Begroot lasten 0

Realisatie lasten 0

Ruimte lasten 0

Status prestaties

Balans

Balans

Begroot lasten 0

Realisatie lasten 0

Ruimte lasten 0

Status prestaties

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De balans is het overzicht van onze bezittingen, vreemd vermogen en eigen vermogen op een bepaald moment. De balans bestaat uit activa en passiva, welke met elkaar in evenwicht zijn. Activa zijn de bezittingen en passiva zijn de middelen waarmee de activa gefinancierd worden (eigen vermogen en vreemd vermogen).

De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft en de verordening ex artikel 217 Provinciewet, waarin door Provinciale Staten de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.

De activa worden gewaardeerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De passiva worden gewaardeerd op de nominale waarde, tenzij bij het betreffende onderdeel anders is vermeld.

De in de jaarrekening gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de provincie Overijssel.  De continuïteit is gewaarborgd gegeven haar publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid. 

Balans

Terug naar navigatie - Balans
Balans per 31 december 2022 X € 1.000
Activa 31.12.2021 31.12.2022 Passiva 31.12.2021 31.12.2022
Vaste activa 1.106.431 989.227 Vaste passiva 1.720.668 1.729.003
Immateriële vaste activa 761 Eigen vermogen 1.677.655 1.669.168
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio 761 Reserves 1.643.219 1.632.600
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief - waarvan algemene reserves 684.998 696.028
Bijdragen aan activa in eigendom van derden - waarvan bestemmingsreserves 958.221 936.572
Resultaat 34.436 36.568
Materiële vaste activa 294.186 333.887 Voorzieningen 41.152 57.975
Investeringen met een economisch nut 28.819 28.729
- waarvan in erfpacht
Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
- waarvan in erfpacht
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut 265.367 305.158
- waarvan in erfpacht
Financiële vaste activa 811.484 655.340 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer 1.861 1.860
Kapitaalverstrekkingen 168.556 171.825 Obligatieleningen
- waarvan aan deelnemingen 168.556 171.825 Onderhandse leningen 1.853 1.853
- waarvan aan gemeenschappelijke regelingen - waarvan van binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen
- waarvan aan overige verbonden partijen - waarvan van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
Leningen 432.128 386.173 - waarvan van binnenlandse bedrijven
- waarvan aan openb. lichamen (art. 1a Wet FIDO) 20.551 20.551 - waarvan van openb. lichamen (art. 1a Wet FIDO) 1.853 1.853
- waarvan aan woningbouwcorporaties - waarvan van overige binnenlandse sectoren
- waarvan aan deelnemingen 411.577 365.622 - waarvan van buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren
- waarvan aan overige verbonden partijen Door derden belegde gelden
Overige langlopende leningen 27.560 23.808 Waarborgsommen 8 7
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 28.100 20
Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 155.140 73.514
Vlottende Activa 937.620 1.056.709 Vlottende passiva 323.383 316.933
Voorraden 123.056 112.532
Grond- en hulpstoffen
Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie
Gereed product en handelsgoederen 123.056 112.532
Vooruitbetalingen
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar 772.652 907.761 Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar 32.370 29.764
Vorderingen op openbare lichamen 58.934 49.087
Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen (conform art. 1, onderdeel a Wet FIDO) Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen (conform art. 1, onderdeel a Wet FIDO)
Overige verstrekte kasgeldleningen Overige kasgeldleningen
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Rekening-courantverhouding met het Rijk 694.192 850.447
Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Banksaldi 1.400
Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 519 1
Overige vorderingen 13.826 6.106 Overige schulden 30.970 29.764
Overige uitzettingen 5.181 2.120
Liquide middelen (kas- en banksaldi) 3 109
Overlopende activa 41.909 36.307 Overlopende passiva 291.013 287.169
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen 195.912 154.273
Van de Europese Unie nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel 325 Van de Europese Unie ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 1.236 729
Van de Nederlandse Rijksoverheid nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel 9.905 3.804 Van de Nederlandse Rijksoverheid ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 80.742 125.888
Van overige Nederlandse overheidslichamen nog te ontvan-gen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel Van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 310 40
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen 31.679 32.503 Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 12.813 6.239
Totaal 2.044.051 2.045.936 Totaal 2.044.051 2.045.936
Recht op verliescompensatie conform Wet VpB 599 599 Verstrekte borg- of garantstellingen 78.297 84.628

Immateriële vaste activa

Terug naar navigatie - Immateriële vaste activa

Grondslagen
De kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen (inclusief de betaalde boeterente) en het saldo van agio en disagio worden geactiveerd en over maximaal de looptijd van de rentevaste periode volledig afgeschreven, te starten vanaf het moment van het in gebruik nemen van het gerelateerde financieel vast actief of de gerelateerde vaste schuld. 
Voor (dis)agio op financiële vaste activa betreft deze post het positieve saldo van agio (aankoopwaarde > nominale waarde) verminderd met disagio (nominale waarde > aankoopwaarde) en de afschrijvingen op zowel agio als disagio.
Voor (dis)agio op vaste schulden betreft deze post het positieve saldo van disagio (nominale waarde > verkoopwaarde) verminderd met agio (verkoopwaarde > nominale waarde) en de afschrijvingen op zowel agio als disagio.
Het (dis)agio wordt gedurende de looptijd van het actief of schuld lineair afgeschreven; bij tussentijdse verkoop wordt het op dat moment resterende (dis)agio als last genomen.

x €1.000 Boekwaarde 31-12-2021 Investeringen Desinves-teringen Afschrijvingen Bijdragen van derden Afwaarderingen Boekwaarde 31-12-2022
Immateriële vaste activa: 761 -2.629 125 -1.993
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio 761 -2.629 125 -1.993
- waarvan agio op financiële vaste activa 1.103 673 430
* cumulatieve aanschafwaarden 9.393 1.399 7.994
* cumulatieve afschrijvingen -8.290 -1.399 673 -7.564
- waarvan disagio op financiële vaste activa -341 -2.629 -548 -2.423
* cumulatieve aanschafwaarden -1.509 -2.629 -1.389 -2.749
* cumulatieve afschrijvingen 1.167 1.389 -548 326
Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Toelichting
Het bedrag aan desinvesteringen betreft de, bij afloop of verkoop van de verband houdende financiële vaste activa, afgeboekte verkrijgingswaarde van (dis)agio verminderd met de daarop gepleegde afschrijvingen. In 2022 zijn er obligaties geruild, waarbij op de verkochte obligaties een bedrag aan destijds gekocht disagio resteerde van € 0,2 miljoen. Dit in 2022 versneld afgeschreven bedrag maakt onderdeel uit van het bedrag onder afwaarderingen van de cumulatieve afschrijvingen op disagio.

Daarnaast is het saldo van (dis)agio  en daarop gepleegde afschrijvingen in 2022 negatief geworden. Conform de grondslagen is dit negatieve saldo van € 2,2 miljoen overgeheveld naar en in mindering gebracht op de betreffende financiële vaste activa. Dit bedrag is aldaar eveneens toegelicht.

Materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Materiële vaste activa

Grondslagen
De materiële vaste activa worden verdeeld in drie categorieën.

