Inleiding en statenvoorstel

Inleiding en statenvoorstel

Inleiding

De coronacrisis heeft een ongekende impact op ons allen. Het raakt onze samenleving in haar kern. Wij zijn enorm trots om te zien dat in deze onzekere en hectische tijden er volop daadkracht, creativiteit en verbondenheid wordt getoond. Het Overijsselse noaberschap ten voeten uit. Wij zijn er daarom van overtuigd dat wij samen sterker uit de crisis zullen komen.

Vanuit onze opgaven en kerntaken, en onze positie als middenbestuur, willen wij een krachtige bijdrage leveren aan de aanpak van de coronacrisis. Met het Statenvoorstel “Overijsselse aanpak coronacrisis”, bestaande uit nood- en overbruggingsmaatregelen, hebben wij een duidelijk signaal afgegeven richting de Overijsselse samenleving: “Samen bouwen aan Overijssel”. Deze lijn zetten wij met onze herstelaanpak voort, zoals beschreven in het separate Statenvoorstel “Overijsselse herstel- en transitieaanpak coronacrisis” bij deze Begroting 2021. Onze aanpak omvat alle provinciale kerntaken en opgaven.

Met de herstel- en transitieaanpak kijken wij ook verder vooruit. Voorbij de coronacrisis. Zoals elke crisis heeft de coronacrisis de noodzaak voor ingrijpende veranderingen aangetoond. In dit geval vooral het belang van het verduurzamen van het verdienvermogen en een weerbare economie. Economische groei is daarbij geen doel op zich maar staat ten dienste van het realiseren van maatschappelijke opgaven en het bevorderen van de brede welvaart. Toekomstperspectief is daarin enorm belangrijk. Tegelijkertijd blijven we oog hebben voor de huidige situatie. Zo dragen onze investeringen bij aan het beperken van de effecten van de coronacrisis en denken we mee met sectoren die getroffen zijn.

Het aanjagen van de economie verbinden wij dus nadrukkelijk met het realiseren van de grote maatschappelijke opgaven in Overijssel, onder andere op het gebied van energie, klimaat en circulaire economie. Kern van onze Overijsselse aanpak: versterkt de crisis te boven komen door voort te bouwen op onze sterktes, kansen te pakken én in te spelen op de transities. Wij doen dit samen met onze partners en benutten actief de kansen van multipliers om de effecten van onze maatregelen te maximaliseren.

Bij deze Begroting presenteren wij ook een geactualiseerd budgettair perspectief. En ondanks dat wij er nu financieel goed voorstaan, zien wij naar de toekomst toe verschillende onzekerheden. Onze incidentele investeringscapaciteit neemt af en daardoor worden wij in toenemende mate afhankelijk van onze structurele inkomsten. Tegelijkertijd zijn die inkomsten onzeker. De uitkering uit het provinciefonds (circa € 200 miljoen) is op korte termijn onzeker door de crisis en keuzes van een nieuw kabinet en op de lange termijn door mogelijke veranderingen in de verdeelsystematiek. Onze inkomsten uit de opcenten (circa € 113 miljoen) zijn ondanks de vrijstelling voor elektrische auto’s op de korte termijn nog aan het stijgen, maar op de langere termijn staat het gehele belastinggebied ter discussie. Tot slot zijn de dividendinkomsten geslonken en zullen deze mogelijk nog verder afnemen, omdat Enexis en Vitens flink moeten investeren in de transitieopgaven.

Deze toenemende druk op onze structurele begroting zal zeker op termijn vragen om keuzes ten aanzien van onze taken en ambities. Juist daarom vinden wij de herprioriteringsopdracht die wij in een separaat voorstel hebben uitgewerkt, van groot belang. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk om juist nú te investeren. Wij kunnen dat ook verantwoord doen. In ons separate voorstel voor de herstel- en transitieaanpak leggen wij uit hoe wij binnen de beschikbare ruimte verschillende extra maatregelen kunnen treffen. Zo halen wij slim investeringen naar voren en creëren wij hefbomen door de cofinancieringskansen met het Rijk, Europa en gemeenten te verzilveren. Ook benutten wij onze tijdelijke overtollige liquiditeiten door bij uitzondering bepaalde financiering niet 100% af te dekken. Dit kan mede gezien ons beschikbare weerstandsvermogen.

