financiële afhandeling van voormalige subsidieregelingen voor natuurrealisatie (3.5.3).
PAS-melders zijn buiten hun schuld om in grote onzekerheid gebracht. In Overijssel zijn we geconfronteerd met handhavings- en intrekkingsverzoeken tegen PAS-melders en andere ondernemers. Wij blijven ons in 2026 onverminderd inzetten voor oplossingen voor de PAS-melders (3.5.4). 
Eind 2020 is door het ministerie LNV en de provincies een landelijke bossenstrategie opgesteld. Deze hebben wij uitgewerkt in een provinciale bossenstrategie. Daarin richten we ons op klimaatdoelen (vastlegging CO2) en op biodiversiteitsdoelen. We geven prioriteit aan “boscompensatie”, het realiseren van nieuwe bossen om de bomenkap die nodig is in het kader van het herstel van onze Natura 2000 gebieden te compenseren. Daarnaast zetten we in op het revitaliseren van ons bestaande bos (3.5.5).
Door de complexiteit van de opgaven in het landelijk gebied is samenwerking tussen partijen in het landelijk gebied cruciaal. We leveren onze bijdrage aan het samenspel dat nodig is aan zes gebiedstafels (Noordwest Overijssel, Vechtdal, Salland, Noordoost Twente, West Twente en Zuidoost Twente) en een provinciebrede “Toekomst voor ons platteland-tafel" om tot concrete uitvoering in projecten te komen. (3.5.6).

Risico's

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Risico's

Risico's door uitstellen beleid landelijk gebied 
Vanuit het Rijk ontbreekt een heldere koers voor de transities in het landelijk gebied die nodig zijn om (harde) doelen op het gebied van onder andere natuur, water en klimaat te halen. Het uitstellen van beleid leidt tot provinciale risico’s met mogelijke financiële gevolgen, zoals voor PAS-melders (voldoende gemotiveerd kunnen afwijzen van intrekkingsverzoeken). Ook zien we dat uitstel van maatregelen en beleid, leidt tot de aanwijzing van nieuwe leefgebieden voor beschermde soorten (zoals de toevoeging van de grutto aan aanwijzingsbesluiten van Natura2000-gebieden) waarvoor extra (herstel)maatregelen getroffen moeten worden.

Onvoldoende dekking (herstel)maatregelen beheerplannen
Er is geen of onvoldoende financiële dekking voor (herstel)maatregelen in de tweede generatie beheerplannen. Provincie Overijssel is wettelijk verplicht om (herstel)maatregelen voor Natura2000-gebieden vast te stellen. Hiervoor zijn extra investeringen nodig, waarvoor geen middelen in het verschiet liggen.

VTH-stelsel onder druk
Het rapport “Om de leefomgeving” van de commissie Van Aartsen heeft laten zien dat het VTH-stelsel verbeterd kan worden. De inzet van gekwalificeerd personeel is cruciaal voor een solide VTH-stelsel dat (Europese) ontwikkelingen bij kan houden, beleid kan voorbereiden en in geval van milieu-incidenten adequaat kan reageren. In deze krappe arbeidsmarkt is het lastig om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden, waardoor het VTH-stelsel onder druk blijft staan. Voor de provinciale handhavingstaken stelden we in 2025 een nieuwe risicoanalyse vast die voor een aantal handhavingstaken in 2026 leidt tot een hogere controlefrequentie. 

Risico’s Uitvoeringsprogramma Maatregelpakketten (Onderdeel Toekomst voor ons Platteland)
Bij de uitvoering in de koplopergebieden wordt zoveel als mogelijk van onderop gewerkt. Dit schept verwachtingen in de koplopergebieden. Een belangrijk risico hierbij is het reputatierisico dat de provincie loopt. De provincie kan niet alle wensen van de koplopergebieden waarmaken en tegelijk is duidelijk dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om alle koplopergebieden in de realisatiefase te krijgen. Er loopt nu een inventarisatie om zicht te krijgen op de benodigde middelen. Ook zullen gesprekken met het Rijk worden aangegaan over de inzet van de toegekende SPUK-middelen. Separaat wordt er verkend op welke wijze de samenwerking met de overkoepelende gebieden het beste vormgegeven kan worden, waarbij het verwachtingspatroon duidelijk gemaakt wordt.

Toelichting meerjarenbegroting

Terug naar navigatie - Kerntaak 3: Vitaal platteland - Toelichting meerjarenbegroting

3.1.6  Projecten voor verbeteren biodiversiteit
In 2023 hebben wij een Specifieke uitkering (SPUK) ontvangen om versnelling te realiseren in het natuurinclusief isoleren. Op basis van huidig bestedingsritme, rekening houdend met de middelen die reeds zijn besteed, is in 2026 € 1,8 miljoen incidenteel opgenomen in de begroting.  Mochten de middelen niet volledig worden besteed  dan is op basis van de SPUK voorwaarden de mogelijkheid de middelen tot en met 2030 in te zetten. Hieraan gekoppeld zijn ook provinciale middelen opgenomen voor de pre-SMP (soortenmanagement) systematiek, ook deze middelen hebben een looptijd tot en met 2030.

3.2.2 Projecten die een natuurinclusieve samenleving bevorderen
Vanuit het coalitieakkoord zijn middelen toegekend voor het investeringsprogramma Natuur voor Elkaar. Voor 2026 is op basis van het totaal toegekende bedrag van € 9 miljoen 1/4 deel toegekend aan 2026. Ook voor 2027 is nog een vergelijkbaar bedrag beschikbaar in de Uitvoeringsreserve Kwaliteit van Overijssel, dit bedrag is nog niet opgenomen in de meerjarenraming 2027.

3.5.1  Realisatie Natuurnetwerk Nederland
In 2025 is een grote subsidie (POP) verwerkt in het resultaat. In de vervolgjaren is de inzet gekoppeld aan de verwachte realisatie van maatregelen, die is gekoppeld aan het lopende uitvoeringsprogramma. 

3.5.2 Veenweidestrategie Noordwest Overijssel
De verkregen middelen uit de specifieke uitkering lopen af in 2026.

3.5.4 Zoeken naar oplossingen voor PAS-melders
De inzet van de verkregen rijksmiddelen is met de huidige wet- en regelgeving vrijwel niet mogelijk. Voor 2026 is een klein bedrag opgenomen. Het resterende bedrag van de specifieke uitkering is vooralsnog niet opgenomen in de (meerjaren)begroting. 

3.5.5 Bossenstrategie en boscompensatie
Voor boscompensatie hebben wij in 2024 via de Specifieke uitkering (SPUK) Programma Natuur fase 2 middel beschikbaar gesteld gekregen voor boscompensatie. Voor de begroting 2026 is een inschatting gemaakt van de benodigde middelen, deze zijn opgenomen in de begroting 2026. De raming voor de jaren daarna is  nog niet bepaald. De middelen vanuit de SPUK kunnen tot en met 2032 worden ingezet.

3.5.6 Toekomst voor ons platteland (TvoP)
De verkregen middelen via de specifieke uitkering lopen af in 2028. Het bestedingsritme is een inschatting vanuit het programma. Hierbij zijn oplopende lasten begroot. De onderbouwing hiervan is dat de lasten in de planfase bij de koplopers beperkt zijn en vervolgens in de realisatiefase flink zullen toenemen.