  • Investeringen met een economisch nut.
  • Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing geheven kan worden (deze categorie is voor Overijssel niet van toepassing).
  • Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

Alle investeringen worden geactiveerd. De materiële vaste activa zijn opgenomen tegen de verkrijgingsprijs verminderd met ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
De afschrijvingen vinden lineair plaats. De afschrijvingstermijnen, die zijn gebaseerd op de financiële verordening, variëren conform de financiële verordening van vier jaar tot honderd jaar. Het afschrijven op investeringen start in het jaar ná ingebruikname van het actief.

x €1.000 Boekwaarde 31-12-2021 Investeringen Desinves-teringen Afschrijvingen Bijdragen van derden Afwaar-deringen Boekwaarde 31-12-2022
Investeringen met een economisch nut: 28.819 3.434 3.464 60 28.729
Gronden en terreinen
Woonruimten 122 15 107
Bedrijfsgebouwen 25.947 1.661 2.249 25.359
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
Vervoermiddelen 21 7 14
Machines, apparaten en installaties 2.646 1.773 1.176 60 3.183
Overige materiële vaste activa 83 17 66
x €1.000 Boekwaarde 31-12-2021 Investeringen Desinves-teringen Afschrijvingen Bijdragen van derden Afwaar-deringen Boekwaarde 31-12-2022
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut: 265.367 46.734 5.402 1.541 305.158
Gronden en terreinen
Woonruimten
Bedrijfsgebouwen
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken 265.367 46.734 5.402 1.541 305.158
Vervoermiddelen
Machines, apparaten en installaties
Overige materiële vaste activa
Bij machines,apparaten en installaties is onderhanden werk verwerkt naar vast actief.

In 2022 hebben nieuwe investeringen plaatsgevonden voor een bedrag van € 50,2 miljoen. Daarnaast hebben wij voor deze investeringen bijdragen van andere overheden ontvangen voor een bedrag van € 1,6 miljoen. De afschrijvingen op de materiële vaste activa bedroegen in 2022 €  8,9 miljoen. 

Investeringskredieten voor activa

Terug naar navigatie - Investeringskredieten voor activa
Investeringskredieten voor activa
Kerntaak Beschikbaar GS-wijziging (kasritme wijz.) Vrijval (PS)
Beleidsdoel Begroting Rekening Saldo uit overloop
Prestatie 2022 2022 2022 2022 2023 2024 2025 2026 2027
4. Mobiliteit 73.888.983 46.928.354 26.960.629 26.960.629 12.665.858 -3.561.086 -853.399 4.431.725 584.271 13.673.125
4.2 Toekomst bestendig en duurzaam openbaar vervoer 8.907.387 1.734.885 7.172.501 7.172.501 5.738.100 1.434.401
4.2.3 Concessie- en contractmanagement van bus en trein 8.907.387 1.734.885 7.172.501 7.172.501 5.738.100 1.434.401
Uitgaven 8.907.387 1.795.199 7.112.187 5.738.100 1.434.401
Ontvangsten -60.314 60.314
4.6 Goede bereikbaarheid voor wegverkeer 37.938.483 33.003.021 4.935.461 4.935.461 -7.809.985 -3.561.086 -853.399 4.431.725 584.271 12.143.936
4.6.3 N35 (1) 1.350.000 791.632 558.368 558.368 558.368
Uitgaven 1.350.000 791.632 558.368 558.368
Ontvangsten
4.6.6 N307 5.706.010 6.064.712 -358.701 -358.701 -358.701
Uitgaven 5.706.010 7.138.879 -1.432.869 -358.701
Ontvangsten -1.074.167 1.074.167
4.6.7 Vechtdalverbinding 24.856.498 23.585.353 1.271.144 1.271.144 -7.915.833 -2.872.300 12.059.277
Uitgaven 24.856.498 23.841.721 1.014.777 -7.915.833 -2.872.300 12.059.277
Ontvangsten -256.368 256.368
4.6.9 verkenning, planstudies en realisatie provinciale wegenprojecten (2) 5.275.975 2.370.476 2.905.499 2.905.499 -652.970 -688.786 -853.399 4.431.725 584.271 84.659
Uitgaven 7.273.475 2.436.896 4.836.579 -652.970 -688.786 -853.399 4.431.725 584.271 84.659
Ontvangsten -1.997.500 -66.420 -1.931.080
4.6.12 Vloedbeltverbinding 750.000 190.849 559.151 559.151 559.151
Uitgaven 750.000 240.849 509.151
Ontvangsten -50.000 50.000
4.7 Goed functionerende provinciale infrastructuur 27.043.114 12.190.447 14.852.667 14.852.667 14.737.743 94.788
4.7.1 Uitvoeren beheer en onderhoud proviciale infrastructuur 831.489 831.489 831.489 751.801 79.687
Uitgaven 831.489 44.618 786.870 751.801 79.687
Ontvangsten -44.618 44.618
4.7.3 Vervangen provinciale infrastructuur 26.211.625 12.190.447 14.021.178 14.021.178 13.985.942 15.101
Uitgaven 26.211.625 12.239.294 13.972.331 13.985.942 15.101
Ontvangsten -48.847 48.847
10. Bedrijfsvoering 13.308.491 1.638.456 11.670.036 11.670.036 1.232.738 10.371.052 43.954 22.291
10.00 Bedrijfsvoering 13.308.491 1.638.456 11.670.036 11.670.036 1.232.738 10.371.052 43.954 22.291
Uitgaven 13.308.491 1.638.456 11.670.036 1.232.738 10.371.052 43.954 22.291
Ontvangsten
Totaal 87.197.475 48.566.810 38.630.665 38.630.665 13.898.596 6.809.967 -809.445 4.431.725 584.271 13.695.416

Voor  een overzichtelijke weergave van de  investeringskredieten, hebben wij daaraan met ingang van 2022 een speciale paragraaf  Investeringen gewijd.  Daarin zijn de investeringskredieten en het verloop daarvan toegelicht. U vindt deze onder de sectie 'Paragrafen' bovenaan de hoofdpagina van het jaarverslag.  

Snelkoppeling naar paragraaf Investeringen

Financiële vaste activa

Terug naar navigatie - Financiële vaste activa

Grondslagen
De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten), verminderd met de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Waar nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de activa in mindering gebracht. Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen (aandelen en agio) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen of het bedrag waarvoor agio beschikbaar is gesteld. Als de marktwaarde van de deelneming daalt tot onder de verkrijgingsprijs, dan vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats.
De uitzettingen zijn gewaardeerd op nominale waarde, daar waar van toepassing verminderd met een negatief saldo van agio, disagio en afschrijvingen op (dis-)agio. De wijze van waarderen van dit negatieve saldo wijkt niet af van hetgeen beschreven is onder immateriële vaste activa.

x €1.000 Boekwaarde 31-12-2021 Investeringen / aankopen Desinvesteringen / verkopen Afschrijvingen / Aflossingen Afwaarderingen Boekwaarde 31-12-2022
Financiële vaste activa: 811.484 28.709 95.323 89.659 -129 655.340
Kapitaalverstrekkingen aan: 168.556 957 -2.312 171.825
Deelnemingen 168.556 957 -2.312 171.825
Leningen aan: 432.128 8.952 54.907 386.173
Openbare lichamen zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden 20.551 20.551
Deelnemingen 411.577 8.952 54.907 365.622
Overige langlopende leningen 27.560 1.000 4.752 23.808
Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 28.100 28.080 20
Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 155.140 17.800 67.243 30.000 2.183 73.514

Toelichting
Een gedetailleerde onderverdeling treft u aan in het bijlagenboek. Voor de financiële vaste activa geldt dat het overgrote deel óf gefinancierd is via de Algemene financieringsreserve óf hier op afzienbare termijn in wordt voorzien dan wel wordt afgelost. Uitgezonderd hierop zijn een deel van de leningen aan Energiefonds Overijssel (€ 80 miljoen, waarvan nog maximaal € 61 miljoen beschikbaar te stellen), de lening aan de BNG Bank (€ 25,0 miljoen) en een deel van de aandelen in Enexis (€ 35,9 miljoen). Deze uitzettingen worden via het overige beschikbare eigen vermogen gefinancierd. Naast de genoemde uitzonderingen is de obligatieportefeuille (€ 73,5 miljoen eind 2022)  uitgezonderd omdat hier op afzienbare termijn op wordt afgelost. Hierna treft u een toelichting aan op de mutaties in 2022.

Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen:
De vermeerdering van € 957.000 betreft een kapitaalstorting in IFO I.
Het bedrag aan afwaarderingen van per saldo € 2,3 miljoen bestaat uit -/- € 0,2 miljoen aan vrijval uit de Voorziening participatie HMO, -/- € 0,2 miljoen vrijval voorziening  Energiefonds Overijssel en  -/- € 1,9 miljoen vrijval uit de voorziening IFO I . De vrijval uit de genoemde voorzieningen zijn gebaseerd op de (voorlopige) resultaten van de betreffende deelnemingen over 2022. Conform bestaande regelgeving stellen we voor dit te storten in de Algemene financieringsreserve. 

Leningen aan:
Deelnemingen
De toename van € 9,0 miljoen betreft  aan het Energiefonds verstrekte leningen. De afname van € 54,9 miljoen betreft aflossingen op verstrekte leningen, waarvan € 4,3 miljoen op leningen aan het Energiefonds, € 49,5 miljoen op BNG lening, € 1,1 miljoen SPV Hengelo  en € 5.000 aan Breedbandfonds.

Overige langlopende leningen
De toename van € 1,0 miljoen betreft de verstrekte leningfaciliteit aan PhotonDelta. 
De afname van € 4,8 miljoen betreft aflossingen op SVn startersleningen (€ 1,6 miljoen), SVn duurzaamheidsleningen (€ 3,0 miljoen) en SVn MKB duurzaamheidsleningen (€ 0,2 miljoen).

Overige uitzettingen
Het bedrag aan verkopen bestaat voor € 83,2 miljoen aan obligaties die in 2022 afliepen en waarbij door voortijdige verkoop in januari 2022 een aanvullend resultaat te behalen was. Daarnaast zijn gedurende 2022 diverse ruilingen uitgevoerd waarbij voor € 12,1 miljoen aan nominale waarde is verkocht en uit de opbrengst aankopen zijn gedaan van € 17,8 miljoen. De bij de verkopen behaalde boekwinst is geheel ten gunste van het resultaat gebracht. Meer informatie hierover is opgenomen in de paragraaf Financiering.

Zoals bij de immateriële vaste activa al is toegelicht, is het saldo aan (dis)agio en afschrijvingen daarop gedurende 2022 negatief geworden. Conform de grondslagen is dit bedrag in mindering gebracht op deze post, u treft dit bedrag van € 2,2 miljoen aan in de kolom afwaarderingen.

Voorraden

Terug naar navigatie - Voorraden

Grondslagen
Voor de gronden voor de infrastructuur geldt dat de gronden onder trace tegen nihil worden gewaardeerd. De overige gronden worden in overeenstemming met de geldende regelgeving gewaardeerd tegen aanschafprijs of lagere marktwaarde. De marktwaarde van de projectgronden (gronden binnen de begrenzing van het natuurnetwerk) en ruilgronden baseren wij op de waarden die worden genoemd in de derde kwartaalrapportage van de Grondprijsmonitor van het Kadaster. Naast deze toelichting op de balanspost Voorraden bevatten ook de Paragraaf grondbeleid en de daarbij opgenomen Meerjaren Investeringsprognose Grondbeleid informatie over gronden.

x €1.000 Stand per 31-12-2021 Vermeerderingen Verminderingen Stand per 31-12-2022
Voorraad gereed product en handelsgoederen:
Infrastructuur Kapitaaluitgaven 3.637 3 -758 2.882
Afwaardering - - - -
Voorziening -141 - - -141
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde) 3.496 3 -758 2.741
Grond voor Grond Kapitaaluitgaven 34.117 4 -4.817 29.304
Afwaardering -15.739 4 -219 -15.954
Voorziening -1.940 1.115 - -825
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde) 16.438 1.123 -5.036 12.525
Anticiperend grondfonds Kapitaaluitgaven - 1.100 - 1.100
inclusief Progr. natuur en Afwaardering - - - -
Veenweide Voorziening - - - -
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde) - 1.100 - 1.100
Opkoop veehouderij (MGA-1) Kapitaaluitgaven - 311 -159 152
Afwaardering - - -152 -152
Voorziening - - - -
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde) - 311 -311 -
Boscompensatie Kapitaaluitgaven - 1.863 - 1.863
Afwaardering - - -1.584 -1.584
Voorziening - - - -
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde) - 1.863 -1.584 280
Natuurnetwerk Kapitaaluitgaven 135.395 9.936 -12.321 133.009
Afwaardering -35.204 - -5.262 -40.466
Voorziening -12.747 1.874 -624 -11.497
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde) 87.444 11.809 -18.207 81.046
Revolving Fund Kapitaaluitgaven 6.560 6.560 -3.883 9.237
Afwaardering - - - -
Voorziening -32 - - -32
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde) 6.528 6.560 -3.883 9.204
Overige Kapitaaluitgaven 9.217 2.243 -4.944 6.515
Afwaardering - - - -
Voorziening -65 - -813 -878
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde) 9.152 2.243 -5.757 5.637
TOTAAL Kapitaaluitgaven 188.925 22.020 -26.883 184.062
Afwaardering -50.943 4 -7.217 -58.156
Voorziening -14.926 2.989 -1.437 -13.374
Boekwaarde na aftrek voorziening (cf. marktwaarde) 123.056 25.012 -35.536 112.532

Toelichting

Voorraad grond ten behoeve infrastructuur
In 2022 zijn gronden en opstallen die waren aangekocht voor de N348 volgens plan verkocht.

Voorraad grond voor grond
De opbrengst van de verkoop van deze gronden is bedoeld voor dekking van de kosten van de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland. De boekwaarde van de in 2022 verkochte gronden bedraagt € 5,0 miljoen en wordt weergegeven in de kolom verminderingen bij 'kapitaaluitgaven' en 'afwaardering'. Het voor een aantal verkochte percelen aanwezige bedrag in de voorziening van € 1,1 miljoen is op de voorziening in mindering gebracht. Dit bedrag is deels gebruikt voor de dekking van een negatief transactieresultaat en deels vrijgevallen ten gunste van het jaarrekeningresultaat.

De boekwaarde na aftrek van de voorziening is door de gerealiseerde verkopen afgenomen met € 3,9 miljoen en bedraagt eind 2022 € 12,5 miljoen.

Anticiperend grondfonds
De aankopen van € 1,1 miljoen bestaan uit meegekochte landbouwgronden in het kader van de opkoopregeling veehouderijen (MGA-1).

Opkoopregeling veehouderijen
De in 2022 verworven opstallen in het kader van deze regeling zijn afgewaardeerd en vervolgens verkocht.  Voor de afwaardering ontvangen wij een vergoeding (100%) in het kader van de Specifieke uitkering voor deze regeling.

Boscompensatie
Enkele beschikbare percelen binnen andere voorraadrubrieken zijn in 2022 overgeheveld naar de Voorraad grond voor boscompensatie. De boekwaarde van die gronden bedroeg € 1,9 miljoen. In verband met de nieuwe bestemming zijn de gronden afgewaardeerd met € 1, 6 miljoen.