Het jaar 2021 wordt hoe dan ook een bijzonder jaar, waarin we als provincie samen met onze partners alle zeilen zullen bijzetten. Naast al het extra's dat we volgend jaar doen blijven we uitvoering geven aan onze kerntaken en het coalitieakkoord. Daarmee fungeren we ook als een stabiele basis in onzekere tijden. Hieronder geven we per opgave aan wat we in 2021 gaan doen.

Krachtige economie

De coronacrisis en de daarmee gepaard gaande maatregelen hebben wereldwijd een ongekend effect op de economie. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de krimp van de nationale en wereldeconomie niet zo groot geweest. De Nederlandse economie doet het met een krimp van het bruto nationaal product van 6,5 % nog niet eens zo slecht ten opzichte van onze buurlanden.

Veel investeringsplannen en -bijdragen worden neerwaarts bijgesteld of uitgesteld. Elk land en handelsblok probeert daarin de eigen belangen veilig te stellen. Handelsprotectionisme neemt toe. Voor hele sectoren zijn werkprocessen drastisch in verandering of grotendeels stilgevallen. Veel contacten verlopen uitsluitend nog digitaal.

Het vraagt een grote inspanning van ondernemers en werknemers om zich aan te passen aan deze sterk gewijzigde en onzekere toekomst. Naar verwachting laat het laatste kwartaal van 2020 een grote golf zien van bedrijven die structureel snijden in werkgelegenheid. De grilligheid van de arbeidsmarkt wordt nog groter. De druk op het na-, bij- en omscholen van werk-naar-werk ook. Met ons arbeidsmarktbeleid, met onder meer de diverse scholingsfondsen, zijn wij in staat snel in te spelen op de gevolgen van de coronacrisis. Wij doen dat samen met de regio’s. Met een verzwakt huidig economisch bestel wordt het moeilijker om private investeringen in te zetten voor noodzakelijke transities ter verbetering van klimaat en CO2-uitstoot. Vertraging ligt op de loer. Daartegenover helpt de veel lagere industriële productie en het afgenomen verkeer in het verlagen van emissies.

Overheidsinvesteringen worden naar voren getrokken en de binnenlandse consumptie wordt gestimuleerd, maar de steunmaatregelen van het kabinet zullen niet in de huidige vorm en omvang worden voortgezet. De EU maakt miljarden vrij voor stimulering, deels in de vorm van de bekende subsidieprogramma's, deels in nieuwe leninginstrumenten. Deze kunnen ook ingezet worden door lagere overheden. Met de middelen die beschikbaar komen, gaan we versneld de toekomstige pijlers van de economie in Oost-Nederland, denk aan het TechMed-cluster, versterken en opbouwen.

Provincies hebben gezamenlijk een Herstel- en Vernieuwingsplan Regionale Economie opgesteld. Doelstelling is om met eigen investeringsmiddelen en in samenwerking met alle overheden, onderwijs/onderzoek en bedrijven de binnenlandse economie te steunen en te werken aan nieuw economisch verdienvermogen. In het najaar 2020 stellen Rijk en provincies de portfolio van projecten voor de komende jaren samen. Digitalisering en verduurzaming zijn cruciale dragers voor het verdienvermogen.

Goede bereikbaarheid

Wij werken aan het behouden en verbeteren van de regionale bereikbaarheid als belangrijke voorwaarde voor een goed vestigingsklimaat en de welvaart en het welzijn van onze inwoners. De verschillende vervoerswijzen en infrastructuur zijn daarbij een middel voor de bereikbaarheid van onze dorpen en steden, logistieke hubs/overstappunten en topwerklocaties. Centraal staat een goede mix van bereikbaarheid over weg, spoor en water waarmee ook wordt bijgedragen aan een krachtige economie, vitaal landelijk gebied en aantrekkelijk wonen en ruimte. Met aandacht voor (verkeers)veiligheid, duurzaamheid en innovatie. Wij investeren in Zero Emission busvervoer en doen een verkenning naar het elektrificeren van de spoorverbindingen Almelo-Mariënberg en Zutphen – Hengelo om een verdere energietransitie in het openbaar vervoer vorm te geven. Eind 2021 komt deze verkenning gereed als basis voor verdere besluitvorming. Hiermee geven wij uitvoering aan de landelijke afspraken om alle openbaar vervoer emissie loos te laten rijden. Daarnaast werken wij met het rijk aan het Toekomstbeeld OV 2040 (TBOV2040) waarmee het OV-systeem naar een hogere niveau wordt gebracht.