Natuurnetwerk
In 2022 is de omvang van deze grondvoorraad gedaald. De boekwaarde na aftrek van de voorziening is gedaald van € 87,4 miljoen naar € 81,0 miljoen.

Revolving Fund
Het Revolving fund heeft een plafond van € 25 miljoen. Eind 2022 bedraagt de omvang van deze voorraad € 9,2 miljoen. Vanuit de landinrichting Staphorst zijn door het Revolving Fund meer gronden ontvangen dan ingebracht.

Overige gronden
Dit betreft gronden en opstallen die niet langer benodigd zijn voor de projecten waarvoor ze zijn aangekocht. De huidige voorraad bestaat vooral uit gronden die zijn aangekocht voor de projecten IJsseldelta, fase I en de N340. Ook de aangekochte gronden en opstallen in het kader van Kanaal Almelo de Haandrik en een grondsanering in Kampen maken deel uit van deze voorraad.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Terug naar navigatie - Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Grondslagen
Kortlopende uitzettingen (waaronder vorderingen) worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Waar nodig zijn deze verminderd met hiervoor voorzichtigheidshalve gevormde voorzieningen.

x €1.000 Saldo 31-12-2021 Saldo 31-12-2022
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar: 772.652 907.761
Vorderingen op openbare lichamen 58.934 49.087
Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden
Overige verstrekte kasgeldleningen
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist
Rekening-courantverhouding met het Rijk 694.192 850.447
Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen
Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier 519 1
Overige vorderingen 13.826 6.106
Overige uitzettingen 5.181 2.120
x €1.000 Saldo 31-12-2021 Saldo 31-12-2022
Vorderingen op openbare lichamen: 58.934 49.087
Europese Unie
Rijksoverheid 53.240 45.324
Provincies 2.225 2.076
Gemeenten, waterschappen en samenwerkingsverbanden 3.469 1.687

Toelichting
Vorderingen op openbare lichamen
De belangrijkste vorderingen ultimo 2022 betreffen het BTW-compensatiefonds (€ 35,4 miljoen) en de opcenten motorrijtuigenbelasting (€ 9,8 miljoen).

Rekening-courantverhouding met het Rijk
Op grond van wet- en regelgeving dienen overtollige middelen aangehouden te worden in ’s Rijks schatkist en afzonderlijk te worden verantwoord. De verantwoording over het drempelbedrag, zoals bepaald in artikel 7 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden en artikel 52 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, en het gebruik daarvan is te vinden onder liquide middelen.

Uitzettingen in Nederlands schuldpapier
Dit betreft de per jaareinde opgebouwde rente op Nederlands schuldpapier binnen de obligatieportefeuille.

Overige vorderingen
Voor een groot deel bestaat dit uit eindafrekeningen van landschapsinrichtingsprojecten. Daarnaast zijn in deze post vorderingen van in totaal € 2,3 miljoen begrepen, waarvan de inbaarheid onzeker is. Deze vorderingen zijn geheel voorzien, waardoor de gepresenteerde boekwaarde nihil bedraagt.

Overige uitzettingen
Dit betreft de per jaareinde opgebouwde rente op obligaties (exclusief Nederlands schuldpapier) binnen de obligatieportefeuille.

Liquide middelen (kas- en banksaldi)

Terug naar navigatie - Liquide middelen (kas- en banksaldi)

Grondslagen
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

x €1.000 Saldo 31-12-2021 Saldo 31-12-2022
Liquide middelen
Bank 3 109
Kas 0 0
Totaal 3 109
Begroting Percentage Drempel
Berekening drempelbedrag schatkistbankieren
Totale lasten Begroting 2022 580.042
Drempelbedrag bij begroting tot € 500 miljoen 2,00% 10.000
Extra drempel bij begroting vanaf € 500 miljoen 0,20% 160
Drempelbedrag 2022 10.160
Gemiddeld Drempel Verschil
Verantwoording drempelbedrag schatkistbankieren
Eerste kwartaal 2022 42 10.160 10.118
Tweede kwartaal 2022 1.162 10.160 8.998
Derde kwartaal 2022 96 10.160 10.064
Vierde kwartaal 2022 231 10.160 9.929
Geheel 2022 382 10.160 9.778

Toelichting drempelbedrag schatkistbankieren
Het drempelbedrag is het maximumbedrag aan liquide middelen dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden aangehouden, gebaseerd op de totale lasten uit de initiële Begroting 2022. Het kwartaalgemiddelde wordt op dagbasis berekend, waarbij per saldo tekorten (roodstanden) als nihil worden meegeteld. In 2022 is het drempelbedrag niet overschreden.

Overlopende activa

Terug naar navigatie - Overlopende activa

Grondslagen
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

x €1.000 Saldo 31-12-2021 Saldo 31-12-2022
Overlopende activa 41.909 36.307
Van de Europese Unie nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel 325
Van de Nederlandse Rijksoverheid nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel 9.905 3.804
Van overige Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingdoel
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste komen van volgende begrotingsjaren komen. 31.679 32.503

Toelichting
Voor de toelichting op de (nog te ontvangen voorschotbedragen op) doeluitkeringen verwijzen wij u naar het onderdeel Doeluitkeringen, waar deze gezamenlijk met de nog te besteden voorschotbedragen op doeluitkeringen toegelicht worden.

Nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen
Alle bedragen worden verrekenbaar of inbaar geacht. De grootste posten betreffen nog van SVn te ontvangen rente en aflossingen inzake startersleningen en duurzaamheidsleningen (€ 5,0 miljoen), nog te ontvangen bedragen voor landinrichting (€ 2,3 miljoen), nog te ontvangen grondwaterheffing 2021  (€ 1 miljoen) en nog te vorderen omzetbelasting (€ 1,4 miljoen). 

Recht op verliescompensatie conform Wet VpB

Terug naar navigatie - Recht op verliescompensatie conform Wet VpB

Sinds 1 januari 2016 is de Wet Vennootschapsbelasting (VpB) ook van toepassing op decentrale overheden. De activiteiten van de Provincie zijn – kortweg – belast voor de vennootschapsbelasting, indien en voor zover bij die activiteit sprake is van deelname aan het economisch verkeer om daaruit een structureel voordeel te behalen.

Jaarlijks monitoren wij onze activiteiten op onderworpenheid aan de VpB. Tot op heden is het oordeel dat de provincie geen belastingplichtige activiteiten bezigt. Hierdoor is er geen sprake een fiscaal belaste winst waarover belasting wordt geheven. Voor zover belastingheffing ooit aan de orde zou komen, heeft Overijssel nog verliescompensatierechten van € 599.000 uit haar voormalige deelname aan de Zuiderzeehaven C.V.  Deelname aan deze C.V. is in 2017 beëindigd. 

Eigen vermogen

Terug naar navigatie - Eigen vermogen

Grondslagen
Reserves worden gevormd voor:

  • Het opvangen van algemene risico’s (bufferfunctie van de algemene reserves).
  • Toekomstige besteding aan een van te voren bepaald doel (bestemmingsreserves).

Het kader voor de reserves, voorzieningen en doeluitkeringen van de provincie Overijssel wordt gevormd door de nota reserves, voorzieningen en doeluitkeringen provincie Overijssel 2021. Dit kader bewerkstelligt een doelmatige en doeltreffende omgang met de betreffende onderdelen en zorgt ervoor dat de uitvoering van het provinciaal beleid adequaat wordt ondersteund. Ook zorgt een eenduidig kader voor inzicht in de vermogensopbouw en het weerstandsvermogen.

Eventuele specifieke spelregels worden per reserve toegelicht.

Voorzieningen

Terug naar navigatie - Voorzieningen

Grondslagen
Voorzieningen worden gevormd voor:

  • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten.
  • Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten.
  • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
  • Bijdragen (spaarcomponent) aan toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven.
  • Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

Voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde of het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De vorming van een voorziening of een toevoeging aan een reeds bestaande, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen van voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.

Aan voorzieningen ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht.

Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze personele lasten worden in beginsel verantwoord in het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan (wettelijk)overlopende verlof- en jubileumaanspraken.  In lijn met de richtlijn van de commissie BBV wordt een voorziening getroffen wanneer opbouw en opname van het verlof geen gelijkmatig verloop krijgt en van materiële betekenis is. Wij monitoren hiervoor de spaarsaldi. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” wordt een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd.

De categorie 'gesaldeerde voorziening', betreft voorzieningen waarvan de waarden in mindering wordt gebracht op de activa waarop ze betrekking hebben. Deze komen daardoor niet tot uitdrukking in de totaaltelling aan de passivazijde van de balans, maar worden gesaldeerd met de desbetreffende activa. Zie de toelichtingen op de activa.

Het kader voor de reserves, voorzieningen en doeluitkeringen van de provincie Overijssel wordt gevormd door de nota reserves, voorzieningen en doeluitkeringen provincie Overijssel. Dit kader bewerkstelligt een doelmatige en doeltreffende omgang met de betreffende onderdelen en zorgt ervoor dat de uitvoering van het provinciaal beleid adequaat wordt ondersteund. Ook zorgt een eenduidig kader voor inzicht in de vermogensopbouw en het weerstandsvermogen.

Eventuele specifieke spelregels worden per voorziening toegelicht.

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer

Terug naar navigatie - Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer

Grondslagen
De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

x €1.000 Balanswaarde 31-12-2021 Vermeerderingen Aflossingen Balanswaarde 31-12-2022
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer: 1.861 1 1.860
Obligatieleningen
Onderhandse leningen van: 1.853
Binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen
Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
Binnenlandse bedrijven
Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden 1.853 1.853
Overige binnenlandse sectoren
Buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren
Door derden belegde gelden
Waarborgsommen 8 1 7
Overige leningen

Toelichting
Voor de financiering van de door ons aan Arriva verstrekte lening voor de herbouw van het 15e treinstel op de concessie Zwolle - Emmen heeft de provincie Drenthe ons een renteloze lening verstrekt naar rato van haar aandeel in deze concessie.  In 2022 zijn hier geen mutaties op geweest.

Toelichting
De overige schulden ultimo 2022 bestaan geheel uit openstaande posten van crediteuren.

Overlopende passiva

Terug naar navigatie - Overlopende passiva

Lastneming subsidies 
Sinds 2021 wordt op grond van een notitie van de commissie BBV de lastneming van subsidies verantwoord in het jaar waarin de subsidieontvanger start met de uitvoering van de activiteiten op basis van de startdatum van de projectperiode in de subsidieverleningsbeschikking, tenzij:

  • De verstrekte subsidie een boekjaar/exploitatiesubsidie betreft: uit de subsidiebeschikking blijkt onomstotelijk dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend in één of meerdere volgende jaren zal plaatsvinden.
  • De verstrekte subsidie een projectsubsidie betreft, het individuele subsidiebedrag het grensbedrag overschrijdt en die boekjaar overschrijdend is. Het grensbedrag is vastgesteld in onze financiële verordening vastgesteld op € 1,5 miljoen.
    In de laatste twee gevallen wordt de lastneming toegerekend aan jaren waarop de subsidie betrekking heeft, respectievelijk de realisatie plaatsvindt.

Voor de volledigheid merken wij op dat de lastneming met betrekking tot subsidieaanvragen die vóór 31 december zijn ingediend, maar pas in het volgende boekjaar worden beschikt, in beginsel niet op het jaar van indiening wordt verwerkt, ook al ligt de startdatum in dat jaar. Het uitgangspunt hierachter is primair dat er feitelijk in het nieuwe jaar wordt beschikt. Secundair, dat de realisatie overwegend in of na het jaar van beschikken zal plaatsvinden.

x €1.000 Balanswaarde 31-12-2021 Balanswaarde 31-12-2022
Overlopende passiva: 291.013 287.169
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen 195.912 154.273
Van de Europese Unie ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 1.236 729
Van de Nederlandse Rijksoverheid ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 80.742 125.888
Van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 310 40
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 12.813 6.239
.
x €1.000 Balanswaarde 31-12-2021 Balanswaarde 31-12-2022
Totaal verplichtingen: 195.912 154.273
2011 en eerder 6.036 5.633
2012 2.743 168
2013 2.915 2.915
2014 4.032 1.180
2015 9.147 4.025
2016 1.994 1.259
2017 5.653 4.728
2018 11.714 6.884
2019 27.965 15.455
2020 46.878 24.119
2021 76.835 24.538
2022 63.369

Toelichting
Voor de toelichting op de (nog te besteden voorschotbedragen op) doeluitkeringen verwijzen wij u naar het onderdeel Doeluitkeringen, waar deze gezamenlijk met de nog te ontvangen voorschotbedragen op doeluitkeringen toegelicht zullen worden.
Het saldo op “Vooruitontvangen bedragen” bestaat, naast ontvangsten die betrekking hebben op het jaar 2023, uit nog te betalen bedragen. De grootste post betreft € 4,9 miljoen aan nog te betalen loonheffing en premies.

Doel- en Specifieke uitkeringen

Terug naar navigatie - Doel- en Specifieke uitkeringen

Grondslagen
Doeluitkeringen worden gevormd uit nog te besteden én nog te ontvangene middelen afkomstig van Europese en Nederlandse overheidslichamen. Het kader voor de reserves, voorzieningen en doeluitkeringen van de provincie Overijssel wordt gevormd door de nota reserves, voorzieningen en doeluitkeringen provincie Overijssel 2021. Dit kader bewerkstelligt een doelmatige en doeltreffende omgang met de betreffende onderdelen en zorgt ervoor dat de uitvoering van het provinciaal beleid adequaat wordt ondersteund. Ook zorgt een eenduidig kader voor inzicht in de vermogensopbouw en het weerstandsvermogen.

Eventuele specifieke spelregels worden per doeluitkering toegelicht.

Single information single audit (Sisa)
Op doeluitkeringen rust een specifieke verantwoordingsplicht. Aan iedere doeluitkering worden in meer of mindere mate voorwaarden verbonden die onderling kunnen verschillen. Deze doeluitkeringen / regelingen worden afzonderlijk door de accountant getoetst, maar wel allemaal in één keer bij de controle van de jaarrekening (Sisa). De verantwoording vindt plaats via een voorgeschreven format. Deze sisa-verantwoording treft u aan als bijlage bij dit jaarverslag, rechts bovenaan de website.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Terug naar navigatie - Niet uit de balans blijkende verplichtingen

In de toelichting op de balans worden – op grond van artikel 53 BBV – de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen vermeld, waaraan wij voor toekomstige jaren zijn gebonden.

Deze niet in de balans opgenomen verplichtingen omvatten onder meer de in artikelen 50 en 57 BBV afzonderlijk benoemde borg- en garantstellingen.