Als gevolg van Corona is de inzet van de mix van onze mobiliteitssystemen en netwerken ineens flink gewijzigd. Door de gezondheidsrisico’s is vaker thuiswerken en online vergaderen ineens veel normaler. De ochtend en avondspitsen in het woon-werk verkeer zijn afgezwakt en er wordt meer gespreid over de dag gereisd. Als we ons toch verplaatsen is lopen, fietsen en gebruik van de auto populairder geworden en het gebruik van openbaar vervoer is (flink) gedaald.

Vanaf de start van de coronamaatregelen maar ook in 2021 zetten wij samen met de werkgevers en het onderwijs in op zoveel mogelijk behoud van positieve effecten zoals spreiding van aanvangstijden en thuiswerken. Gelijktijdig is het de vraag in hoeverre de gewijzigde mobiliteitsmix blijvend zal zijn en er dus minder reizigers en daarmee minder opbrengsten zijn in ons regionale OV. Om het OV financieel gezonder te maken zoeken we in 2021 naar een nieuwe balans van vraag en aanbod. Ook voor 2021 geeft dit de nodige onzekerheden omdat wij voor meerdere concessies opbrengstverantwoordelijk zijn.

Door onvoorziene ontwikkelingen tijdens de implementatie van de concessie IJssel Vecht is besloten de eerdere gunning in te trekken. In 2021 werken we daarom samen met de provincies Gelderland en Flevoland aan de heraanbesteding. De heraanbesteding van deze concessie maar ook de aanbesteding van andere aankomende concessies, zoals Berkel-Dinkel, biedt de gelegenheid in te spelen op de effecten van Corona.

Grote projecten die in gang zijn gezet, zoals de Vechtdalverbinding (N340, N48 en de N377) en de N307 (samen met de provincie Flevoland), ronden we af.

We zetten in 2021 in op uitvoering van het programma Slim, Duurzaam en Veilig. Binnen onze mobiliteitsaanpak stimuleren wij samen met gemeenten en partners op gedragsbeïnvloeding en een betere onderlinge aansluiting van verschillende vervoerswijzen voor personen en goederen. Het slim combineren van innovatieve systemen en netwerken draagt bij aan optimale bereikbaarheid. Daarom werken wij met onze partners innovatieve slimme mobiliteitsprojecten uit, zoals slimme verkeerslichten en gebruik van open data (talking traffic). Als launching customer helpen wij dergelijke innovaties naar de markt.

Voor goederen stimuleren wij duurzaam vervoer over water en spoor. Aan de randen van stedelijke gebieden ontwikkelen wij samen met gemeenten mobiliteitsknooppunten voor overstap en overslag. Deze plekken bieden kansen voor ruimtelijke ontwikkelingen en de energietransitie.

Landelijk werken wij aan de uitvoering van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) van waaruit wij met het rijk investeren in verbeteren van de verkeersveiligheid.

De komende jaren wordt er extra ingezet op de infrastructurele vervangingsinvesteringen om het netwerk veilig en bereikbaar te houden. Dit doen wij waar mogelijk met gebruik van duurzame en circulaire materialen.

Hitte, droogte en wateroverlast

Droogte heeft grote invloed in het landelijk gebied. Met name op de hoge zandgronden in Twente. De consequenties zijn duidelijk merkbaar voor natuur, landbouw, drinkwatervoorziening en landschap. De schaarste aan water in de zomer en de (tegengestelde) belangen die spelen, betekenen dat er keuzes gemaakt moeten worden en dat nagedacht moet worden over vasthouden en aanvoeren van water. Hittestress zien wij voornamelijk in stedelijke gebieden, wateroverlast komt daar ook vaker voor.