I: Verstrekte borg- en garantstellingen

Terug naar navigatie - I: Verstrekte borg- en garantstellingen
X € 1.000 Oorspronkelijke grondslag Grondslag eind 2021 Grondslag eind 2022 Percentage eind 2021 Percentage eind 2022 Bedrag eind 2021 Bedrag eind 2022 Tot en met 2022 betaald
Totaal borg- en garantstellingen 260.335 112.583 110.330 70% 77% 78.297 84.628 0
Totaal borgstellingen 180.302 27.750 17.389 20% 21% 5.464 3.687 0
Totaal garantstellingen 80.033 84.833 92.941 86% 87% 72.833 80.941 0

Toelichting
De grondslag van geldleningen of kosten is ten opzichte van eind 2021 met per saldo € 2,3 miljoen gedaald, waarbij de grondslag van de borgstellingen is afgenomen met € 10,4 miljoen en de grondslag van de garantstellingen met € 8,1 miljoen is toegenomen. Zie verder de toelichting bij de afzonderlijke onderdelen.

Borgstellingen

Terug naar navigatie - Borgstellingen
X € 1.000 Jaar van afloop Oorspronkelijk bedrag geborgde lening Bedrag geborgde lening eind 2021 Bedrag geborgde lening eind 2022 Percentage borgstelling eind 2021 Percentage borgstelling eind 2022 Geborgd bedrag eind 2021 Geborgd bedrag eind 2022 Tot en met 2022 betaald
Borgstellingen op grond van en aan 180.302 27.750 17.389 19,7% 21,2% 5.464 3.687
Ouderenbeleid 1996 en eerder 4.709 733 585 100% 100% 733 585
Stichting Carinova Woonzorg 2028 1.876 328 281 100% 100% 328 281
Stichting Dimence Groep 2025 2.833 405 304 100% 100% 405 304
Stimuleren van energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie (2.3.1) 240 100% 100% 16
Energie Coöperatie IJskoud U.A. 2021 240 100% 100% 16
Afronding natuuropgave pMJP-projecten (3.5.3) 172.598 25.904 15.904 15% 15% 3.782 2.322
Stichting Groenfonds | convenantsleningen 2025 172.598 25.904 15.904 15% 15% 3.782 2.322
Een leven lang lezen én leren (6.4.1) 1.555 753 660 100% 100% 753 660
Rijnbrink Groep 2029 1.555 753 660 100% 100% 753 660
Samenwerking met partners (7.3.1) 1.200 360 240 50% 50% 180 120
IPO 2024 1.200 360 240 50% 50% 180 120

Toelichting
Ten opzichte van de Jaarrekening 2021 zijn de geborgde leningen eind 2022 van Carinova Woonzorg, Dimence en Rijnbrink verlaagd met respectievelijk € 47.000, € 101.000 en € 93.000 voor een totaal van € 0,24 miljoen. Dit betreft reguliere aflossingen op hun leningen in 2021 waarvan de informatie pas beschikbaar werd na het opstellen van de jaarrekening.

In 2022 zijn de geborgde leningen gedaald met € 1,8 miljoen. Deze daling bestaat uit de afwikkeling van de geborgde leningen van Energie coöperatie IJskoud U.A. (€ 16.000 miljoen) en verder uit reguliere aflossingen door de leningnemers op de overige geborgde leningen (€ 1,5 miljoen). De aflossingen op de convenantsleningen vormen hiervan met € 2,3 miljoen het grootste deel.

Garantstellingen

Terug naar navigatie - Garantstellingen
X € 1.000 Jaar van afloop Oorspronkelijke grondslag garantie Grondslag garantie eind 2021 Grondslag garantie eind 2022 Percentage garantstelling eind 2021 Percentage garantstelling eind 2022 Gegarandeerd bedrag eind 2021 Gegarandeerd bedrag eind 2022 Tot en met 2022 betaald
Garantstellingen op grond van en aan 80.033 84.833 92.941 85,9% 87,1% 72.833 80.941
Beheer natuurwaarden in agrarisch gebied (3.1.5) 495 495 495 100% 100% 495 495
Collectieven Agrarisch Natuurbeheer | POP3-subsidie uitvoering maatregelen Actieplan Weide- en Akkervogels 2024 495 495 495 100% 100% 495 495
Landbouwstructuurversterking (3.4.3) 207 207 207 100% 100% 207 207
RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel M04j 2023 207 207 207 100% 100% 207 207
Realisatie Natuurnetwerk Nederland (3.5.1) 747 5.547 4.596 100% 100% 5.547 4.596
RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4n 2023 747 5.547 4.596 100% 100% 5.547 4.596
Concessie- en contractmanagement van bus en trein (4.2.3) 50.000 50.000 50.000 100% 100% 50.000 50.000
Crédit Agricole | Treinmaterieel Zwolle - Kampen en Zwolle - Enschede 2032 50.000 50.000 50.000 100% 100% 50.000 50.000
Robuust goederenvervoernetwerk (4.4.4) 13.500 13.500 13.500 15% 15% 2.000 2.000
Fryslân | Project vergroten sluis Kornwerderzand 2022 13.500 13.500 13.500 15% 15% 2.000 2.000
N35 - lopende projecten (4.6.3) 1.000 1.000 1.000 50% 50% 500 500
Ministerie van I&W | Nijverdal - Wierden n.n.b. 1.000 1.000 1.000 50% 50% 500 500
Garantstelling aan EIB inzake EFO (2.3.2) max 50 miljoen nvt 10.000 pm 100% pm 10.000
European Investment Bank inzake EFO 2037 max 50 miljoen nvt 10.000 nvt 100% nvt 10.000
Europese programma's (5.5.3) 0 14.084 14.084 13.143 100% 100% 14.084 13.143
RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel M01d 2025 160 160 30 100% 100% 160 30
RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4h 2025 811 811 100% 100% 811
RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4o 2025 6.000 6.000 6.000 100% 100% 6.000 6.000
RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4p 2025 383 383 383 100% 100% 383 383
Gelderland | REACT-EU 2024 2.000 2.000 2.000 100% 100% 2.000 2.000
Gelderland | B55 OP Oost/EFRO 2024 4.730 4.730 4.730 100% 100% 4.730 4.730

Ten opzichte van de Jaarrekening 2021 zijn de grondslagen eind 2022 met per saldo € 8,1 miljoen verhoogd, het door ons gegarandeerde bedrag eind 2022 is met € 8,1 miljoen toegenomen. Hierna volgt per garantstelling een toelichting op de aanpassing van de grondslag en het door ons gegarandeerde bedrag eind 2022. 

Collectieven Agrarisch Natuurbeheer | POP3-subsidie uitvoering maatregelen Actieplan Weide- en Akkervogels 
Begin 2019 hebben wij aan drie collectieven gezamenlijk een subsidie verleend in de vorm van een lening. Deze lening is opgenomen onder de financiële vaste activa, alwaar een nadere toelichting te vinden is. In een eerder stadium is onvoldoende onderkend dat met de subsidieverlening tevens een garantstelling gepaard is gegaan. De lening betreft namelijk voorfinanciering van een te verwachten Europese POP3-subsidie. Voor het geval dat deze Europese subsidie niet wordt toegekend, hebben wij ons garant gesteld voor een bedrag van € 0,5 miljoen. Deze garantstelling is een aanvulling op de lening die in 2019 is verstrekt. In 2022 hebben zich hier geen mutaties op voorgedaan. Voor de lening is in 2019 ten laste van de prestatie 3.1.4 Agrarisch natuurbeheer een toevoeging aan de AFR gedaan, waaruit een eventueel gebruik van de garantstelling bekostigd zou kunnen worden. De einddatum voor deze lening is in 2022 verlengd naar eind 2024. 

RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel M04j 
Ter voorkoming van onderbesteding op Europese middelen worden meer subsidies beschikbaar gesteld dan dat er aan middelen beschikbaar zijn gesteld (overcommitering). Dit vindt plaats omdat er rekening gehouden wordt met reguliere mogelijke vrijval als gevolg van lagere subsidievaststellingen (door onder meer het niet tot uitvoering komen van projecten, lagere kosten of niet subsidiabele kosten). Voor de mogelijke overbesteding van Europees geld stellen wij ons richting RVO.nl garant, zodat toegezegde subsidies te allen tijde uitbetaald kunnen worden. Voor garantstellingen binnen de POP3-maatregelen is met RVO.nl een generieke einddatum van 31 december 2023 afgesproken. 
In 2018 hebben wij ons voor een mogelijke overbesteding op maatregel M04j (investeringen in infrastructuur voor de ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven) garant gesteld voor een bedrag van € 0,2 miljoen. In 2022 hebben zich hier geen verdere mutaties op voorgedaan. Voor een eventueel gebruik van de garantstelling is budget ruimte beschikbaar binnen de Uitvoeringsreserve Natuurnetwerk Nederland. 

RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4n 
Ter voorkoming van onderbesteding op Europese middelen worden meer subsidies beschikbaar gesteld dan dat er aan middelen beschikbaar zijn gesteld (overcommitering). Dit vindt plaats omdat er rekening gehouden wordt met reguliere mogelijke vrijval als gevolg van lagere subsidievaststellingen (door onder meer het niet tot uitvoering komen van projecten, lagere kosten of niet subsidiabele kosten). Voor de mogelijke overbesteding van Europees geld stellen wij ons richting RVO.nl garant, zodat toegezegde subsidies te allen tijde uitbetaald kunnen worden. Voor garantstellingen binnen de POP3-maatregelen is met RVO.nl een generieke einddatum van 31 december 2023 afgesproken. 

In 2019 hebben wij ons voor een mogelijke overbesteding op maatregel 4n (Regeling niet-productieve investeringen voor biodiversiteit, natuur, landschap en hydrologische maatregelen PAS) garant gesteld voor een bedrag van € 0,7 miljoen. Daarnaast hebben wij ons in 2020 aanvullend voor € 4,8 miljoen garant gesteld. In 2022 is de totale garantstelling, ad. € 5,55 miljoen, afgenomen met € 0,95 miljoen tot € 4,6 miljoen. Voor een eventueel gebruik van de garantstelling is budget ruimte beschikbaar binnen de Uitvoeringsreserve Natuurnetwerk Nederland. 

Concessie- en contractmanagement van bus en trein (4.2.3)
Crédit Agricole | Treinmaterieel Zwolle – Kampen en Zwolle – Enschede
Na een Europese aanbesteding is op 16 juni 2015 aan Keolis twee concessies gegund voor het rijden van de treindiensten Zwolle-Enschede en Zwolle-Kampen. Voor de uitvoering van deze concessie zijn 16 nieuwe treinstellen van het type FLIRT aangeschaft van de Zwitserse treinproducent Stadler Rail. Onderdeel van de Concessiebeschikkingen is een overnameregeling met betrekking tot het treinmaterieel (“de Overnameregeling”). Deze overnameregeling is van toepassing op de financier Crédit Agricole Corparate and Investment Bank S.A. (Pandhouder), de leasemaatschappij Bakermaat SNC en de Concessiehouder (Keolis). Provincie Overijssel stelt zich garant voor een verplichte overname van het treinmaterieel aan een opvolgende concessiehouder. Indien er (theoretisch) op de einddatum van de concessie geen nieuwe concessiehouder kan dit ertoe leiden dat de provincie Overijssel het materieel zal overnemen en dat het de overdrachtswaarde aan de leasemaatschappij zal betalen. De weergegeven garantstelling van € 50 miljoen betreft de overnamewaarde van het treinmaterieel aan het einde van de concessie in 2032.

Robuust goederenvervoernetwerk (4.4.4)
Fryslân | Project vergroten sluis Kornwerderzand
Het project Kornwerderzand bestaat uit vergroting van de Lorentzsluis in de Afsluitdijk (Friesland), vernieuwing van de verkeersbruggen en verdieping van de vaargeulen tot aan Urk, Lelystad en Kampen. De kosten van het project zijn geraamd op € 199,5 miljoen.
In juni 2019 heeft de provincie Fryslân namens de regio overeenstemming met het Rijk bereikt over de financiering, risico’s en de uitvoering van het project. Het Rijk neemt hierbij € 111 miljoen voor haar rekening. De regio € 88,5 miljoen. Onderdeel van de regiobijdrage is een bijdrage uit het Waddenfonds waarover nog geen zekerheid bestaat of deze bijdrage wel wordt toegekend. De Provincie Overijssel heeft de garantie aan de Provincie Friesland afgegeven indien de bijdrage uit het Waddenfonds niet of niet geheel wordt toegekend maximaal € 2 miljoen bij te dragen. Het definitieve investeringsbesluit tot fase 2 van het project wordt begin 2023 verwacht, ook weten we dan meer over het aantal bedrijven uit de maritieme sector die bij gaan dragen. 

N35 - lopende projecten (4.6.3)
Ministerie van I&W | Nijverdal - Wierden
Bestuursovereenkomst Verbreding N35 Nijverdal – Wierden
Bovenop de bijdragen aan het taakstellend budget zijn er door provincie Overijssel en de gemeente Hellendoorn garantstellingen afgegeven onder de volgende voorwaarden:
a. Indien het totale budget van € 121,5 miljoen na indexering niet voldoende blijkt te zijn, stelt de gemeente Hellendoorn zich garant voor een aanvullende bijdrage van maximaal € 0,5 miljoen euro.
b. Indien ook dit budget niet voldoende blijkt te zijn, stellen de provincie Overijssel en de gemeente Hellendoorn zich beide aanvullend garant voor maximaal € 0,5 miljoen euro per partij.

Garantstelling EFO ten behoeve van de EIB lening:
Op 2 februari 2022 hebben Provinciale Staten besloten tot een scopeverbreding van Energiefonds Overijssel (EFO) [PS/2021/1104724]. Ook hebben Provinciale Staten kennis genomen van het voornemen van Gedeputeerde Staten om EFO toe te staan een lening bij de Europese Investeringsbank (EIB) te sluiten, waarbij de provincie richting de EIB garant staat voor deze lening. Gedeputeerde Staten hebben vervolgens halverwege 2022 het definitieve besluit genomen om garant te staan voor de EIB lening aan EFO van € 50 miljoen. Eind 2022 heeft EFO de eerste EIB tranche ontvangen van € 10 miljoen waarmee de garantstelling eind 2022 sluit op € 10 miljoen.

Europese programma’s (5.5.3)
Ter voorkoming van onderbesteding op Europese middelen worden meer subsidies beschikbaar gesteld dan dat er aan middelen beschikbaar zijn gesteld (overcommitering). Dit vindt plaats omdat er rekening gehouden wordt met reguliere mogelijke vrijval als gevolg van lagere subsidievaststellingen (door onder meer het niet tot uitvoering komen van projecten, lagere kosten of niet subsidiabele kosten). Voor de mogelijke overbesteding van Europees geld stellen wij ons garant, zodat toegezegde subsidies te allen tijde uitbetaald kunnen worden. Voor een eventueel gebruik van de garantstelling is de risicobuffer binnen de Reserve Europese programma's beschikbaar. 
Er zijn voor het POP3 programma garantstellingen verstrekt aan RVO.nl. Bij het programma POP3 (en de bijbehorende garantstellingen) is sprake van een verlengde programmaperiode met een einddatum van 2025. 
Daarnaast zijn er garantstellingen verstrekt aan Managementautoriteit Oost Nederland. Managementautoriteit Oost Nederland maakt integraal onderdeel uit van de provincie Gelderland. Garantstellingen worden daarmee uiteindelijk aan hen verleend. 
Hieronder wordt kort ingegaan op de diverse garantstellingen binnen het Europese programma. 

RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel M01d
In 2018 is in verband met overcommitering op Regeling Trainingen ter hoogte van € 0,16 miljoen een garantstelling afgegeven aan de Rijksdienst voor ondernemend Nederland. Deze is in maart 2022 verlaagd naar ruim € 30.000. Deze middelen zijn verleend aan een project en worden mogelijk daadwerkelijk aangesproken. Dit is uiterlijk medio 2025 duidelijk.

RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4h
In 2019 hebben wij ons op maatregel 4h (Regeling Fysieke investeringen in verduurzaming van agrarische ondernemingen van jonge landbouwers) wegens grote vraag om subsidie garant gesteld voor een bedrag van € 0,52 miljoen. Daarnaast hebben wij ons in 2020 aanvullend voor € 38.000 garant gesteld en voor € 0,25 miljoen. Dit laatste bedrag is een aanvulling op de jaarrekening 2020. In 2022 blijkt er geen aanspraak gemaakt te zijn op de overcommitering hierdoor is besloten om deze garantstelling te sluiten.

RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4o
In 2019 is voor deze maatregel een garantstelling afgegeven voor € 6 miljoen vooruitlopend op het optreden van vrijval. Voor deze middelen hebben de waterschappen WDOD en WVS een garantstelling aan provincie Overijssel afgegeven. Deze garantstelling betreft een aanvulling op de jaarrekening 2019.

RVO.nl | Overcommitering POP3 ELFPO maatregel 4p
In 2021 is voor deze maatregel een garantstelling afgegeven voor € 0,38 miljoen vooruitlopend op het optreden van vrijval. Voor deze middelen hebben de waterschappen WDOD en WVS een garantstelling aan provincie Overijssel afgegeven.

Gelderland |REACT-EU
In 2021 is besloten tot overcommitering van € 2 miljoen op het REACT-EU budget vooruitlopend op het optreden van vrijval. Voor deze maatregel is een garantstelling afgegeven aan Managementautoriteit Oost Nederland. 

Gelderland | Overcommitering OP Oost/EFRO
In 2019 hebben wij ons voor een mogelijke overbesteding op projecten binnen het kader van het OP Oost programma (EFRO) garant gesteld voor een bedrag van € 4,7 miljoen. Deze garantstelling is afgegeven aan Managementautoriteit Oost Nederland.

II: Meerjarige financiële verplichtingen voortvloeiend uit langlopende overeenkomsten

Terug naar navigatie - II: Meerjarige financiële verplichtingen voortvloeiend uit langlopende overeenkomsten
Huurverplichtingen
Specificatie huurverplichtingen X € 1.000
Huurovereenkomst Bergstraat en Bergsingel 125
125
Leaseverplichtingen
Specificatie leaseverplichtingen X € 1.000
Lease GS voertuigen 104
Leaseverplichtingen dienstauto’s 82
Lease deelauto 59
Overig 85
330
Investeringsverplichtingen
Investeringsverplichtingen X € 1.000
Vechtdalverbinding (N340/N48/N377) 5.351
Bruggen en sluizen 4.116
N307 3.826
DRIS 2.742
Diverse wegen 1.246
N377 1.037
N760 445
Overig 398
Kunstwerken 298
Vastgoed provinciehuis 127
Waterwegen 125

Subsidieverplichtingen beheercontracten, inrichting en functieverandering  

In de periode tot en met 2015 zijn door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl; voorheen Dienst Regelingen), onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, verplichtingen aangegaan naar particulieren en terreinbeherende organisaties voor de inrichting en beheer van nieuwe natuur. Daarnaast zijn verplichtingen voor functieverandering aangegaan, zodat agrarische grond kon worden omgezet naar natuur. Op basis van de ILG-afspraken is de verantwoordelijkheid voor de subsidieverlening, inclusief het uitfinancieren van voor 1-1-2007 aangegane verplichtingen, voor de bestuursperiode 2007-2013 overgenomen door de provincie. Via de ILG-doeluitkering zijn hiervoor middelen door het Rijk verstrekt. In de provinciale administratie zijn vanaf 2007 jaarlijks de gerealiseerde kasuitgaven verantwoord. Met het natuurakkoord is de verantwoordelijkheid voor beheer, inrichting en functieverandering volledig overgegaan naar de provincie. Met ingang van 2014 ontvangt de provincie hiervoor, via het Provinciefonds, middelen van het Rijk, waarmee een deel van de langlopende verplichtingen worden gedekt. Aanvullend stelt de provincie, conform het natuurakkoord, uit eigen middelen ook bedragen beschikbaar voor het beheer. Per einde 2022 bedroeg het totaal aan openstaande verplichtingen voor inrichting, beheer en functieverandering van nieuwe natuur volgens opgave van RVO.nl € 62,8 miljoen, die bedrag heeft volledig betrekking op het uitfinanciering van SKNL functieverandering. Daarnaast is voor de periode via eigen subsidie verlening voor SNL natuurbeheer € 31,3 miljoen verplicht voor de jaren 2023 t/m 2027. 

Overige niet in de balans opgenomen verplichtingen

Terug naar navigatie - Overige niet in de balans opgenomen verplichtingen
Overige verplichtingen X € 1.000
Concessies OV 49.039
ICT 9.593
Beheer en onderhoud wegen 5.683
Gladheidsbestrijding 2.085
ProRail 993
Monitoring Natuur-Landschapbeleid 811
Kanaal Almelo de Haandrik 784
Onderhoud facilitaire zaken 619
Licenties 611
Onderhoud VRI 534
Brug- en sluisbediening 462
Onderhoud diversen 326

Landinrichting

Terug naar navigatie - Landinrichting

De te verwachten uitbetalingen (nog te betalen bedragen landinrichting) en vorderingen (nog te vorderen bedragen landinrichting) zijn niet verwerkt in de projectadministratie. 
Per saldo is er € 2,7 miljoen meer uitbetaald door de provincie, dan dat er is geïnd (gefactureerd) door provincie in 2022. Dit verschil wordt met name veroorzaakt doordat er veel belanghebbenden van de landinrichting Staphorst er voor gekozen om de voorlopige eindafrekening (Lijst der Geldelijke Regelingen) met ons te verrekenen (o.b.v. vrijwilligheid).
In 2022 zijn er geen definitieve eindafrekeningen (correctiefactor) vastgesteld. Er is daarom geen te verwachten resultaat ingeboekt.
De balans sluit per 1-1-2023 op  € 3,1 miljoen (negatief). Vanaf 2023 zal dit bedrag nog worden gefactureerd. 
Tot slot er kunnen nog wijzigingen komen op het te verwachten resultaat, omdat niet alle bedragen geïnd of uitbetaald kunnen worden.

Technology Base

Terug naar navigatie - Technology Base

In 2018 is het college van GS een voorwaardelijke verplichting ter hoogte van € 2,7 miljoen aangegaan tot financiële compensatie aan de gemeente Enschede in verband met tekorten in de exploitatie van het aan Technology Base welke voortvloeien uit de besluiten zoals die zijn genomen vanuit de Gemeenschappelijke Regeling Technology Base. Effectuering van deze verplichting zal plaatsvinden bij beëindiging van de Gemeenschappelijke Regeling.