Nu wij uit de stresstesten weten wat de effecten van klimaatverandering zijn, bespreken wij met onze partners in risicodialogen welke knelpunten partijen ervaren en hoe wij die aan kunnen pakken. Wij maken samen met partners actieplannen. Wij komen in de eerste helft van 2021 met een investeringsvoorstel waarin wij anticiperen op droogte, hittestress en wateroverlast.

Met onze partners, onder andere in de werkregio’s van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, werken wij aan het klimaatrobuust maken van het watersysteem, ook in relatie tot het grondwaterpeil. Wij trekken hierin samen op met onze regiopartners, stakeholders, IPO en Rijk. Wij stellen beleidskaders op voor hitte, droogte en wateroverlast die meegenomen worden in de herziening van de Omgevingsvisie.

In het programma Zoetwatervoorziening Oost Nederland investeren wij met het Rijk en regiopartners in een goede en toekomstbestendige watervoorziening. Dit jaar stellen wij met onze partners een nieuw maatregelenprogramma op voor 2022-2027. In 2021 breiden wij in overleg met waterschappen en agrarische collectieven de blauwe diensten uit. Via blauwe diensten dragen agrariërs bij aan de verbetering van de waterkwaliteit en een klimaatbestendig landelijk gebied.

Met het maatregelenprogramma gebiedsdossiers drinkwatervoorziening werken wij samen met onze partners aan het duurzaam veiligstellen van onze drinkwatervoorzieningen, nu en in de toekomst.

Energietransitie

Komend jaar staat in het teken van uitvoering van de energietransitie. Dat draagt bij aan de in het Klimaatakkoord gemaakte afspraken en leidt direct tot werkgelegenheid.

Samen met betrokken partners hebben wij het afgelopen jaar de concept energiestrategieën opgeleverd voor de regio’s Twente en West-Overijssel. In 2021 ligt de RES 1.0 voor en starten we met de uitvoering daarvan. Daarbij sturen wij (zoals aangegeven in Statenbrief 2020/0143389) op het borgen van ruimtelijke kwaliteit op regionaal schaalniveau en maatschappelijke kostenefficiency. Participatie en lokaal eigendom zijn daarnaast belangrijke aandachtspunten. Wij verwachten de RES 1.0 in het tweede kwartaal van 2021 ter vaststelling aan te kunnen bieden.

Gelet op de maatschappelijke discussie actualiseren wij ons beleid voor biomassa. Dit in lijn met het te verwachten nieuwe nationale biomassabeleid en zoals aangekondigd in de Statenbrief Biomassaroute deel 1 (2020/1101909). Wij verwachten een voorstel in de eerste helft van 2021 ter vaststelling aan te kunnen bieden.

Wij ondersteunen de totstandkoming van hernieuwbare energie en stimulerende ontwikkeling van zonne-energie op bedrijfsdaken. Dit met inzet van de taskforce ‘Ieder dak een zonnedak’, dat bedrijven ondersteunt om een zonnedak te realiseren. In de Investeringsimpuls Energietransitie 1e tranche (€ 12,5 miljoen) hebben wij drie speerpunten benoemd, voor de korte termijn:
1. Energiebesparing bij bedrijven en woningen
2. Energiegebieden
3. Warmtenetprojecten

Met de gekozen speerpunten wordt de Energietransitie in Overijssel versneld. Energiebesparing levert direct een bijdrage aan een lager energieverbruik bij bedrijven en woningen. Via publieksacties, subsidieregelingen en gerichte ondersteuning aan bedrijven, stimuleren wij om energiebesparende maatregelen te treffen. Binnen energiegebieden verruimen we de mogelijkheden voor grootschalige energieopwekking. Daarbij maken wij innovatieve oplossingen voor de netproblematiek mogelijk. Het derde speerpunt warmtenetprojecten is essentieel voor de warmtetransitie, een belangrijke opgave vanuit het Klimaatakkoord. Vanuit de beschikbaar gestelde middelen worden circa 4 projecten mogelijk gemaakt, waaronder Slim Warmtenet Zandweerd.

Medio 2021 leggen wij het investeringsvoorstel Energietransitie 2e tranche aan u voor. U neemt dan een besluit over de voorzetting van maatregelen uit de investeringsimpuls 1e tranche, op basis van inzicht in de resultaten.

Aantrekkelijk wonen en ruimte

Aantrekkelijk wonen en ruimte

Vanuit het investeringsbesluit Ruimte, Wonen, (Binnen)steden en Retail werken wij met ons netwerk aan toekomstbestendige steden en regio’s. Wij zien dat de druk op de woningmarkt hoog is. Samen met het rijk en de regio’s werken wij aan het versneld realiseren van woningen. Ook verduurzaming van de woningvoorraad is een belangrijke opgave. Er wordt slechts 1 % per jaar toegevoegd aan de woningvoorraad, dus voor sterke steden en dorpen is vooral een aanpak van de bestaande wijken en woningen nodig. Wij maken de woningvoorraad geschikt voor de veranderende vraag door samen te werken aan kwalitatieve programmering en ruimte voor maatwerk in regionale woonagenda's. De energietransitie kan daarbij aanleiding zijn voor een kwaliteitsimpuls van de bestaande woningvoorraad, om woningen levensloopbestendig te maken, de openbare ruimte aan te pakken of te vergroenen.
Door de coronacrisis komt de vitaliteit van onze binnensteden extra onder druk te staan. Daarom investeren wij versneld in ondernemerschap, winkelstructuren en profilering van binnensteden, zoals het koppelen van fysieke winkels aan online diensten en bezorging. Met partners investeren wij in complexe gebiedsontwikkelingen waar veel opgaven samenkomen, zoals klimaatadaptatie, energietransities, circulaire economie, retail en woningbouw.

Als regisseur van de leefomgeving zetten wij ons in om onze inwoners blijvend een aantrekkelijke, prettige en veilige woon-, werk- en leefomgeving te bieden. De hoofdopgaven uit het coalitieakkoord en de transities – zoals de overgang naar duurzame energie, klimaatbestendigheid en duurzame landbouw – hebben grote impact en vragen om zorgvuldige inpassing in de ruimte. Onze provincie is te klein om alle opgaven naast elkaar een plek te geven. Dit vraagt om keuzes en combinaties. Daarom herzien wij ons omgevingsbeleid (herziening Omgevingsvisie), waaronder ons beleid op de stedelijke omgeving, een heldere koers voor het landelijk gebied en het uitwerken van gezondheid als vierde rode draad in ons omgevingsbeleid.

Vooruitlopend op deze inhoudelijke herziening van de Omgevingsvisie werken aan een actualisatie om te zorgen dat onze Omgevingsvisie en Omgevingsverordening optimaal aansluiten op de Omgevingswet. Hoewel de invoering van de wet is uitgesteld, gaat dit proces verder. Ook ondersteunen wij gemeenten in de transitie naar de nieuwe wet door nieuwe werkprocessen te faciliteren.
Vanuit het investeringsbesluit leefbaar platteland werken wij aan een krachtig, zelfbewust en toekomstbestendig platteland.

Vitaal landelijk gebied

De samenhang in de aanpak van de verschillende opgaven in het landelijk gebied is voor ons onverminderd belangrijk. Wij zijn dan ook verheugd met uw steun voor de investeringen die wij u in het kader van de Perspectiefnota hebben voorgelegd.
Dit geldt vooral voor de gebiedsgerichte aanpak stikstof die wij samen met betrokken partijen in zes zogeheten gebiedstafels zijn gestart. Een en ander vloeit voort uit de adviezen van de commissie Remkes en verschillende brieven die de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de Tweede Kamer heeft gestuurd (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof).
Samen gaan we in elk afzonderlijk gebied op zoek naar maatregelen om de stikstofproblematiek te verminderen, de natuur te versterken en zo de mogelijkheden voor economische ontwikkeling weer te verruimen die bij elk afzonderlijk gebied passen. Het programma Natuur dat rijk en provincies daarvoor samen opstellen geeft daarvoor een financiële impuls van in totaal € 3 miljard voor heel Nederland in de komende 10 jaar. Waar mogelijk sluiten wij aan bij lopende gebiedsprocessen en andere opgaven, zoals energietransitie, Veenweidetraject, waterbeschikbaarheid, leefbaarheid en Ontwikkelopgave. Het doel van deze gebiedsgerichte aanpak is om in 2021 voor zes gebieden gebiedsanalyses en gebiedsagenda’s op te stellen.
In het kader van de ontwikkelopgave Natura 2000 zullen wij u in 2021 naar verwachting 5 Provinciale Inpassingsplannen (PIP’s) ter vaststelling voor leggen: Springendal en Dal van de Mosbeek, Witte Veen, Bergvennen, Weerribben en Lemselermaten.

Wij stimuleren  het herstel van de biodiversiteit met extra middelen voor weidevogels en het oplossen van het faunaknelpunt in de N737 (nabij Enschede). Het inzaaien van bermen met kruidenrijke mengsels wordt de standaard na regulier wegonderhoud. Ook organiseren wij in 2021 weer ons jaarlijks natuurcongres om de uitvoering van de natuurvisie te optimaliseren.

Daarnaast onderzoeken wij de (financiële) mogelijkheden om de groen blauwe dooradering van onze provincie te versterken door inzet van bestaande instrumenten. Want dit draagt ook bij aan landelijke en provinciale doelstellingen rondom natuurinclusieve landbouw, reductie van stikstofemissie en natuur en biodiversiteit. U heeft ons opgeroepen om werk te maken van extensivering van de landbouw. Dit nemen wij mee in onze bouwsteen landbouw die wij opstellen als onderdeel van de herziening van de Omgevingsvisie. Wij informeren u medio 2021 hoe een actiever grondbeleid aan extensivering van de landbouw kan bijdragen. Daarnaast stimuleren wij ook de transitie naar kringlooplandbouw met een subsidieregeling.

Vanuit onze verantwoordelijkheid voor de leefomgeving maken wij beleid en stellen wij kaders voor vergunningverlening. Dit doen wij samen met gemeenten, GGD en andere partners zoals omgevingsdiensten. Het gaat daarbij niet alleen over de kwaliteit van bodem en lucht, maar ook over veiligheid en bijvoorbeeld het verwijderen van asbestdaken.
Wij vinden de erven in het buitengebied ook belangrijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. Met uw extra bijdrage voor de ervencoaches kunnen wij het project toekomstgerichte erven in 2021 voortzetten. Uiterlijk begin 2021 informeren wij u over de uitkomsten van de evaluatie van de ervencoaches.

Samenleven in Overijssel

Enkele maanden lockdown in het voorjaar van 2020 hebben een ongekend grote impact gehad op culturele en maatschappelijke activiteiten. Evenementen zijn massaal afgelast, gemeenschapshuizen en bibliotheken gesloten en veel amateurverenigingen hebben hun wekelijkse bezigheid stil moeten leggen. Het beroeps- en hoger onderwijs verloopt grotendeels achter een scherm. Grote groepen burgers zijn angstig om naar buiten te gaan en de meest kwetsbaren worden zorgvuldig van de buitenwereld afgezonderd. Het coronavirus is nog niet weg en een aangepaste programmering van culturele en maatschappelijke activiteiten blijft noodzakelijk, met alle negatieve gevolgen voor de exploitatie. Sommige culturele uitingen blijven voorlopig onmogelijk vanwege gezondheidsmaatregelen. De werkgelegenheid in de culturele sector en haar toeleveranciers staat daarom zwaar onder druk.

Met onze partners - stedelijke regio’s, het Rijk en culturele instellingen, verenigd in een Overijsselse denktank Cultuur - werken wij aan de transitie van de culturele sector. We beginnen nu aan een nieuwe beleidsperiode op het moment dat noodsteun en investeringen in transitie van de sector samenkomen. We kiezen voor een sector die weerbaar en wendbaar is. Wij leggen focus op versterking ondernemerschap en een betere samenhang tussen makers, producten en afnemers en de rol van (netwerk)organisaties hierin. Wij ontwikkelen instrumenten en maken proeftuinen mogelijk die bijdragen aan innovatie van de sector. Samen met gemeenten maken wij afspraken over hoe we door meer inzet op preventie, zorgkosten kunnen verlagen en gezondheid en vitaliteit vergroten. Wij verbinden cultuur, sport, gezondheid en de fysieke leefomgeving.

Gelukkig is noaberschap nog steeds een groot goed in Overijssel en wordt zo goed en zo kwaad geprobeerd de samenleving draaiend te houden. En er ontstaan nieuwe initiatieven en vormen van flexibele organisatie die wij met kracht vanuit onze programma's ondersteunen. Innovatie is daarbij enorm belangrijk.

De mogelijkheden om elkaar fysiek te treffen zijn vanwege de coronacrisis nog steeds beperkt. Dit heeft gevolgen voor die onderwerpen waar het “samen” een essentieel onderdeel is van de werkwijze. Door adaptief en creatief te werk te gaan, bijvoorbeeld door de inzet van digitale participatie mogelijkheden, spelen wij daar op in.

De financiële gevolgen van de corona hebben grote impact op de begrotingen van gemeenten. Naast de tekorten op het sociaal domein, zien gemeenten zich geconfronteerd met kosten ter bestrijding van verdere verspreiding van het virus en ondersteuning van middenstand en culturele voorzieningen. Wij kaarten deze problematiek actief aan bij het Rijk. In ons financieel toezicht hebben we hierover, ook in IPO-verband, nauwe contacten met de gemeenten en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

 

Financiën

Zoals op de startpagina is te zien, zijn de totale uitgaven (lasten) binnen de Begroting 2021 ruim € 522 miljoen. Door te klikken op de cirkeldiagram op de startpagina is te zien wat de uitgaven zijn per kerntaak. Tegenover deze uitgaven staan inkomsten (baten) van in totaal € 392 miljoen. De belangrijkste inkomsten zijn de uitkering uit het Provinciefonds (€ 204 miljoen) en de opcenten op de Motorrijtuigenbelasting ( € 112 miljoen). Het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van bijna € 130 miljoen dekken we vanuit de reserves.

Meerjarig zijn de financiën op orde, maar zijn er zoals gezegd ook onzekerheden. Met onderstaande budgettair perspectief (bedragen x € 1.000) maken we inzichtelijk wat de vrije ruimte is in de begroting voor de komende periode. Bij deze begroting presenteren we een volledig bijgewerkt budgettair perspectief ten opzichte van de stand bij de Perspectiefnota 2021. Het budgettair perspectief laat zien dat de komende periode het totale saldo (alle inkomsten minus alle uitgaven) elk jaar positief is. Dat geldt ook voor het structurele saldo per jaar (alle structurele inkomsten minus alle structurele uitgaven).

De effecten van de herprioriteringsopgave en de  'herstel- en transitieaanpak Coronacrisis' op het budgettair perspectief van de begroting 2021 zijn niet meegenomen, omdat Provinciale Staten hierover nog besluiten. De budgettaire effecten van deze voorstellen zijn wel inzichtelijk gemaakt in het budgettair perspectief dat is opgenomen in het Statenvoorstel "Overijsselse Herstel- en Transitieaanpak Coronacrisis". Na besluitvorming zullen de financiële effecten als begrotingswijziging worden doorgevoerd.

Alle detailinformatie over de financiën staat in het onderdeel financiën en de verschillende bijlagen bij deze begroting.

Algemene reserve 2021 2022 2023 2024
Structureel saldo 1.844 16.795 13.626 13.601
Incidenteel saldo 5.940 -1.844 -8.860 -9.483 12.610
Totaal saldo 5.940 0 7.935 4.143 26.211
Gereserveerd voor volgende periode 40.000

Statenvoorstel

Het Statenvoorstel is het besluitvormend stuk bij deze begroting. Daarin staan de (financiële) voorstellen nader beschreven. Het Statenvoorstel vindt u onder de 'Meer'-knop aan de rechterkant.